Burgemeester Nieuwjaarstoespraak 2018

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Spoorwegmuseum, 2 januari 2018

Utrecht, beste mensen, leden van de gemeenteraad, Commissaris van de Koning, wethouders, loco’s Victor en Eric (m’n eigen en die van de hoofdstad), ondervoorzitter Maarten, ambtgenoten (uit de regio), distinguished guests (a special welcome to you, Your Excellencies, Ambassadors),

Welkom in het Spoorwegmuseum. Goed voor ruim 444.000 bezoekers per jaar. Kersvers directeur, Nicole Kuppens, gefeliciteerd met uw aanstelling en veel dank aan u en alle medewerkers voor de mogelijkheid onze nieuwjaarsontvangst hier te houden.

Zoals u vast weet, ben ik er even tussenuit geweest. Ziek. Huisarts. Ziekenhuis. Stevige operatie. Kortom, ‘gedoe’ waardoor ik een herstelperiode nodig had. Het was allemaal niet prettig. Je bent niet alleen gedwongen rust te houden – dat is al erg genoeg. Nee, je voelt ineens hoe kwetsbaar je bent. Dat is best griezelig. Beangstigend soms zelfs.

Maar ik voel me weer goed. Ben er weer. En ik ben blij dat ik vandaag hier kan zijn. Tijdens mijn gedwongen rust heb ik kunnen lezen en nadenken. Over ons en over onze stad. En er zijn twee dingen die ik vanavond met u wil delen.

Het eerste gaat over de stad als levend wezen: de stad wordt gemaakt door mensen. Kwetsbaar, maar ook weerbaar.

Het tweede gaat over hoe we met dat levende, kwetsbare wezen omgaan. Hoe doen we dat hier in Utrecht.

Eerst de stad als levend wezen. Utrecht. Onze stad. Slim, inspirerend en verbindend. Waar we allemaal zo druk mee zijn. Ideeën delen, plannen maken, slopen, bouwen, aanleggen, verleggen. Alert zijn (ook op terrorisme).

We verbeteren dat wat is. Bewegen mee met de tijd. Onze stad is een bonte verzameling mensen. Die hebben contact met elkaar, vormen netwerken, laten de stad bruisen. Leven mee met elkaar bij verdriet en verlies. Dick Bruna. Annie Brouwer. Anne Faber. Houden elkaar vast. Delen in vreugde. En elk jaar komen er nieuwe mensen bij.

U heeft net in het filmpje een aantal geweldige voorbeelden gezien van hoe die stad als levend wezen er uit ziet. Er waren fantastische prestaties op het terrein van de sport, cultuur en kennis.

Beste poppodium (TivoliVredenburg). Festival Oude Muziek, Europees onderscheiden. Predicaat ‘stad van literatuur’ van de UNESCO. Fraaie sportieve prestaties. Dafne (WK 200 meter), Justin (WK Darts), Damesvoetbalteam (EK), Germaine (WK Mixed Martial Arts) en Keet (EK skateboarden).

Ook op andere manieren dragen inwoners bij. De bloemisten van boetiek Nicole - de beste van Nederland, Rivierenwijks ‘burgemeester’ Harry van Staa - 30 jaar motor van Huurdersvereniging Maasplein e.o. en de 9-jarige Tieme Hogendoorn die afgelopen najaar in zijn korte broek 8.000 euro inzamelde voor de voedselbank ... (financiering Sinterklaascadeautjes).

Wat zouden we zijn zonder (deze) mensen? Een stapel stenen. Een stratenplan. Een spookstad. In plaats daarvan zijn we een levend wezen. ‘De stad als lichaam.’

En hoe gaan wij met dat lichaam om, hoe doen wij dat in Utrecht? Want dat lichaam moeten we niet voor lief nemen. Dat moeten we koesteren. Daar moeten we goed voor zorgen. Want we willen onze stad ook weerbaar houden, en veerkrachtig. Dat kan alleen als ze gezond is.

