Burgemeester Opening lustrumconferentie 'Celebrating the richness of intercultural communication'

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Academiegebouw, 22 april 2017

Dames en heren,

Een enkele persoonlijke noot vooraf. Het thema van deze conferentie, uw studie is relevant. U realiseert zich misschien niet hoe relevant. In mijn praktijk van alle dag - ik sta als burgemeester van een grote stad met mijn voeten diep in de klei - heb ik er bij voortduring mee te maken. Ook voor mij is 'diversity core business'. Het is - kan ik u zeggen - aan de ene kant een enorme worsteling. De actuele problematiek buitelt bijna elk deel van de dag over mij heen.

Aan de andere kant is het ook zaak de positieve kanten te zien. Te blijven zien. Heel Nederlands zijn we op weg naar Koningsdag volgende week. Droeg gisterenochtend vroeg bij aan de opening van de Koningsspelen op de velden van korfbalvereniging Synergo in Overvecht. Sportvrijwilligers, docenten, vluchtelingen, studenten van de Hogeschool en heel veel leerlingen van Jenaplanschool Cleophas  - uit alle hoeken van Nederland en de wereld - namen deel aan de sportieve activiteiten. Het kan. En tijdens de vrijmarkt voorafgaand aan en op Koningsdag zelf weet iedereen op geheel eigen wijze laagdrempelig mee te doen en op enigerlei samen te genieten. Laagdrempelig. Op kleedjes met tweedehandsspullen, met muziek in allerlei wijken en buurten in de stad. Het kan. Houd vol dus... Tot zover mijn persoonlijke noot.

Vandaag staat de Universiteit stil bij het 12,5-jarig bestaan van de Master Interculturele Communicatie. En als je op dit moment in de wereld om je heen kijkt, kan je niet anders concluderen dan dat zo’n master in een enorme behoefte voorziet.
Af en toe krijg je de indruk dat er, overal in de wereld, steeds meer langs elkaar heen wordt gepraat maar steeds minder gecommuniceerd. Wat soms tot heel vreemde ontwikkelingen leidt.

Een Engels politiek leider die opmerkt dat de Engelsen er desnoods weer een oorlog voor over hebben om Gibraltar te behouden. Een president die een buurvolk drugshandelaars en verkrachters noemt. Een andere president die de inwoners van enkele Europese landen betitelt als 'nazi-overblijfselen en fascisten'. Je zou toch denken dat een verstandig publiek bestuurder zo langzamerhand begrijpt dat je, in een vrije en vreedzame wereld, niet vanachter een spreekgestoelte of je mobiele telefoon naar elkaar moet lopen schreeuwen, maar in gesprek moet blijven.
Hoe groot de verschillen ook zijn (of lijken te zijn).

Mensen die dit soort oververhitte en onverdraagzame uitspraken doen, kunnen een voorbeeld nemen aan een initiatief van een heel gewoon groepje heel aardige en verstandige Utrechtse studenten: 'Dare to be grey'. 'Dare to be grey' gaat de polarisatie te lijf door te pleiten voor een open debat met ruimte voor genuanceerde meningen, twijfel en diversiteit. Een debat waarin mensen echt naar elkaar luisteren. Zoals ze zelf zeggen: "De campagne geeft stem aan de grijze massa tussen de kleine groep zwart- en witdenkers die het debat meestal bepalen."

En ik heb gehoord dat er in Barcelona een initiatief bestaat dat daarbij aansluit: de 'Anti Rumour Campaign'. Vrijwilligers leren om in het dagelijks leven beeldvorming over migratie te lijf te gaan met feiten. Ook zij richten zich op het 'grijze midden', want daar zijn velen zowel gevoelig voor beeldvorming als aanspreekbaar op feiten.

En via Barcelona kom ik, dames en heren, bij onze eigen stad. Een stad die, met zijn meer dan 175 nationaliteiten, een aardige afspiegeling is van onze veelkleurige wereld. Vice-rector Van den Akker (die ik van harte beterschap wens - een spreekwoordelijke 'herrijzenis') en mastercoördinator Ten Thije hebben mij gevraagd het met u over ons gemeentelijke diversiteitsbeleid te hebben. En dat doe ik graag, want Utrecht draagt zijn veelkleurigheid actief en met overtuiging uit.
Bijvoorbeeld door middel van de zogenaamde Agenda 22, die de gemeente al sinds 2007 kent. Onderwerp: het tegengaan van discriminatie van gehandicapten.
Onze regenboogagenda beschrijft hoe we de acceptatie, zichtbaarheid en veiligheid van lhbt'ers in Utrecht proberen te vergroten.

