Burgemeester Afscheid burgemeester Ton Rombouts van 's-Hertogenbosch

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

's-Hertogenbosch, Bestuurscentrum, 27 september 2017

Geachte burgemeester, beste Ton, dames en heren,

Dank meneer Jan Tromp voor uw vriendelijke woorden. En wat een eer dat ik vanmiddag mag bijdragen aan dit symposium. Wij zijn bij elkaar om als collega’s, ambtgenoten, familie en vrienden afscheid te nemen van een burgemeester met een enorme staat van dienst. Een man die lijstjes aanvoert. Ooit de jongste burgemeester, nu de langst zittende burgemeester, de burgemeester met de meeste nevenfuncties en een burgemeester die meermaals onderwerp van discussie was. Laten we zeggen: hij is niet onopgemerkt gebleven.

Een jurist en bestuurskundige die fractiemedewerker werd van het CDA in de Tweede Kamer, die burgemeester in Wouw en Boxtel was, directeur van het IPO en sinds 1996 burgemeester van ’s-Hertogenbosch. Met daarnaast dus al die nevenfuncties (ik zou er bijna jaloers op worden): bestuurslid NOC*NSF, lid van de Raad van Commissarissen bij de Bank van Nederlandse Gemeenten en nog veel meer.

Ook de lijntjes met politiek Den Haag onderhoudt Ton goed. Zo is hij in 1998 voorzitter van de commissie die de kandidatenlijst van het CDA voor de Tweede Kamer samenstelt.
Ton Rombouts kondigde op 13 december 2016 aan dat hij per 1 oktober 2017 zijn ambt neerlegt om met (ja, echt waar) pensioen - te gaan. Het is hem niet aan te zien.

Beste Ton, dit is bedoeld als ‘spectaculaire’ opening, die ik onmiddellijk zal relativeren. Ik zal - ten behoeve van het symposium - jouw lange carrière plaatsen in het perspectief van de nog veel langere geschiedenis van het ambt van burgemeester. Een geschiedenis die volgens bestuurskundige Wim Derksen in ons land meer dan zevenhonderd jaar geleden begon. Een ambt dat vele gedaanten heeft gekend. In een ver verleden had een van onze steden zelfs vier (je zal vier Tonnen Rombouts hebben …) burgemeesters tegelijk.

Ik put nog wat meer uit het werk van Derksen, maar om het overzichtelijk te houden, zal ik me beperken tot de geschiedenis sinds de grondwet van 1848 en de vier perioden die de auteur daarin onderscheidt: de vooroorlogse periode met de burgemeester als MAGISTRAAT, zeg maar de burgemeester zoals we die kennen van Rien van Nunen en Dick Swidde. Een notabele ver boven de partijen en het volk. Een gezagshandhaver en een burgervader.

De burgemeester in oorlogstijd is een geval apart. Derksen gaat er uitgebreid op in, maar is vanmiddag hier minder relevant.

De tweede periode is die van de wederopbouwburgemeester. Derksen noemt dit het tijdperk van ‘DE MANAGER’. De burgemeester is niet langer louter ‘een heer van stand’ of erfelijk bestuurder, hij heeft ook gestudeerd: bestuurskunde, doorgaans. Net als jij Ton en je deed er ook nog rechten bij.

Deze managers komen in twee smaken. De ambtelijke manager - eigenlijk een veredelde gemeentesecretaris - en de bouwmanager, een burgemeester die op pad gaat voor nieuwe wijken, schouwburgen en bedrijven. Beiden hadden nadrukkelijk de leiding, maar waren minder zichtbaar voor de burger dan de vooroorlogse burgemeester.
De derde periode breekt aan met de democratiseringsgolf van de late jaren zestig en zeventig. De burgemeester wordt een TEAMLEIDER. De omslag komt met de gemeenteraadsverkiezingen van 1970. Nieuwe politieke elites nemen de macht over in de gemeenten en de afspiegelingscolleges worden vervangen door programcolleges. Teamleider klinkt invloedrijk, maar feitelijk werd de burgemeester meer een coördinator, een oliemannetje (niet zo’n gekke typering eigenlijk).

Onder druk van de discussie over de gekozen burgemeester, wordt de niet-gekozen functionaris zijn portefeuilles ontnomen. Behalve die van openbare orde en veiligheid, want die zijn vastgelegd in de wet. Bram Peper kon zich in die nieuwe rol voor de burgemeester maar matig vinden en heeft er regelmatig lak aan. Hij spreekt spottend over de burgemeester als ‘bestuurlijke randgroepjongere’.

Die (rechtstreeks door de bevolking) gekozen burgemeester is er tot op de dag van vandaag niet. Als het aan Derksen - en wellicht een aantal in ons midden - ligt gaat dat alsnog veranderen. Derksen stelde onlangs in een ingezonden artikel in de Volkskrant de ongerijmdheden van de huidige praktijk aan de kaak. Aanleiding was het lekken uit de vertrouwenscommissies in Den Haag en Ton, jouw eigen Den Bosch.

