Burgemeester Sharon Dijksma Uitreiking koninklijke onderscheiding aan mevrouw Tsering Jampa

Toespraak burgemeester Sharon Dijksma

Keizersgracht Amsterdam, Rode Hoed, 29 oktober 2021

Beste mensen,

Wat goed om terug te zijn in Amsterdam. Als burgemeester nog wel... Geen zorgen, Femke Halsema is nog steeds uw burgemeester. Sterker nog; ze wéét dat ik hier vandaag ben. En ik ben hier op een speciale missie, omdat vandaag een bijzondere vrouw uit Utrecht in Amsterdam afscheid neemt.

En die bijzondere vrouw bent u, mevrouw Tsering Jampa.

Dat we uitgerekend in de Rode Hoed staan, heeft iets symbolisch. Want misschien weet u dat dit vroeger een schuilkerk was, een plek waar mensen samenkwamen die in het openbaar hun geloof niet mochten belijden. Dat deden ze hier, stiekem, achter dichte deuren. En hierin schuilt ook de tragiek, want ik zie een parallel met een goede zaak waar u al jaren op een vreedzame manier voor strijdt: Tibet. Want in Tibet mag je ook niet in het openbaar je geloof belijden, niet jouw taal spreken en niet de Tibetaanse cultuur koesteren. Dat kan alleen achter gesloten deuren en zelfs dán moet je voorzichtig zijn.

Mevrouw Jampa, u was nog maar 5 jaar oud toen u en uw familie uit Tibet moesten vluchten, omdat het daar niet meer veilig was. Via Nepal en India kwam u in 1984 naar Nederland, om – hier in Amsterdam – mensen de Tibetaanse taal te leren.

Maar…u wilde méér dan alleen lesgeven. U zet zich al jaren in voor een onafhankelijk en democratisch Tibet. U vraagt aandacht voor de mensenrechten. Als oprichter en voorzitter van de Tibet Support Groep te Amsterdam en als directeur van het Europese kantoor van de International Campaign for Tibet bracht u het maatschappelijk en politiek debat over Tibet op gang. Dat deed u door actief journalisten te benaderen en Tibetaanse functionarissen te introduceren bij Tweede Kamerleden. Daarnaast organiseerde u publieksvriendelijke acties en begeleidde u de indrukwekkende bezoeken van His Holiness de Dalai Lama aan Nederland. Als boegbeeld van ICT zorgde u ervoor dat de Tibetaanse zaak in Europa op de agenda kwam en ook op de agenda blééf.

U groeide uit tot dé stem van het Tibetaanse volk. En beslist geen roepende in de woestijn, want u heeft heel veel medestanders en medestrijders. En tegelijkertijd kan strijden voor de goede zaak heel complex zijn.
Voor mensenrechten moeten we overal en altijd blijven knokken, maar vaak spelen ook andere belangen. In Nederland vinden we de economische en diplomatieke relaties met China ook belangrijk. U weet en stelt zich in dat woelige krachtenveld altijd beheerst en diplomatiek op. Het lukte om politici van verschillende stromingen samen te laten werken om de mensenrechtensituatie in Tibet te verbeteren. U bent van het verbinden en niet van het polariseren – vooral nu is dat van grote waarde!

Als oprichter, vicevoorzitter en preses van de Unrepresented Nations and Peoples Organization maakte u zich sterk voor volkeren die de internationale arena geen stem hebben, zoals de Oeigoeren, Mongolen en minderheden in Myanmar. Altijd zocht u altijd oplossingen om via de vreedzame weg hun positie te verbeteren.

In uw werk volgde u altijd de idealen van uw grote inspiratiebron, His Holiness de Dalai Lama. In alles wat hij doet, staan liefde, mededogen en verdraagzaamheid centraal. Dat zijn volgens hem – ik citeer – geen luxegoederen, maar eerste levensbehoeften. Belangrijke waarden die u met hem deelt en die u al decennialang uitdraagt. Helaas stopt u vandaag als directeur, maar het goede nieuws is dat zich blijft inzetten voor de Tibetanen en iedereen die geen stem heeft – maar er wel één verdient. Ik heb grote bewondering voor uw moed, geduld en vredelievendheid. Zo kan strijden dus ook! Daarmee bent voor iedereen een voorbeeld.

Mevrouw Jampa, het is het welzijn van uw volk en van al die andere kleinere volkeren die geen stem hadden, waarvoor u zich een heel leven heeft ingezet. Altijd in alle bescheidenheid cijferde u zichzelf weg en ging het louter om hen! U gaf Tibet een stem! Dankzij u, samen met uw kleine, voortreffelijke staf en de vele vrijwilligers!

Ik wil afsluiten met een mooie uitspraak van uw grote voorbeeld: “Er zijn maar twee dagen in het jaar waarop men helemaal niets kan doen. De ene is gisteren, en de andere is morgen. Dit betekent dat vandaag de juiste dag is om lief te hebben, te geloven en in de eerste plaats te leven.” Ik zou daaraan willen toevoegen: “…en te géven”. En met die missie ben ik op de juiste dag – dus vandáág – naar Amsterdam gekomen, namelijk om ú iets moois te overhandigen. U moet weten dat, naast iedereen in deze zaal, in Nederland, Europa en verder weg – óók in Tibet – ook Zijne Majesteit de Koning grote waardering heeft voor uw werk.

Ik vind het een grote eer u te mogen vertellen dat hij heeft besloten u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Van harte gefeliciteerd!