Oud-burgemeester Jan van Zanen Installatie tweede termijn als burgemeester van Utrecht

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Stadhuis, 7 januari 2020

Geachte leden van de raad, griffier, leden van het college, voorzitter,

Een aantal mensen kon ik het tot mijn spijt de afgelopen zes dagen nog niet zeggen: gelukkig nieuwjaar.

Beste mensen, hier in de raadszaal en thuis, wat aardig dat u de moeite heeft genomen om te komen of dat u kijkt of luistert.

Welkom aan alle speciale gasten, lieve Ma en Pa, Koos, Sanne, Bart en Ben, lieve Simone en familie (ouders en twee zussen), vrienden Cees, Niels, Marnix en goede bekenden. Amstelveners, naaste medewerkers, VNG’ers, Hooggeachte ambtsvoorganger Lien Vos-van Gortel, Hooggeachte ambtsopvolger Tjapko Poppens (Amstelveen).

Dank, Jony (Ferket), voor uw bijdrage namens de vertrouwenscommissie en de prachtige tekst die ik zojuist van u mocht ontvangen. Dank, Commissaris van de Koning, beste Hans (Oosters), voor uw vriendelijke woorden. Moet u op één ding tegenspreken: de graduele onttakeling aan het einde van een lange raadsvergadering voltrekt zich niet alleen intern, maar is zeker ook extern vaak zichtbaar. Dank, zeer geachte nestor van de gemeenteraad, beste Peter (van Corler). Uit uw woorden maak ik op dat u er ook nog over zes jaar bij bent. Dat is dan geregeld. En als prinses Amalia daadwerkelijk in Utrecht gaat studeren, dan hebben we hier in ieder geval al de Amaliadwarsstraat. Kan ze lekker dwars zijn en hoeft de straatnamencommissie niet in actie te komen.

Dank aan de Ministerraad en in het bijzonder aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Raymond Knops. Dank tenslotte aan Zijne Majesteit de Koning voor het Koninklijk Besluit.

Voorzitter, leden van de raad,

Het was de afgelopen zes jaar een voorrecht en een genoegenburgemeester van Utrecht te mogen zijn. Een eervol ambt waar ik met veel dankbaarheid en plezier invulling aan geef. Veel vrije tijd blijft er niet over, maar klaag daarover niet, want ik maak met enthousiasme de vele meters en zeg niet graag ‘nee’. Je weet er alles van, niet waar Ma?

Ik zou dit werk niet kunnen doen zonder de steun van mijn familie, mijn partner en van mijn naaste medewerkers. Grote dank, diep vanuit mijn hart.

In mijn installatietoespraak van zes jaar geleden kondigde ik aan hernieuwd te willen proberen door te dringen tot de haarvaten van de stad. Hans sprak er zojuist ook over. Dat heb ik de afgelopen jaren met volle overgave gedaan. Doorkruiste de stad. Op zoek naar die haarvaten, naar de ziel van de stad.

Heel veel Utrechters maakten me tijdens talloze ontmoetingen deelgenoot van hun lief en leed. Voelde me soms een wandelend en fietsend loket. Zij vertelden mij over hun dromen en ambities. En ik verzeker u: waar ik ook kwam, iedereen heeft hart voor onze stad.

Dat je als burgemeester in en buiten de stad mag optreden als vertegenwoordiger van de stad ervaar ik als een grote verantwoordelijkheid. Zie het daarbij als een opdracht steeds namens zoveel mogelijk Utrechters op te treden. Er te zijn van en voor iedereen. Op verdrietige en op vrolijke momenten. Mensen toe te spreken die een mijlpaal hebben bereikt. Of te delen in rouw, op het Domplein na Charlie Hebdo, vandaag precies vijf jaar geleden, of op het 24 oktoberplein na de tramaanslag.

Is de stad de afgelopen zes jaar veranderd? Minder dan de achteneenhalf jaar daarvoor, althans in mijn beleving. Werkte in Amstelveen, kwam terug en zag de veranderingen. Nu ben ik er elke dag bij.

Maar, zoals ik eerder als burgemeester heb gezegd, de stad is een fysieke en mentale sprong aan het maken. Ben onder de indruk van de vele ideeën en initiatieven die ik elke dag tegenkom, maar realiseer me ook dat alles steeds sneller gaat, ingewikkelder wordt en de vraag is of iedereen alles nog wel kan blijven bijbenen. In hoofd, hart en gestel.

Die sprong is ook in cijfers zichtbaar. Toen ik begin 1990 gemeenteraadslid werd (ja, Janneke, Lars en Tim, dat is andere koek) telde Utrecht ruim 230.000 inwoners. Bij mijn aantreden als burgemeester in 2014 waren dat er 328.000. Ging in 2018 op bezoek bij de 350.000ste inwoner. Sebastiaan. Hij werd afgelopen 4 september één. Telt Utrecht aan het eind van mijn nieuwe ambtstermijn, in 2026, 400.000 inwoners?

Het overgrote deel van de Utrechters is over het algemeen gelukkig en heeft vertrouwen in de medemens. Dat dit zo blijft, tijdens en na het maken van die spreekwoordelijke ‘sprong’, moet een hoge ambitie van ons allemaal zijn. Ik hoop de komende jaren voor en achter de schermen aan die ambitie te kunnen bijdragen. Nog niet bekende zorgen en ongehoorde stemmen een plek te geven.