Dat de burgemeestersbenoeming van het Rijk de facto naar de gemeenteraad ging noemt Derksen winst, maar hij hekelt de beslotenheid rond de benoemingen. Waarom mogen we eigenlijk niet weten wie de kandidaten zijn en waarom de keuze juist op die ene kandidaat valt? Moet de procedure voor een publieke functie niet openbaar zijn? En dan de laatste stap – die niet noodzakelijkerwijze uit de voorgaande komt – moeten we de burgemeester niet als burgers kiezen?

De discussie is dus terug (als die al weg was). Een gekozen burgemeester kan mogelijk weer tot een bredere portefeuille voor de ambtsdrager leiden, maar tegelijkertijd zijn er de problemen rond de dualiteit in het stelsel en het afbreukrisico voor kandidaten. De VNG vindt dat - of je nou voor of tegen een variant van een gekozen burgemeester bent - je het geheel van het lokale stelsel (wethouders, gemeenteraad) moet bezien en niet een los onderdeel. In ieder geval is het belangrijk om ons opnieuw open te stellen voor de argumenten, zowel pro als contra, zonder terug te vallen in eenmaal ingenomen standpunten.

Even weer terug: ik was bezig met een (kort) historisch overzicht. De vierde periode in het burgemeesterschap sinds Thorbecke, duurt voort tot op de dag van vandaag en begon ongeveer bij het jaar tweeduizend. Derksen spreekt voor dit tijdperk van ‘de voorwaardelijke burgemeester’.

De rol van de burgemeester mag aanzienlijk veranderd zijn, voor de bevolking is hij of zij nog steeds het hoofd van de gemeente. De burgemeester die het voor zijn positie moet hebben van gezag en niet van macht, laat dat veelal zo. Sterker nog: de burgemeesters krijgen, onder meer bij monde van bestuurskundige Paul ’t Hart, het advies om ‘vooral te doen alsof je erover gaat’. Ik heb daar zelf al eens aan toegevoegd: ‘want dan ga je er ook over’.

In een tijdperk van mondige burgers, van traditionele en nieuwe media met een voorliefde voor ‘faalverhalen’, maakt dat bestuurders en juist ook burgemeesters kwetsbaar. Er moeten koppen rollen, want anders houdt ‘de elite’ elkaar weer de hand boven het hoofd.

Daarmee wil ik niet zeggen dat de burgemeester nooit blaam treft. Het ambt ligt onder een vergrootglas, en soms worden daar ook daadwerkelijk miskleunen en integriteitskwesties zichtbaar die terecht zijn aangepakt. Burgemeesters zijn nog net geen voetbaltrainers, maar ook niet meer de onaantastbare magistraten van weleer. Prima, zolang het debat open en fair wordt gevoerd. Dat is overigens niet altijd het geval.

De burgemeester is teruggedrongen tot zijn wettelijke kerntaken op het gebied van openbare orde en veiligheid. (En) juist daar spelen thema’s die de gemoederen verhitten. Van de burgemeester wordt verlangd dat hij zich als ‘crimefighter’ manifesteert. “Aan de ambtsketen hangt tegenwoordig een sheriffster”, noemt hoogleraar sanctierecht Henny Sakkers dat. Toch kan de burgemeester niet alles - zeker niet sinds er een nationale politie is - en als hij preventief een demonstratie verbiedt of terreurblokken plaats, ontstaat onmiddellijk discussie.

Hier in het Brabantse, maar zeker niet alleen daar, hebben burgemeesters te maken met intimidatie en criminele ondermijning. Het is prachtig dat locoburgemeester Bouke Arends van Emmen niet heeft willen zwichten voor bedreiging, maar dat een ambtsdrager als hij vervolgens moet onderduiken in het buitenland, is natuurlijk onverteerbaar.

En. Bij de grote asielinstroom van 2015 en 2016 komen bewoners in diverse gemeenten fel tegenover elkaar te staan. Vervolgens is er het vraagstuk van de huisvesting voor wie een verblijfstatus krijgt. En dat alles tegen een achtergrond van stagnerende integratie, radicalisering en terroristische aanslagen. Terreurdaden die ons land nog niet bereikten, maar die wel steeds dichterbij komen. De burgemeester is burgervader of -moeder van alle partijen en heeft (dus) te maken met alle belangen en emoties die daarbij spelen.

Het burgemeesterschap is een balanceeroefening geworden. Van hem of haar wordt gevraagd de leiding te nemen en zichtbaar te zijn in crisissituaties. Maar de burgemeester moet ook het college niet voor de voeten lopen. Het ambt moet daadkracht en gezag uitstralen, maar ook laagdrempelig en benaderbaar zijn. De kans om ergens onderweg van het slappe koord - als dat koord er al is - te vallen, is gegroeid.

