Burgemeester 21e editie Herdenking bij het Indië-monument

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

RK begraafplaats St. Barbara, zaterdag 21 december 2019

Mevrouw de Minister, beste Ank, Mevrouw de loco-Commissaris van de Koning, beste Hanke, Geachte veteranen en nabestaanden, Bestuursleden van de Stichting herdenking Indië-monument Utrecht,

Lieve Rita,

Allereerst gaan ook mijn gedachten uit naar jou en jouw familie. Vanaf deze plaats wil ik opnieuw mijn medeleven betuigen. Het afgelopen half jaar mocht ik jouw vader nog 2 keer ontmoeten. In mijn toespraak voor de Utrechtse Veteranendag  - afgelopen juni - memoreerde ik zijn verhaal als Indië-veteraan en afgelopen oktober had ik de eer om Ad en Annie samen met heel veel anderen mee in het zonnetje te mogen zetten bij de viering van hun 65-jarige huwelijk.

Zijn inzet voor de samenleving was van grote waarde, in het bijzonder als bestuurslid van de Vereniging Oud Militairen Indië- en Nieuw Guineagangers (VOMI) en als medeoprichter van het Indië-monument hier in Utrecht. Sinds de allereerste herdenking in 1999 was hij betrokken. Zeer terecht werd Ad in 2007 daarom Koninklijk onderscheiden.

Vandaag kijken we in dankbaarheid terug op wat hij heeft betekend voor Utrecht, maar het gemis laat zich op dit moment sterk voelen. Zonder de aanwezigheid van Ad lijkt deze herdenking toch niet helemaal compleet.

Beste mensen,

Bij de Utrechtse Veteranendag mocht ik ook meneer (Rudolph) Feldman de hand schudden. Hij is 94 jaar oud. Geboren in 1925. Sinds de jaren '50 woont hij in Utrecht. Op dit moment in verzorgingshuis Rosendael aan de Indusdreef in Overvecht.

Meneer Feldman, heel fijn dat het u gelukt is om te komen. En ik vind het een eer nu uw verhaal te mogen vertellen. Want het zijn dit soort verhalen die het besef levend houden dat oorlog een ernstige zaak is, waarover we nooit licht mogen oordelen.

In 1946 zat u bij de allereerste groep dienstplichtigen die met de 7 December Divisie  naar voormalig Nederlands-Indië werd uitgezonden.

Om precies te zijn was u ingedeeld bij de 3e sectie van de 5e compagnie van het 8ste Regiment Infanterie. Door de oorlog had u eigenlijk geen jeugd gehad. Om aan de arbeitseinsatz te ontkomen zat u jarenlang ondergedoken en niet lang na de oorlog  werd u opgeroepen om uw dienstplicht te vervullen.

Tijdens de opleiding kreeg u de mitrailleur in handen gedrukt. U was namelijk een stevige en sterke kerel en bleek bovendien heel vaardig als 'brenschutter'.

In juli 1946 vertrok u met het schip 'De Sloterdijk' richting Nederlands-Indië. Die overtocht was goed te doen. Als bakkersknecht mocht u meehelpen in de kombuis. Het voordeel was dat u daardoor met zoet water mocht douchen in plaats van met zout water.

In november 1946 kwam u aan in Batavia. Na nog een korte opleiding van militairen van het Koninklijke Nederlands-Indisch Leger (KNIL) moest uw bataljon de oorlogsvrijwilligers aflossen. Uw werk bestond voornamelijk uit het lopen van patrouilles. Soms wel 40 kilometer lang. Met het loodzware machinegeweer op uw schouders. Door de uitputtende hitte. Maar u was fit en sterk. Sportief was u nooit geweest, maar dit deed u toch maar.

Soms gingen deze patrouilles door de sawahs, soms door het bos. U was altijd op uw hoede. Bang voor een aanval die van elke kant kon komen, zelfs vanuit de toppen van de bomen. Uw vinger hield u continue aan de trekker. Bovendien liep u als 'brenschutter' altijd voorop. "Wat er voor mijn 'bren' kwam, ging er ook aan", zo omschrijft u het.

Veel moeite met het neerschieten van de vijand had u in eerste instantie niet. De tegenstander schoot immers net zo gemakkelijk Nederlandse militairen neer en beging soms onbeschrijfelijke wreedheden. Leden van de TNI. Maar ook rampokkers, ploppers of extremisten. Het was een onoverzichtelijke en vuile strijd.

Behalve de kameraadschap, heeft u maar weinig goede herinneringen aan die tijd. U - en uw kameraden - hebben aan den lijve ervaren dat er aan het voeren van oorlog maar weinig goeds zit. U was continue bezig met de vraag hoe u weer heelhuids thuis kon komen.

Vanwege uw dappere optreden was u op een gegeven moment gekozen voor een zogenaamd 'combat-team'. Dit team werd overal ingezet waar het moeilijk was. Zij stonden altijd vooraan. Meneer Feldman, u stond overal vooraan, met gevaar voor eigen leven.

Op paasmorgen 1948 beleefde u een bijzonder moment. Volgens u een ommekeer in uw leven - en ik citeer: "Ik stond op wacht toen opeens de gedachte binnenkwam dat ik die mensen net zo makkelijk neerschoot als beesten. Ik nam mij toen voor om - eenmaal thuis - mij te gaan inzetten voor de samenleving, voor de kerk."

Die belofte heeft u waargemaakt, want u heeft zich meer dan 50 jaar ingezet voor de medemens hier in Utrecht. Uit handen van één van mijn voorgangers, burgemeester Annie Brouwer-Korf, heeft u hiervoor zeer terecht een Koninklijke Onderscheiding ontvangen. En u heeft een prachtige loopbaan gehad bij het bedrijf Detailhandel & Ambachten (DETAM) aan Nijenoord.

Ik denk dat dit typerend is voor veel veteranen van de strijd in voormalig Nederlands-Indië. Eenmaal thuis was er niet veel aandacht voor hun verhaal. Bovendien moesten zij met niets weer een bestaan opbouwen. Zij kwamen vaak terug zonder opleiding, zonder geld, zonder baan.

Desondanks hebben zij een waardevolle bijdrage geleverd aan de wederopbouw van ons land en ook bij de totstandkoming van een volwaardig veteranenbeleid hebben onze Indiëveteranen een belangrijke rol gespeeld.

Meneer Feldman, zelf kwam u in 1949 weer terug in Nederland met de elf kameraden van uw sectie die het gelukkig allemaal overleefd hadden. Maar uw bataljon had daarentegen vele gesneuvelden te betreuren, waaronder uw bataljonscommandant, Overste Schild. Zijn naam staat hier in Utrecht op het monument.

De impact hiervan laat zich anno 2019 nog altijd voelen. Minister Bijleveld omschreef dit zojuist heel treffend. Veel veteranen hebben nog altijd moeite met de herinneringen aan de strijd in voormalig Nederlands-Indië. En de pijn en het verdriet over het gemis van de gesneuvelden werkt soms nog tot in de derde of vierde generatie door.

Vandaag denken wij hier aan. Vandaag herdenken we de 52 Utrechters, die in de periode 1945-1962 in voormalig Nederlands-Indië of Nieuw-Guinea hun leven gaven voor ons Koninkrijk. Vandaag spreken wij onze waardering uit voor hun inzet. En betuigen wij heel veel respect. Opdat wij niet vergeten.

Dank u wel.

Uw mening