Burgemeester Herdenking Polar Bear-monument

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Oorsprongpark, 7 mei 2019

Commissaris van de Koning, leden van het Utrechtse Comité 4 mei-Herdenking, beste mensen,

A very warm welcome. And a very warm welcome in particular to the British ambassador, His Excellency Peter Wilson, and colonel James Phillips. Our heritage of freedom is built on the courage and the sacrifices of the British and Canadian forces. We are still deeply grateful to the people of both countries. Thank you so much. Please allow me, if you will, to continue in Dutch.

Beste mensen,

Vrijheid heeft meestal twee kanten. Neem bijvoorbeeld de uitspraak van Utrechter Willemien Temming die tijdens de oorlog haar Joodse geliefde had verborgen – ik citeer: “De troepenintocht op 7 mei was zo’n prachtig moment, maar ik hoop dat niemand dat ooit weer meemaakt, want je hebt er eerst zo’n rotoorlog voor nodig”. – einde citaat.

De euforie over de herwonnen vrijheid was ongekend groot, maar ook de offers die hiervoor waren gebracht. Het raakt mij - en ook ongetwijfeld velen van u - dat met de bevrijding in zicht de terreur van de bezetter zich tot op het laatst toe liet voelen.

Op 5 mei gingen de Utrechters al in drommen de straat op. Overal werd de driekleur uitgestoken. Vijf jaar frustratie werd in één klap afgeworpen. Vijf jaar was de bevolking muisstil geweest, nu liet men zich uitbundig horen. De massa’s stelden zich op langs de Biltstraat en juichten de voedselvrachtwagens uit Rhenen toe. En de mensen hoopten op de intocht van de bevrijders. Die lieten zich echter voorlopig nog niet zien. De onderdrukker was nog niet verdreven. Ze plakten zelfs biljetten aan, waarin met dikke letters duidelijk werd gemaakt dat er geen sprake was van capitulatie.

Op 6 mei gaf dit alles een surrealistische en onduidelijke situatie. De Binnenlandse Strijdkrachten begonnen met de ontwapening van de Duitsers en het bezetten van openbare gebouwen. Politieke gevangenen werden onder de klanken van een spontaan aangegeven Wilhelmus, vrijgelaten uit de gevangenis op het Wolvenplein. NSB-burgemeester Van Ravenswaay verliet via een achterdeur het stadhuis.

Tegelijkertijd lieten de Duitsers zich niet onbetuigd. Langs de straten trokken nog steeds zwaarbewapende soldaten. Hier en daar gingen zij over tot de aanval en bestookten leden van de Binnenlandse Strijdkrachten met geweren en handgranaten. Een twintigtal BS’ers liet in die laatste dagen het leven.

Zelfs op 7 mei, de dag van de bevrijding, pleegden de nazi’s nog een aantal wandaden. Toen een groep Duitsers bij het Rosarium in Oudwijk werd aangehouden, begonnen ze wild om zich heen te schieten, waarbij 10 mannen in koelen bloede werden gedood.

Zeer recent heeft de zoon van verzetsstrijder Dé van der Kamp ontdekt dat zijn vader de commandant was van deze BS’ers. Het incident heeft hem altijd dwarsgezeten. Dé had er slapeloze nachten van, maar heeft er nooit over gesproken. Goed dat dit na 74 jaar boven water is gekomen. Voor de familie, voor een correcte geschiedschrijving, maar vooral ook omdat het de impact van dit soort gebeurtenissen laat zien.

Terwijl dit laatste drama zich voltrok, slechts een paar honderd meter verderop, reed de voorhoede van het 49ste West Riding Infanteriedivisie, 146ste Infanteriebrigade van het Eerste Canadese Leger, beter bekend als de Polar Bears, de Domstad binnen. Omstuwd door een kolkende, juichende, zingende menigte, die op een overweldigende wijze uiting gaf aan zijn blijdschap en dankbaarheid. Hoogtepunt van die dag vormde het gelui van de klokken van de Dom. Er was met man en macht gewerkt om deze klokken weer in gebruik te krijgen. Om half twaalf klonken voor het eerst na vijf jaar de diepe, bronzen stemmen van de zeven zware Domklokken tot in alle uithoeken van de zonovergoten stad. Toen wist Utrecht zich echt bevrijd.

Dank u wel.

Uw mening