Burgemeester Algemene Gelegenheid 2018

Toespraken burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Stadsschouwburg, 26 april 2018

De heer Max Antonioli

En, beste mensen, de naam zegt het al, met de heer Antonioli gaan we direct de stad weer uit, op weg naar Italië, de regio Abruzzo. Het stadje Penne. Daar werd u, bijna 78 jaar geleden, geboren, meneer Antonioli. En Penne is mooi, maar werk was er niet. Dus trok u de wijde wereld in.

Eerst bracht de zoektocht naar een baan u in de badplaats San Remo. 15 jaar was u. Het was de liefde voor een Utrechtse schone die u daarna naar Utrecht bracht. Zoals het liefde voor de worstelsport was, die u bracht bij de Utrechtse krachtsportvereniging De Halter.

En juist hier, op het Heycopplein, was het dat, 40 jaar geleden, het noodlot toesloeg. U kreeg een zwaar hartinfarct. Moest worden geopereerd. Moest stoppen met uw lievelingssport.

Maar u ging niet bij de pakken neerzitten. U ging zich inzetten voor de club. U werd vaste barman. Deed de bestellingen. Deed de schoonmaak. Coördineerde de dagactiviteiten op de club. De toernooien. De naschoolse activiteiten voor de jeugd. De VUT-fitness voor oudere leden. Was aanspreekpunt voor de mensen in de buurt. Gaf de liefde voor het worstelen door aan uw zoon Iwan. Mede dankzij uw inzet werd hij tweemaal Nederlands kampioen.

U deed het allemaal. Zes dagen in de week was u bij De Halter te vinden. Nu doet u het wat rustiger aan. Maar iedereen kent Max Antonioli. Spil van De Halter. Baken voor de buurt. En gewaardeerd lid van de Italiaanse gemeenschap. Volop actief binnen het COI, dat Italianen helpt hun weg in Nederland te vinden. Italiaan met een gouden hart. Met een Utrechts rood-wit randje.

Meneer Antonioli, wat er ook gebeurde, u liet zich niet vloeren. Vol overgave bleef u zich inzetten voor De Halter. De leden. De mensen in de buurt. Als spin in het web, manusje van alles en luisterend oor in één. Mensen uit Abruzzo zijn nu eenmaal uit graniet gehouwen en tegelijkertijd enorm veerkrachtig. De kenmerken van een worstelaar…

Dat dwingt groot respect af. Eerst op worstelmat en daarna voor de club. En ook Zijne Majesteit de Koning vindt uw staat van dienst molto bene. En heeft u daarom benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Omar Benali

Meneer Benali, u moet mij nog maar eens vertellen hoe u dat voor elkaar heeft gekregen. In een vorig leven heeft u zichzelf gespecialiseerd op het gebied van motorvoertuigentechniek. Als je ziet wat u allemaal heeft gedaan in de jaren die sindsdien zijn verstreken, dan denk je: dat krijg je zonder motor allemaal niet voor elkaar.

Niet alleen studeerde u af als socioloog. U richtte in 1990 ook de afdeling Utrecht op van de Democratische Vereniging van Marokkanen in Nederland. In de 10 jaar dat u bestuurslid was, heeft u talloze bijeenkomsten georganiseerd en met talloze organisaties samengewerkt. Van de gemeente tot het Multicultureel Instituut.

En in 2002 werd u bijvoorbeeld lid van de ouderraad van Basisschool De Panda. U was niet zo'n ouder die er een beetje met z'n pet naar gooide. U ging er vol in, droeg dertien jaar lang bij tot een veelheid aan activiteiten voor leerlingen en ouders.

In 2005 werd u vrijwilliger bij sportvereniging Zwaluwen. U had toen al een boek geschreven over de multiculturele sportvereniging en bij Zwaluwen voegde u de daad bij het woord. U was trainer, coach, had zitting in het wedstrijdsecretariaat en was een gewild organisator. Tien jaar lang.

In 2010 werd u op verschillende manieren actief in de buurt waar u woont:  Kanaleneiland. In overleg met politie en wijkbureau was u daar één van de toezichthouders tijdens nieuwjaar. En richtte u de werkgroep Participatie Kanaleneiland op. Die nog steeds buurtbewoners stimuleert om actief te worden in de wijk. Bekende activiteit zijn de huiswerkklassen in de huiskamer Hart van Noord, waarvan u coördinator bent. En u heeft ook een spreekuur over onderwijs en opvoeding.

Meneer Benali, ik kan niet alles noemen wat u allemaal heeft gedaan en nog altijd doet, met of zonder motortje. En dat naast uw werk en naast uw gezin. Wel weet ik dat er voor de energie die u heeft gestoken en nog altijd steekt in samenwerking en in dialoog, veel bewondering bestaat. Zeker omdat u altijd op een vriendelijke, betrokken manier en met respect voor alle partijen optreedt.

En dat die bewondering er toe heeft geleid dat Zijne Majesteit koning Willem Alexander heeft besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Johan de Boer

Meneer De Boer, als er één ding duidelijk wordt uit het overzicht van de activiteiten naast uw werk van de afgelopen 20 jaar, dan is het uw grote betrokkenheid bij het deel van de stad waar u woont.

Zo bent u een aantal jaren actief geweest voor hockeyclub Fletiomare en dan weten de insiders direct over welk deel van de stad we het hebben. Een prachtig dorp vol actieve mensen.

Bij Fletiomare hockeyde u niet alleen, maar was u ook vrijwilliger. Evenals in het Platform Toekomst Leidsche Rijn Centrum. Dat platform organiseerde tussen 2013 en 2015 een aantal bijeenkomsten waarin bewoners, projectontwikkelaar en gemeente samen ideeën ontwikkelden over een voor iedereen aantrekkelijk stadscentrum.

Maar in Leidsche Rijn, Vleuten en De Meern kennen velen u vooral, meneer De Boer, van de Stichting Vrienden van het Máximapark. De vriendenstichting die er allereerst toe heeft bijgedragen dat het park zoals we het nu kennen tot stand is gekomen. Waarbij bijvoorbeeld nog flink moest worden gelobbyd om verdere bebouwing te voorkomen.

Verder is de vriendenstichting voor de gemeente en andere betrokkenen al vele jaren een inspirerende partner bij de inrichting en het onderhoud van het park. Vorige week heb ik samen met de wethouders (en met meneer Henk) de spa ter hand genomen en een boom in het park geplant ter gelegenheid van het afscheid van het college.

Dankzij de vriendenstichting worden ook de vijvers in de Japanse tuin schoongemaakt. Wordt er gesnoeid. Kwamen er waarde volle adviezen over de vlindertuin. Kon er een onderkomen komen voor Landschapsbeheer. Kwam er een elfstedentocht voor kinderen. Kregen zes grote platanen uit de binnenstad en een complete ophaalbrug uit De Meern in het Máximapark een gastvrij onthaal.

Inmiddels al een jaar of vijftien bent u, meneer De Boer, de spil van deze vriendenstichting en wordt u door iedereen met wie u samenwerkt, bewonderd vanwege uw grote netwerk, uw inspirerende ideeën, uw enthousiasme, uw  vastberadenheid en uw goede gewoonte om ook anderen iets te gunnen.

En bijna vijf jaar na de opening door de koningin is het park geen scheiding, maar juist een verbinding tussen Vleuten-De Meern en Leidsche Rijn. En is het park mede dankzij u steeds meer een koningin waardig geworden.

Geen wonder, zou ik daarom zeggen, dat haar echtgenoot koning Willem-Alexander heeft besloten u op grond van uw verdiensten te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw professor Carla Bruijnzeel

Professor Bruijnzeel, twee weken geleden heeft u afscheid genomen als hoogleraar dermato-allergologie aan de Utrechtse universiteit.

Kan me niet voorstellen dat u al gewend bent aan uw nieuwe leven als emeritus-hoogleraar. En in alle eerlijkheid: ik wil het vandaag ook nog even met u hebben over de bijna 40 jaar dat u als dermatoloog hebt gewerkt.

In die 40 jaar heeft u zich, als eerste vrouwelijke hoogleraar dermatologie in Nederland, ontwikkeld tot een toonaangevend onderzoeker op uw vakgebied. Met atopische dermatitis oftewel eczeem als specialisme. En om de gedachten te bepalen: van elke vijf Nederlandse kinderen heeft er één eczeem.

Als dermatoloog gaf u leiding aan onderzoeksinstituten in Davos, Nottingham en Utrecht en bracht u uw afdeling hier bijvoorbeeld op plaats 7 van de wereldranglijst van expertisecentra.

U leidde vele nationale en internationale klinische onderzoeken naar de gevolgen van chronisch eczeem. Maakte school met pioniersonderzoek naar aanleiding van nieuwe ontdekkingen op het gebied van de bestrijding van eczeem. Uw onderzoek in Nottingham naar voedselallergie en afgeleide allergieën was baanbrekend en was het onderwerp van uw afscheidssymposium van twee weken geleden.

Natuurlijk heeft u ook de nodige publicaties op uw naam staan. U droeg bij tot zeven handboeken, schreef honderden wetenschappelijke artikelen en won prijzen met uw onderzoek, waaronder de Corrie Hermansprijs van de Nederlandse Vereniging van Vrouwelijke Artsen.

Bij het hoogleraarschap hoort ook de begeleiding van promovendi en ook wat dat betreft leverde u uitzonderlijke prestaties. U begeleidde er meer dan 40, was op dit gebied ook bestuurlijk actief, stimuleerde met name vrouwen, bevorderde de opleiding van arts-assistenten dermatologie in kleinere ziekenhuizen en werd in 2007 niet voor niets 'Promotor van het Jaar'.

Naast dit alles vond u tijd om vele nationale en internationale bestuursfuncties te vervullen die van een hoogleraar worden gevraagd. Wat niet zelden leidde tot erelidmaatschappen.

Maar wat ik vooral nog zou willen noemen, professor Bruijnzeel, is het baanbrekende werk dat u de afgelopen tientallen jaren heeft gedaan wat betreft de rol van patiënten. Voor u gaat de rol van patiënt veel verder dan alleen patiënt zijn. Als één van de eersten in Europa betrok u patiënten bij de verbetering van de zorg. In 1991 introduceerde u het zogenaamde 'shared decision making', gedeeld beslissen door arts en patiënt, en dat was toen nog niet vanzelfsprekend. U betrok patiënten intensief bij het opstellen en invoeren van medische richtlijnen en stimuleerde  patiënten om zelf met initiatieven te komen. Baanbrekend is ook het digitale portaal, door u geïnitieerd, waarin lotgenoten contact kunnen hebben en medische informatie en zorgadvies kunnen worden uitgewisseld.

