Burgemeester Opening Provada 2018

Toespraak burgemeester (en voorzitter VNG) Jan van Zanen

Amsterdam, RAI, 5 juni 2018

Thema's: Educate, Innovate, Integrate

Goedemorgen allemaal, beste Flip (Kerkhoven) en Paul (Riemens), dank voor de eer en de gastvrijheid, beste mensen, welkom in de RAI, welkom in Amsterdam (wie had dat gedacht dat ik dit nog eens zou mogen zeggen) en welkom bij de grootste vastgoedbeurs in Nederland, de Provada.

Ik heet u natuurlijk in de eerste plaats welkom als voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten maar toch ook een beetje als burgemeester van Utrecht, net als Amsterdam een historische stad en een stad van de toekomst.

Veel van de gebouwen die vandaag de dag beeldbepalend zijn in Amsterdam (en in Utrecht) vinden hun oorsprong in plannen en besluiten uit de jaren 60, 70 en 80. Grosso modo dus 40 of 50 jaar geleden. Daar zitten gelukkig veel gebouwen bij waar we nu heel blij mee zijn, maar ook objecten waar we alweer afscheid van hebben genomen of die we hebben aangepast. De stad is, zo blijkt maar weer, een levend organisme dat zich voortdurend ontwikkelt. Een belangrijke conclusie die we hieruit kunnen trekken is: de stad van de toekomst moet nú gebouwd worden.

Nu, maar ook de toekomst, dat zijn aanduidingen van tijd. In de bouw, en zeker bij grote projecten, is de tijd een enorme factor van belang, in de politiek en het bestuur óók, maar in die twee verschillende werelden werkt het niet per se op dezelfde manier.

In veel gesprekken over bouwen, en zeker over duurzaam bouwen, vliegen de jaartallen je om de oren. Ik citeer uit de Bouwagenda van de Taskforce Bouw:

  • 2020: het jaar dat alle te bouwen woningen en utiliteitsgebouwen energieneutraal moeten worden opgeleverd.
  • 2025: dan is de productiviteit in de bouwsector inmiddels met minimaal 10% gestegen.
  • 2030: het jaar dat het gebruik van primaire grondstoffen is gehalveerd.
  • 2050: als de hele Nederlandse gebouwde omgeving energieneutraal en circulair is.

Laat ik de datum nemen die nu nog het verste weg ligt: 2050. Dat is dus iets meer dan 30 jaar na vandaag. Het voorbeeld van Amsterdam en Utrecht waar ik net mijn verhaal mee begon, toont aan dat dit écht krap is en in ieder geval drastisch minder dan de 40 of 50 jaar van toen. Voor de jaartallen die daar nog ver vóór liggen is het alleen maar nijpender.

Vanuit dat perspectief hebben we geen seconde te verliezen. Zelfs het feit dat wij hier vandaag zijn is al bijna onverantwoord. We moeten aan de slag.

Daarom mijn oproep aan u allen: gebruik deze dagen niet alleen om te netwerken of om plannen verder concreet te maken, maar kom ook tot echte afspraken om op regionaal en landelijk niveau met elkaar te gaan samenwerken. Dat is belangrijk, beste mensen, ik zei het: in de politiek en in het openbaar bestuur tikt de klok heel anders en geldt een ander tijdsbesef. Ja, ook bij overheden is een besef van urgentie en in een enkel geval de wens om als visionair de geschiedenis in te gaan.

Het onderwerp duurzaamheid leent zich daar bij uitstek voor. Dan komt al snel het idee op om een groots project van de grond te tillen. Maar iedere (politieke of publieke) bestuurder weet dat er voor grote, meestal dure, plannen die bovendien een flinke ingreep in de bestaande ruimte en infrastructuur met zich mee brengen niet meteen breed draagvlak is. Dat vraagt overleg met belanghebbenden en dat kost altijd tijd. Tijd die in politiek en bestuur misschien nog wel schaarser is dan elders.

De zittingsperiode van colleges, raden, parlement en kabinet is vier jaar... Iedere nieuwe minister van Infrastructuur weet dat zij de bruggen en sluizen van haar voorgangers mag openen. Zo gaat het met grote bouwprojecten ook. Al met al is de kans groot dat als bouwers en bestuurders met elkaar spreken over het begrip ‘tijd’ er een Babylonische spraakverwarring optreedt. Alleen al om die reden is het goed dat we op de Provada bij elkaar zijn om het wederzijds begrip te vergroten en de horloges waar mogelijk gelijk te zetten.

Waar in ieder geval geen verwarring over hoeft te bestaan, is het feit dat ook gemeenten verantwoordelijkheid willen nemen voor duurzaam en circulair bouwen. Dat vraagt om goede samenwerking tussen de overheden en u allen, de ondernemers uit de bouw- en vastgoedsector. We moeten ophouden ‘tegenover elkaar’ te staan en nu verder vooral naast elkaar staan. Als we samen optrekken komen we tot betere plannen (en uitvoering ervan).

In die zin is één van de thema’s van deze Provada, te weten ‘educate’ goed gekozen. Opdrachtgevers weten niet altijd wat er allemaal mogelijk is als het gaat om duurzaam bouwen en dan is ‘scholing’ op zijn plaats. Er bestaan wellicht achterhaalde beelden van heel strenge regels die weinig flexibiliteit of creativiteit mogelijk maken. Of er bestaat de vrees dat alles veel duurder zal zijn dan een wat minder ambitieuze aanpak. Soms lijkt het wel of ‘the sky the limit is’; moet er altijd driedubbel glas gebruikt worden? Kan het ook met ‘gewoon’ dubbel glas?

