Burgemeester Opening lustrumtentoonstelling KNMP

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Universiteitsmuseum, 10 maart 2017

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de museumdirecteur, dames en heren,

Fijn dat u er allemaal bent hier in de kassen. En wat een hip gezelschap - en dat voor apothekers...

De lente lijkt wel begonnen, en u weet 'het is altijd lente in de ogen van - sorry - apothekersassistente'. Voor mij is het een eer aan de opening te mogen bijdragen. Van harte gelukgewenst met uw 175-jarige jeugd als vereniging KNMP (Koninklijke Vereniging ter Bevordering der Pharmacie).

Er zijn weinig beroepen waarin drie cijfers achter de komma zo van levensbelang zijn. Het apothekersberoep is er zo eentje. Zij zijn gewend om te meten in milligrammen. Gelukkig maar, want de juiste dosis medicijnen is cruciaal voor kwetsbare mensen, zoals kinderen en terminaal zieken. Zij zijn afhankelijk van de goede zorg van apothekers. Professionals die niet alleen behandelen, maar ook echt zorg verlenen. Dat vergeet je weleens als je zit te wachten en het lijkt alsof er kant-en-klaar een doosje medicijnen uit die duizend witte laadjes tevoorschijn komt.

Als burgemeester heet ik elk jaar weer duizenden studenten welkom in onze stad. Van allerlei studierichtingen en uit allerlei windstreken. Bijzonder is het te weten dat we de grootste farmacieopleiding van Nederland in huis hebben. Een studie waar opvallend veel jongeren van verschillende nationaliteiten in de collegezaal en in de praktijk te vinden zijn. De farmaceuten in de dop zijn enthousiast en bereid om naast hun studie van alles te organiseren, zoals congressen en feesten. De eerste apotheker van Nederland, de Utrechter Anselmus uit de 13e eeuw, zou geglimlacht hebben als hij dit hoorde.

Ooit begonnen op de zolders van de Leeuwenberghkerk en het huidige filmtheater ’t Hoogt, ontwikkelde de faculteit Farmacie zich tot een studiecentrum van formaat. De animo om de opleiding te volgen is op dit moment zelfs zo hoog dat studenten geselecteerd moeten worden. Die interesse is begrijpelijk als je dagelijks in de kranten leest over de werking van geneesmiddelen. Ziektes waar nog steeds een goed medicijn voor wordt gezocht.

De tijd van medicinale kruiden, zoals poeder van de toverhazelaar en zaad van de rabarber, hebben plaatsgemaakt voor de ontwikkeling van pillen in laboratoria en jarenlang onderzoek voordat ze werkelijk in het badkamerkastje staan.

Het mooie is: het vak is nooit echt verdwenen. En in de toekomst zullen er altijd apothekers nodig zijn om mensen beter te maken. Of laat ik zeggen: béter beter te maken. Ik hoop dat alle bezoekers van deze met zorg samengestelde expositie, zich dat realiseren als ze langs de moderne zuilen dit eeuwenoude vak aanschouwen. Dank u wel.