Professor Bruijnzeel,  u bent een absolute topper op uw vakgebied en eigenlijk denkt iedereen die met u heeft gewerkt er zo over. Geen wonder dus dat Zijne Majesteit de Koning u, op grond van uw grote verdiensten voor de medische wetenschap, heeft benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

De heer Kees de Bruin

Meneer De Bruin, beste mensen, mag ik u meenemen naar een bijzondere plek in Utrecht? De plek waar u alweer enige tijd geleden bent geboren en getogen, meneer De Bruin. De Zeven Steegjes, tussen de Oudegracht en de Catharijnesingel. Eén van die steegjes is het Lange Roozendaal.

Al bijna 45 jaar verricht u daar, in uw huis, iets bijzonders. U verzorgt namelijk, sinds het overlijden van uw moeder, uw jongere broer Gijs. Uw broer is gehandicapt en moet driemaal per week naar het ziekenhuis voor een nierspoeling in de dialyse. Op de tijdstippen in de week dat hij niet in een instelling verblijft, is hij bij u en zorgt u voor hem. In het weekend dag en nacht.

U vervoert hem. U helpt bij het eten. U geeft medicijnen. U overlegt met artsen en instanties. U gaat met hem mee, overal waar hij gaat. U gaat met hem op stap.
U maakt een wandeling door de binnenstad. U drinkt een kopje koffie in Hoog-Catharijne. U eet een visje op de markt. U gaat naar een voetbalwedstrijd (ooit ging u zelfs elke zondag naar Velox). U gaat naar de Nicolaaskerk.

En dat doet u dus al bijna 45 jaar. Of misschien al wel langer, want u bent al weer thuis gaan wonen toen in 1962 uw vader overleed en uw moeder voor de taak stond te zorgen voor de 14 kinderen. Van wie uw broer de jongste is.

Ik weet zeker, meneer De Bruin, dat uw moeder en uw vader trots zouden zijn op de manier waarop u voor uw broer bent blijven zorgen. Zelfs nu u zelf langzamerhand ook een dagje ouder bent geworden. En veel mensen in de buurt zien al heel lang met bewondering wat u allemaal met en voor uw broer doet.

En ook Zijne Majesteit koning Willem-Alexander vindt dat we daar vandaag wel even bij stil mogen staan. Hij heeft u namelijk, op grond van alle zorg die u aan uw broer verleent, benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Fred Dekkers

Zal het maar meteen aan de mensen vertellen, meneer Dekkers: wij kennen elkaar uit de Utrechtse gemeenteraad, waar u raadslid bent. Afgelopen maand bent u daarin zelfs voor vier jaar herkozen.

Dat is wel karakteristiek voor de weg die u bent gegaan sinds uw gedeeltelijke pensionering. U bent aan een soort tweede carrière begonnen.

Een deel daarvan concentreert zich rondom de wijk waar u woont en die u liefheeft: Lombok. Al in 2003 werd u lid van de Wijkraad West en in 2008 zelfs voorzitter. Een zeer actief voorzitter. U hielp bij bewonersinitiatieven. U nam het initiatief tot adviezen aan het gemeentebestuur en zette met de andere wijkraden belangrijke onderwerpen op de politieke agenda. Dat ging over concrete zaken als het meepraten van bewoners bij gebiedsontwikkeling, woningsplitsing en -omzetting.

Als lid van de Ontwikkelgroep Lombok Centraal, een netwerk van bewoners,  stichtingen en verenigingen in Utrecht West, maakt u zich hard voor het Westplein. U was betrokken bij heel veel activiteiten die de aandacht moesten vestigen op de ontwikkeling van dit grensgebied tussen Lombok en Stationsgebied.

Net als het raadswerk, betekent dit allemaal veel vergaderen, veel luisteren en praten. En hoe hou je dat als krasse knar vol, meneer Dekkers?

Uw eerste antwoord: zingen. Om precies te zijn bij 'Zangvereniging 't Verzetje', waarvan u deel uitmaakt als bas. Maar waarvoor u ook concerten en koorweekends organiseert.

Uw tweede antwoord: sport. 'Martial arts' om precies te zijn. Je kunt dat misschien nog het beste vertalen met 'vechtkunst'. U heeft inmiddels een zwarte band in taekwondo. Maar ook hier doet u veel meer. U treedt op als assistent-instructeur, ontwikkelt handleidingen en opleidingsprogramma's, bent scheidsrechter, verzorgt scheidsrechtersopleidingen en treedt op als teamleider. Over een verzetje gesproken.

Meneer Dekkers, of het nu om uw wijk, Lombok, om uw koor, 't Verzetje, of om taekwondo gaat, meneer Dekkers, u geniet er niet alleen zelf van, maar zet ook alles in het werk om anderen te laten genieten. Als er iets moet gebeuren, luistert u, bewaart u de rust, gaat u in gesprek, zet u uw kennis en idealen in, inspireert, wijst op gemaakte afspraken, zoekt mee naar oplossingen en vooral: gaat zelf aan het werk. Dat hebben we ook al gemerkt in onze gemeenteraad.

En het is ook Zijne Majesteit ter ore gekomen en die heeft besloten u op grond van uw verdiensten te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Hans Dortmond

Bevlogen. Betrokken. Verbindend.  Drie prachtige eigenschappen. Die alle drie van toepassing zijn op één man: Hans Dortmond.

Meneer Dortmond, u bent sinds de oprichting in 2002 actief betrokken bij de Wijkraad Binnenstad.  Als lid. Als plaatsvervangend voorzitter. En tot begin dit jaar als voorzitter. U bent, net als wij, verknocht aan de Utrechtse binnenstad. U heeft van de binnenstad zelfs uw beroep gemaakt. Want als je zo veel tijd steekt in je wijk, kan je dat nog vrijwilligerswerk noemen?  Dat is bijna een fulltime baan…

Zelfs na een operatie ging u gewoon door. Ook nu bent u weer lid van de wijkraad.
Onvermoeibaar…

Waarom? Gewoon, omdat u het zo leuk vindt. Zo bevlogen bent u. Uw enthousiasme is uw breekijzer. Met uw enthousiasme krijgt u veel voor elkaar. Als adviseur van het college van B en W. Als verbindende schakel tussen de Utrechtse wijkraden. Maar vooral als belangenbehartiger  van de bewoners en ondernemers in de binnenstad.

U was hard nodig. De binnenstad is volop in beweging. De overlast. Het gedoe. De ontwikkeling van het Centraal Station. Hoog Catharijne. De groeiende horeca. Het toerisme. Het behoud van buurthuis 'In de 3 Krone'. Zo betrokken bent u.

Als voorzitter was u het gezicht van de Wijkraad Binnenstad. Aanspreekpunt voor andere wijkraden. Gemeenteraadsleden. De wijkwethouder. Bevlogen. Betrokken. Verbindend. Naast deze mooie eigenschappen wordt u ook geroemd om uw schwung. Uw charme. Uw warme hart. En uw durf.

Want uw belang botste soms met het stedelijke en/of andere belangen. U stond voor uw wijk. Maar uiteindelijk vind je elkaar. Omdat je het allerbeste wilt voor de bewoners en ondernemers in de Utrechtse binnenstad.

Meneer Dortmond, als voorzitter van de Wijkraad Binnenstad  verbond u de kracht van de bewoners met de macht van de bestuurders en de (partij)politiek. Met één doel: een pracht van een binnenstad. Gelukkig blijft u bij de Wijkraad Binnenstad betrokken. Omdat ze niet zonder u kunnen.  Maar vooral omdat u het zo ontzettend leuk vindt…

Ook Zijne Majesteit de Koning is verheugd. En daarom heeft hij u benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Bart van Empel

Meneer Van Empel, als er iemand is, op wie de uitdrukking 'verbeter de wereld, begin bij jezelf' van toepassing is, bent u het. Overal waar je mensen vindt die in de knel zitten, bent u te vinden om ze bij te staan.

Al heel lang geleden bij Youth for Christ, in uw koffiebar onder het stadhuis, op een legendarische boot aan de Muntkade, op 'De Lindenhorst' in Driebergen en in Maarssenbroek bij kerkelijk centrum De Ark.

Hier in Utrecht toen u - als een echte pionier - begon met de opvang van verslaafden.
In Amsterdam toen u in de jaren '80 actief was rondom de Wallen, toen daar de gevolgen van AIDS voor het eerst duidelijk werden. U hielp daar bij de crisisopvang en runde een medische zorgpost.

Ook hier in Utrecht zocht en vond u de plekken waar u iets kon betekenen voor mensen die het moeilijk hebben. Bij de Protestantse Gemeente, bijvoorbeeld in het ontmoetingscentrum De Wijkplaats in Lombok. Bij het Catharijneconvent. Bij de Stichting Welzijn en Gezondheidszorg Midden-Nederland. In de Jeruzalemkerk. In het Catharijnehuis (dagopvang voor dak- en thuislozen). Sinds 2011 in het Willem Arntszhuis.

U trad en treedt op als voorganger en bij vieringen, als geestelijk verzorger en als straatpastor. U zette inzamelingen op, had contact met de voedselbank en organiseerde een jaarlijkse vakantieweek voor ouderen en eenzamen. U hielp oud-daklozen met de inrichting van hun nieuwe huis. U bedacht de Levensboom in de tuin van het Catharijneconvent, waarin de namen voortleven van overleden dak- en thuislozen.

En niet te vergeten: u kookt. In De Wijkplaats gezamenlijke maaltijden voor ouderen en eenzamen. Bij de Jeruzalemkapel 'De Tafel van 12'. Bij het Catharijnehuis voor dak- en thuislozen in de Utrechtse binnenstad.

Altijd heeft u een luisterend oor, een warm hart, tijd en aandacht. Altijd blijft u  proberen iets te organiseren dat maakt dat mensen tot hun recht komen, zich weer gezien voelen en hun eenzaamheid kunnen doorbreken. De naam 'Vader Bart' draagt u met ere.

Meneer Van Empel, de dankbaarheid voor uw werk is groot en dat heeft er toe geleid dat Zijne Majesteit u heeft benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer en mevrouw Henk en Mary van Essen

Dagen als deze, beste mensen, zijn voor een burgemeester de krenten in de pap. Het doet mij altijd plezier anderen in het zonnetje te zetten. Iemand die zich dag in dag uit  belangeloos voor een ander inzet. Iemand die daarom alle waardering verdient.

