Burgemeester Eerste exemplaar boek 'Wat ik nou toch heb meegemaakt'

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, De Kargadoor, 6 oktober 2017

Meneer Eickholt, meneer De Graaff, dank voor het eerste exemplaar van dit bijzondere boek. Ervaar het als een eer (net als het schrijven van het voorwoord).

Wie aan mij vraagt: 'hoe gaat het met Utrecht?', krijgt als antwoord: 'prima'. De stad scoort hoog op allerlei nationale en internationale lijstjes. Utrechters zijn gemiddeld tevreden over de stad en de mogelijkheden en voorzieningen die je er vindt. Zijn gemiddeld gezond, hebben een goede studie of baan, doen veel aan sport en met de andere kinderen van Nederland behoren de Utrechtse kinderen tot de gelukkigste van de wereld.

Maar u en ik weten dat mooie gemiddelde cijfers niet betekenen dat het met iedereen altijd goed gaat. Van Wim Eickholt kunnen we leren hoe het mis kan gaan. Hij vertelt ons in alle eerlijkheid hoe zijn heel normale, georganiseerde leven verbrokkelt waar hij bij staat. Van binnenuit beschrijft hij daarna zijn ervaringen in de wereld van 'het putje' waar hij in terecht komt, zijn contacten met mede-daklozen en hulpverleners. En beschrijft hij daarna op een indrukwekkende manier hoe hij er uiteindelijk weer bovenop komt.

Als ik het goed begrijp, is dit boek in de eerste plaats bedoeld voor studenten sociaal-pedagogische hulpverlening aan de Hogeschool. Maar ik weet dat er ook al bestellingen zijn gedaan van de kant van onze eigen medewerkers. Dat is geen wonder, want het gemeentebestuur van Utrecht neemt dakloosheid serieus en is vastbesloten samen met de deskundige partners in de stad, dakloosheid waar mogelijk te voorkomen. Te zorgen voor een snelle en goede opvang, hulpverlening op maat en een goede doorgaande begeleiding. Als stad van Sint Maarten, die zijn mantel deelde met een bedelaar, zijn we dat aan onszelf verplicht.

Nieuw in Utrecht is sinds januari dit jaar het zogenaamde Stadsteam Herstel, ook hier vertegenwoordigd. In dit team zitten professionals van de organisaties die betrokken zijn bij de eerste opvang. Die precies weten hoe ze daklozen kunnen opsporen en toeleiden naar  hulpverlening. Belangrijk (hóe belangrijk, blijkt ook weer uit dit boek) is een goede doorstroming naar vervolgvoorzieningen. Op de zorg en opvang voor dak- en thuislozen heeft het gemeentebestuur afgelopen zomer een visie vastgesteld. Daarin gaan we er van uit dat er ook in de toekomst in de Utrechtse binnenstad een laagdrempelige open inloop voor daklozen nodig zal blijven. En constateren we daarnaast dat de groep daklozen er de laatste tijd anders is komen uit te zien. Veel daklozen kampen met een zogenaamde 'multiproblematiek'. Aan de andere kant lijken er steeds meer ‘nieuwe daklozen' te komen, mensen die door een combinatie van ontslag, schulden en/of verlies van vriend of vriendin, in moeilijkheden zijn gekomen. Zoals dat Wim Eickholt overkwam.

Dat vraagt hulpverlening op maat met om te beginnen directe opvang voor iedereen die dakloos wordt. Extra alert zijn we op jongeren rond de 18 voor wie dakloosheid dreigt. Voor hen geldt nog meer dan voor anderen: voorkomen is beter dan genezen. Onze portefeuillehouder in het college, wethouder Kees Diepeveen, zit er bovenop en is zeer betrokken bij het onderwerp.

Terug naar Wim Eickholt en zijn boek, waarvoor, ik zei het al, ook bij onze medewerkers belangstelling bestaat. Omdat het zo goed past bij de manier waarop de gemeente Utrecht is gekomen tot de soms ingrijpende veranderingen in haar beleid, namelijk door ons oor te luisteren te leggen bij de Utrechtse hulporganisaties, daklozen en oud-daklozen zelf.

Maar uw boek, meneer Eickholt, verdient ook buiten de professionele wereld, als persoonlijk, aangrijpend en openhartig relaas over uw leven, een brede lezerskring.
Dank u wel.