Ook werkt Utrecht, om discriminatie tegen te gaan en integratie te bevorderen, samen met ministeries en de andere grote Nederlandse steden.
En werken hier in Utrecht meer dan 100 organisaties en instellingen samen aan de bescherming van mensenrechten. In de afgelopen jaren steeds meer in onderling overleg in de door hen gevormde Mensenrechtencoalitie.

Ons programma tegen polarisatie en radicalisering 'Utrecht zijn we samen', staat eveneens in het teken van diversiteit. Met dit programma proberen we te voorkomen dat tegenstellingen tussen groepen inwoners in de Utrechtse samenleving scherper worden. Dat betekent dat we aan de ene kant alles doen om integratie en acceptatie te bevorderen. Aan de andere kant blijven we ongewenst gedrag, radicalisering en extremisme signaleren en aanpakken.

Ten slotte hebben wij hier in Utrecht het bureau Artikel 1 Midden-Nederland, waar burgers terecht kunnen met klachten over discriminatie. Overigens verplicht de wet gemeenten zo'n bureau te hebben.
 
Al met al beschikken we hier in de stad, dames en heren, dus over waardevolle en meestal ook effectieve structuren en vormen van samenwerking die de diversiteit van onze stedelijke samenleving recht doen. En toch zijn we, dames en heren, al een aantal jaren geleden tot de conclusie gekomen dat afzonderlijk en gericht diversiteitsbeleid, oftewel doelgroepenbeleid, niet werkt, of niet LANGER werkt. Wat er uiteindelijk toe heeft geleid dat het huidige gemeentebestuur zulk beleid ook niet meer voert.
Je kunt je, denken wij, in plaats van op diversiteit beter richten op inclusiviteit. Op een stad waar, in de woorden van het huidige coalitieakkoord, 'iedereen zich thuis voelt, ongeacht opleidingsniveau, herkomst, geaardheid, geloofsovertuiging of beperking'.

Ook in de praktijk maakt het nogal wat uit of je je richt op inclusiviteit of op diversiteit.
Ik noem een concreet voorbeeld: multiprobleemgezinnen. U weet wel, dat zijn gezinnen waarvan de leden langdurig kampen met een combinatie van sociaal-economische en psychosociale problemen. Van werkloosheid tot een beperking. Van kindermishandeling tot criminaliteit.

We hebben gemerkt dat het niet zo veel zin heeft om multiprobleemgezinnen aan te pakken vanuit het perspectief dat het - bijvoorbeeld - gezinnen van Marokkaanse afkomst zijn. Een inclusieve aanpak betekent dat het thema van die aanpak het multiprobleemgezin is. Waarbij onze hulpverleners uiteraard wel kennis moeten hebben van en rekening moeten houden met culturele verschillen.

Ander voorbeeld. Als gemeente Utrecht steunen we niet specifiek mensen met een migratieachtergrond bij het vinden van werk. Wat wij doen, is mensen steunen die (om wat voor reden ook) kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. We hebben gemerkt dat verschillen tussen mensen en groepen mensen vaak niet zozeer iets te maken hebben met hun culturele achtergrond, maar met opleiding, inkomen en gezondheid. Wat maakt dat we hier in Utrecht niet zozeer onderscheid maken in etniciteit en nationaliteit, maar in sociaal-economische situatie.

Een ander voorbeeld: sociaal makelaars, onder meer in Vleuten-De Meern, richten zich bewust op Utrechters van verschillende herkomst bij het oproepen van inwoners om actief te worden in de buurt. En elders bieden we bewust cursussen ondernemerschap aan aan  geïnteresseerde buurtbewoners en asielzoekers samen. Mensen uit andere landen brengen soms inzichten mee die zich lenen voor ondernemerschap. Door hen te koppelen aan mensen die juist de situatie hier goed kennen, kan één plus één opeens drie worden.

Iets vergelijkbaars zie je in het Zuid-Italiaanse dorp Riace. Daar hebben asielzoekers een rol gekregen bij de restauratie van archeologische schatten. Die, als ze eenmaal gerestaureerd zijn, weer meer toeristen trekken. Ook op die manier werk je aan een inclusieve samenleving, iedereen doet mee, ook de nieuwkomers.

Nieuwkomers die ook hier in Utrecht een terugkerend thema zijn. Ook de manier waarop we vluchtelingen en asielzoekers opvangen, kun je naar ons inzicht het beste bekijken vanuit het perspectief van inclusiviteit. Neem bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Ga je er van uit dat ook wat dit betreft iedereen erbij hoort, dan begrijp je vanzelf dat vrijwilligerswerk dóór vluchtelingen evenveel aandacht verdient als vrijwilligerswerk vóór vluchtelingen. Wat me brengt bij een concreet voorbeeld van inclusief denken en doen: het Plan Einstein in de Utrechtse wijk Overvecht. Dat plan houdt in dat jongeren en asielzoekers op één locatie samen wonen, leren en leven. De jongeren helpen de asielzoekers wegwijs te raken in Nederland en we zijn er van overtuigd dat de kloof met de nieuwkomers hierdoor kleiner wordt.