En soms, geachte aanwezigen, zijn er van die dagen dat je zelfs het geluk hebt dat je twéé Utrechters tegelijk in de schijnwerpers mag zetten. En ook nog eens een echtpaar…

Beiden al decennialang actief voor het Leger des Heils. U wordt vaak in één adem genoemd. Maar nu wil ik u graag allebei even persoonlijk toespreken. En dames gaan voor…

Dus mevrouw Van Essen, majoor Mary, u maakte als kind al kennis met het Leger des Heils. U voelde zich hier meteen thuis en was jarenlang voorganger. Betaald... Totdat uw gezondheid u in de steek liet. Maar u bleef actief als heilsoldaat. Als vrijwilliger. In vele functies. Als jeugdsergeant voor het korps in Utrecht.

Door kinderclubs te organiseren, door zangbijeenkomsten te houden, bijbelstudieavonden, maaltijden, brengt u mensen op de been. Brengt u mensen samen. Bent u de schakel tussen kerk en samenleving.

Zonder zelf in de spotlights te staan, laat u anderen schitteren, in wie u het beste naar boven brengt. Met uw hartelijkheid en luisterend oor weet u mensen te inspireren.

Wat heet... Want, meneer Van Essen,  uw vrouw inspireerde ook u. Door haar sloot u zich aan bij het Leger. Ook u had eerst een betaalde functie. En samen met uw vrouw sinds 1990 vrijwillig.

U bent een man van de handen uit de mouwen. Praktisch ingesteld. Altijd bezig nieuwe dingen te ontwikkelen. Hand- en spandiensten te verlenen waar nodig. Bijvoorbeeld bij de verbouwing van Leger-des-Heilspanden.

Maar ook in de figuurlijke zin bent u een bouwer. Een bruggenbouwer. Een verbinder pur sang. U gaat op ziekenbezoek. Zit bij mensen aan hun sterfbed. En regelt zelfs hun uitvaart. Praktisch, hardwerkend en hartelijk. Dat is Henk van Essen.

Samen met uw vrouw bent u een visitekaartje voor het Leger des Heils. Heilsoldaten met het effectiefste wapen dat er is: liefde voor de medemens.

U bent kortom, mevrouw en meneer Van Essen, een geweldig duo. Op de eerste plaats als echtpaar. Maar ook als team. Een stel waarop je nooit vergeefs een beroep doet. Samen geeft uw medemens een dubbel steuntje in de rug. Ik ben daarom dubbel zo blij u te kunnen vertellen, dat Zijne Majesteit de Koning u beiden heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje- Nassau.

Mevrouw Ria Glas

Vraag aan allen hier in de zaal: wie is er op de fiets naar de Schouwburg gekomen?

Dat zijn er best veel… Niet zo vreemd. Want Utrecht is de tweede fietsstad ter wereld. Niet alleen vanwege de vele fietsen, de vele fietsPADEN en de allergrootste fietsenSTALLING. Maar vooral ook omdat er zoveel mensen zijn die graag fietsen.

En: omdat er zoveel vrijwilligers zijn die het fietsen in Utrecht aantrekkelijker en veiliger maken. Als burgemeester kan je alleen maar blij zijn met mensen die zich dag in dag uit met hart en ziel voor hun fietsstad, voor hun fietsers inzetten.

Eén van hen is hier. En wat voor iemand. Ria Glas. Al 20 jaar bent u actief voor de Fietsersbond afdeling Utrecht. Een bekend gezicht voor fietsminnend Utrecht.

En een bekend gezicht bij de gemeente Utrecht… U geeft de ambtenaren op het stadskantoor kritisch commentaar, opbouwend commentaar, “Glas-helder” commentaar.

Daarmee draagt u bij aan goede routes van en naar school, huis en werk. In Noordwest. En in Leidsche Rijn. Maar u bent ook niet bang de handen uit de mouwen te steken. Bijvoorbeeld bij de Hogeweidebrug. Beter bekend als ‘de gele brug over het Amsterdam-Rijnkanaal’.

Een populaire plek voor graffiti-artiesten. En daardoor minder populair bij fietsers. Volgens u voelen fietsers zich door de graffiti onveilig. U poetst en blijft poetsen, zodat het voor iedereen een fijne fietsroute blijft.

Dat lijkt een klein gebaar. Maar juist deze acties maken het verschil. U zorgt ervoor dat Utrecht op de fietskaart blijft staan. En u zorgt ervoor dat Utrecht de stad blijft waar fietsers zich mobiel, veilig en prettig kunnen voelen.

Geachte aanwezigen, mevrouw Glas, naast hartstocht voor de fiets heeft u ook passie voor de natuur. Een logische combinatie. En ook voor de natuur zet u zich met volle overgave in. U doet bijvoorbeeld, voor de stichting Floristisch Onderzoek Nederland (Floron) onderzoek naar wilde planten.

Fietsers en natuurliefhebbers waarderen uw inzet op beide gebieden en Zijne Majesteit de Koning niet minder. Hij heeft besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Adriaan Groen in ’t Wout

Beste mensen, laten we even uw kennis van de stad testen. Wat zit er allemaal in Utrechtse sprits? Bloem en suiker. Roomboter en zout. Eieren en citroen.

De echte bakkers onder u weten dat nog één ingrediënt ontbreekt. En ik weet dat er minstens één echte bakker in deze zaal is: Adriaan Groen in ‘t Wout.

Meneer Groen in ’t Wout, u weet natuurlijk welk ingrediënt ik bedoel. Liefde. Liefde die bij u diep zit. Liefde voor het bakkersvak. Ooit had u een succesvolle bakkerszaak in Uithoorn. Iedereen kwam bij u brood en banket kopen. Maar op een dag moest u stoppen. Uw gezondheid liet u in de steek.

Het gedwongen afscheid van uw bakkerswinkel viel u zwaar. Maar afscheid van het bakkersvak nam u gelukkig niet. U verhuisde met uw vrouw Ria naar Utrecht. Naar Leidsche Rijn. Niet om achter de geraniums te zitten. U steekt uw handen uit de mouwen voor uw wijk. U helpt buren die minder mobiel zijn. U was actief in de Vereniging van Eigenaren parkeerplaatsen Mierikswortelstraat/Melissestraat. U zette zich in om uw buurt mooier te maken. En het begon weer te kriebelen. U ging weer bakken.

Niet in uw eentje. Samen met mensen met een beperking. Mensen die daardoor moeilijk een betaalde baan kunnen vinden. U geeft deze mensen een steuntje in de rug. Eerst bij de Stichting Reinaerde De Hoge Weide. En inmiddels alweer 10 jaar als bakker en begeleider bij BraZZerie en bakkerij Abrona in De Meern.

Als vrijwilliger begeleidt u de mensen in de bakkerszaak. U helpt hen met bakken.
U zorgt voor de inkoop. En u voegt dat ene ingrediënt toe dat nergens te koop is.
U inspireert de bakkers in spe. Haalt verborgen talenten naar boven. Een leerling die niet geïnteresseerd was in bonbons, bleek stiekem de allerbeste bonbonvuller te zijn.
U herkende dat talent. Iemand die heel goed koekjes kan inpakken, bleek ook een getalenteerd proever. Ook dat talent zag u. Dankzij u gaan al die talenten niet verloren. Dankzij u krijgen deze mensen kans op een echte baan. U leert mensen een ambacht. U leert mensen van het bakkersvak te houden. U leert mensen dat niets onmogelijk is.

Dit alles verdient, meneer Groen in 't Wout, een kers op de taart. Namelijk dat Zijne Majesteit de Koning u heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Eugène Héman

Beste mensen, misschien kent u hem, Hubert Bruls, mijn ambtgenoot in Nijmegen. Die vandaag vast ook versierselen uitreikt behorende bij koninklijke onderscheidingen in zijn stad.

Hubert kan altijd vol trots vertellen over HET evenement in zijn stad: de Nijmeegse Vierdaagse. Een evenement  van formaat. Met internationale allure.

Wat mijn ambtgenoot misschien niet weet,  is dat één van de drijvende krachten achter de Nijmeegse Vierdaagse in Utrecht  woont.

Over 82 dagen gaat de Vierdaagse weer van start, meneer Héman. Voor u de 48ste editie. Want u bent sinds 1977 als vrijwilliger voor de Vierdaagse actief.

Met enthousiasme. Met toewijding. Als Hoofd van Dienst geeft u leiding aan 100 vrijwilligers. En dat werk duurt voor u aanmerkelijk langer dan die vier dagen. In feite het hele jaar. Samen met de andere diensthoofden  zorgt u dat alles tot in de puntjes is geregeld voor de lopers en de vrijwilligers.

Mede dankzij u kijken wandelaars met een goed gevoel terug. Of ze hem hebben uitgelopen of niet. Mede dankzij u halen de vrijwilligers  het beste uit zichzelf.
En mede dankzij u loopt het grootste wandelevenement ieder jaar op rolletjes.

Naast de vele uren die u steekt in de vierdaagse, zet u ook graag een stapje extra  voor het Kathedrale Koor Utrecht. Ook hier zet u uw leidinggevende capaciteiten in. Sinds 2011 bent u penningmeester. Samen met de andere bestuursleden houdt u het koor draaiende. U bent de stuwende kracht en organisator van de jaarlijkse studieweekeinden. De concertreizen. De zeilweekenden. U begeleidt de jongste groep kinderen. Bent altijd aanwezig tijdens repetities. Hoogmissen. Concerten.  U beheert de kleding. Doet de inkopen.  Maakt en bewerkt geluidsopnames. Wat doet u niet? U zingt zelfs mee…

Spannend allemaal, meneer Héman, zo'n Vierdaagse en zo'n koor. Maar wat dacht u van vandaag? Ik zie u een beetje ongemakkelijk kijken. Dat snap ik heel goed. Ik ga u daarom in marstempo van de spanning verlossen. Ik hoorde dat u de Vierdaagse zelf nog nooit heeft gelopen (had u natuurlijk geen tijd voor) en dus ook geen vierdaagsekruisje heeft. Maar vanaf vandaag heeft u wel iets anders op uw revers, want Zijne Majesteit heeft  besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Gé Hoffland

Een wielerploeg, bijvoorbeeld in de Tour, bestaat niet alleen uit renners. Belangrijk zijn bijvoorbeeld ook de masseurs en niet te vergeten de mecaniciens of in het Vlaams 'mekaniekers' die het rollend materiaal tot in de puntjes verzorgen.