De gemeenteraad kan een burgemeester niet naar huis sturen, maar het is goed gebruik geworden dat een burgemeester bij een aangenomen motie van wantrouwen opstapt. De onderzoeker Korsten schat dat in het eerste decennium van deze eeuw zo’n zestig burgemeesters vroegtijdig zijn vertrokken.

Beste Ton,

Jij hebt de periode van de burgemeester als teamleider en die van de voorwaardelijke burgemeester meegemaakt. Je begon in Wouw op het moment dat Nijmegen, Utrecht en Amsterdam voor grote krakersrellen en de kroning van Koningin Beatrix stonden. Laten we niet doen alsof burgemeesters het alleen de laatste jaren moeilijk hebben.

In 1996 begon je in Den Bosch om er eenentwintig jaar te blijven. Per 1 oktober zul je het ambt officieel neerleggen. Tot kort geleden heb je nog voluit gewerkt aan dossiers die je na aan het hart liggen. Op aandringen van de beroemde Bossche trompettist Erik Vloeimans heb je partijen bij elkaar gebracht voor muziekonderwijs voor alle kinderen. Je hebt samen met wethouder Logister gewerkt aan huisvesting voor internationale studenten. En tot slot heb je je sterk gemaakt om grote sportevenementen naar Den Bosch te krijgen. Zelf herinner ik mij onze succesvolle actie om met hulp van de toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm, middelen vrij te krijgen voor onze ‘kanjermonumenten’ in ‘s-Hertogenbosch en Utrecht. Onnavolgbaar die Ton… tot in verre buitenlanden.

Er is in je carrière ook regelmatig het nodige te doen geweest om ‘Ton Rombouts’ zelve. Je vele nevenfuncties heb je altijd verdedigd als een verrijking voor de stad en de inwoners. Dat het er veel waren is ‘niet onlogisch’ voor de langstzittende burgemeester, aldus hoogleraar innovatie en regionaal bestuur Marc Boogers.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken is bovendien positief over nevenfuncties voor burgemeesters: “In beginsel is het hebben van nevenfuncties uit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt positief te waarderen”, citeerde de Volkskrant een woordvoerder. De wet geeft overigens aan waar het omslagpunt ligt: “Het vindt zijn grens waar dit afbreuk zou kunnen doen aan het aanzien van het ambt en een optimaal functioneren van degene die het ambt vervult”.

Ton, je hebt ongekend lang en veel gedaan in tal van bestuurlijke hoedanigheden. In Den Bosch was dat bovendien goeddeels in het tijdperk van wat Derksen noemt ‘de voorwaardelijke burgemeester’. Wie dan na twintig jaar zijn vertrek aankondigt en een jaar daarna zijn afscheid viert, heeft niet gek gepresteerd.
 
Beste Ton,

Je hebt veel gedaan, zowel voor als achter de schermen. Ook bij de VNG. Je hebt je onder meer sterk gemaakt voor een vredesprijs voor gemeenten binnen onze wereldorganisatie UCLG. Eind vorig jaar kwam het groene licht. Wij willen dat initiatief verder met elkaar uitbouwen.

Tegelijkertijd hebben we gezien hoe ongenadig hard de orkaan Irma met name het Caraïbische Sint-Maarten en de omliggende eilanden heeft getroffen. De VNG heeft een traditie in hulp bij rampen elders in de wereld. Niet uitsluitend, maar in het bijzonder waar een band bestaat met Nederland en/of Nederlanders. Zeer onlangs heeft het VNG bestuur besloten de stichting ‘Fonds voor Noodhulp, Wederopbouw en Vredesbevordering’ op te richten. Een stichting met een erkende ‘goede doelen status’. Daarmee kunnen we snel hulp (laten) bieden en hebben we een ‘thuis’ voor de vredesprijs. Giften, legaten en donaties voor het werk van de stichting zullen via VNG International en het VNG-fonds worden ingezet.

Ton, het is mij een eer je bij jouw afscheid als burgemeester het voorzitterschap van dit VNG-fonds aan te mogen bieden. Als blijk van waardering voor jouw inzet voor de vredesprijs, maar natuurlijk ook als bekroning van een uniek burgemeesterschap.

Ik wens jou als collega en namens de hele VNG samen met jouw gezin nog heel veel gezonde jaren. We komen elkaar in je nieuwe rol wel weer tegen, maar vast ook elders. Want ik kan me niet voorstellen dat iemand als jij het voortaan bij deze ene bestuurlijke functie zal laten. Het ga je goed. En voor je nieuwe levensfase geldt de titel van dit symposium: omschakelen!