Omgevingsvisie Beleid gevaarlijke stoffen, externe veiligheid

Wat wil de gemeente en waarom?

Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen kunnen bijvoorbeeld worden vervoerd over de weg, het water, het spoor of door buisleidingen. Ook gaat het over de plaats waren gevaarlijke stoffen worden bewaard en hoe er mee gewerkt wordt bij bedrijven. Lpg (gas) voor auto’s is een voorbeeld van een gevaarlijke stof. Een ander voorbeeld van een gevaarlijke stof is het koelmiddel ammoniak.

Het rijk heeft normen vastgesteld om de veiligheid te garanderen, met ruimte voor gemeenten om van de norm voor het risico voor groepen af te wijken en van de norm voor het plaatsgebonden risico, als het om 'beperkt kwetsbare objecten' gaat. De gemeente Utrecht neemt de rijksnormen als uitgangspunt en stelt geen strengere eisen. De ruimte wil de gemeente gebruiken om belangrijke nieuwe ontwikkelingen toe te kunnen staan. Nieuwe lpg-tankstations zijn in beginsel niet wenselijk, omdat die een grote risicocirkel hebben en daarmee andere ontwikkelingen in de weg kunnen zitten. Utrecht houdt zich aan het landelijke lpg-convenant: ontwikkelingen die groepsrisico als gevolg van lpg verhogen staat de gemeente niet toe. In de Nota Externe veiligheid (pdf, 1,8 MB) wordt uitgebreid beschreven en toegelicht hoe de gemeente deze beleidsruimte invult.

Wat doet de gemeente?

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, zorgt de gemeente ervoor dat het belang van de externe veiligheid goed in beeld is. Zo’n ontwikkeling kan het bouwen van woningen of bedrijven zijn, maar ook het uitbreiden van een bedrijf. De gemeente kan ervoor zorgen dat het bestemmingsplan regelt dat er tussen een gevaarlijk object en bijvoorbeeld scholen of woningen voldoende afstand is. Of de gemeente verleent alleen een omgevingsvergunning als die afstand gegarandeerd is.

Aan welke regels toetst de gemeente?

Bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning toetst de gemeente op de volgende punten.

  • Wat is het effect op het plaatsgebonden risico?
  • Als de norm voor 'beperkt kwetsbare objecten' wordt overschreden, zijn er dan zwaarwegende redenen om toch aan deze ontwikkeling mee te werken?
  • Wat is het effect op het groepsrisico?
  • Is een groter groepsrisico in dit specifieke geval aanvaardbaar?

Of iets 'zwaarwegend' of 'aanvaardbaar' is hangt af van de specifieke omstandigheden, zoals het aantal personen dat een risico loopt, de aard van het risico en de afstand tussen de bron en de plaats waar men risico loopt.

Wetgeving

Voor bedrijven (inrichtingen) zijn vooral het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen (BEVI) en het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO-1999) van belang.

Meer informatie

In de Nota Externe veiligheid (pdf, 1,8 MB) wordt het beleid uitgebreid toegelicht. Het college heeft de nota vastgesteld.

Op de risicokaart staat waar alle transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en waar bedrijven met zulke stoffen zitten.

Meer informatie staat op de pagina Gevaarlijke stoffen.

De rijksoverheid geeft informatie op de website van InfoMil.

Relatie met ander beleid

Het Externe Veiligheidsbeleid heeft een relatie met deze andere beleidsthema’s:

Hulp en contact Gevaarlijke stoffen

Telefoon

14 030

E-mail

milieu@utrecht.nl

Bezoekadres

Stadsplateau 1, Utrecht