Naar de homepage van de gemeente Utrecht
Hoofdmenu Utrecht.nl

Geschiedenis voor 1528

Foto Vondsten tot 4000 jaar geleden

Prehistorie
Wanneer de eerste mensen zich ter hoogte van het huidige Utrecht vestigen is niet geheel duidelijk. Het oudste voorwerp dat in de Utrechtse bodem is gevonden is een stenen strijdhamer die omstreeks 2200 voor Christus is gedateerd. Ruim vierduizend jaar geleden waren er dus mensen actief in deze streek. Zeker is dat in de Midden-Bronstijd (ca. 1800-800 voor Chr.) er mensen ook echt wonen op de zandige stroomrug die de Rijn heeft afgezet in de immense rivierendelta die Nederland in die tijd is. Dus ook op de plek van het hedendaagse Utrecht.

Oudheid
In 47 na Christus wordt Utrecht een onderdeel van de noordelijke grens van het Romeinse rijk. De grens wordt goed bewaakt: naast het al iets oudere castellum Vechten, worden zowel ter hoogte van het huidige Domplein als op de Hoge Woerd bij De Meern forten (castella) gebouwd. Daartussen staan op regelmatige afstand wachttorens. In de eeuwen daarop bouwen de Romeinen de limes, zoals zij de grens noemden, uit tot een goed geoutilleerde militaire zone. De burgerlijke bewoning neemt in deze tijd sterk toe, met name in de kampdorpen of vici die tegen de castella aan worden gebouwd. Na het jaar 275 neemt de aanwezigheid van de Romeinse soldaten snel af. Omstreeks 406 valt definitief het doek voor de Romeinse rijksgrens in 'Nederland'.
(Zie ook Romeins Utrecht.)

Vroege Middeleeuwen
Vanaf het midden van de vijfde eeuw vestigen de Franken zich op de stroomruggen van de rivier de Rijn. Bewoningssporen uit deze vroege periode zijn zowel bij het Pieterskerkhof in de Utrechtse binnenstad gevonden, als in Leidsche Rijn. Zo is daar in 2005 een tot nu toe onbekende nederzetting uit de zesde tot achtste eeuw opgegraven.

Vanaf het einde van de zevende eeuw wordt het oude Romeinse castellum de uitvalsbasis van de zendeling Willibrord en zijn opvolger Bonifatius om de Friezen te kerstenen. In 777 wordt het bisdom Utrecht gesticht dat een groot deel van het huidige Nederland beslaat.

Iets ten noordwesten van het geestelijke centrum wordt een kleine handelsnederzetting gebouwd op de oever van de rivier de Rijn, tussen het huidige stadhuis en de Bakkerstraat. Deze nederzetting, Stathe geheten, vormt het begin van het hedendaagse Utrecht.

In de negende en tiende eeuw wordt ook Utrecht meerdere malen geteisterd door de Vikingen. De bisschop vlucht voor enkele jaren naar Deventer, maar keert omstreeks het jaar 925 naar Utrecht terug. In 1007 komen de Vikingen voor de laatste keer naar Utrecht. De bewoners van Stathe steken daarop zelf hun huizen in de brand, zodat deze niet meer gebruikt kunnen worden door de aanvallers. Dat was misschien en een ietwat te gehaaste actie, want de Vikingen hadden naar eigen zeggen geen kwaads in de zin. Ze kwamen slechts om de Utrechtse kerken te eren met hun offergaven…
(Zie ook Vroege Middeleeuwen.)

Late Middeleeuwen
Omstreeks het jaar 1000 is de rust teruggekeerd en staat Utrecht, net als grote delen van West-Europa, aan de vooravond van een welvarender tijd. In de elfde eeuw worden er in Utrecht onder meer een romaanse kathedraal, een keizerlijk paleis, een grote abdij met kerk en drie romaanse kerken gebouwd. Deze laatstgenoemde kerken behoren bij drie nieuwe kapittels - Sint-Pieter, Sint-Jan en Sint-Marie - die in de stad worden gesticht. Daarmee stijgt het aantal vooraanstaande geestelijken aanzienlijk.

In dezelfde periode neemt de handel en scheepvaart een enorme vlucht. Doordat de rivier de Rijn naar het westen toe verlandt, komt echter de handel in gevaar. Om de scheepvaart mogelijk te houden, wordt zodoende al rond het jaar 1000 het noordelijk deel van de Oudegracht gegraven, ofwel het deel van de huidige Bakkerbrug tot aan de stadsbuitengracht bij de Bemuurde Weerd. Zo werd een verbinding verkregen met de rivier de Vecht, waarover de schepen verder naar het noordwesten konden varen.

De Utrechtse bisschop is in de late Middeleeuwen ook de landsheer van het Sticht, dat bestond uit het Nedersticht, dat grofweg de huidige provincie Utrecht met enkele delen van Noord- en Zuid-Holland besloeg, en het Oversticht dat min of meer bestond uit de huidige provincies Drenthe, Overijssel en de stad Groningen. Het Sticht is in de late Middeleeuwen heel wat keren in oorlog met de buren, met Holland of met Gelre.

Ten westen van de stad wordt in de tweede helft van de elfde eeuw op initiatief van de bisschop een begin gemaakt met de grote cope-ontginningen.

