Burgemeester Presentatie COT-rapport 'Een stad in stilte', naar aanleiding van tramaanslag 18 maart

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Stadhuisplein, stadhuis, 10 december 2019

Goedemiddag allemaal. Welkom in het stadhuis van Utrecht.

Mede namens hoofdofficier van Justitie Rutger Jeuken, Rob van Bree, hoofd Operatiën Politie-Eenheid Midden-Nederland, en Nicolette Rigter, directeur Publieke Gezondheid, wil ik graag een paar dingen zeggen.    

Op maandag 18 maart 2019 stond Utrecht letterlijk stil... Een aanslag vond plaats in een tram op het 24 Oktoberplein. Vier mensen kwamen om het leven... Mensen raakten gewond... Afschuwelijke beelden die allerlei ooggetuigen nog steeds op hun netvlies hebben staan. Op die 18e maart - en de dagen en weken daarna - zagen we mensen die zich verenigden in hun verdriet. Zij steunden de slachtoffers, hun nabestaanden en de ooggetuigen.. Troostten elkaar... Vele duizenden mensen namen op de vrijdag na de maandag deel aan een stille tocht... FC Utrecht-supporters liepen zij aan zij met vertegenwoordigers van moskeebesturen. Net als de bloemenzee op het 24 Oktoberplein, uit medeleven met de slachtoffers en de nabestaanden: allemaal in één woord, indrukwekkend.

Deze crisis vroeg het uiterste van onze politiemensen, ambulancepersoneel, en allerlei anderen, toevallige omstanders, wegenwachters, bouwvakkers die - op enigerlei wijze - betrokken waren bij de hulpverlening. Zij kwamen meteen in actie. Zij deden wat zij moesten doen en deden dat onder zeer moeilijke (uitzonderlijke) omstandigheden. Alle hulde aan de hulpverleners, zou ik willen zeggen.

Dit was een ‘soort’ crisis waarop alle betrokken organisaties zich in oefeningen hebben proberen voor te bereiden. Het was tegelijk een crisis die we nog niet eerder in Nederland meemaakten. Voor het eerst werd het hoogste dreigingsniveau 5 afgekondigd. Voor het eerst in Nederland is kort na een schietincident duiding gegeven dat rekening werd gehouden met een terroristisch motief.

Zodra je als burgemeester en als crisisorganisatie tijdens een crisissituatie een eerste beslissing neemt, weet je dat die later geëvalueerd gaat worden. En dat is maar goed ook, want uiteindelijk wil je hier van leren. Zojuist heb ik een brief met daarin alle informatie - over het COT-rapport - gestuurd naar de gemeenteraad van Utrecht en aan mijn negen collega-regioburgemeesters en 24 collega-voorzitters van de veiligheidsregio’s. De NCTV heeft onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie en Veiligheid  de opschaling van de Nationale Crisisstructuur geëvalueerd. De korpsleiding van de Nationale Politie heeft opdracht gegeven het optreden van de Nationale Politie te evalueren. De minister van Justitie en Veiligheid heeft zojuist deze beide evaluaties aan de Tweede Kamer aangeboden. De uitkomsten van een onderzoek onder leiding van de NCTV naar het strafrechtelijk verleden en de radicalisering van de verdachte worden begin volgend jaar verwacht.

Gisteravond hebben de minister van Justitie en Veiligheid en ik nabestaanden en ooggetuigen geïnformeerd over de onderzoeken die vandaag openbaar worden gemaakt. Dan nu iets over het COT-rapport. Ik heb vrijwel direct na de tramaanslag, in afstemming met de crisispartners aangegeven het belangrijk te vinden te leren van de aanslag. De ‘Stuurgroep Nafase’ heeft vervolgens aan het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT) de opdracht gegeven een ‘leerevaluatie’ uit te voeren, gericht op de multidisciplinaire crisisrespons. Hierbij is gekeken naar de uitdagingen en dilemma’s waarmee de crisisorganisatie is geconfronteerd. En ook welke leerpunten daaruit zijn voortgekomen.

Vandaag maken gemeente, politie, Openbaar Ministerie en de veiligheidsregio de bevindingen van het COT openbaar. In de eerste plaats wil ik het COT en de medewerkers danken voor het rapport ‘Een stad in stilte’. In het rapport komt het beeld naar voren dat de Utrechtse crisisorganisatie in de complexe situatie op 18 maart ‘actief heeft gehandeld’ en begrijpelijke keuzes heeft gemaakt, gegeven de beschikbare informatie van dat moment. Daarbij is uitgegaan van het logische scenario ‘aanslag met mogelijk terroristisch motief’. Voor iedereen die op 18 maart voor of vanuit de crisisorganisatie is ingezet, is dit belangrijk om te lezen en te horen. Dat begrijpt u.

Het rapport is met nadruk een leerevaluatie. Wij kunnen waardevolle lessen trekken voor de toekomst. De onderzoekers van het COT spraken met direct betrokkenen en analyseerden verslagen en andere documenten. Vandaag is senior consultant Jelleke van Rantwijk aanwezig.

Het COT doet een aantal aanbevelingen. Waardevolle aanbevelingen... Niet alleen voor de crisisorganisatie in Utrecht, maar voor alle crisisbestrijders in Nederland. De lessen gaan over hoe we beter informatie kunnen delen. Binnen in de crisisorganisatie, maar ook met iedereen in de stad en daarbuiten. Een andere, waardevolle les is dat we duidelijker moeten omschrijven wat een advies om binnen te blijven betekent voor iedereen in de stad. Dat betekent: duidelijk maken welke maatregelen we hebben genomen, uitleggen waarom deze maatregelen nodig zijn, helder maken waar deze maatregelen van kracht zijn, en: vertellen hoe lang deze van kracht blijven. En het COT adviseert dat we maatschappelijke organisaties meer betrekken. Alle partners van de crisisorganisatie zullen ook wat dat betreft hun lessen trekken uit wat er in de evaluatie naar voren is gekomen. Vandaag is het moment om terug te kijken op de manier waarop in deze crisis is gewerkt. En de adviezen ter harte te nemen en actief aan de slag gaan met de conclusies van het COT.

Maar vandaag is vooral ook weer een dag waarop wij denken aan alle slachtoffers van de aanslag. Zijn we in gedachten bij hun nabestaanden. Leven we mee met iedereen die iedere dag nog de gevolgen van de aanslag voelt. Ik heb de afgelopen maanden slachtoffers bezocht, met nabestaanden gesproken, en geluisterd naar  de verhalen van ooggetuigen. De impact van 18 maart op hun leven is onvoorstelbaar groot.

Daarom is er nog een andere belangrijke opdracht: dat we 18 maart niet vergeten. En dat we slachtoffers, hun geliefden, ooggetuigen niet zullen vergeten. Op het 24 Oktoberplein komt een herinneringsplek met veel groen, bankjes…en met een prominente plaats voor de boom waar we samen huilden, rouwden, troostten. Een sobere, rustige en vooral mooie plek. In januari beginnen we met de werkzaamheden. Op 18 maart moet de herinneringsplek af zijn. Dan staan we, op het 24 Oktoberplein, samen stil bij de aanslag. Staan we naast de nabestaanden en ooggetuigen. Houden we elkaar vast. Zijn wij 1 Utrecht.

Uw mening