|
Een paar dagen geleden mocht ik een Koninklijke onderscheiding uitreiken aan Jan Schoenmaker die 25 jaar wijkagent is geweest in Transwijk. Hij was in het bijzonder betrokken bij de Tippelzone en kenmerkend voor zijn houding was: het is ónze Tippelzone. Je hebt elkaar nodig om je werk goed te doen en de Tippelzone goed te laten functioneren. En goed betekent zonder overlast of grote incidenten en snel kunnen ingrijpen als er ergens iets scheef loopt. Hij coachte andere agenten in de Tippelzone en organiseerde voorlichtingsbijeenkomsten voor beginnende agenten waarbij hij ook alle betrokken partijen uitnodigde. |
|
|
Naast wijkagent was Schoenmaker vrijwillig begeleider van de (verslaafde) prostituees. Altijd met de zorgvuldige afweging wat hij als wijkagent wel en niet kon doen. Hij bezocht de vrouwen als zij in moeilijkheden waren geraakt, opgenomen waren in het ziekenhuis of in de gevangenis zaten. Er waren dan ook veel prostituees die de aanvraag bij de koningin voor een onderscheiding met hun handgeschreven brieven steunden. Het zal niet vaak zijn voorgekomen dat de beoordelaars in Den Haag dit type steunbetuigingen tegenkwamen. In februari ging Schoenmaker met pensioen. Voor het lustrum van de Tippelzone moest hij van zijn vrouw, die al ingefluisterd was over de onderscheiding, een net pak aantrekken. Tot zijn verbijstering werd hij daar naar voren gehaald waar ik hem met het grootste plezier de decoratie van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau opspelde. mr. A. Wolfsen | |

