|
Instroom
Een hoge instroom van allochtonen, en dan met name van allochtone mannen
De totale instroom van alle re-integratietrajecten in 2007 en 2008 bedraagt 5.049 personen.
Allochtone mannen zijn het vaakst gestart met een re-integratietraject: 40% van de instromers (bijna 2.000 personen) was een man van allochtone afkomst. Vergeleken met het cliëntenbestand (27%) is deze groep sterk oververtegenwoordigd in de instroom.
Daarnaast maken ook de allochtone vrouwen een relatief groot deel uit van de instromers. Van de instroom is 31% allochtone vrouw (ruim 1.500 personen). De autochtonen maken voor 29% deel uit van de instroom. Het aandeel van de autochtone mannen komt exact overeen met hun aandeel in het cliëntenbestand.
De autochtone vrouwen stromen vergeleken met hun aandeel in de bijstand, minder vaak in een reintegratietraject in. De instroom in trajecten van 45-plussers blijft flink achter. De groep vanaf 45 jaar maakt 28% van de instroom uit, terwijl hun aandeel in de bijstand 48% is. Ruim zeven op de tien instromers is jonger dan 45 jaar.
Autochtone vrouwen ondervertegenwoordigd op trajecten naar werk
Wanneer we de instroom in de verschillende trajecten bekijken, valt op dat allochtone vrouwen op de zorg- en activeringstrajecten evenredig instromen. Autochtone vrouwen zijn ondervertegenwoordigd op de trajecten naar werk, met uitzondering van het Persoonsgebonden Re-integratie Budget. Zij stromen voornamelijk in op de trajecten naar maatschappelijke participatie en vrijwilligerswerk.
Zoals eerder gezegd, zijn de 45-plussers ondervertegenwoordigd in de instroom. Uitzondering hierop vormen de trajecten 'Activering voor cliënten met meervoudige problematiek' (doelgroep 5). Vrouwen worden relatief weinig aangemeld voor een reintegratietraject met een betaalde werkcomponent (Werk Loont, verloning jongeren en Doe Mee).
Uitstroom
Alle klantgroepen profiteren evenredig van de resultaten van de trajecten
In 2007 en 2008 zijn 3.238 trajecten beëindigd. Hiervan bestond bijna de helft (49%) uit uitstroom naar het trajectdoel. Hierbij kunnen twee opmerkingen gemaakt te worden.
Ten eerste leiden niet alle trajectdoelen, zoals maatschappelijk actief en vrijwilligerswerk, tot uitstroom uit de uitkering.
Ten tweede houdt de overige 51% niet per definitie een negatief resultaat in. Over de zogenaamde neutrale uitstroom wordt niet gerapporteerd. Verhuizing, het vinden van een partner, waardoor het uitkeringsrecht niet meer bestaat, het afzien van een uitkering zijn vormen van neutrale uitstroom uit traject die een vermindering van het aantal bijstandsgerechtigden inhoudt.
In de rapportage doen we alleen verslag van de zuivere effectiviteit, het behalen van het beoogde trajectdoel. Van alle beëindigde trajecten is ruim een derde (36%) uitgestroomd naar werk, waarvan bijna de helft naar een baan met loonkostensubsidie. Van de banen kan 60% als duurzaam worden bestempeld, dat betekent dat deze personen tenminste zes maanden aan het werk zijn. Daarnaast stroomde 6% uit naar het resultaat 'maatschappelijk actief', 4% naar vrijwilligerswerk en 3% naar een opleiding.
De uitstroom kwam in grote lijnen overeen met de instroom. Het aandeel allochtone vrouwen is wat lager gezien de instroom (27% tegenover 31% in de instroom). Autochtone mannen zijn juist iets vaker uitgestroomd, maar de verschillen zijn klein. Qua leeftijd valt op dat jongeren vaker succesvol uitstromen en de 27 t/m 44-jarigen juist minder vaak.
Overzicht succesvolle uitstroom per instrument
Het aandeel succesvolle uitstroom van de beëindigde trajecten varieert van 25% tot 90%. De geïntegreerde trajecten, de samenlooptrajecten zorg en de trajecten voor doelgroep 5 kennen een relatief hoog aandeel succesvolle uitstroom.
