Burgemeester Herdenking tragische gebeurtenissen maandag 18 maart

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Raadszaal, donderdag 21 maart 2019

Leden van de raad,
leden van het college, beste mensen,

Welkom op deze raadsbijeenkomst,

Na de diep-tragische gebeurtenissen van afgelopen maandag, voelen we vooral een groot en diep verdriet. We denken aan beelden waar we niet aan willen denken. We denken aan de rouw en het verdriet van de nabestaanden. We denken aan degenen die hulp verleenden, wij denken aan degenen die getuige waren van de gebeurtenissen in en rond de tram.

Wij leven met hen mee. Vorige week vrijdag ging de vlag voor het stadhuis halfstok. Vanwege de verschrikkelijke gebeurtenissen in Nieuw-Zeeland. Aan de andere kant van de wereld. Drie dagen later kwam het geweld heel dichtbij. Opeens gingen de beelden die we eerder van elders zagen, ver bij ons vandaan, over ons eigen Utrecht.

Om kwart voor elf  kwam de tram richting het Centraal Station schokkend tot stilstand. Net voor de bocht op het 24 Oktoberplein. Onschuldige mensen werden beschoten. Vermoord. Een weerzinwekkende en onbegrijpelijke daad van geweld.

De beelden die daarop volgden hebben op velen diepe indruk gemaakt. Beelden van zwaarbewapende eenheden, tientallen ambulances en trauma- en politiehelikopters
die boven het 24 Oktoberplein cirkelden.

Ondertussen verschool de Domstad zich met ingehouden adem achter de voordeur, terwijl onze politiemensen op volle kracht zochten naar de dader.

Scholen sloten hun deuren, de Domkerk ging op slot, net als andere openbare gebouwen.

Het heeft ons gevoel van vertrouwen en veiligheid een knauw gegeven. Tegelijkertijd, heb ik grote bewondering voor de rustige en kalme reactie van onze inwoners, voor de snelle en adequate inzet van onze hulpdiensten en het enorme medeleven hier in de stad, maar ook uit de rest van het land en zelfs van ver daarbuiten.

Niet alleen het geweld kwam heel dichtbij, ook de saamhorigheid en de steun  die we de afgelopen dagen ervaren hebben, was heel tastbaar en van grote waarde. Dank aan een ieder die de afgelopen dagen heeft bijgedragen. In Utrecht houden we elkaar vast.

Het laat de veerkracht van onze stad zien. Van onze gemeenschap. Het geeft hoop en kracht om de draad weer op te pakken. Ingmar Heytze omschreef die veerkracht heel mooi – en ik citeer:

“Ik heb mijn kind van school gehaald,
de klas had zelf vers brood gemaakt.
We reden in de zon naar huis.
De stad kwam weer tot leven.”

Dat onze inwoners de volgende dag gewoon weer in de tram zijn gestapt, is misschien wel het krachtigste bewijs dat we ons niet laten kennen. Dat we ons niet laten intimideren door geweld.
Ondertussen blijft het besef dat een ieder van ons in die tram had kunnen zitten.

En dat drie mensen afgelopen maandag zijn achtergebleven in die tram. In gedachten zijn we vanavond bij de nabestaanden. Delen wij ons verdriet over de gewelddadige aanslag op onschuldige, weerloze mensen. Leven wij mee met degenen die nu zonder hun naasten verder moeten.

Ik verzoek u enkele ogenblikken stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Uw mening