Onherstelbaar leed, peilloos verdriet. Dat heeft het ongeluk aan de Keulsekade veroorzaakt. Zo maar ineens twee van je kinderen verliezen, dat is bijna oninvoelbaar erg. Ik zag de afgelopen dagen ook de ontreddering (en soms tranen) bij de mensen van Sara Lee, die nabij de ongeluksplaats werken. En bij de mensen die de auto achterna waren gesprongen, zoals een bewoner van het nabije woonwagenkamp. Bij de mensen van de politie, de brandweer. Het samen dragen van pijn helpt, maar in dit geval is het leed wel onvoorstelbaar groot.
Tegen deze achtergrond de gemeenteraad voorzitten bij de begrotingsbehandeling, was een licht vervreemdende ervaring. Dat is gewoonlijk een hoogtepunt, waarbij je de plannen voor het komende jaar presenteert. Dat gevoel van hoogtepunt had ik nu niet. Door dit ongeluk, maar ook doordat je je zo ondubbelzinnig realiseert dat we ook hier in Utrecht te maken hebben met een crisis, een echte crisis. Dat er door die crisis simpelweg te weinig geld is, waardoor we keuzes moeten maken - soms zeer pijnlijke keuzes. Bijvoorbeeld om op zich waardevolle zaken niet meer te doen, of in mindere mate. Het Buitencentrum in Oldebroek kwam al in het nieuws. Maar ook leerlingenvervoer, de bibliotheek. Afzien van bepaalde, noodzakelijke investeringen in de stad. En nog strenger de toegang bewaken van voorzieningen - in naam van degenen die echt steun nodig hebben. Dat aantal mensen zal de komende tijd toenemen, alleen al doordat banen schaarser zullen worden.
Het is een paradox waarvan je wakker kunt liggen: armoedebeleid wordt noodzakelijker, terwijl we er minder geld voor hebben. Toch stropen we als gemeentebestuur de mouwen op om ook nu groen, open en sociaal te blijven. Juist nu. Bijvoorbeeld door de - onvermijdelijke - pijn zo draaglijk mogelijk te houden en zo eerlijk mogelijk te verdelen. Ook nu de tijden minder goed zijn, blijft hier in Utrecht iedereen er bij horen en blijven we uitgaan van onze eigen kracht.
mr. A. Wolfsen
7.11.2011