U kunt, nee u moet, ons als opdrachtgevers van stedelijk duurzaam bouwen prikkelen en uitdagen. Er zijn inmiddels genoeg inspirerende voorbeelden, niet alleen in het buitenland maar ook al gewoon in Nederland. In Utrecht hebben we bijvoorbeeld Wonderwoods en het recent geopende The Green House naast de Rabobank. In Amsterdam-Noord is Buiksloterham een absolute pionierswijk en ik kijk ook met belangstelling naar de ontwikkelingen in het Bajes Kwartier. In Eindhoven werken ontwikkelaars en de gemeente samen met de universiteit en worden er op dit moment met behulp van 3D-printers huizen gebouwd. Nu praten we daar nog over als een uitzondering, maar eigenlijk zouden deze voorbeelden de nieuwe norm - gewoon en vanzelfsprekend - moeten worden.

Duurzaam en circulair is allang niet meer een uitzonderlijke kwalificatie. In die zin zie ik het andere motto van deze Provada, te weten ‘innovate’, als een keiharde opdracht aan ons allemaal: opdrachtgevers en opdrachtnemers, plannenmakers en uitvoerders. Want er kan al veel meer dan we denken...

Geachte aanwezigen, nog iets over scholing en opleiding. Want zelfs als we straks de meest ambitieuze opdrachtgevers hebben en de meest duurzame ontwerpen, dan lopen we toch nog op tegen een wel heel praktische hindernis. Wie gaat dat allemaal maken en doen?

Annie M.G. Schmidt was haar tijd ver vooruit toen ze schreef: ‘Wie kent er nog een goede timmerman? Die, wat zijn ogen zien, met zijn handen maken kan?’. Er zijn nu al veel te weinig goed opgeleide werknemers in de bouw en er komen er de komende jaren, als we niets extra’s doen, ook niet genoeg bij. Dat wordt een heel groot probleem, niet alleen voor uw sector maar daarmee dus ook voor ons als opdrachtgevers.

We moeten jongeren in het beroepsonderwijs echt nog beter overtuigen van het feit dat duurzame beroepen, en de moderne bouw hoort daar absoluut bij, de beste baangarantie hebben. Misschien denken jongeren nog te veel aan ‘de steiger’, maar we moeten ze laten zien dat het ook, bijvoorbeeld, gaat om het installeren van zonnepanelen en het plannen en aansluiten van nieuwe nutsvoorzieningen die randvoorwaardelijk zijn voor het bereiken van onze gezamenlijke ambities...

Aan dat overtuigen kan uw sector een goede bijdrage leveren door royaal mee te werken aan het creëren van stage- en opleidingsplekken. Alleen maar roepen: ‘Waar blijven ze nou, die goed opgeleide nieuwe werknemers?!’ is niet genoeg. Hechte samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven is noodzakelijk en dat liefst al zo vroeg mogelijk tijdens de opleiding. Ik zeg het maar even streng: u bent niet slechts ‘de afnemer’ van vakmensen. U bent medeproducent, of om het in onderwijstermen te houden: mededocent.

Een laatste punt dat ik wil noemen zijn de grote internationale kansen die er liggen als we de duurzame Bouwagenda omarmen. Ik zie er in ieder geval twee. Allereerst voor Nederland als vestigingsplaats van internationale ondernemingen en organisaties. En daar is het thema Integrate van deze Provada voor ons, de publieke sector in Nederland, een belangrijke opdracht.

Integrate – werk samen, breng belangen op één lijn, werk elkaar niet tegen. Dus: (lokale) overheden moeten ophouden elkaar vliegen af te vangen en gewoon samen optrekken. Dat gaat de laatste jaren gelukkig steeds beter. Ik zie dat binnen de VNG, de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) en bij mij in de regio in de U10. In de ogen van een bedrijf uit pakweg China of Californië is heel Nederland één locatie om een Europees hoofdkwartier te beginnen. Een plaats die goed verbonden is met de rest van de wereld, waar werknemers goed kunnen wonen, met een aansprekend aanbod van (internationaal) onderwijs, geavanceerde gezondheidszorg en inspirerende cultuur. En een plaats waar je de meest duurzame en circulaire werkplaatsen en kantooromgevingen kunt realiseren. En dat kunnen we hier in Nederland.

Maar dat kunnen we ook elders in de wereld en dat is de tweede kans die er ligt. Naar wat wij hier laten zien – duurzaam bouwen maar ook in-bouwen in een sterk verstedelijkte omgeving – zal de vraag vanuit de hele wereld alleen maar toenemen. Ergens buiten de stad iets nieuws neerzetten, dat kunnen veel bouwers. Maar zo op de vierkante millimeter, in een van de meest drukbevolkte plekken op de wereld, met de meest innovatieve technieken beeldbepalende gebouwen opleveren? Dat is het echte vakwerk en daar kunnen wij Nederlandse vastgoedontwikkelaars ons met de beste meten. Want in een klein land als het onze moeten we wel. Binnenstedelijk bouwen moet altijd onze eerste optie zijn...

Beste mensen, ik sluit af. Ik wens u allen een inspirerend samenzijn op de Provada. Ik hoop dat u elkaar op ideeën brengt, elkaar aanmoedigt en aanspoort. En, ik herhaal het nog maar even, ik wil dat u afspraken maakt, echte afspraken. Want alleen zo kunnen we met elkaar vandáág de stad van mórgen bouwen.

Flip en je mensen, heel veel succes de komende dagen. Het is mij ten slotte een grote eer hiermee de Provada 2018 officieel voor geopend te verklaren. Luid nu samen met Flip graag de bel...

Uw mening