Burgemeester 450-jarig bestaan gasthuis Leeuwenbergh

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Leeuwenbergh, 7 oktober 2017

Dames en heren, dank voorzitter Hans Herremans voor uw vriendelijke woorden en professor Marietje de Winter ik verheug me op uw bijdrage straks.

Je zou het niet zeggen als je er langs loopt of als je het voorrecht hebt in het gebouw te zijn, bijvoorbeeld om een concert bij te wonen. Maar gasthuis Leeuwenbergh moet wel de kameleon zijn onder de Utrechtse monumenten. Het Utrechtse gebouw dat op de meeste en meest verschillende manieren is gebruikt.

Stichteres Agnes van Leeuwenborch bedoelde het als pesthuis aan de rand van de stad. En toen begon het al, want in de praktijk werd het een gasthuis. In minder christelijke tijden werd het daarna een opslagplaats voor brood en aardappelen en later een kazerne voor merendeels Duitse huurlingen. In de negentiende eeuw had dokter Gerardus Johannes Mulder er een goed uitgerust laboratorium voor zijn onderzoek op het grensvlak van chemie en medische wetenschap. Vervolgens diende Leeuwenbergh achtereenvolgens als gemeentelijke ruimte voor exposities, als werkruimte voor apothekers in opleiding en als kerkgebouw voor de Nederlandse Protestantenbond oftewel de Leeuwenberghgemeente (mijn grootmoeder Van Zanen zou trots zijn dat ik op deze locatie vanavond iets mag zeggen). En vanaf 2004 en de restauratie van 2007 begon het gebouw aan zijn volgende nieuwe leven, nu als concertzaal, om te beginnen een aantal jaren ter vervanging van de Kleine Zaal van Muziekcentrum Vredenburg.

Misschien was het jaar 2004 wel het meest cruciale jaar in de geschiedenis van dit unieke Utrechtse gebouw. Want de Stichting Vrienden van Leeuwenbergh die de leeggekomen kerk in dat jaar kocht, deed dat als eerste eigenaar niet voor praktische doeleinden, maar uit liefde voor het gebouw zelf. En om het, na restauratie, met respect voor de historie te beheren en te exploiteren. Om gasthuis Leeuwenbergh, kort samengevat, terug te geven aan de Utrechters zelf.

Dames en heren,

Dat Leeuwenbergh in de 450 jaar van zijn bestaan niet, zoals veel andere indrukwekkende gebouwen in de stad, in naam van de vooruitgang is afgebroken of onherstelbaar beschadigd, mag een klein wonder heten. Ondanks de aanpassingen die in de loop van de eeuwen zijn aangebracht voor al die verschillende vormen van gebruik, is het laat-middeleeuwse karakter grotendeels bewaard gebleven. En zo is er, 450 jaar na de bouw, voldoende reden om stil te blijven staan bij dit lustrum. En in één moeite door te gedenken hoe de Stichting Vrienden in 2007 het initiatief nam tot restauratie. Dit jaar is het dus tien jaar geleden dat gasthuis Leeuwenbergh weer ging fonkelen als één van de parels onder de Utrechtse monumenten.

Ik wens de Stichting Vrienden geluk met deze beide mijlpalen en spreek de wens uit dat dit fonkelen nog lang mag blijven aanhouden.