Burgemeester Afscheid wethouders Geldof en Jansen

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, stadhuis, 7 juni 2018

Leden van de raad, geacht college, familie, vrienden, bekenden,

Hartelijk welkom in het stadhuis, welkom in de raadszaal, waar vandaag één van de aardige rituelen van onze lokale democratie plaatsheeft. Het afscheid van het college van B en W dat, samen met de raad, onze stad de afgelopen 4 jaar heeft bestuurd.

4 jaar zijn er verstreken sinds het aantreden van dit college, dat ‘Utrecht zijn we samen’ koos als motto en titel van het collegeprogramma. Hoe lang 2014 gevoelsmatig al weer achter ons ligt, blijkt uit een kleine keuze uit het nieuws van toen.

2014 was het jaar van het neerschieten van de MH 17. Het jaar waarin oud-minister Els Borst op tragische wijze overleed. Het jaar van de Winterspelen in Sotsji en de Europese titels van Dafne Schippers op de 100 en 200 meter. Het jaar waarin in West-Afrika een ebola-epidemie uitbrak. ISIS een kalifaat stichtte. Waarin voor het eerst sinds lange tijd Koningsdag werd gevierd in plaats van Koninginnedag en niet op 30 april maar op 27 april. Waarin in het UMCU voor het eerst in de geschiedenis een patiënt een kunststof schedel kreeg geïmplanteerd, ontwikkeld met 3D-technologie.

In dat jaar was het dat D66, GroenLinks, de VVD en de SP een coalitieakkoord sloten en aan het werk gingen. Ze wilden het werk van hun voorgangers voortzetten, maar nieuwe ambities toevoegen op het gebied van economische ontwikkeling, onderwijs, duurzaamheid, zorg en werkgelegenheid.

Uitgangspunt daarbij was de kracht van onze stad. De kracht van Utrecht. Een kracht die de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. Meer dan ooit zijn we een creatieve en innovatieve stad, initiatiefrijk, gastvrij en tolerant. Vinden we dat iedereen in Utrecht moet kunnen meedoen en zich thuis moet kunnen voelen. Dat kunnen we op het conto schrijven van de inwoners en ondernemers zelf. Maar toch ook voor een deel aan het beleid waarmee dit breed samengestelde college die kracht heeft weten in te schakelen.

Waardoor de decentralisaties in de zorg konden worden doorgevoerd en de buurtteams inmiddels een onmisbare schakel zijn geworden. Waardoor de werkloosheid daalde van 7,5 % in 2014 tot rond de 5 % nu. Door middel van het Lokaal Economisch Fonds honderden banen, stage- en leerwerkplekken konden worden gecreëerd. Utrecht de eerste grote stad werd, zonder zwakke scholen in het basis- en voortgezet onderwijs. De Amsterdamsestraatweg er stukje bij beetje bovenop krabbelde. Overvecht moed kon putten uit een extra versnellingsimpuls. Er in Overvecht-Noord door samenwerking van velen een mooi, nieuw initiatief van start ging dat nu overal navolging vindt: Plan Einstein.

Een groot deel van de wal- en kluismuren langs de grachten werd hersteld, het Domplein en de Waterlinieweg een metamorfose ondergingen, begonnen werd met de restauratie van de Domtoren en zelfbeheer door inwoners vast onderdeel werd van de wijkgroenplannen. De Oosterspoorbaan werd herschapen in een park, delen van de binnenstad  werden heringericht en her en der in de stad hoofdfietsroutes verschenen. Het aantal laadpalen voor elektrische auto’s opliep tot meer dan 1100. TivoliVredenburg ondanks een paar aanloopproblemen uitgroeide tot de muzikale etalage van de stad (en van Nederland). Er weer water kwam in een stukje singel. Utrecht een nieuw stadskantoor kreeg, een nieuw Centraal Station, een fiets-voetbrug over de sporen en een geheel vernieuwd stuk Hoog-Catharijne. Waaraan nog de grootste fietsenstalling van de wereld en de Dafne Schippersbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal kunnen worden toegevoegd.

En laten we de verdubbeling, sinds 2014, van de Utrechtse woningproductie niet vergeten. De voorbereiding, in samenspraak met alle betrokken partners, op de ontwikkeling van de Merwedekanaalzone. En de bescherming van kamerbewoners tegen malafide huisjesmelkers. Leidsche Rijn, dat er een prachtig nieuw centrum bij kreeg, en de verbouwing van het oude Hoofdpostkantoor tot winkels en bibliotheek. De Grand Départ van de Tour de France, een klinkend sportief succes. En het fantastische feest dat Utrecht bouwde nadat het Nederlands vrouwenvoetbalelftal in 2017 de Europese titel had gewonnen. De ruimtelijke strategie ‘Gezond Stedelijk Leven’, ten slotte, die gaandeweg meer focus kreeg, waarbij meer en meer wordt samengewerkt tussen wetenschap, overheden en ondernemers in de stad op gebieden als gezondheid, de energietransitie en duurzame mobiliteit.

Bij al deze ontwikkelingen bleef Utrecht niet alleen hart van één van de meest competitieve regio’s van Europa. De stad werd ook City of Literature. En aan één ding veranderde dat allemaal niets: de gemeentelijke financiën bleven op orde.

Als er, geachte aanwezigen, uit dit absoluut onvolledige, maar panoramische overzicht van 4 jaar Utrecht, iets blijkt, dan is het wel de stormachtigheid waarmee de stad zich ontwikkelt. 330 duizend inwoners in 2014, 350 duizend nu.

