Burgemeester Herdenking Polar Bear-monument

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Oorsprongpark, 7 mei 2018

Een triomfantelijke intocht met Utrechters rijendik langs de straten. Zo dik, dat er net nog één auto tegelijk door de Voorstraat richting de Neude kon rijden. Overal rood-wit-blauwe vlaggen uit de ramen. Zwaaiende armen. Applaus. Gejuich.

In onze vrije en vreedzame tijd taferelen die we vooral meemaken tijdens sportevenementen. FC Utrecht dat in 2001, na 10 jaar, weer Europees voetbal haalt. De start van de Tour de France in 2015. De huldiging van het Nederlands vrouwenvoetbalelftal na het behalen van de Europese titel, vorig jaar.

Wat er gebeurde op 7 mei 1945, was van een totaal andere orde. Het was geen feest wegens een mooie sportprestatie. Het was feest omdat de militairen van de 49ste West Riding Infanteriedivisie, 146ste Infanteriebrigade van het Eerste Canadese Leger, beter bekend als de Polar Bears, Utrecht bevrijdden.

Tijdens de voorafgaande dagen hadden de Utrechters niet in spanning gezeten over de laatste wedstrijden in een voetbaltoernooi of competitie, maar over de afloop van de oorlog. Die was niet, zoals velen hadden gehoopt, gekomen in september 1944. Ook in onze stad hadden de inwoners nog één hongerwinter langer op de bevrijding moeten wachten. Een winter waarin het, vooral in januari, ijzig koud was geweest. Waarin voedsel en brandstof steeds schaarser waren geworden, wat leidde tot hongersnood en de dood van 2000 Utrechters. Terwijl de geallieerde vliegtuigen bleven overkomen. Maar de overgave van de Duitsers in West-Nederland uitbleef.

Zelfs de capitulatie, op 4 mei, van de Duitse legers in Noordwest-Europa aan generaal Montgomery, luidde nog geen veranderingen in. Al waren er op 2 en 3 mei voedseldroppingen geweest in Lage Weide en reden er van tijd tot tijd geallieerde konvooien door de stad. Ook na de overgave van de Duitse troepen in Nederland op 5 mei en de algehele Duitse capitulatie in Reims de dag daarna, gebeurde er in Utrecht nog weinig. Het Duitse hoofdkwartier was nog bemand, sommige Duitsers waren nog altijd bereid tot schieten en de onwennigheid bij de Binnenlandse Strijdkrachten was groot.

De grote opluchting kwam pas op maandagochtend 7 mei, na 10 uur. Dat was het moment waarop ook voor Utrecht de bezetting, na bijna 5 jaar, eindelijk definitief voorbij was. Het waren de militairen van de 49ste West Riding Infanteriedivisie, 146ste Infanteriebrigade van het Eerste Canadese Leger, beter bekend als de Polar Bears, die werden toegejuicht langs de Biltstraat, de Voorstraat en de Neude. In de Potterstraat en de Lange Viestraat. Langs de Oudegracht en op de Stadhuisbrug.

Na een lange en loodzware opmars, in juni 1944 in Normandië begonnen, waren het de troepen van deze divisie die Utrecht het eerst bereikten. Voor Utrecht en de Utrechters een onvergetelijk moment. Het einde van vijf jaar vol verschrikkingen. Naar wij nu weten tegelijk het begin van een periode van vrede en vrijheid die duurt tot op de dag van vandaag. En dus, eveneens tot op de dag van vandaag, voor ons Utrechters reden tot immense dankbaarheid.