De succespercentages zijn niet zonder meer vergelijkbaar. Soms zijn de absolute aantallen waarop het percentage is gebaseerd heel klein. Het bemiddelen naar regulier werk is een ander succes dan het realiseren dat een klant maatschappelijk gaat participeren. Bij de geïntegreerde trajecten is het succes vooral te danken aan de cliënten die uitstromen naar de studiefinanciering. Het doel van het traject, het bieden van aanvullend taalonderwijs om uitval uit de beroepsopleiding van allochtone cliënten te voorkomen, leidt tot succesvolle resultaten.
Bij de nieuwe contractpartijen met langere trajecten, zoals Agens KLIM, Agens Zorg en Volte zijn nog relatief veel cliënten in traject en zijn de meeste resultaten pas volgend jaar bekend. Het succespercentage bij deze contracten zal dan waarschijnlijk lager zijn.
We beschikken nog niet over voldoende informatie over de resultaten van het onderdeel inburgering van de samenlooptrajecten. In deze rapportage zijn uitsluitend de resultaten van het reintegratieonderdeel verwerkt.
In deze rapportage wordt alleen de succesvolle uitstroom op het beoogde doel in beeld gebracht. Voor de overige klanten geldt niet per definitie een negatief resultaat. Over de zogenaamde neutrale uitstroom wordt niet gerapporteerd. Verhuizing, het vinden van een partner, waardoor het uitkeringsrecht niet meer bestaat, het afzien van een uitkering zijn vormen van neutrale uitstroom uit traject die een vermindering van het aantal bijstandsgerechtigden inhoudt. In deze rapportage doen we alleen verslag van de zuivere effectiviteit, het behalen van het beoogde trajectdoel.
45-plussers goed vertegenwoordigd in de succesvolle uitstroom van Werk Loont!
De uitstroom per subgroep (allochtone vrouwen, allochtone mannen, autochtone vrouwen, autochtone mannen en de drie onderscheiden leeftijdsgroepen) komt grotendeels overeen met de instroom. De verschillende klantgroepen profiteren dus globaal evenredig van de resultaten van het aanbod.
Per instrument zijn verschillen waarneembaar. Zo doen de Werk Loont! trajecten het redelijk goed voor 45-plussers. De activeringstrajecten van Calder hebben goede resultaten voor allochtone mannen en minder goede resultaten voor allochtone vrouwen. Het omgekeerde is het geval bij de activeringstrajecten van KLIM. De trajecten voor cliënten met meervoudige problematiek van Calder zijn succesvol voor allochtone vrouwen en 45-plussers en minder voor allochtone mannen. De re-integratiedoelstelling van de samenlooptrajecten wordt bij mannen veel vaker (of eerder) bereikt dan bij vrouwen.
Bijstandsgerechtigden
Aantal bijstandsgerechtigden afgenomen in de periode 2005-2009
Het bijstandsgerechtigden neemt sinds 2005 sterk af. Op 1 januari 2009 ontvingen 7.418 Utrechters (inclusief partners en jonger dan 65 jaar) een bijstandsuitkering. Dat is een afname van 3.378 personen ten opzichte van 1 januari 2005.
Ook in 2008 daalde het aantal met bijna 900 personen. Uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat het aantal bijstandsontvangers in de periode 2004-2009 sneller is gedaald dan in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Nederland. Overigens lijkt in de eerste twee maanden van 2009 door de economische recessie een eind te zijn gekomen aan de daling van het aantal bijstandsontvangers.
De groep bijstandsontvangers bestaat voor de helft uit personen in de leeftijd van 45 t/m 64 jaar, 41% valt in de leeftijdscategorie 27 t/m 44 jaar. De kleinste groep is 26 jaar of jonger (9%). In de periode 2004-2009 is het bijstandsbestand steeds ouder geworden.
Naar etniciteit zien we kleine verschuivingen. Iets meer dan een derde (36%) is van Nederlandse komaf, 25% van Marokkaanse herkomst en 9% van Turkse. Een grote groep valt onder de categorie 'overig' (29%), hiertoe behoren onder andere Surinamers, Antillianen, Arubanen en personen afkomstig uit het voormalig Oostblok, Afrika en Azië. We zien dat in de periode 2004-2009 het aantal autochtonen sterker afneemt dan het aantal allochtonen. Vooral allochtone vrouwen stromen
Algemene InformatieU kunt de publicatie als pdf openen en downloaden: Effectiviteit re-integratie [pdf 346 Kb] Re-integratie in voorgaande jaren: 2008 [pdf, 513 Kb], 2007 [pdf, 269 Kb], 2006 [pdf, 1Mb], 2005 [pdf, 502 Kb] Als u prijs stelt op een papieren versie, vindt u verdere informatie op de internetpagina |


