Burgemeester Uitreiking koninklijke onderscheiding aan Kees Bakker

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, TivoliVredenburg, 22 juni 2017

Dames en heren, geachte heer Bakker, beste Kees, lieve Lou en kinderen van Kees,

De vorige inleider kondigde een keer of zes aan "ik sluit af". Kan de hooggeleerde Kim Putters van het SCP daar misschien een keer een trendrapportage op loslaten? Het is heet vandaag - ook wachtend in de 'antichambre' ...

Dank voor je vriendelijke aankondiging Peter van Lieshout, dank ook dat ik even uw gast mag zijn tijdens deze bijeenkomst in NJi-verband. Overigens van harte gelukgewenst met uw lustrum. Voel me als voormalig lid van de raad van toezicht zeer welkom hier.

Toen ik mij op mijn bezoek voorbereidde, dacht ik eerst even: waar hebben we het eigenlijk over? Het is wetenschappelijk onderzocht dat Nederlandse jongeren gelukkig zijn en blij met hun leven. Hun uiterlijk, vriendenkring, baan of studie en leefomgeving, het is allemaal dik in orde. Hooguit de financiën en hoeveelheid vrije tijd zouden wat beter kunnen. Wat valt hier nog te doen? Uit ander onderzoek blijkt zelfs dat Nederlandse kinderen en jongeren hun leven zelfs beoordelen met een geluksgevoel van 8,4. We moeten in ons land, dames en heren, toch wel een geweldig Jeugdinstituut hebben.

Dat is natuurlijk ook zo, dames en heren, Maar deze algemene cijfers geven lang niet het hele verhaal. U en ik weten dat de werkelijkheid er anders uit ziet. En dat het Nederlands Jeugdinstituut er toe doet. Sterker nog: hard nodig is. En één van de belangrijkste exponenten van dat instituut van de afgelopen 25 jaar, bent u, meneer Bakker.

Beste Kees, meneer Bakker, U bent indertijd bij het Nederlandse Instituut voor Zorg en Welzijn begonnen als veelbelovend sociaal-pedagoog met een mooie academische loopbaan in het verschiet. Veelbelovend, u hoort het goed. U koos daar niet voor, maar besloot uw academische vaardigheden juist op een praktische manier te gaan inzetten. Aan de ene kant bleef u nauw contact houden met het wetenschappelijke vakgebied, aan de andere kant zette u zich op een concrete manier in voor de jeugdzorg.

In 2007 werd u voorzitter van de Raad van Bestuur van het NJi. Door wetenschap en werkvloer te verbinden, heeft u daar een belangrijke bijdrage geleverd tot de professionalisering van de jeugdzorg. U organiseerde samenwerkingsprojecten en debatten. U manifesteerde zich actief in het publieke debat over jeugdzorg en jeugdbeleid. En u was altijd bereikbaar voor mensen die probeerden innovaties tot stand te brengen. Bijvoorbeeld als ze vastliepen in bureaucratie of regelgeving. U speelde dan de rol van stille facilitator en adviseur. Ik weet het van dichtbij.

Meneer Bakker, voor velen in de jeugdsector hebt u, een kwarteeuw lang, de rol gespeeld van luisterend oor, van iemand die meedenkt. Binnen en buiten uw functie als bestuursvoorzitter van het NJi. Buiten het instituut in een groot aantal nevenfuncties, Bij Defence for Children, Stichting Samen 1 Plan, diverse adviesraden. Teveel om op te noemen. U participeerde in commissies en werkgroepen. Werkte mee aan rapporten over jeugd-, zorg- en opvoedingskwesties.

Vandaag neemt u afscheid als bestuursvoorzitter. En misschien moet ik nu even de tijd nemen om uit te leggen wat de burgemeester van Utrecht eigenlijk bij uw afscheid komt doen. Behalve de loftrompet steken over uw werk van de afgelopen 25 jaar. Dit is, na die 25 jaar, namelijk een goed moment voor een blijk van waardering. Een blijk van waardering namens alle mensen in uw vakgebied die de afgelopen 25 jaar met u te maken hebben gehad. Een waardering die er toe heeft geleid dat Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander heeft besloten om u, op grond van uw grote verdiensten voor de Nederlandse jeugdzorg, te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ridder Kees, van harte.