Je zou kunnen zeggen dat u de mekanieker bent van muziekvereniging De Bazuin. U zorgt dat er voor iedereen een geschikt instrument is.

Saxofoons. Fluiten. Drums. Klarinetten. Trombones. U verzorgt de instrumenten. Maakt ze schoon, smeert ze. En repareert ze, desnoods ter plekke, op deskundige wijze.

Wat duidelijk afwijkt van het wielerpeloton, is dat u, meneer Hoffland, op uw bariton zelf ook meespeelt. In het harmonieorkest en in het Leerlingenorkest van basisschool De Boomgaard. U bent als dat zo uitkomt zelfs goed voor een mooie solo.

Verder helpt u bij De Bazuin ook op allerlei andere manieren. Opslag regelen.
Verhuizing en inrichting in orde brengen van een nieuwe repetitieruimte. Helpen met opbouwen voor een concert. Iemand bellen. Collecteren, elk jaar weer in uw vaste, behoorlijk grote wijk. Zorgen voor een beetje gezelligheid.

In het verleden (en u bent al lid van De Bazuin sinds 1955) bent u ook al penningmeester geweest en heeft u van alles gedaan (bijvoorbeeld oud papier ophalen en collectes lopen) voor de blaaskapel die een tijd lang aan De Bazuin verbonden is geweest.

Meneer Hoffland, zowel bij muziekvereniging De Bazuin als bij basisschool De Boomgaard wordt u beschouwd als een steun en toeverlaat. Iemand die niet alleen goed is voor zijn instrumenten, maar ook voor de kinderen en volwassenen om hem heen. Om iemand die u goed kent maar eens te citeren: 'een lid zoals iedere vereniging er wel 210 zou willen hebben'.

En daar komt vandaag nog wat bij. Voor Zijne Majesteit de Koning zijn uw verdiensten namelijk aanleiding u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Tineke Hoornenborg

We blijven nog even in De Meern, beste mensen, een dorp met specialisten, die in één ding uitblinken, en duizendpoten die op twee of drie terreinen excelleren.

Alleskunners, die de klussen aan elkaar rijgen, vrijwilligerswerk op vrijwilligerswerk stapelen. Mensen voor wie niks teveel lijkt...

Tot die laatste categorie behoort u, mevrouw Hoornenborg. Vorig jaar nam u afscheid als vrijwilliger bij peuterspeelzaal Spelenderwijs. Hier stond u bekend  als Oma Tineke. Oma Tineke die voorleest. Oma Tineke die fruit schoonmaakt. Oma Tineke die speelt met de kinderen. Oma Tineke die de medewerkers helpt.

27 jaar lang konden de peuterspeelzaal, de kinderen, de ouders op u rekenen. En u bleef altijd bescheiden. Op de achtergrond. Maar ook na uw afscheid is Oma Tineke nog steeds een begrip. En Oma Tineke wordt gemist…

Naast Oma Tineke bent u  ook gewoon Tineke Hoornenborg. Die al 25 jaar actief is voor de gereformeerde kerk. Later de protestantse Marekerk in De Meern. Als ouderling. Als medeorganisator van het vakantiebijbelfeest. Als drijvende kracht achter de stiltevieringen voor Pasen.

U zorgt na de zondagse kerkdienst  voor koffie, thee en limonade. U bent al een kwart eeuw de spin in het web, een luisterend oor, kortom het visitekaartje van de kerkgemeenschap.

En als u het goedvindt, ga ik nog even door. Want, mevrouw Hoornenborg, ook bij de stichting Abrona steekt u de handen flink uit de mouwen. Voor de bewoners  organiseert u kringvieringen. U biedt pastorale ondersteuning aan wie dat nodig heeft. En u coördineert het  jaarlijkse toneelstuk. Toneelspelen maakt hongerig… Dus zorgt u ook voor het eten.

Ook in het St. Antonius Ziekenhuis wordt u op handen gedragen. Voor de vieringen haalt u patiënten op. U rijdt ze naar de kerkzaal. En na afloop brengt u ze terug naar hun kamer. Trouw. Altijd zonder morren. Uw vrijwilligerswerk geeft u voldoening. En dan kan je het heel lang volhouden.

Geachte aanwezigen, mevrouw Hoornenborg, uw staat van dienst dwingt  respect af.
U heeft een warm hart. U gunt eerst anderen wat, voordat u uzelf iets gunt. U bent een alleskunner. Maar u bent vooral een alles-gunner. Aan wie juist op dit moment óók iets wordt gegund: Zijne Majesteit de Koning heeft namelijk besloten u te  benoemen tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

De heer Yue Huang

Meneer Huang, u bent iemand die niet alleen idealen heeft, maar ook het doorzettingsvermogen om die idealen te verwezenlijken.

Dat deed u al eind vorige eeuw als bestuurslid van de Algemene Chinese Vereniging in Nederland. En heel concreet is dat te zien aan de Stichting Yaoyi, het Utrechts-Chinese Vriendschapscentrum.

In 1993 richtte u de stichting op met het doel een ontmoetingsplek te creëren voor Utrechters met een Chinese achtergrond. Er werden cursussen aangeboden en exposities en kalligrafiewedstrijden georganiseerd.

Uw opzet slaagde en inmiddels zijn er namens de Stichting zelfs twee groepen modelwoningen voor oudere Chinese Nederlanders ingericht.

Uw idealen en vermogen om die idealen ook tot werkelijkheid te maken, zijn ook te zien aan de oprichting van de eerste Chinees-boeddhistische tempel in Nederland. U legde de eerste contacten in 2015. Was intensief betrokken bij de verbouwing. En al in december 2016 mocht ik die tempel hier in Utrecht openen in aanwezigheid van meer dan 1000 gasten uit het hele land. En zo bent u ook betrokken bij veel andere, heel bijzondere activiteiten en initiatieven van en voor de Chinese gemeenschap in Nederland.

U hebt al vele jaren zitting in het schoolbestuur van de Chinese School Utrecht,
inmiddels een instituut waar rond de 500 leerlingen in het weekend les krijgen in Chinese taal en cultuur. Driemaal trad u op als voorzitter van de viering in Nederland van het Chinees nieuwjaar. Met de voorbereidingen waarvan u toch wel een half jaar van tevoren moest beginnen. En mede dankzij u hebben er vele andere feesten, tentoonstellingen, beurzen, voorstellingen en netwerkbijeenkomsten plaatsgevonden, voor een deel in uw bekende restaurant De Mallejan in Maarssen. Daarbij gaat het om het uitdragen van de Chinese cultuur en om het smeden van banden tussen Chinese en Nederlandse mensen en bedrijven.

Niet alleen als ondernemer, maar ook met deze vrijwillige activiteiten die ten goede komen aan de Chinese gemeenschap, bent u al vele jaren een voorbeeld voor een ieder die u kent. Verdiensten op grond waarvan Zijne Majesteit koning Willem- Alexander heeft besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Els Jimkes

Beste mensen hier in de Stadsschouwburg, stel, dat ik u op de vrouw of man af zou vragen: is het fijn om in Utrecht te wonen? Wat zou u dan antwoorden?

Ook hier op het podium staat een vrouw die heel veel van Utrecht houdt. En niet in de laatste plaats van de lange en fascinerende bouwhistorie van de stad.

Dat verbaast natuurlijk niet, mevrouw Jimkes, want in uw werkend leven was u lerares kunstgeschiedenis. En in de jaren tachtig was u, op vrijwillige basis, al een tijdje redactielid van het Jaarboek Oud-Utrecht.

Na uw pensionering bleef die liefde voor Utrecht, zijn geschiedenis en cultuur. U ging het verhaal van Utrecht nu vertellen aan geïnteresseerde gasten van de stad. U begon bij ’t Gilde als rondleider. Later maakte u carrière. U werd voorzitter van de coördinatiecommissie van de rondleiders, zette een architectuurcursus op en ontwikkelde themawandelingen.

Bij de Vereniging Oud Utrecht heeft u een aantal jaren de Van der Monde-lezing georganiseerd, een jaarlijkse lezing over de bouwgeschiedenis van Utrecht. U selecteerde bijvoorbeeld de sprekers.

Sinds 2009 is het de Sint-Willibrordkerk aan de Minrebroederstraat die uw bijzondere aandacht heeft. Ook daar werd u vrijwilliger en ook daar maakte u carrière. U stond voor ogen de kerk het hele jaar door open te stellen voor bezoekers uit de hele  wereld. Doordat het u elke keer weer lukt mensen enthousiast te maken, leidde uw actie aan de ene kant tot verdubbeling van het aantal vrijwilligers. Aan de andere kant worden per jaar inmiddels honderden leerlingen uit basis-, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs in de kerk rondgeleid als serieuze onderwijsactiviteit. Bovendien bent u uitgegroeid tot een vraagbaak voor alles wat de Willibrorduskerk aangaat.

Dat niet alleen de bouwgeschiedenis van Utrecht, maar ook uw medemens uw aandacht heeft, blijkt uit de bijzondere manier waarop u als mantelzorger optreedt voor twee stadgenotes op leeftijd, die altijd op u kunnen rekenen.

Ik vroeg me nog even af, mevrouw Jimkes: zouden uw familie en vrienden u vandaag hierheen hebben gelokt met een smoesje in verband met uw verjaardag? (U bent vandaag namelijk jarig.)

Van harte gefeliciteerd, maar ik ben eerlijk: u bent niet vanwege uw verjaardag hier. Maar deze verjaardag wordt er wel één om nooit te vergeten, want Zijne Majesteit de Koning heeft besloten u op grond van uw verdiensten te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Marja Kerkhof

Een wereld zonder Nijntje Pluis. Kunt u die zich voorstellen? Ik ook niet. En gelukkig hoeft dat ook niet. Dankzij Dick Bruna. En ook dankzij u, mevrouw Kerkhof, lieve Marja.

Want u bewaakt, als directeur van Mercis BV, al vele jaren het erfgoed van Dick Bruna. De Nijntje Pluis-pantoffels... De Betje Big-boekjes… De Snuffie-sleutelhangers… U bent nauw betrokken bij de ontwikkeling van alle Dick Bruna-artikelen. U ziet erop toe dat de kwaliteit van de illustraties en van de producten top is en blijft. U ziet erop toe dat de artistieke kwaliteiten van Dick Bruna altijd boven het commerciële belang gaan. Belangrijk. Want vergist u zich niet. Nijntje vliegt nog steeds over de toonbank. Van hier tot Tokio. Op en top Nederlands. Op en top Utrechts. En een top-exportproduct. Een exportproduct dat zich kan meten met onze bloemen, kaas en onze schaatsers.