In 1122 krijgt Utrecht haar stadsrecht. Er wordt een begin gemaakt met een eigen stadsverdediging, die op den duur zal bestaan uit een brede stadsbuitengracht, een negen meter hoge stadsmuur en tientallen torens en waakhuisjes. Aan elke zijde wordt een poort gebouwd.

In datzelfde jaar 1122 was de Rijn afgedamd ter hoogte van Wijk bij Duurstede en om de scheepvaart van en naar Utrecht mogelijk te houden, wordt het zuidelijk deel van de Oudegracht gegraven met in het verlengde daarvan de Vaartsche Rijn. Zo ontstond een verbinding met de Hollandse IJssel, waarover naar de Lek kon worden gevaren. Eenmaal daar beland konden de schepen door naar Keulen of verder.

In de twaalfde tot en met de vijftiende eeuw krijgt de Utrechtse binnenstad de vorm die vandaag de dag nog grotendeels in veel huizen en straten is terug te zien. Zo worden vanaf de dertiende eeuw grote bakstenen huizen, 'stadskastelen', gebouwd langs onder meer de Oudegracht. De karakteristieke werven met kelders krijgen hun vorm en tientallen kloosters worden gesticht. Op het Domplein wordt in 1254 begonnen met de bouw van een nieuwe gotische Dom, die de oudere Romaanse moet gaan vervangen. De bisschop verliest in die periode een deel van zijn macht aan de burgers. Zo vindt in 1304 de zogeheten 'gildenrevolutie' plaats waardoor de gilden aanmerkelijk meer macht krijgen. In dezelfde periode worden in het landelijk gebied rondom de stad veel kastelen gebouwd. In 1320 wordt begonnen met de bouw van de Domtoren, die na enkele bouwcampagnes in 1382 gereed zal zijn.

Verder naar Geschiedenis na 1528

Terug naar Overzicht van de webpagina´s cultuurhistorie.

Foto van de 4000 jaar oude strijdhamer, gevonden in Zuilen.

Het oudste voorwerp uit de Utrechtse bodem is in de jaren dertig in Zuilen gevonden. Het is een stenen strijdhamer van ruim 4000 jaar oud.

 

Foto van een Romeinse kruik uit omstreeks het jaar 100. Werd gevonden tijdens onderzoek in Leidsche Rijn.
De Romeinse aanwezigheid is op veel manieren terug te vinden, zoals met de vondst van deze kruik uit omstreeks het jaar 100. De kruik werd gevonden tijdens het archeologisch onderzoek in Leidsche Rijn dat de gemeente Utrecht daar sinds 1996 uitvoert. 

 

Reconstructietekening van de Romeinse wachttoren waarvan restanten bij de Zandweg in Leidsche zijn zijn gevonden. (tekening door Kelvin Wilson).

Een van de uitkomsten van het onderzoek in Leidsche Rijn is dat de Rijn al vanaf omstreeks het jaar veertig vanuit tientallen wachttorens werd geobserveerd (tekening: Kelvin Wilson).

 

Foto van een opgravingslocatie waar de sporen van een Wandgreppelhuis uit de vroege middeleeuwen zichtbaar zijn.

In 2005 is in Leidsche Rijn een tot dan toe onbekende vroegmiddeleeuwse nederzetting gevonden. Daarbij werd deze plattegrond van een wandgreppelhuis blootgelegd.

 

Foto van twee ingelegde druppelvormige gouden hangers die gevonden zijn bij opgravingen in Leidsche Rijn.

In de vroegmiddeleeuwse nederzetting, die van omstreeks het jaar 550 tot 750 bewoond is geweest, zijn ook deze twee zevende-eeuwse hangers van een halscollier gevonden.

 

Foto van de Janskerk.

In de elfde eeuw werden in Utrecht drie nieuwe kapittelkerken en een abdij gebouwd. Het schip en het transept van de Janskerk stamt nog uit die periode.

 

Foto van de Domtoren uit 1929.

Nog lang voordat de gotische Dom klaar zou zijn, werd er in 1320 begonnen met de bouw van de immense Domtoren. Na diverse bouwcampagnes kon in 1382 de weerhaan op de toren geplaatst worden. Deze foto uit 1929 laat de toren zien net na een grote restauratie die bijna dertig jaar had geduurd. (Foto: Het Utrechts Archief)

 

Foto van het koor van de gotische Dom.

Een jaar na de grote stadsbrand van 1253 werd door bisschop Hendrik van Vianden de eerste steen gelegd van de gotische Domkerk die de Romaanse in de eeuwen daarop zou vervangen. Na diverse bouwcampagnes was in 1396 het koor gereed met een prachtige koorsluiting boven het hoogaltaar. De bouw aan de gotische Dom zou nog doorgaan tot het begin van de zestiende eeuw. (Foto: Het Utrechts Archief.)

Stadhuis

Adres
Korte Minrebroederstraat 2

Postadres
Postbus 16200
3500 CE Utrecht

Telefoon
030 - 286 00 00

De gemeente Utrecht maakt gebruikt van cookies om haar website te analyseren en te verbeteren. Daarnaast plaatsen Facebook, Twitter, Youtube, Vimeo en Google via onze website cookies om integratie met hun diensten mogelijk te maken.
Meer informatie over het gebruik van cookies op onze website