Burgemeester Uitreiking Maartenspenning aan Evert van Zijtveld

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

De Meern, Brazzerie Abrona, 7 juli 2018

Beste mensen, beste Grace en Evert van Zijtveld, familie, vrienden, collega’s, dank voor uw gastvrijheid hier in Brazzerie Abrona. Goed om hier te zijn op deze mooie plek met al die vrolijke medewerkers achter de balie.

Voor zover u niet uit Utrecht komt, van harte welkom, mijn naam is Jan van Zanen, ik werk bij de gemeente, en nu ik hier toch ben wil ik graag iets tegen u zeggen.

Je zou kunnen zeggen dat deze bijeenkomst is bedoeld om met elkaar een pas op de plaats te maken. Een pas op de plaats te midden van de maalstroom waarin uw leven zich bevindt sinds 17 juli 2014.

U gaat vandaag hier in Abrona niet herdenken. Niet rouwen. Dit is ook geen bijeenkomst bedoeld om u, al is het maar voor even, af te leiden van uw verdriet. Je zou kunnen zeggen dat deze bijeenkomst dient om even stil te staan bij de jaren die sinds die fatale dag zijn verstreken.

Ik kan me voorstellen dat die jaren voor de meesten van u vooral inktzwart van kleur zijn. Een soort woestenij ... vormen van emoties van verlies, rouw, pijn, strijd, verbittering.

Meneer Van Zijtveld, beste Evert, u heeft ooit in een interview gezegd dat uw pijn ook een jaar later nog niet minder was geworden en u eigenlijk ook niet wist of u dat wel wilde: vermindering van de pijn. Als je zoiets zegt en het ook echt méént, dan zit de pijn onvoorstelbaar diep.

En toch, beste Grace en Evert, beste mensen, ben ik vandaag hierheen gekomen met een boodschap die draait om iets positiefs: elkaar helpen, om je voor elkaar inzetten, om voor elkaar opkomen.

Ik spits het toe op u, meneer Van Zijtveld. Want u bent het die het de afgelopen jaren, ondanks uw eigen diepe verdriet over uw kinderen en schoonouders die u heeft verloren, heeft opgebracht iets te blijven betekenen voor anderen. Voor uw lotgenoten.

Als bestuurslid van de stichting en na het aftreden van de heer Ploeg in het voorjaar van 2016 als voorzitter. U onderhield de contacten met de overheid over de identificatie. U voerde gesprekken met de minister-president en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid. U vond de kracht om op te treden als een waardig woordvoerder, zowel voor de Nederlandse als de buitenlandse nabestaanden. U hield toespraken en stond de media te woord. U bracht richting en structuur in het werk van de stichting.

Er werden werkgroepen ingesteld die bijna professioneel te werk gingen. Zoals een getuige verklaart: 'Het was soms net een bedrijf, maar het werkte wel'.

In het bijzonder zette u zich, in één van de vier werkgroepen, in voor het herdenkingsmonument, dat op 17 juli 2017, in gebruik kon worden genomen in aanwezigheid van de Koning en de Koningin. In het lange proces voorafgaand aan die opening was u degene die de mensen opbelde, die conflicten bijlegde, die beslissingen durfde nemen, doorduwde en altijd bleef doorgaan. En naast dit alles, én naast uw werk, vond u ook nog de tijd en energie om persoonlijk contact te hebben met andere nabestaanden over hun problemen en zorgen.

Het is zoals u in een interview zei, meneer Van Zijtveld: uw leven is doordrenkt met vlucht MH 17. U had een leven ervoor en een leven erna.

Maar ondanks het intense persoonlijke verdriet van uw vrouw en uzelf, in dat leven erna, over Frederique, Robert-Jan en over Neeltje en Jan, bent u er op een bijna bovenmenselijke manier ook in geslaagd iets te blijven betekenen voor anderen. Voor uw lotgenoten. Wat misschien iets te maken heeft met uw uitgangspunt dat het belangrijk is over de ramp te blijven praten.

Beste mensen,

Vanochtend sta ik samen met u allemaal stil bij het werk dat u, meneer Van Zijtveld, beste Evert, met schijnbaar oneindige energie te midden van de andere bestuurs- en werkgroepsleden van de Stichting heeft verricht. De bergen die u heeft verzet, ondanks de pijn in uw eigen ziel.

Geen aanleiding om feest te vieren. Maar wel iets om - zoals gezegd - even bij stil te staan en met zoveel woorden de waardering uit te spreken die bij velen voor dat werk bestaat. Die er ten slotte toe heeft geleid dat ik u, namens het gemeentebestuur van Utrecht, meneer Van Zijtveld, op grond van uw verdiensten de Maartenspenning mag uitreiken. Van harte gelukgewenst.