Nijntje is niet alleen goed voor de export. Toeristen komen voor Nijntje naar  Nederland. En ze worden niet teleurgesteld… U speelde een cruciale rol bij de langdurige bruikleen van werken van Dick Bruna in het Rijksmuseum.

En u stond mede aan de wieg van het Nijntje Museum. Hier in Utrecht. U startte en ondersteunde culturele en maatschappelijke projecten. Zoals de succesvolle  voorstellingen met Nijntje-liedjes. U hoorde er net al één…

Uw dagelijks werk is al twee handen vol. En dan bent u in vrije tijd ook nog eens vrijwilliger. Bij de Soroptimistenclub Utrecht, bij de Stichting Dutch and Japanese  Trade Federation, bij de Toonder Compagnie. En tot dit jaar bij de stichting Toerisme Utrecht.

Dit alles doet u gedegen. Dit alles u doet met liefde. Dit alles doet u met passie.
Beroepsmatig en u in uw vrije tijd. Dit alles verdient een bekroning…

Mevrouw Kerkhof, u bent één van die mensen die het gelukkigst zijn aan de zijlijn. Achter de schermen. In de schaduw. Maar het is terecht en verdiend dat u nu één keer in het volle licht van de schijnwerpers staat. Zijne Majesteit de Koning vindt dat ook en daarom heeft hij besloten u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Aglaia Kluijver

Mevrouw Kluijver, aan u eerst een vraag. In welk jaar was het dat de gemeenten Maartensdijk en De Bilt zijn samengevoegd tot de nieuwe gemeente De Bilt?

U heeft, mevrouw Kluijver, nog steeds de nodige jaartallen over Maartensdijk in uw hoofd. Op het moment dat dat gebeurde, mevrouw Kluijver, was u, als geboren  Groenekanse, namelijk al een jaar of 14 betrokken bij de Historische Vereniging Maartensdijk.

U was mede-oprichter, secretaris en aanjager van talloze tentoonstellingen, lezingen en excursies. Waarvoor men u in Maartensdijk nog altijd dankbaar is.

Die dankbaarheid valt ook hier in de stad te horen. Bij het theater De  Paardenkathedraal bijvoorbeeld, waar u vele jaren lang voorstellingen heeft helpen voorbereiden, bar- en kassadiensten heeft gedraaid en optrad als gastvrouw.

Bij het Centraal Museum bijvoorbeeld. Ook daar bent u gastvrouw en beantwoordt u  vragen als vrijwilliger bij het Informatiecentrum. Bij de Pieterskerk bijvoorbeeld. In die mooie kerk in de binnenstad treedt u op als (u raadt het al) gastvrouw en geeft u rondleidingen.

Maar de dankbaarheid voor uw vrijwilligerswerk klinkt het luidst van de kant van de UKV, de Utrechtse Klokkenspelvereniging. Die vereniging ontfermt zich over de drie carillons die we hebben hier in Utrecht en Vleuten. U bent mevrouw Poort daar vast wel eens tegengekomen.

U bent lang bestuurslid geweest. U organiseerde beiaardconcerten, droeg bij tot  flyers, nieuwsbrieven en de bezorging daarvan. En ja, bij sommige concerten trad u namens het UKV op als gastvrouw. U zorgde voor de versterking van de inwendige mens en regelde de ontmoetingen tussen beiaardier en publiek.

U was ook degene die het periodieke versteken van de speeltrommels organiseerde. Dat moet je doen als je af en toe een andere melodie wilt laten klinken. U maakte de afspraken, regelde de vrijwilligers en zorgde voor een hapje en een drankje. Geen wonder, mevrouw Kluijver, die dankbaarheid overal.

Want al deze organisaties, actief op cultureel gebied, konden en kunnen deels nog  steeds op u rekenen als vrijwilliger. Op u, uw hart voor cultuur, uw trouw, collegialiteit en goede humeur.

Dat is ook Zijne Majesteit koning Willem-Alexander ter ore gekomen en dat heeft er toe heeft geleid dat hij u heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Riek Krüs

Mevrouw Krüs, u weet: waar je mee omgaat, daar word je mee besmet. En u gaat al 28 jaar om met een koor genaamd: 'Zingen houdt jong'. Vandaar dus uw jeugdige uitstraling.

Eén keer in de week repeteert het koor onder uw leiding, mevrouw Krüs, met het oog op de twee uitvoeringen die het per jaar geeft. En niet alleen dat. U kiest ook het  repertoire uit, bewerkt dat zonodig, presenteert de concerten en laat ook het publiek vrolijk meezingen.

Het dirigeervak (dat moet ik er nog even bij zeggen) heeft u zichzelf helemaal  eigenhandig aangeleerd en inmiddels ontpopt u zich al vele jaren als een geboren koorleider. Ook bij het koor van de Sint-Antoniuskerk. Als plaatsvervangend dirigent leidt u daar de repetities, maakt u arrangementen en regelt u begeleiders.

En zo heeft er altijd muziek gezeten in het werk dat u op vrijwillige basis doet.
Dat begon al in de jaren zeventig, in de kindercrèche 'de Rommelbox' in de kelder van de Onze-Lieve-Vrouw van Goede-Raadkerk die vroeger aan de Bosboom-Toussaintkade stond.

Muziek zat er ook in het wekelijkse zanguur met liedjes van vroeger, dat u vele jaren lang heeft verzorgd voor de bewoners van het verzorgingshuis Kanaalstraatcentrum.
En het zit ook in de twee koren waarmee ik mijn toespraak begon en waarvoor u tot op de dag van vandaag actief bent.

Illustratief is dat u uit het koor 'Zingen houdt Jong' een aantal jaren zelfs een kwartet hebt geselecteerd en geleid. Onder uw leiding zongen deze vier zangers tijdens  kerkdiensten en traden ze op in verzorgingshuizen. Waarbij bleek dat de repetities en optredens die u verzorgt, ook de zangers en het publiek jong houden.

Zodat veel mensen blij werden en worden van uw opgewektheid, geduld, energie, bescheidenheid en plichtsgetrouwheid. Inclusief Zijne Majesteit de Koning, die heeft besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Willem van Kuyk

Meneer Van Kuyk, andere mensen hebben plezier, u heeft er achter de schermen voor gezorgd dat ze dat plezier kunnen hebben. Dat zou je een rode draad kunnen noemen bij alles wat u doet.

Zo is het bij muziekpodium Azotod in De Meern, waar u sinds 1968 beheerder bent, vele jaren betaald maar sinds 2005 op vrijwillige basis. De musici treden op met behulp van goed functionerende techniek. De gasten genieten. U heeft daarvoor gezorgd door achter de kassa te zitten, schoon te maken, het gebouw te beheren, onderhoud te plegen en aanspreekpunt te zijn voor de techniek.

Zo is het ook bij de Harley Davidson Club 't Centrum. De leden genieten op hun brullende machines (u trouwens ook) bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse Rally Maarsseveense Plassen. U zorgt dat de spullen uit de opslag op het feestterrein komen. U zorgt voor water en elektra.

Precies hetzelfde is het bij de KinderVakantieWeek De Meern. Ruim 300 kinderen beleven aan het eind van de zomervakantie een weekje avonturen in de buitenlucht. U doet de facilitaire en technische zaken.

Idem dito, meneer Van Kuyk, bij de jeu-de-boulesvereniging 'We Legge' (waarvoor u het terrein en de elektra verzorgt en achter de bar staat) en evenementencentrum Het Oude Tolhuys (waar u de technici helpt met opbouwen en afbreken).

En tot enkele jaren geleden gold het ook bij de bekende muziekgroep Flairck. U herinnert zich misschien: makers van mooie instrumentale nummers vanaf de late jaren zeventig. U bent een groot liefhebber van hun muziek, meneer Van Kuyk, en hebt zelfs vele jaren lang op vrijwillige basis de vrachtwagen gereden naar optredens in Duitsland en gezorgd dat ook achter de schermen alles in orde was.

Misschien heeft u wel gehoord, beste mensen, dat het werk van Flairck in 2015 nog werd bekroond met een Edison Oeuvre Award.

Ik zou hieraan willen toevoegen: zo'n zelfde soort award ontvangt meneer Van Kuyk vandaag voor zijn prachtige vrijwilligerswerk, in de vorm van een benoeming door Zijne Majesteit de Koning tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Jaap Moll

Voor velen van u, beste mensen, is dit een bijzondere dag. Een spannende dag.
Ik zie het aan de gezichten. Blijft u rustig zitten. U merkt vanzelf wat er gaat gebeuren.

In elk geval veel goeds, want Utrecht is gebouwd op vruchtbare grond. Grond waarop mensen die belangeloos hun verantwoordelijkheid nemen, goed gedijen. Ik noemde dat al.

Dat we in Utrecht op vruchtbare grond wonen,  hoef ik u, meneer Moll, overigens niet te vertellen. Want u had jarenlang een glastuinbedrijf. U verbouwde kamerplanten.  Met hard werken maakte u van uw bedrijf, vergeef me de beeldspraak, een bloeiende onderneming.

Maar u werkte niet alleen hard voor uw bedrijf. U heeft ook een groot, groen hart voor de Utrechtse tuinbouwsector. Twaalf jaar lang was u actief voor de coöperatieve Bloemen- en plantenveiling ‘Utrecht en omstreken’. In verschillende bestuursfuncties. Hier stond u bekend als een opbouwend en positief kritisch bestuurslid. Betrokken bij het wel en wee van uw collega’s. Vanuit één belang: het beste voor de tuinbouwsector. En het allerbeste voor de tuinbouwers. Hun gezinnen. En iedereen die in de tuinbouw werkt.

In 1979 was u één van de oprichters van STITU, de Stichting Verbetering  Tuinbouwstructuur in de provincie Utrecht. Als secretaris van deze stichting bent  nog steeds volop betrokken bij de tuinbouwsector in onze provincie. Daarnaast stond u aan de wieg van de Belangenvereniging Agrariërs Vleuten-De Meern.

