Burgemeester Opening tentoonstelling ‘Zuilen in de Tweede Wereldoorlog’

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Museum van Zuilen, 4 mei 2018

Geachte aanwezigen, meneer en mevrouw Van Scharenburg, beste Wim, lieve Toos,

Naast mij zit een illustere voorganger. Obbe Norbruis. De laatste burgervader van Zuilen. Twee burgemeesters in één ruimte. En allebei met ambtsketen om. Een uniek moment… op een bijzondere dag. Een beladen dag. Een bewogen dag. Vandaag herdenken we de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesmissies daarna.

Ook in Zuilen herdenken we hen.

Vandaag draag ik bij, hier in dit museum, aan de opening van de tentoonstelling ‘Zuilen in de Tweede Wereldoorlog’. De Tweede Wereldoorlog is, jij schreef het al eens Wim, ‘geen rijk deel van de Nederlandse geschiedenis’. Het is geen rijk deel van de Utrechtse geschiedenis. En geen rijk deel van de Zuilense geschiedenis. En tegelijkertijd een deel van onze geschiedenis dat we nooit mogen vergeten…

Er zijn mensen die nog in eigen woorden kunnen vertellen over de oorlog. Een aantal van hen is hier vandaag. Welkom. Goed dat u hier bent. Maar de generatie die de oorlog heeft meegemaakt, wordt steeds kleiner. Ik merk het ook in mijn eigen omgeving (zo voelen mijn ouders uit 1933 en 1936, mijn geluk is dat ze er nog steeds zijn, zich eigenlijk te jong toen om het echt bewust te hebben meegemaakt).

Daarom is het zo belangrijk dat (ook) musea de verhalen uit de oorlog doorgeven. Niet alleen het strijdtoneel. Niet alleen de vernietigingskampen. Maar ook de verhalen het dagelijks leven in Nederland tijdens de oorlog. Ook in Zuilen. Bij Demka. Bij Werkspoor. Op iedere hoek in Zuilen ligt wel een verhaal. Verhalen van mensen uit Zuilen. Jong en oud.

Bijvoorbeeld het verhaal van Henk Bloemink. Te werk gesteld in Duitsland. Maar in plaats van zich te melden bij een fabriek, dook hij onder in Zwolle. Zijn houten koffer kreeg een plek in deze tentoonstelling.

Of het verhaal van Thea Gulitz. Vier maanden oud was ze. Toen op 23 september 1944 een vliegtuigbom op haar huis viel. Aan de Van Hoornekade. Die bom sloeg een gat in de vloer. Door de klap viel de pendule van de schoorsteenmantel. De klok plofte voor de wielen van de kinderwagen. En voorkwam dat Thea het gat in tuimelde. Thea vierde afgelopen maandag haar 74e verjaardag. De klok die in 1944 haar leven redde, staat hier in het museum.

En de man naast mij – Obbe Norbruis. Hij moest zijn ambtsketen afstaan aan iemand die lid was van de NSB. En u ziet: hij kreeg het ambtsketen weer terug. Verhalen die lang geleden zijn gebeurd. Verhalen die op deze tentoonstelling weer tot leven komen. Wim van Scharenburg heeft ze verzameld. Verhalen. Foto’s. Voorwerpen.

Een deel van een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis. Die niet vergeten mag worden. Musea als deze zorgen ervoor dat die verhalen blijven voortleven. Een eervolle opdracht. En voor mij is het een grote eer, samen met Toos en Wim’s kleindochter Dewi, aan de opening van deze tentoonstelling, ‘Zuilen in de Tweede Wereldoorlog’, te hebben mogen bijdragen.