Aan dit soort projecten zie je overigens ook hoe belangrijk het is om als gemeente hier in de stad partners te hebben op wie we kunnen rekenen. Niet alleen woningcorporatie Socius. Ook het Utrecht Centre for Entrepreneurship van de Universiteit (dat cursussen geeft in internationaal ondernemerschap), de Social Impact Factory (die de cursisten koppelt aan Utrechtse ondernemers), de Volksuniversiteit (die lessen zakelijk Engels verzorgt) en Vluchtelingenwerk (dat asielzoekers en vrijwilligers begeleidt die in de buurt iets willen ondernemen).

En nu ik het toch heb over inclusiviteit: deze activiteiten staan ook open voor de andere wijkbewoners.
 
Dames en heren,

Tot slot wil ik enkele dilemma's - ik noemde het net in mijn persoonlijke noot de worsteling in de praktijk van alledag - met u delen die we als gemeente Utrecht op het gebied van diversiteit en inclusiviteit onvermijdelijk tegenkomen.
Bijvoorbeeld de vraag hoe je iets doet aan de onwetendheid van mensen over hun eigen vooroordelen.
Geen makkelijk te beantwoorden vraag, zeker niet voor de overheid.

Waar we als gemeente wel aan werken, is bewustwording hiervan, zowel in onze eigen organisatie als in de stad. Eind 2016 organiseerden we bijvoorbeeld een Week van de Vooroordelen, waarin onze medewerkers via tests hun vooroordelen op het spoor konden komen.

Er was bijvoorbeeld een test waaruit bleek hoe we - onbewust -  Nederlandse namen selecteren als goed en buitenlandse als slecht. Een tweede manier om vooroordelen tegen te gaan, is ons proefproject Anoniem Solliciteren, in 2015 begonnen naar aanleiding van een motie in de gemeenteraad. We hebben gemerkt dat anoniem solliciteren leidt tot iets meer diversiteit en zullen het proefproject dit jaar verlengen. Alle beetjes helpen.

Nog lastiger is het voor een overheid om te oordelen over de rol van digitale, nationale en lokale media. Op dit gebied zijn we als overheid nog zoekende en dat zoeken doen we bijvoorbeeld samen met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Mogelijk helpen ideeën uit andere steden en andere landen ons wat dit betreft de goede kant op. Uiteraard zonder dat we ook maar in het minst willen tornen aan kernwaarden als de vrijheden van drukpers en die van meningsuiting.

Ook op beleidsniveau zijn we er als gemeentebestuur van Utrecht nog niet helemaal uit, welke consequenties het uitgangspunt van de inclusieve stad voor ons precies heeft. Het uitgangspunt van de stad waar iedereen een kans heeft om mee te doen en waar ieders stem wordt gehoord. Centraal staat bij ons de vraag hoe je omgaat met verschillen in het licht van de ontwikkeling van de stad. U weet, Utrecht bereikt binnen een jaar of tien een aantal inwoners van meer dan 400.000. Die ontwikkeling gaat razendsnel en wij hebben als gemeentebestuur de taak er de nodige aandacht aan te besteden hoe verschillende groepen zo goed mogelijk naast en met elkaar kunnen leven.

Waarbij je onderweg netelige vragen tegenkomt zoals hoe je moet voorkomen dat Utrecht een stad wordt voor alleen hoogopgeleiden en mensen met hogere inkomens. Die vraag houdt ons bezig, maar om hem te beantwoorden is nog veel onderzoek nodig. Onderzoek dat zowel over de arbeidsmarkt als over wonen zal gaan.

In elk geval heeft het motto dat, dames en heren, in 2014 is meegegeven aan het coalitieprogramma, 'Utrecht maken we samen', bijna drie jaar later nog niets aan actualiteit ingeboet. En ik hoop dat ik u daarmee een indruk heb kunnen geven van ons gemeentelijke diversiteits- of beter inclusiviteitsbeleid. En ik neem me voor om bij sollicitaties op dit belangrijke terrein opdracht te geven de cv's af te speuren naar kandidaten die de afgelopen 12,5 jaar een master Interculturele Communicatie hebben gedaan. Want als je, zoals Utrecht, streeft naar een inclusieve samenleving, dan kun je aan die mensen volgens mij wat hebben. 'Celebrating the richness of intercultural communication...' Ik zou zeggen: It's worth doing it. Carry on. Dank u wel.