Sowieso stond voor uw collega’s uw deur altijd open. Konden ze altijd bij u terecht voor advies. En zelfs bij wat u naast uw werk als ontspanning doet, neemt u medeverantwoordelijkheid voor het geheel. Bijvoorbeeld bij bridgevereniging Up & Down in Vleuten, waar u ook bestuurslid bent. Bij de Rotary Haarzuylens en bij Golfclub De Haar. Zowel in uw beroep als in de wereld van uw hobby's kent men uw deskundigheid en bestuurlijke kwaliteiten. Uw talent als aanjager, inspirator en uw helpende hand voor anderen. Kent men u als iemand die een voedingsbodem  creëert waarop anderen tot volle bloei komen.

Meneer Moll, ooit behoorde u  tot de exclusieve groep ‘Topkwekers met Topkwaliteit
in bloeiende planten’. Vergelijkbare kwaliteiten zet u ook op andere gebieden in. Voor Zijne Majesteit de Koning reden om u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer El Hassan Ouhammou

Meneer Ouhammou, uw vak is leraar, u heeft zichzelf wel eens een STRENGE leraar genoemd en u heeft ook wel eens gewezen op de machteloosheid van sommige ouders ten opzichte van hun kinderen.

Het mooie is: ook los van uw werk als leraar laat u het wat dit onderwerp betreft niet bij woorden. U zat een aantal jaren in het bestuur van de Marokkaanse Ouderraad in Overvecht en bent nog steeds voorzitter van de Marokkaanse Dialoog in die wijk.
Onder de vlag van die organisatie bent u de man achter de huiswerkbegeleiding voor de kinderen (logisch gezien uw expertise), achter een aantal Marokkaanse  mannengroepen en u stimuleert vrouwen om aan sport te gaan doen.

U maakt 's avonds en 's nachts rondes in de wijk tijdens oud en nieuw en de Ramadan. U organiseert thema-avonden in het buurtcentrum, in De Bram en sinds vorig jaar in De Jager. Thema's zijn bijvoorbeeld opvoeding, homoseksualiteit, huwelijksdwang en geweld binnen het huwelijk.

In datzelfde buurtcentrum bent u ook medeverantwoordelijk voor het beheer en het gebruik. En heeft u gezorgd voor moestuintjes voor buurtbewoners. In tijden van polarisatie geeft u de politie en de gemeente wijze raad over radicalisering en andere veiligheidsthema's.

Vanaf 2003 had u al een jaar of vijf zitting gehad in de Wijkraad Overvecht, die het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd adviezen geeft over de wijk. Daarna heeft u zich aangesloten bij de Werkgroep Marokkaanse bewoners Overvecht. Doelstelling: vergroting van de participatie van de wijkbewoners.

En je kan in elk geval zeggen dat dat er bij uzelf toe heeft geleid,  meneer Ouhammou, dat u secretaris bent geworden van de Sportvereniging Vechtzoom. Aan de Rio de Janeirodreef worden de sporten voetbal en frisbeeën  en binnenkort ook hockey beoefend. Bij buurtbewoners niet minder dan bij de kinderen in uw klas: u probeert altijd te bereiken dat mensen alles uit zichzelf halen om actief te worden en een positie te bereiken in de samenleving. In naam van hun eigen toekomst.

Heb het vermoeden dat het lang niet alleen leerlingen en oud-leerlingen zijn, die u in Overvecht op straat vrolijk groeten. Misschien komt dat doordat u soms streng bent, maar minstens zo vaak betrokken en sociaal bewogen.

Voor Zijne Majesteit de Koning zijn uw verdiensten aanleiding u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Yvonne Poort

Mevrouw Poort, lieve Yvonne, typische problemen in onze maatschappij die vaak voorbij komen: eenzaamheid bij ouderen en de positie van kinderen van gescheiden ouders.

Er wordt veel over gepraat, maar u, mevrouw Poort, bent meer van het type 'geen woorden maar daden'. Al vele jaren legt u namens het Rode Kruis, en sinds enkele jaren ook voor het Ouderenfonds, bij eenzame ouderen huisbezoeken af. En dat wordt zowel door deze organisaties als de ouderen in kwestie hogelijk gewaardeerd. De Stichting TussenThuis probeert het mogelijk te maken dat een kind ook de gescheiden ouder die hem of haar NIET verzorgt, kan ontmoeten. U treedt daarbij op als gastvrouw.

Je zou dus zeggen: laat alle klokken luiden voor mevrouw Poort. En het mooie is dat dat ook gebeurt. Hoewel u het soms zelf moet doen. U doet namelijk nóg een aantal vrijwillige activiteiten die met klokken hebben te maken. U bent namelijk actief voor het Utrechts Klokkenluidersgilde. Dat is een groep vrijwilligers die op deskundige wijze de klokken van de Utrechtse kerken luiden.

U bent namens het UKG vaste luidster van de klok van het Bartholomeusgasthuis. Daar hangt de op één na oudste luidklok van Utrecht en die luidt u dagelijks om 12.00 uur. Niet alleen de klok, maar ook toeschouwers krijgen daarbij alle aandacht van u.

U heeft overigens ook bijdragen geleverd tot de PR van het Gilde (met een flinke groei van het aantal leden tot gevolg) en doet altijd mee als er iets moet worden georganiseerd.

Ook bij een tweede Utrechtse vereniging waar men weet waar de klepel hangt, bent u actief, namelijk de Utrechtse Klokkenspelvereniging. Dat is de vriendenvereniging van de Utrechtse carillons. U treedt op als organisator en gastvrouw bij beiaardconcerten. Beheert de CD-voorraad, draagt bij tot programmaboekjes en de nieuwsbrief. En doet nog veel meer.

Tijd om uw goede werk, mevrouw Poort, aan de grote klok te hangen en dat doe ik door u te melden dat Zijne Majesteit koning Willem-Alexander u op grond van uw verdiensten heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Freek de Rooij

Meneer De Rooij, als er een rode draad is in wat u onderneemt naast uw werkende leven, dan is het: voor wat u belangrijk vindt, neemt u ook verantwoordelijkheid.

Dat bleek al toen u, rond 1990, medeoprichter en penningmeester was van enkele stichtingen voor kinderopvang in Leidsche Rijn. Dat deel van de stad was toen net in ontwikkeling. De groei was enorm. U droeg er toe bij dat de organisatie financieel op orde bleef en kon meegroeien. Hetzelfde gold voor de Stichting Katholiek  Basisonderwijs Vleuten-De Meern, waar u een aantal jaren penningmeester was. En niet te vergeten de Schaakvereniging Trio. Bij die vereniging in De Meern herinnert men zich nog steeds de bezielende manier waarop u daar tot 2008 leiding gaf.

Vanaf de jaren negentig nam u verantwoordelijkheid als ondernemer in de wegenbouw. Dat begon er mee dat u altijd klaar stond voor verenigingen en evenementen in de buurt. Van de Paaspolderloop tot de Haarse Kermis. Wegafzettingen plaatsen, een keet neerzetten voor de EHBO, geen probleem.

Maar ook werd u actief bij de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers (NVWB). U had zitting in verschillende commissies en in de ledenraad.

Later werd u bestuurslid van NVWB-West. Bij de opvolger van de NVWB, Bouwend Nederland, bekleedde u diverse voorzitterschappen bij de Regio Randstad-Noord.
Daar herinnert men zich u als een bescheiden persoon met inlevingsvermogen, die bereid was zich jarenlang onbezoldigd in te zetten in tijd en energie rovende functies.

Eenzelfde soort herinnering die ook bestaat bij VIANED, de Vereniging Infrastructuur-Aannemers Nederland, waarvoor u zich tussen 1999 en 2010 op verschillende manieren inzette. En bij de Vereniging Wegenbouw Aannemers Combinatie-West, waarvan u enkele jaren lang voorzitter was.

Je zou zeggen: hield u nog wel tijd over om te ondernemen?

Te meer omdat u ook enkele jaren in het bestuur zat van de landelijke Stichting Sociale Bemiddeling, die bij privéproblemen bemiddelde voor medewerkers van bouwbedrijven.

En niet te vergeten een zeer actieve voorzitter was van de Bedrijvenkring Oudenrijn,
waar uw bedrijf tot 2011 was gevestigd. Want onder uw leiding zette het bedrijventerrein stappen op het gebied van veiligheid en het tekende u dat u nog vijf jaar na beëindiging van uw bedrijf aanbleef als voorzitter. Om precies te zijn een inspirerende en onvermoeibare voorzitter, die bleef staan voor een bedrijventerrein van hoge kwaliteit.
En terecht.

Al deze verdiensten voor de samenleving hebben Zijne Majesteit, meneer De Rooij, doen besluiten u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer en mevrouw Steef en Hannie Schinkel

Mevrouw en meneer Schinkel, welkom op het podium en hoe bijzonder dit is, wordt misschien duidelijk als ik de mensen hier vertel dat u meestal juist degenen bent bij wie anderen op het podium komen staan.

U bent namelijk met z'n tweeën eigenaar en beheerder van het Schiller Theater Place Royale. Dat is een klein en intiem theater hier in Utrecht, gespecialiseerd in cabaret en kleinkunst.

Een plek met een lange geschiedenis. Beroemd is het verhaal dat de jonge Mozart heeft zitten oefenen op het klavecimbel in de danszaal die er ooit was. Niet minder bekend is dat de legendarische Utrechtse cabaretier Hennie Oliemuller er zijn thuisbasis had.

Bijzonder is alleen al hoe u het theater in 2003 heeft gekocht en als theater nieuw leven heeft ingeblazen, mevrouw en meneer Schinkel. Na Oliemullers overlijden in 2000 had het theater behoefte aan een renovatiebeurt en daar heeft u voor gezorgd. In twee jaar tijd heeft u het theater, tevens rijksmonument, laten restaureren.

Lang niet alles ging van een leien dakje, maar mede door allerlei creatieve vormen van fondsenwerving lukte het u glorieus en op 27 januari 2005 vierde u de opening met een Argentijns Tangofeest. Mijzelf staat nog een avond voor de geest, nog niet lang geleden, met Lenny Kuhr, niemand minder dan zij, aan wie ik een kleinkunstprijs mocht overhandigen. Volle zaal, geweldige avond.

Behalve ervaren cabaretières en cabaretiers, zangeressen en zangers, treden in het Schillertheater ook veel jonge artiesten op. En het theater haakt aan bij alle Utrechtse culturele manifestaties.

Mevrouw Schinkel, u bent een geboren gastvrouw. Of er nu een poëzieavond plaatsvindt of een benefietconcert. Meneer Schinkel, u manifesteert zich ook als columnist, niet alleen over het theaterleven, maar over alles wat met Utrecht te maken heeft.

