Toespraak burgemeester Sharon Dijksma
TivoliVredenburg, 2 juni 2026
Lieve Utrechters,
Van harte gefeliciteerd.
Met elkaar. Met onze stad. Met 904 jaar Utrecht.
904 jaar is natuurlijk geen kroonjaar. Er komt geen jubileumboek van drie kilo en Kensington staat vanavond, voor zover ik weet, ook niet op de Domtoren.
Maar…eerlijk is eerlijk: als je als stad 904 wordt, mag je jezelf best even feliciteren. Zeker als je er nog zo goed uitziet.
Al meer dan negen eeuwen ziet Utrecht mensen komen en gaan, kinderen opgroeien en straten veranderen. We vieren hier samen het leven, maar we delen ook het verdriet. En telkens opnieuw ziet deze stad hoe Utrechters elkaar weer overeind helpen.
Dat is misschien wel de mooiste reden om vandaag samen te komen.
We vieren vandaag niet alleen hoe oud Utrecht is, maar vooral wie wij samen willen zijn. En dan kom ik al snel uit bij een woord dat bij Utrecht hoort: barmhartigheid.
We kennen allemaal het verhaal van Sint Maarten, onze beschermheilige, die zijn mantel doormidden sneed en de helft gaf aan een man die kou leed.
Maar vandaag wil ik even stilstaan bij die mantel zelf.
Want die mantel was er al. Iemand had de stof geweven, gesneden en met aandacht gemaakt. Er was al zorg in gelegd, voordat Sint Maarten hem deelde. Misschien is dat wel een mooie gedachte voor onze stad.
Barmhartigheid is niet alleen de vlag die boven Utrecht wappert.
Barmhartigheid is ook de mantel die Utrechters voor elkaar maken. Met aandacht. Met tijd. Met liefde. Zodat er iets te delen valt, juist op het moment dat iemand het nodig heeft.
Het afgelopen half jaar hebben we opnieuw gezien hoe hard die mantel soms nodig is.
In januari werd Utrecht opgeschrikt door de explosie in de Visscherssteeg. Meerdere panden raakten zwaar beschadigd en bewoners waren van het ene op het andere moment hun thuis kwijt.
Enorm ingrijpend, maar ik vond het geweldig om te zien hoe veel mensen direct in actie kwamen. Vrijwilligers zochten naar vermiste katten, buren vroegen wat zij konden doen en vrienden begonnen een crowdfunding voor Merijn en Jannina, die alles kwijt waren.
Lieve mensen, dát is Utrecht: dat mensen beginnen met zoeken, bellen, geven en regelen, zodat niemand alleen door de brokstukken hoeft te lopen.
Ik denk dan ook aan het Smaragdplein. Een gewone plek in de stad, waar een man in een rolstoel midden op de dag in brand werd gestoken. Gruwelijk voor het slachtoffer, maar ook voor de mensen die het zagen gebeuren. En toch handelden Utrechters meteen: zij renden naar hem toe, trokken hem uit zijn brandende rolstoel, koelden hem en belden 112. Sommigen met gevaar voor zichzelf.
Later mocht ik zeven van hen ontvangen op het stadhuis. Om dankjewel te zeggen. Maar vooral om naar hun verhalen te luisteren.
Zij zagen een mens in nood en gingen. Dat is barmhartigheid met brandplekken op je handen. De mantel van Utrecht in de praktijk.
En dan Overvecht.
Bij station Overvecht mocht ik onlangs een kunstwerk onthullen voor Marleen, die vorig jaar zomaar werd neergestoken en dankzij ingrijpen van omstanders overleefde. Het kunstwerk herinnert aan het geweld, maar vooral ook aan de helpende handen. Op een van de beelden staat haar lijfspreuk: “Morgen lach je weer.” Een prachtige én moeilijke zin, die zegt: er komt weer licht, ook op een plek waar het donker werd.
Als ik kijk naar de Visscherssteeg, het Smaragdplein en Overvecht, dan gaat het om drie heel verschillende verhalen.