Alle leden van dit college van B en W hebben de nodige resultaten geboekt. Maar vooral is het college er in geslaagd dat te doen als een team. Niet alleen bij voorspoed, ook bij tegenslag. Want ook die is er wel degelijk geweest. TivoliVredenburg in het begin, De Uithoflijn, het nieuwe Zandpad. En tegenspoed was ook het spijtige vertrek, in 2015, van wethouder Jongerius. Het college bleef een team. Partijpolitieke tegenstellingen speelden geen ontwrichtende rol. Wethouders van uiteenlopende partijen werkten goed en met plezier samen en de samenwerking met de raad was intensief. Wat was het geheim?

Zelf houd ik het er op (maar ik ben zeer benieuwd wat de nestor van de raad daar straks nog over heeft te zeggen) dat er in dit college sprake was van een goede balans tussen de persoonlijkheden van de wethouders. Die allemaal hun eigen idealen hadden en hun eigen stijl van optreden. Maar ook bij elkaar bleven informeren hoe het ging ('HtD'tjes' hoofd tussen de deuren). Elkaar hielpen met respect voor elkaars kennis, kunde en persoonlijkheid. En nooit vergaten dat ze het samen moesten doen. Want ook het besturen van een gemeente doe je samen. Samen met de stad. Samen met de medewerkers. Samen met de raad. Met elkaar.

Namens de gemeenteraad, de griffie en alle medewerkers van de gemeente Utrecht zeg ik de 2 vertrekkende wethouders vaarwel. Paulus Jansen en Kees Geldof, juist de 2 wethouders over wiens goede samenwerking in hun aan elkaar grenzende portefeuilles de meeste mensen zeer goed waren te spreken. Die samenwerking tussen hen beiden stond symbool voor de kracht van dit college. We zullen Paulus’ dadendrang en Kees’ kennis van zaken zeer missen. Jullie krijgen beiden, namens de raad, een herinnering aan deze 4 jaar. 4 jaar die Utrecht sterker hebben gemaakt, weerbaarder en beter toegerust op de toekomst.

Wethouder Jansen, Paulus, op 14 december 2006 nam de raad op deze plek afscheid van jou als raadslid en fractievoorzitter van de SP. Je werd toen lid van de Tweede Kamer. De manier waarop de toenmalige burgemeester bij je afscheid het raadslid Paulus Jansen karakteriseerde, is 12 jaar later nog bijna helemaal van toepassing op Paulus Jansen de wethouder.

Gaat er daarbij natuurlijk niet om dat je er toen in was geslaagd in de ogen van veel Utrechters DE oppositieleider te worden. Wat is gebleven: je scherpte in het debat, waarbij je nooit op de man speelt. Je optreden als een op de inhoud gerichte, keiharde werker, met net als toen al een voorliefde voor volkshuisvesting. Je brede dossierkennis en vasthoudendheid. Je gedrevenheid en betrokkenheid bij de stad.

En de afgelopen 4 jaar is daar iets bijgekomen, namelijk dat je 4 jaar lang een gewaardeerd teamspeler bent geweest in het college. En voor je medewerkers een fijne bestuurder om voor te werken. Dit alles, zoals ik daarnet heb omschreven, niet zonder resultaat. Reden om je van harte te danken, Paulus, voor je inzet voor de stad van de afgelopen 4 jaar.

Leden van de raad, geachte aanwezigen,

De tweede wethouder die ons gaat verlaten, is de heer Geldof. Ook als we het hebben over jouw vertrek, Kees, dan moeten we terug naar 2006. Dat was het jaar waarin je voor de VVD aantrad als raadslid. Een raadslid met een voorliefde voor financiën, werk en inkomen. Die op dit terrein scherp en principieel het woord voerde, met een soms onnavolgbare humor als toegevoegd wapen. Die er toen al om bekend stond dat hij alle stukken las (ook die van de vertrouwenscommissie ...).

Bij de VVD-fractie is het zogenaamde 'Keesiaans' nog steeds springlevend. Dat jouw uitgangspunt is dat je niet moet denken, maar moet weten dat iets zo is. Dit was ook de leidraad van je optreden tijdens de ruim 5 jaar van je fractievoorzitterschap. Niet alleen diende je bij elke begrotingsbehandeling een tegenbegroting in. Je liet je ook niet onbetuigd over uiteenlopende onderwerpen ... Natuurlijk moest je, na 8 jaar raadslidmaatschap, wennen aan je nieuwe bioritme als wethouder, Kees. Maar je vond je draai. En ook in het college bleef je er op wijzen dat het beter is om te weten dan om te denken dat iets zo is. Bleef je je met grote discipline voorbereiden.

En stopte je zelfs met roken. Was je voor je medewerkers, net als eerder voor de fractie, een geliefd en attent bestuurder.

Kees, namens de raad dank ik je voor je inzet als raadslid (ook al is die alweer wat langer geleden) en reik ik de Raadspenning aan je uit. Daarnaast dank ik je voor 4 jaar wethouderschap. 4 jaar waarin je net als Paulus de nodige resultaten hebt behaald.

Leden van de raad, geachte aanwezigen,

Ook de overige 3 aanwezige wethouders dank ik van harte voor hun harde werken, hun collegiaal optreden en hun samenwerking. Naar ik aanneem zie ik jullie, Lot, Victor en Kees, terug in een volgend college. Ten slotte vraag ik uw aandacht voor de nestor van de raad, de heer Van Corler.