Burgemeester 10e Utrechtse Troostdag

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, begraafplaats Tolsteeg, 26 mei  2019

Geachte aanwezigen, 
 
Utrecht ontwikkelt zich snel. Elk jaar komen er vele nieuwe Utrechters bij. Een mooi en hoopgevend perspectief voor onze stad. Maar ieder jaar verlaten ook veel Utrechters ons. Tussen 1 mei 2018 en 30 april 2019 zijn er 1.804 Utrechters overleden. Een grote en diverse groep mensen. Vrouw, man, ziek en gezond, aan het einde van hun leven of nog met een heel leven voor zich. Allemaal mensen met een eigen verhaal en een eigen levensgeschiedenis. En ieder van hen met eigen naasten die achterblijven.     
 
1.804 Utrechters die er niet meer zijn. Dat wil zeggen: ze zijn niet meer bij ons. Maar in onze gedachten en herinneringen zijn ze er nog wel degelijk. Ze leven voort in de mensen die hen hebben gekend. Ze leven voort in hun naasten.
 
U bent hier vanmiddag, omdat u iemand heeft verloren. Misschien uw vader of moeder, uw kind, uw oom, uw nicht, zus of broer of een goede vriendin. Iemand die een rol in uw leven heeft gespeeld, waarschijnlijk dichtbij u stond en uw leven kleur en betekenis heeft gegeven. En nu moet u zonder haar of hem verder.
 
En dat valt niet mee. Ieder mens is bijzonder en ieder verlies verschilt. En ieder mens gaat anders om met de leegte en het verdriet wanneer iemand is overleden.
Daar zijn geen vaste afspraken of regels voor. Wat u vandaag, op de tiende
Utrechtse Troostdag, samenbrengt en bindt, is uw behoefte om te herdenken. Zo kunt u weer even heel dichtbij uw dierbare zijn.
 
Misschien wordt haar of zijn naam straks uitgesproken of heeft u een foto meegebracht. U bent vandaag samen met anderen die allemaal een dierbare hebben verloren. Maar waarschijnlijk kent u degene die naast u zit niet en weet u niets van wat zij hebben meegemaakt.
 
En misschien vindt u het ook spannend, of zelfs ongepast, om daar naar te vragen. Omdat het zo persoonlijk is. Of u dit wel of niet gaat doen, is uiteraard helemaal aan u. Ik wil u hier echter wel graag toe uitnodigen. Want wat u hier ook met elkaar deelt, is uw behoefte aan troost. 
 
Die behoefte stopt niet automatisch na een paar weken, maanden of jaren. Die behoefte kan blijvend zijn. Misschien heel lang sluimerend op de achtergrond, en af en toe heftig op de voorgrond. Vlak na het overlijden van een dierbare is de troost voor de achterblijvers het grootst. We besteden dan veel aandacht aan elkaar.
Het is belangrijk om die aandacht voor elkaar ook te blijven geven. Door af en toe bij elkaar te komen en om elkaar heen te gaan staan. Letterlijk of figuurlijk. Door jezelf en de ander de ruimte te gunnen en te geven om te mogen rouwen. Om steun te geven en te krijgen door de vaak herkenbare verhalen en ervaringen met elkaar te delen.  
Ik wens u voor vandaag en voor de toekomst veel troostrijke momenten en ontmoetingen toe. Dank u wel.

Uw mening