Burgemeester Onthulling herdenkingsmonument Unitas

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Sociëteit Symposion, 23 november 2018

Rector Sträter, beste mensen,

Dank Anna - mevrouw de rector - voor uw vriendelijke woorden en de eervolle uitnodiging. Las laatst in de krant een interview met een leerkracht die constateerde hoe klein bij kinderen en jongeren het besef is van onze geschiedenis. Zelfs de recente. Hij merkte bijvoorbeeld dat er nogal wat kinderen zijn die denken dat Napoleon en Hitler ongeveer in dezelfde tijd hebben geleefd. Zelfs zoiets als de Koude Oorlog ligt buiten hun bewustzijn.

Natuurlijk vervaagt en verandert ons denken over het verleden als de jaren verstrijken. En het is goed om de geschiedenis af en toe een opfrisbeurt te geven... Maar herdenken blijft het belangrijkste middel om ons bewust te blijven van onze geschiedenis.

Herdenken doen we voor alles om gezamenlijk eer te bewijzen aan slachtoffers en nabestaanden. Daarnaast herdenken we om de geschiedenis te plaatsen in het perspectief van nu. Nabestaanden zijn ook vandaag, hier bij Unitas, aanwezig en dat is belangrijk. Want een herdenking als deze draagt bij tot erkenning en maakt dat je een plek kan geven aan je herinneringen aan gestorven naasten. Zelfs van familieleden die je niet hebt gekend.

Ook over de Tweede Wereldoorlog, die dit jaar 73 jaar geleden is geëindigd, zijn we in de loop van de jaren anders gaan denken. Hadden we het eerst vooral over goed en fout, later kwam steeds meer naar voren dat verreweg de meeste mensen in deze tijd vooral bezig waren met schipperen, met overleven. Dat de overheersende kleur niet zwart of wit was, maar grijs.

Zo ook in de Utrechtse academische wereld. Tussen 1940 en 1943 smoorde de bezetter langzaam maar zeker het universitaire leven. Uiteindelijk kwam het tot opheffing van de gezelligheidsverenigingen (ook Unitas), tot een algeheel verbod voor Joden en de verplichting van werken in Duitsland voor je kon gaan studeren.

Hier in Utrecht zijn het niet de hoogleraren of het universiteitsbestuur geweest, maar de studenten die in woord en daad kritisch durfden te zijn tegen de bezetter. Dat was in principe levensgevaarlijk. En dat brengt ons in een rechte lijn bij een deel van de namen op dit monument. Daar staan bovendien de namen op van oud-studenten, leden van Unitas, die tijdens de oorlogsjaren stierven.

Zo meteen hoort u over de twee groepen die aan de namenlijst zijn toegevoegd ten opzichte van het herdenkingsmonument van 2016. Het gaat met name om een aantal Joodse leden van Unitas en om leden die zich in voormalig Nederlands-Indië hadden gevestigd.

Vandaag mag ik, en dat is een grote eer, samen met de rector bijdragen aan de onthulling van het vernieuwde herdenkingsmonument dat recht doet aan deze mensen, die hun leven hebben gegeven. Een monument dat hopelijk, bij iedereen die hier binnentreedt, zal bijdragen tot een groter bewustzijn van deze duistere periode. Maar ook aan het besef dat dit monument niet alleen gaat over de instellingen en mensen van toen, maar ook over onszelf. En over onze dure plicht herhaling te voorkomen.

Uw mening