Burgemeester Eerste paal Noordgebouw

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, bouwkantoor Dura, 7 maart 2017

Dames en heren,

U realiseert zich misschien niet hoe blij ik ben vandaag dat ik samen met u de eerste paal mag slaan voor één van de grote projecten in het Stationsgebied. Ben zoon van een architect, was ooit als wethouder verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Stationsgebied (toen nog Utrecht Centrum project geheten) en dit is bovendien een historische plek. Hier stond in het verleden een busstation, we bevinden ons letterlijk vlak naast waar eens het schitterende Jugendstil-pand 'De Utrecht' stond. Kortom, het is een eer te mogen bijdragen. Doe dat graag in de wetenschap dat velen aan de totstandkoming van dit alles hebben bijgedragen, niet in de laatste plaats de huidige wethouder stationsgebied Victor Everhardt.

Misschien realiseert u zich ook niet, dat ik dagelijks toezicht houdt op dit project. Mijn kamer bevindt zich namelijk aan de overkant van het spoor in het Stadskantoor. En ik kan u zeggen, het is helemáál niet vervelend om daar te zitten en zo nu en dan even uit het raam te kijken. Vanaf de twintigste verdieping zie ik natuurlijk de Domtoren, maar vlak om me heen bewegen meestal drie, vier hijskranen. Iedereen is druk in de weer met het nieuwe Hoog Catharijne. Met het Stationsplein. Met de tram. Met die hele grote fietsenstalling, hier voor de deur. En nu dus ook met het Noordgebouw.

In 2013 begonnen met een aanbesteding in een tijd waarin het economisch tij niet mee zat. Dura Vermeer heeft de toekomst goed in geschat en stak zijn nek uit. Vorm Ontwikkeling, ook al een bekende partij in de stad, is daar later bijgekomen. Zij werden de opdrachtgevers van architectenbureau MONK, dat al een keer de Rietveldprijs heeft gewonnen met een slim en prachtig gebouw in Papendorp. Een samenwerking die deel uitmaakt van de stad.

Meestal duurt het lang voordat je echt ziet hoe het gebouw er uit gaat zien. Eerst veel werk in de grond, beton en na verloop van tijd krijg je iets van de gevel te zien. Gelukkig heb ik al wel naar de plaatjes kunnen kijken. En ik moet zeggen dat ik erg onder de indruk ben van de grootte van het gebouw. Mijn uitzicht gaat behoorlijk veranderen. Dat geldt natuurlijk ook voor de bewoners van het Radboudkwartier. Zij hebben al ongelooflijk veel meegemaakt: met de sporen, het station, het winkelcentrum, tijdelijke wegen, sloop, procedures, overlast en noem maar op. Dat is helaas ook nog niet afgelopen.

Maar wat ik geweldig vind en dan spreek ik namens het gehele gemeentebestuur, is dat we in staat zijn geweest om een negatieve spiraal om te buigen naar een positieve. Dat we van een 4-baans snelweg in het centrum een singelgracht hebben kunnen maken, is bijzonder. Dat we een winkelcentrum uit de jaren 70 nu transformeren naar de 21e eeuw, is een prestatie van formaat. Dat we, met ProRail en NS, een station drie keer zo groot hebben kunnen maken, terwijl de treinen blijven rijden, is uniek. Maar dat we dan ook nog in staat zijn om een eindeloze stroom fietsen onder te brengen, een nieuwe tram te laten rijden en daar bovenop een gebouw neer te zetten waar je kunt wonen, werken, winkelen én logeren, is buitengewoon. Petje af voor u allemaal (en uw voorgangers voor- en achter de schermen).

Het Noordgebouw onderstreept de dynamische uitstraling van Utrecht en past bij een stad die het fenomeen The Third Place omarmt. De plek die de verbinding maakt tussen privé en werk en een welkome afwisseling biedt naast de werkplek op kantoor en thuis. In 2030 telt Utrecht ruim 400.000 inwoners en meer dan 200.000 arbeidsplaatsen. Al die mensen willen ook naar de film, naar restaurants en naar TivoliVredenburg. Wat is er nu fijner dat je daarna, terug kunt wandelen naar je hotel? Hier komt een Inntel hotel, waar je kunt logeren en waar je op de elfde verdieping het zwembad in kunt duiken. Daar ben ik als vroege-ochtend-zwemmer natuurlijk heel blij mee.

Ik wens iedereen die hier de komende twee jaar een bijdrage aan levert, heel veel succes en ik volg u met veel belangstelling vanaf de overkant.