Samen bent u er in geslaagd het Schillertheater te maken tot de huiskamer van cultureel Utrecht. Waar opkomend talent de kans krijgt om te experimenteren en zich te ontplooien. Waar oudgedienden tonen dat ze nog volop mee kunnen.

'Nobel, vol energie, gastvrij en altijd in voor een nieuw evenement'. Zo wordt u beiden omschreven en met die eigenschappen (en een enorm doorzettingsvermogen) heeft u het Schillertheater gemaakt tot wat het nu is. Zeker omdat het uitermate moeilijk is om een theater 'winstgevend' te maken, is dat een formidabele prestatie. Die voor Zijne Majesteit de Koning aanleiding is om u allebei te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Maarten Stoopendaal

Meneer Stoopendaal, laat ik het maar direct vertellen: u bent een kei als het gaat om financiële constructies. Met een belangrijke kanttekening: die gebruikt u niet om er zelf beter van te worden...

Spin in het web van de heer Stoopendaal, geachte aanwezigen, is Giftkikker BV. Die heeft u in 1997 opgericht en u was er tot twee jaar geleden directeur van. Evenals zijn voorganger Steunbeheer, was Giftkikker een marketing- en communicatiebureau voor goede doelen.

Het steunen van goede doelen was dus vele jaren lang uw werk. Met behoorlijk veel succes. En nu komen de financiële constructies. Want u gebruikte lang niet het hele salaris dat u ontving voor uzelf en uw medewerkers. U richtte een stichting op, daarin stortte u een deel van de opbrengst van Giftkikker en dat geld gebruikte u om kleine doelen te helpen die zelf onvoldoende budget hadden voor marketingactiviteiten. Samengevat betaalde u uw medewerkers via deze stichting om die kleine goede doelen te kunnen helpen.

Een geweldig idee en vele organisaties, vooral op het gebied van dieren, kinderen en ouderen, hebben kunnen profiteren van de mogelijkheden die u bood. Bijvoorbeeld de World Society for the Protection of Animals, de Fietsersbond en de Stichting Aap. U stond deze organisaties, en nog een aantal andere, bij bij de werving van donateurs, vrienden, leden en vrijwilligers.

U stond, vanaf de opstartfase in 2002, de Stichting KiKa bij en droeg er met uw marketingervaring toe bij dat iedereen de stichting nu kent. Wat we hier in de Stadsschouwburg even kunnen controleren. Klopt toch? Inmiddels heeft de stichting een omzet van 24 miljoen euro. Tot op de dag van vandaag werkt u belangeloos voor KiKa.

En misschien nog wel meer tijd en energie heeft u gestoken in DierenLot, een stichting die zich inzet voor het welzijn van dieren. Deze stichting heeft, mede door uw inzet, inmiddels rond de 125 duizend donateurs.

Meneer Stoopendaal, ik begon met de constatering dat u een kei bent in het bedenken van financiële constructies. Maar u bent een nog grotere kei in de ondersteuning van goededoelenorganisaties. En dat is voor Zijne Majesteit Koning Willem Alexander aanleiding om u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Yvonne Veldema

Een mooie, oud-Hollandse wijsheid… maar ook van toepassing op u, mevrouw Veldema, ook al bent u geboren in Suriname: 'jong geleerd oud gedaan'.

Als kind had u een droom. Leraar  worden… Die droom heeft u ook waargemaakt.

Nadat u was afgestudeerd aan de Utrechtse universiteit, stond u 41 jaar lang voor de klas. Geweldig. U gaf hele generaties natuur- en scheikunde. Vorig jaar ging u met pensioen.  20 mei was uw laatste werkdag. Maar u besloot nog even te blijven. Tot de zomervakantie. Want u wilde met uw leerlingen  het schooljaar afmaken.

Dat bent u ten voeten uit. Kundig. Dol op het schrijven van scheikundeboeken. (Wat u nog steeds doet…) Dol op lesgeven. En vooral: dol op uw leerlingen.

Als een van uw leerlingen een onvoldoende haalde, sliep ook u slecht. In uw vrije tijd heeft u heel wat bijles gegeven in natuur-, schei- en wiskunde. Met veel plezier. En dat plezier nam nog toe als ze dan toch een voldoende haalden.

Maar u keek verder dan cijfers, zeker als het ging om kinderen die het thuis moeilijk hadden. U praatte met hun ouders. Leerlingen konden bij u blijven eten. Kortom, u zette de kinderen weer op de rails.

Dezelfde zorgzaamheid toont u voor de stichting Jan Veldema. De naar uw vader  genoemde stichting die al 20 jaar spullen inzamelt voor ziekenhuizen,  kinderentehuizen en bejaardentehuizen in Suriname. Boeken en computers. Kleding en speelgoed. Medische apparaten en rolstoelen.

Vanaf de oprichting bent u de spil van de stichting. U organiseert sponsorbijeenkomsten en muziekavonden. U verkoopt lekkernijen. U zamelt geld in voor het transport. U werft donateurs.

Vanwege uw drukke baan  als docent en schrijfster van scheikundeboeken, nam u wat gas terug. Uw zus Dorothy volgde u op als voorzitter. Maar sinds afgelopen september bent u weer full swing voor de stichting actief. En profiteren veel mensen in Suriname van uw kennis, ervaring en warme hart voor de medemens.

U mag dan met pensioen zijn, mevrouw Veldema. Maar voor medemenselijkheid ben je nooit te oud. Van jongs af aan geeft u veel aan anderen zonder daar iets voor terug te vragen. Hoog tijd om ook in uw geval de rollen een keertje om te draaien. Zijne Majesteit de Koning heeft namelijk besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Marchel Verweij

Wellicht een inzicht dat je alleen hebt als je zelf op hoog niveau topsport hebt beoefend: ambitie en talent zijn voor topsport niet voldoende.

Meneer Verweij, dat inzicht is de rode draad die door uw werk heenloopt als trainer en coach bij Worstelvereniging De Halter. Een vereniging die we al tegenkwamen bij uw goede bekende Max Antonioli.

Het begint bij de drie trainingen per week die u al een jaar of twintig geeft. Daarnaast heeft u individuele worstelaars begeleid, niet alleen op technisch gebied, maar ook qua mentale coaching, voeding, videoanalyse, loop- en krachttraining. Kortom, u gaat voor een professionele aanpak.

Bij De Halter bent u lid van de Technische Commissie, maar in feite bent u voor de vereniging een soort duizendpoot. Zo stelde u een jeugdtechnisch beleidsplan op. En doet u er alles aan om de worstelsport ook voor meisjes aantrekkelijker te maken. Dat betekende onder meer dat u intensieve contacten heeft gelegd met ons 'buurland' Noordrijn-Westfalen, waar meisjes nu kunnen meetrainen en jonge worstelaars aan toernooien kunnen meedoen.

Inmiddels bestaat een derde van de jeugdleden bij De Halter uit meisjes. Dat worden dus allemaal sterke en weerbare vrouwen. Goed voor de worstelsport was ook het Regionaal Talentencentrum dat u heeft opgericht toen de landelijke financiële spoeling in 2011 wel erg dun werd. Dat ging bijvoorbeeld ten koste van de centrale trainingen voor jonge worstelaars. Sinds de oprichting bent u bij het RTC technisch coördinator. Wat onder meer inhoudt dat u contact onderhoudt met scholen, ouders en NOC/NSF.

U steekt, meneer Verweij, al uw vrije tijd in uw sport en uw sportvereniging. Allemaal als vrijwilliger. Voor De Halter en voor de worstelsport bent u zo'n man van wie men zich afvraagt: wat zouden we zonder hem moeten beginnen.

Voldoende reden voor zijne Majesteit koning Willem-Alexander om u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Wil Voogt

Mevrouw Voogt (sorry dat ik uw voornaam verkeerd kreeg aangereikt), tot uw pensionering werkte u als inspecteur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Dat klinkt streng. Maar uw specialisatie was Interculturele Zorg en dat betekent juist dat u zich heeft ingezet voor de zorg voor migranten, vluchtelingen en uitgeprocedeerden.

Naast uw werk doet u ook als vrijwilliger veel voor deze kwetsbare groep. Tot op de dag van vandaag. Zo bent u al vele jaren lang bestuurslid van de Johannes Wier Stichting voor gezondheidszorg en mensenrechten. U droeg bij tot het cursusmateriaal voor hulpverleners dat de stichting verzorgt.

Als voorzitter van de Stichting Avicenna looft u elke twee jaar een prijs uit aan een zorgverlener of organisatie die zich inzet voor de zorg aan migranten en vluchtelingen. En een aantal jaren was u jurylid van de Wisseltrofee Interculturalisatie van de GGZ.

Wat meer recent is uw inzet als adviseur voor de geestelijke gezondheidszorg in Albanië. Met dat land maakte u kennis door de hulp die Nederlandse psychiatrische ziekenhuizen boden aan klinieken daar. Uw werk bestond uit het bezoeken van ziekenhuizen en het inventariseren en oplossen van problemen.

Een laatste manier waarop u mensen zonder papieren tot steun bent, is uw werk namens Lampion, een informatie- en adviespunt voor mensen zonder papieren dat u hebt opgericht. Zij kunnen bij u terecht met vragen over mogelijkheden om zorg te krijgen. Hulpverleners helpt u er met enige regelmaat aan herinneren dat zij ook ten opzichte van ongedocumenteerden zorgplicht hebben.

De manier waarop u tegelijk als juriste en vanuit het oogpunt van solidariteit naar mens en samenleving kijkt, blijkt ook uit uw werk voor de Stichting De Tussenvoorziening, die hier in Utrecht dak- en thuislozen opvangt.

Aan de ene kant bent u voorzitter van de klachtencommissie. Waarbij u vaak zakelijke en emotionele argumenten uit elkaar moet houden. Maar u bent ook één van de organisatoren van de jaarlijkse kerstbijeenkomst oftewel Maria's Kerst-Inn. U zoekt sponsors, werft giften, doet boodschappen, kookt soep, bereidt de barbecue voor en begeleidt andere vrijwilligers.

Mevrouw Voogt, op een indrukwekkende manier helpt u op allerlei manieren kwetsbare mensen in onze samenleving. Of het nu Utrechtse dak- en thuislozen zijn, immigranten zonder papieren of de patiënten van psychiatrische klinieken in Albanië.
Mensen kennen u als enthousiast maar ook zakelijk. Als bevlogen, maar ook realistisch.