Hoe houden we die stad gezond? Gek genoeg, door ons een beetje kwetsbaar op te stellen. Dat gold voor mij de afgelopen maanden net zo goed. Mijn gezondheid liep gevaar. Ik had hulp nodig. Medisch en emotioneel. Dat maakt bescheiden: op jezelf worden teruggeworpen, je kunt het niet alleen. Niemand kan het alleen.

Net zo min als Utrecht het alleen kan. Het nooit heeft gekund. Vanaf ons allereerste begin als Romeins fort aan de oevers van de Rijn tot de dag van vandaag. Onze stad groeit en bloeit (vooral) als iedereen meedoet en mee kan doen... en als wij zelf openstaan voor hulp en samenwerking. Utrecht is wat het nu is dankzij de inzet van vele generaties.

Daarom: ‘vier je overwinningen en koester je kwetsbaarheid.’ En wees daar zeker niet bang voor.

Dat samenwerken en verbinding maken met anderen vraagt soms ook om een beetje lef. Samenwerken met het nieuwe kabinet, bijvoorbeeld. Met en in de VNG, de G4, de regio, de provincie. In het bijzonder met de ons omringende gemeenten (U10).

Goed dat heel veel partners van ons vanavond hier zijn (ook die van de politie, de veiligheidsregio en het openbaar ministerie).

Een stadsbestuur is niets zonder al deze partners van binnen en buiten de stad, is niets zonder betrokken burgers, ondernemers en vrijwilligers. Althans, niet in de open stad die wij nu zijn. Tolerant en toegankelijk. En dat is wat we zijn en willen blijven. Die stad van ons, enorm de moeite waard. En staat er op dit moment hartstikke goed voor.

Kijk maar eens. De werkloosheid daalde verder (van 7.3 naar 6%). Het bouwtempo voor nieuwe woningen verdubbelde. De lantaarn van de Dom staat in de steigers. De bieb komt in het postkantoor op de Neude ... en het Prinses Maxima Centrum voor kinderoncologie in het Utrecht Science Park. Met Leidsche Rijn Centrum krijgen we er een compleet nieuw stadscentrum bij... en er komen nieuwe sanitaire voorzieningen in onze parken.

We zijn Nederlands eerste stad met alleen maar goede basis- en middelbare scholen. Op het gebied van infrastructuur en verkeer is veel werk verzet: ‘s werelds grootste fietsenstalling is een verrijking (dit is fietsparkeren van een andere orde - werelds); de nieuwe (tweede) spoorbrug in het hart van de stad is een geweldige aanwinst. En het project ‘we drive solar’ - dat elektrische auto’s koppelt aan zonnepanelen - draagt serieus bij aan de vergroening... net als de herinrichting van de westelijke stadsboulevard: minder asfalt, meer groen en veiliger voor voetgangers en fietsers. Utrecht heeft gekozen voor verdichting van de bestaande stad en dat kan alleen als je óók investeert in een gezond stedelijk leven. In schone lucht. In groen. In veiligheid en comfort.

We hebben echt iets prachtigs in handen. En daar moeten we voor mens en dier voorzichtig mee omgaan. Want dat succes is ook kwetsbaar.

Waarom benadruk ik dat zo?

Omdat ik al enige tijd een verruwing van het debat zie. Zowel in het politieke als in het maatschappelijke. Er is versnippering in de politiek. Het wordt steeds lastiger samen te werken, bijvoorbeeld in de vorm van coalities. De belangstelling voor het raadswerk neemt af. En echt, (onze) gemeenteraadsleden kunnen we niet missen. Ze vormen de ruggengraat van het bestuur van onze stad. Van alle 380 gemeenten.

