Burgemeester Opening conferentie Diagnose Voeding en Gezondheid

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Jaarbeurs, 22 mei 2018

Welkom, koninklijke hoogheid, excellentie, in onze mooie stad.

En in het algemeen ook gezonde stad. Verreweg de meeste Utrechters voelen zich gezond. Dat zie je ook aan hun leefstijl.

Maar dat de Utrechtse gezondheidsstatistieken over het algemeen goed zijn, betekent niet dat er geen groepen zijn met gezondheidsproblemen. Het is begrijpelijk dat er onder hen relatief veel ouderen zijn. Maar er blijken ook verbanden te bestaan met opleidingsniveau.

Zoals bekend, zijn het vooral met voeding en leefstijl samenhangende trends, die onze aandacht vragen: overgewicht en chronische ziekten (waaronder hart- en vaatziekten en diabetes vallen).

Geef u graag wat informatie over de stad waar u te gast bent. Hier in Utrecht hebben drie op de tien volwassenen met een lage opleiding, dus 30 %, een hart-  of vaatziekte. Voor de hoogopgeleiden is dat 5 %.

En van de 65-plussers geeft meer dan de helft, 53 %, aan dat zij een hart- of vaatziekte hebben.

Dan diabetes. Van de laagopgeleide Utrechters lijdt 21 % aan die ziekte, van de ouderen 20 %, tegen gemiddeld 3 % van alle Utrechters.

Naast chronische ziekten is ook overgewicht een serieus probleem, vooral bij kinderen. En u kent uiteraard het verband dat bestaat met diabetes...

Gelukkig is de trend, in elk geval hier in Utrecht, positief. Was in 2006 nog circa een vijfde van de Utrechtse kinderen te zwaar, dat percentage is de afgelopen jaren gedaald tot iets boven de 10 %. Positief is ook dat steeds meer kinderen elke dag ontbijten, dagelijks fruit eten en juist minder zoete drankjes drinken.

Bij de volwassenen, en zeker bij degenen met een middelhoge opleiding (zo hebben we gemeten), is de trend iets minder positief.

Over het geheel genomen neemt het aantal Utrechters met één of meer aandoeningen per saldo toe, vooral onder 65-plussers.

U bent vandaag dus te gast in een stad die, ouders, scholen en gemeente voorop, met overtuiging gáát voor gezondere voeding. Maar waar qua gezondheid ook nog wel degelijk veel valt te verbeteren.

Gelukkig is de stad voor innovaties op het gebied van voeding en gezondheid, om het zo maar eens te zeggen, een vruchtbare voedingsbodem. Bijvoorbeeld omdat er in Utrecht een groot aantal zorgorganisaties en belangrijke kennispartners is gevestigd.

De Universiteit Utrecht (met de strategische lijnen Future Food en Life Sciences & Health). Instellingen als RIVM en TNO. Bedrijven als Rabobank en Danone Nutricia Research. Die, bovendien, graag samenwerken, bijvoorbeeld in de Economic Board Utrecht en in deze conferentie Diagnose Voeding & Gezondheid.

En ook hier om de hoek, in de Jaarbeurs Innovation Mile, vestigen zich steeds meer voedings- en gezondheidsgerelateerde organisaties. Naast Diagnose Voeding en Gezondheid bijvoorbeeld ook het Institute of Positive Health en de Vereniging Arts & Voeding.

En overal in de stad bloeiende initiatieven op dit gebied van de kant van inwoners en ondernemers. Bewonersinitiatieven zoals moestuinen, stadslandbouw en buurteettafels. Peutermoestuinen, waar jonge kinderen leren over voedsel, over zaaien, oogsten en eten. Een voedselbos in de nieuwe woonwijk Rijnvliet in Leidsche Rijn, een bewonersinitiatief, uit volle overtuiging ondersteund vanuit het ruimtelijke beleid van de gemeente. The Green House, een nieuw restaurant hier schuin tegenover. Het eerste zo veel mogelijk circulaire horeca-concept, zowel qua bouw als qua horeca. Met een zo veel mogelijk vegetarische menukaart en permanent op zoek naar de informatie over gezondheid en duurzaamheid van het gerecht, die het keuzegedrag van gasten beïnvloedt. InStock, een restaurantketen die met ingrediënten werkt die zijn gered van de afvalbak om zo voedselverspilling tegen te gaan. Daartegen komt ook een initiatief als Voedselsurplus in actie, dat voedseloverschotten naar charitatieve organisaties brengt, die er samen met mensen met een afstand tot maatschappij of arbeidsmarkt complete maaltijden van maken.

Bij alles wat je op dit gebied al dan niet in samenwerking onderneemt, is het natuurlijk de vraag: waar moet je beginnen?

Het antwoord daarop dat ik meestal van de deskundigen hoor, is: bij het begin. Dus bij jonge mensen. Bij nieuwe gewoontes in een omgeving die daarbij helpt. Bij innovatief ondernemerschap. En last but not least: bij samenwerking en wederzijdse inspiratie.

Ben er blij mee dat ondernemers in dit serieuze probleem ook steeds meer een serieuze uitdaging zien. En heb er het volste vertrouwen in dat uw gezamenlijke zoektocht naar nieuwe oplossingen en vormen van samenwerking succesvol zal zijn. Een vruchtbaar congres toegewenst en geef graag het woord aan de dagvoorzitter van vandaag, Aldith Hunkar.