Voor Zijne Majesteit zijn uw grote verdiensten voor deze kwetsbare mensen aanleiding u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Mevrouw Marja van der Wees

Mevrouw Van der Wees, als je Marja heet, ben je kennelijk goed in drukwerk en bij u ligt het natuurlijk in het verlengde van uw beroep, fondsredacteur en uitgever. Maar het is wel degelijk heel bijzonder dat u daarnaast u al bijna 30 jaar hoofdredacteur bent van de Wijkkrant Wittevrouwen.

U kent natuurlijk allemaal die mooie Utrechtse wijk. Veel mensen daar zijn blij daar te wonen, organiseren graag samen iets en willen weten wat er in hun wijk gebeurt. Voor de bewoners van die wijk maakt u, mevrouw Van der Wees, de Wijkkrant. U doet dat aan het hoofd van een redactie die, omdat het nu eenmaal gaat om  vrijwilligerswerk, nogal wisselt van samenstelling. U bent de vaste waarde, zowel actief op het gebied van de inhoud, de redactie en eindredactie, als de vormgeving.

En als een echte hoofdredacteur bouwde u ook een echt netwerk om u heen. Heeft u contacten met adverteerders en sponsors. Knoopt u de financiële eindjes aan elkaar.
Geen wonder dat er, toen er in 2012 iemand werd gezocht voor een bijzondere uitgave bij het 75-jarig bestaan van de Tuindorpkerk, direct aan u werd gedacht. Samen met uw zoon heeft u wekenlang gewerkt aan de redactie en lay-out van een schitterende glossy, 'De TdK'. Ook hier op vrijwillige basis. En tot ieders volle tevredenheid.

Toen u die glossy maakte, mevrouw Van der Wees, was u al langer met de Tuindorpkerk verbonden en was daar al bekend dat u wel vaker goede ideeën heeft.

In 2004 had u bijvoorbeeld bedacht dat het een goed idee zou zijn als "meisjes van uw leeftijd" (een citaat van uzelf) elke maand samen iets leuks zouden gaan doen.
Uiteindelijk resulteerde dat idee in 'Female and Fifty' en kwamen rond de 30 vrouwen die elkaar kenden van de Tuindorpkerk, elke tweede vrijdag van de maand bijeen om een goed gesprek te voeren, naar de film te gaan, een glas te drinken, samen te koken, een workshop te doen of een boek te bespreken. Degene die dat allemaal organiseerde was u. En u heeft dat wel een jaar of tien volgehouden.

Mevrouw Van der Wees, u zet uw redactie- en organisatietalent niet alleen in op uw werk, maar ook in uw wijk. Vele wijkbewoners en gemeenteleden van de  Tuindorpkerk doet u daar een groot plezier mee. Een verdienste die er uiteindelijk toe heeft geleid dat Zijne Majesteit koning Willem-Alexander u heeft benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Marcel Wels

Meneer Wels, in uw beroepsleven is de belangrijkste kleur blauw, want u werkt bij de politie. Maar waar ik het vandaag met u over wil hebben, is uw werk als vrijwilliger voor het RODE Kruis. U bent daar al sinds uw 19de actief. In het begin in de colonne, een groep vrijwilligers, vaak onder leiding van een arts, die kon worden ingezet voor grootschalige medische bijstand. Later in het zogenaamde SIGMA-team (en SIGMA staat voor Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie).

Sinds 1999 als vrijwilliger bij de Noodhulp. Daar bent u nu evenementenhulpverlener, teamleider en vrijwilliger bij het Calamiteitenhospitaal. Dat is een speciaal ziekenhuis hier in Utrecht dat binnen een half uur operationeel kan worden gemaakt voor slachtoffers van een ramp.

Bij het Rode Kruis zet u zich ook in voor de logistieke ondersteuning en bent u landelijk chauffeur bij de Medische Dienst.

De waardering voor uw tomeloze inzet en de snelheid en handigheid  waarmee u uw werk doet, is groot bij het Rode Kruis. En een vergelijkbare waardering bestaat bij de Stichting KinderBeestFeest. Die stichting nodigt elk jaar 1250 chronisch zieke kinderen uit voor een feestelijk dagje Artis. Dat is nog een hele onderneming, maar door toedoen van mensen als u lukt het elk jaar weer. U treedt onder meer op als chauffeur bij het ophalen en wegbrengen van de kinderen en werft auto's voor de colonne richting Artis.

En dan zou je zeggen: 's nachts rust u uit van uw werk bij de politie en uw vrijwilligerswerk.

Maar nee: 's nachts bent u - eveneens op vrijwillige basis -  één keer in de maand slaapwacht in het Ronald McDonaldhuis. Zoals u weet kunnen daar moeders, vaders, broertjes en zusjes overnachten van kinderen die in het UMCU zijn opgenomen. De gasten van het huis hebben dus ook 's nachts een aanspreekpunt en één keer in de maand bent u dat.

Iedereen die u meemaakt, meneer Wels, heeft waardering voor uw hart van goud, enthousiasme, humor, inzet en warme persoonlijkheid. En voor uw collegialiteit en professionele uitstraling. Geen wonder dat Zijne Majesteit heeft besloten u te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Derk Wessels

Als we het in Nederland hebben over bekende kunstenaars, gaat het vaak over Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan, Appel. Kunstenaars met liefhebbers over de hele wereld. Maar met één nadeel: ze zijn niet meer onder ons.

Gelukkig staat daar tegenover dat er ook wel degelijk heel goede, nog steeds actieve kunstenaars zijn. Creatieve geesten die dag in dag uit nieuw werk produceren. Die iedere dag weer nieuwe fans krijgen. In binnen- en buitenland.

Eén van die creatieve geesten is een Utrechter. Bent u, meneer Wessels, Derk. Als kunstenaar bent  u al meer dan 25 jaar actief. En dan bedoel ik ook actief met een hoofdletter A.

Al een kwart eeuw lang produceert u aan de lopende band. Tekeningen, schilderijen, lino’s. Een oeuvre met bijzondere beesten, bijzondere landschappen, bijzondere bloemen. Met volop beweging.  In veel kleuren. Vrolijke kleuren. Want u bent niet van de zware gedachten, de frustraties, de angsten of obsessies.

U heeft maar één doel: mensen plezieren met uw werk. En dat lukt u heel aardig. Want de mensen houden van wat u maakt. Zo was uw werk te zien in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag. Toen u in 2007 uw 15-jarig jubileum vierde, kreeg u een eigen expositie in het Centraal Museum.  Dan moet je echt iets kunnen...

Uw werk gaat zelfs de wereld over. Zuid-Afrika. Engeland. China. Japan. In 25 jaar bent u uitgegroeid tot een kunstenaar van formaat.

Meneer Wessels, wie uw werk ziet, ziet de hand van iemand met onbegrensde mogelijkheden. Uw werk hangt in galerieën. In musea.  Bij kunstliefhebbers thuis. Staat zelfs op koffiemokken. U bent een geweldig creatief talent. Een visitekaartje voor Nederland. En voor Utrecht.

Maar u bent meer dan een visitekaartje. U bent een voorbeeld. Een voorbeeld voor iedereen die kunstenaar wil worden. Met uw werk slaat u bruggen tussen mensen met en zonder beperking.

Woorden heeft u daarbij niet veel nodig. U laat uw verfkwasten spreken. En die spreken duidelijke taal. Drie jaar geleden won u, in Amstelveen, met die verfkwasten al eens een prijs. Een mooie en verdiende blijk van waardering. En vandaag krijgt u er weer één. Zijne Majesteit de Koning heeft namelijk besloten u te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

De heer Jeroen Wielaert

De grootste kracht van de man die nu naast mij staat, beste mensen, is misschien wel zijn stem. Hij heeft enige bekendheid als maker van radioreportages en wie zijn stem hoort, luistert vanzelf geboeid naar de verhalen over sport, cultuur en geschiedenis, die hij vertelt.

Die stem ontbreekt natuurlijk als je die of vergelijkbare verhalen op papier zet, Jeroen. Maar ook in je vele columns en boeken ben je een geboren verteller. Een man met een neus voor mooie verhalen. Doorleefde verhalen, met niet alleen veel lief maar ook het nodige leed.

Ook jouw inzet voor een Utrechtse Tourstart, Jeroen, is een verhaal dat verteld moet worden. Dat begon in 2001, zoals bekend, op twee bierviltjes. En nadat Utrecht in 2010 nog was geklopt door Rotterdam, kwam het ook echt tot een Utrechtse Tourstart, een 'Tour sous le Dom', op 4 juli 2015.

Tussen de eerste plannen en de Grand Départ lagen dus 14 jaar. Jaren waarin je eerst het Utrechtse gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie wist te overtuigen van de goede zaak.

Wat niet altijd vanzelf ging. Het redden van FC Utrecht kostte ook al veel geld. Het Utrechtse zelfbeeld ging niet altijd gelijk op met de groeiende stad. Een kredietcrisis en een dopingcrisis gooiden zand in de machine.

Je bleef roepen dat de Tourstart voor Utrecht niet te groot was. Een evenement moest worden van en voor iedereen. Je benadrukte de kracht van Utrecht als fietsstad. Bleef wijzen op de kansen van citymarketing en duidelijk maken dat de Tour méér inhield dan alléén sport. Je dacht mee over het parcours en bij vele bezoeken aan de Tour en andere wielerwedstrijden, maar ook bij ontvangsten in de stad maakte je deel uit van de Utrechtse afvaardiging.

Je was van grote waarde door je talent om op het juiste moment de juiste contacten te leggen en vast te houden. Tot op het niveau van de Tourdirectie aan toe. In de stad wist je steeds meer mensen en organisaties voor een Tourstart warm te maken en te houden. En dat maakt je elf jaar durende, ik zou haast zeggen heroïsche lobby voor een Utrechtse Tourstart, naast je veelzijdige loopbaan als journalist, tot een bijzondere verdienste. Die voor Utrecht een evenement heeft opgeleverd dat van blijvende symbolische waarde is voor de ontwikkeling van de stad.

De waardering voor je inzet voor de Grand Départ is dan ook groot en breed, zowel in als buiten Utrecht. Waar we ondertussen in de weer zijn om ook iets Spaans binnen te halen. Maar voor het zo ver is, Jeroen, kan ik je melden dat Zijne Majesteit op grond van je verdiensten heeft besloten je te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Uw mening