Met drie keer de vraag: wat gebeurt er met onze stad?
Maar ook drie keer hetzelfde antwoord: mensen die helpen, troosten en opstaan.
En ik zeg u eerlijk: dat antwoord hebben we nodig.
Want we leven in een tijd waarin de harde stemmen vaak de meeste ruimte krijgen.
Waarin boosheid sneller reist dan barmhartigheid.
Waarin mensen die voor een ander gaan staan, zelf doelwit worden.
Waarin intimidatie soms precies dat probeert te doen: je het zwijgen opleggen.
Ik heb dat zelf ook gevoeld. Toen ik mij uitsprak voor de burgemeester van Loosdrecht, kreeg ik een golf van woede over mij heen. Dan begrijp ik best dat mensen denken: laat maar, ik zeg maar even niets.
Maar juist nu hebben we iets anders nodig.
Als de harde stemmen luider worden, moeten de zachte krachten sterker klinken. En laat ik daar meteen bij zeggen: zacht betekent niet zwak. Barmhartigheid vraagt ruggengraat.
Het vraagt moed om naar voren te stappen als anderen terugdeinzen. Om te helpen als iemand in nood is. En om op het Domplein te gaan staan en te zeggen: mensen op de vlucht zijn hier welkom.
Twee weken geleden stonden daar duizenden mensen. Vreedzaam, maar duidelijk. Met een positieve boodschap. Tegen geweld. Tegen haat. En voor menselijkheid.
We wonen in een van de rijkste landen ter wereld. We hebben ongelooflijk veel om dankbaar voor te zijn. En toch lijkt het soms alsof we de hele dag boos op elkaar zijn. Steeds vaker richt die boosheid zich op mensen die zijn gevlucht. Mensen die al zoveel hebben verloren.
Juist daarom moeten we andere verhalen blijven vertellen.
Zoals het verhaal van Nanne Batelaan uit Utrecht, een groothandelsdirecteur die de 19-jarige Ali uit Afghanistan helpt. Ali verloor zijn ouders en vluchtte naar Europa. Nu eet hij regelmatig bij Nanne en zijn gezin. Ze helpen hem met school, werk en solliciteren. Voor Ali maakt dat een enorm verschil.
Dat is Utrecht. Een stad die bereid is te delen. Een stad die niet wacht tot de wereld vriendelijker wordt, maar zelf begint.
En dan wil ik vandaag nog één groep noemen die onze barmhartigheid hard nodig heeft: onze kinderen en jongeren.
In Utrecht groeit 8 procent van de kinderen op in armoede. Dat zijn twee of drie kinderen in een schoolklas. Nog altijd maakt de wijk waar je wieg staat veel uit voor de kansen die je krijgt. Dat vind ik niet te verkroppen.
We zijn vandaag jarig, maar een verjaardag wordt pas echt Utrechts als iedereen mee kan doen. Dus steun een initiatief dat kinderen helpt meedoen: via de Armoedecoalitie, in uw buurt, of bijvoorbeeld via Stichting Hapkracht, dat kinderen in kwetsbare thuissituaties helpt met gezonde maaltijden en praktische steun.
Lieve Utrechters,
Straks geef ik het woord aan spoken word-artiest Tom Strik, die op zijn eigen manier onze stad vangt in taal. Maar eerst kom ik nog één keer terug bij waar het vandaag om draait.
904 jaar stad. Vandaag vieren we dat Utrecht leeft en dat onze stad telkens weer Utrechters voortbrengt die naar voren stappen als een ander hulp nodig heeft.
Utrecht maakt barmhartige mensen. En barmhartige mensen maken Utrecht.
Sint Maarten had een mantel.
Utrecht ís een mantel, geweven door duizenden handen.
Laten we die mantel blijven maken en delen.
En laten we, omdat het toch een verjaardag is, straks ook vooral doen wat Utrechters goed kunnen: elkaar opzoeken, een glas heffen, een beetje mopperen over de stad, en daarna weer zeggen dat we nergens liever wonen.
Van harte gefeliciteerd, Utrecht.
Dank u wel.