Die afname van belangstelling baart mij zorgen. Want het gaat wel ergens over. NRC Handelsblad-columnist (en inwoner van Utrecht) Tom-Jan Meeus schreef er eind vorig jaar in zijn column ‘Haagse invloeden’ over:

“ ... Er zullen oorzaken zijn voor de afnemende belangstelling”, schreef hij. “Het kost veel tijd. Het betaalt amper. De mierenneukerij. De digitale schandpaal die klaarstaat voor iedereen die het waagt beslissingen te nemen.” “Je snapt het allemaal. Maar horen wij ook niet een beetje burgerzin op te brengen? Zeggen: die democratie is van ons, we zeuren even niet meer over elite en boze burgers en gewone Nederlanders – we zorgen dat we er allemaal aan bijdragen.” “Tenzij we willen dat historici de volgende eeuw op 2017 terugkijken en constateren: ze waren zozeer met elkaar bezig – ze hadden niet eens in de gaten dat ze de lokale democratie aan het weggeven waren ... ”.

Aldus Meeus. Woorden uit mijn hart gegrepen.

Ja, die democratie is van ons. Van u. Van ons allemaal. In maart mogen we weer naar de stembus. Meebeslissen over de koers. Ik kijk uit naar een vrolijke campagne. Een campagne die mensen verbindt en niet uit elkaar drijft. Waar iedereen aan kan meedoen, waarin iedere stem er toe doet. Ik kijk uit naar de publieke debatten. Debatten natuurlijk gebaseerd op echte feiten. Op goede analyses en argumenten. Op zo’n manier, dat ergens aan het eind van woensdag de 21e maart de winnaars en verliezers elkaar nog recht in de ogen kunnen kijken.

Want laat ik u dit zeggen over hoe wij dat in Utrecht doen - en dat is een boodschap aan alle lijsttrekkers en campagneleiders van de politieke partijen die aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnemen: ‘Deze stad is niet (alleen) gebouwd door winnaars….’ (Ja, een doordenkertje als je zo lekker in de race zit om te winnen. Geen tegenvaller, hoop ik.)

Winnen is een grote verantwoordelijkheid: kijk vooruit, neem ons mee, en neem ook de verliezers mee. Er valt zoveel van elkaar te leren.

Ga vóór de stad en niet tégen elkaar. Utrecht is gemaakt door harde werkers en verbinders. Alleen zo kunnen we onze stad gezond houden... gezond voor iedereen.

En alleen zo kunnen we al die geweldige evenementen samen beleven:

  • de viering van 900 jaar stadsrechten in 2022;
  • dit jaar al ‘Caravaggio en Europa’ in het Centraal Museum;
  • het NK Atletiek;
  • het EK Beachvolleybal;
  • het Europees Brassbandfestival;
  • en wie weet de start van de Ronde van Spanje in 2020.

Beste mensen,

Ik wil nog een ding kwijt. Vlak voor zijn overlijden vroeg burgemeester Van der Laan aan de Amsterdammers of ze lief wilden zijn voor hun stad als hij er niet meer zou zijn. Ik vond dat prachtig. We moeten een beetje naar elkaar omzien. Een beetje op elkaar passen.

Gelukkig wonen en werken er veel aardige mensen in Utrecht. Ik heb het de afgelopen maanden (opnieuw) gemerkt. Zoveel kaarten, berichten, bloemen en opbeurende woorden. Van wijkbewoners, winkeliers en studenten. Uit alle hoeken (en gezindten) van de stad en daarbuiten.

Hilarische (woorden) ook. “...Sterkte ouwe pik!” en “...De wereld draait door”. Heel veel dank.

Tegen u zeg ik: kijk naar elkaar om... en kijk om naar de stad. Een stad die niet is gebouwd door winnaars, maar door verbinders; welbeschouwd is elke vierkante meter van de stad onderdeel van een lichaam. Laten we daarom onze overwinningen samen vieren en onze kwetsbaarheden koesteren.

Ik ga er (weer) helemaal voor. En zeg u - vrij naar het 100-jarige lied ‘Mensch, durf te leven’: “Het leven is heerlijk, het leven is mooi...

Mensch, durf te leven. Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst, maar wees op je vierkante meter een vorst. Wat je zoekt, kan geen ander je geven. Mensch durf te leven!...” Ik voeg er aan toe: mens, durf samen te leven. Namens het gemeentebestuur wens ik u een gelukkig 2018. Dank u wel

Jaaroverzicht 2017