Het ligt in het verlengde van het onderwerp waaraan ik ook de komende zes jaren de meeste energie en tijd zal besteden. De veiligheid.

Zes jaar geleden zei ik dat we ons moeten realiseren dat het vaak de vrijheid van de één is, die de vrijheid van de ander beperkt en dat we in een dichtbevolkte stad als Utrecht gezamenlijk een manier moeten vinden om elkaar een beetje de ruimte te geven.

Dat gaat met vallen en opstaan. En gelukkig is er veel dat goed gaat. Ik heb groot respect én waardering voor het werk van de mensen die aan onze veiligheid werken, in de meest brede zin van het woord. Binnen en buiten de gemeentelijke organisatie.

Daarbij blijf ik ook de komende periode, samen met de collega’s in onze regio, samen met mijn negen collega-regioburgemeesters, er op hameren dat veiligheid een onderwerp is van ons allemaal. Om het in de woorden van de door mij zeer geliefde oud-burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, te zeggen, zoals hij een keer aangaf tijdens een bijeenkomst over criminaliteitsbestrijding - en ik citeer: "Kijk, we zitten hier aan een grote tafel. Als je die door het raam wilt gooien, lukt dat niet. Maar als we allemaal een hoek pakken, ligt hij zo buiten." Einde citaat.

Bovendien blijf ik als het gaat om veiligheid - naast aandringen om meer politiecapaciteit natuurlijk - sterk inzetten op een aanpak die dichtbij mensen staat en die gericht is op samenwerking en verbinding. We moeten het namelijk ook hebben van de mensen in de wijken en buurten. Wijkagenten, jongerenwerkers, buurtvaders, conciërges en beheerders die zich elke dag inzetten voor een veilige en schone wijk.

Ik weet zeker dat het op lange termijn loont om mensen op die manier bij de samenleving te betrekken én in de samenleving actief te houden. En tegelijk scherpe grenzen te stellen tegen onverdraagzaamheid en hufterigheid. Van die aanpak - dichtbij mensen - kennen we op veel plekken in de stad goede voorbeelden.

Denk aan Christa Kuijer, die zes dagen per week een ronde loopt door haar buurt, buurtfeesten organiseert en iemand een knuffel geeft die verdriet heeft. Of aan Youssef Loukili, die met zijn project ‘Wijkconnectors’ buurtgenoten inzet om jongeren in de buurt te helpen. En aan Ugur Bilginer en Marith Brouwer die vorig jaar als wijkagent aan de slag zijn gegaan in Hoograven en de schakel vormen tussen het politieapparaat en de bewoners.

Dan, voorzitter, een laatste onderwerp waarover ik iets wil zeggen: De gemeenteraad. De samenwerking met de gemeenteraad.

We hebben elkaar sinds 1 januari 2014 een beetje leren kennen tijdens (bijna alle) 108 raadsvergaderingen. Ik mocht - als uw voorzitter, als hoeder van de integriteit en bewaker van de inbreng van de minderheid in de gemeenteraad - met in totaal 95 raadsleden kennismaken. En ik heb ze, voorzitter, allemaal leren kennen als gedreven, betrokken en - net als ik - zeer ambitieus. Die hun werk verrichten in een doorgaans collegiale ‘bestuurscultuur’. De 45 leden van de gemeenteraad willen samen iets goeds neerzetten en gunnen elkaar het licht in de ogen.

We zijn als gemeenteraad inmiddels bijna twee jaar op pad. Via de voorzitter wil ik u wel meegeven een beetje op uzelf te passen. U bent vliegend van start gegaan, de agenda’s zitten doorgaans boordevol en het aantal vragen, moties en amendementen is niet op één hand te tellen. Dat tempo lijkt mij lastig vol te houden. De intensiteit waarmee u te werk gaat valt te prijzen, maar soms houden we elkaar ook wel heel erg bezig. Niet ieder onderwerp hoeft zes keer behandeld te worden.

Ook de samenwerking vanuit de gemeenteraad met het college en met de medewerkers van de raadsgriffie en de ambtelijke organisatie is echt iets om te koesteren. En natuurlijk is alles relatief. Wel lijkt het me verstandig om met een strategische blik eens goed te kijken naar een ieders rol. Om kluitjesvoetbal te voorkomen. Om de verschillende rollen duidelijker af te bakenen. Dat is iets waar ik het komende half jaar over wil nadenken met de griffier en de gemeentesecretaris en vervolgens uiteraard met u als leden van de gemeenteraad.

Voorzitter, geachte leden van de gemeenteraad, geachte aanwezigen, Dank voor de voordracht, dank voor uw vertrouwen, dank voor de ruimte die u mij geeft via de VNG ook de 354 andere gemeenten in Nederland te dienen, ook in de internationale arena.

U krijgt de komende zes jaar dezelfde mens, met zijn gebruiken, zijn falen en feilen. Wel een beetje ‘sadder en wiser’ hoop ik. Zowel privé als in het werk.

Ik zie mijn tweede termijn met vertrouwen tegemoet. Ook de komende jaren zet ik mij graag voor Utrecht in. De stad van mijn dromen. Tolerant en toegankelijk.

Ik geef er alles voor - ik kan en wil niet anders, mijn twee kinderen weten hier alles van - doe het met veel plezier en hoop her en der iets goeds te doen.

Voorzitter,

Ik verheug me op de voortzetting van onze samenwerking en op heel veel ontmoetingen met mensen in en buiten Utrecht.