Burgemeester Veteranendag 2017

Toespraak burgemeester Jan van Zanen

Utrecht, Castellum Hoge Woerd, 17 juni 2017

Dames en heren,

Dank dat u er allemaal bent. Zie vele generaties en ook veel nieuwe gezichten.
Welkom op deze bijzondere locatie hier in Leidsche Rijn. Een locatie die zowel naar het rijke Utrechtse verleden wijst als naar het heden en ook fraaie toekomst.

Dat laatste in verband met dit deel van de stad, dat volop in ontwikkeling is en waar uiteindelijk rond de 100 duizend Utrechters zullen wonen. En 40 duizend zullen werken.
Wat het Utrechtse verleden betreft: zoals u in het museum heeft kunnen zien (of nog zult zien) liep hier meer dan 2000 jaar geleden de noordgrens van het immense Romeinse rijk. Langs die grens stonden forten, bemand door soldaten. De stad Utrecht zelf is begonnen als zo'n fort, ook wel 'castellum' genoemd. En ook hier stond zo'n castellum.

U heeft dat natuurlijk tijdens de rondleiding allemaal al gehoord. Wat ik me niet kan voorstellen is dat u het daarbij al heeft gehad over de veteranen die hier in die tijd vrijwel zeker hebben gewoond. Al was het alleen maar uit de stripalbums van Asterix & Obelix, ons is wel iets bekend over de privileges van veteranen die in de Romeinse legers hadden gediend. Na bijvoorbeeld 20 jaar trouwe dienst kregen ze 'honesta missio' (eervol ontslag) en gaf de keizer hun een geschenk. Dat kon een geldbedrag zijn of, zoals dat heette, een stukje aarde, een lapje grond ergens in het Romeinse Rijk. Omdat Romeinse veteranen, ondanks hun eervol ontslag, in crisissituaties toch nog konden worden opgeroepen, lagen hun stukjes grond wel vaak in de buurt van het legeronderdeel waarin ze hadden gediend. Je kunt je dus zo maar voorstellen dat hier in de buurt Romeinse veteranen hebben gewoond en gewerkt.

Als er één ding duidelijk is, dames en heren, is het wel dat veteranen in de Romeinse samenleving groot respect genoten en in de gebieden waar ze woonden vaak hoge bestuurlijke posten bekleedden. Dat laatste is, dames en heren, in onze gespecialiseerde samenleving in onbruik geraakt. Maar begrip (tot op zekere hoogte) en een groot respect voor de veteranen die zijn ingezet tijdens oorlogen en in missies, is er wel degelijk nog steeds. Of beter: is er wéér. Want zeker in de jaren kort na de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland betrokken was bij ingewikkelde conflicten, was de aandacht voor veteranen in Nederland niet vergelijkbaar met die in landen met een grotere militaire traditie, zoals Frankrijk of Engeland.

Dat dat de afgelopen jaren beter is geworden, komt niet alleen door het goede werk van Prins Bernhard, maar ook doordat zowel de militairen zelf als de mensen aan het thuisfront veel beter zijn geïnformeerd over wat er gebeurt en over de heftige ervaringen waarmee ze thuiskomen.

Hoe gevoelig in ons land vooral achteraf gezien overigens nog vaak over hun inzet wordt gedacht, zien we ondertussen aan de recente discussies over de politionele acties in Indië en de Zuid-Molukse treinkapingen in de jaren zeventig. Opvattingen over de inzet van militairen veranderen door de tijd heen, en het is voor sommigen nog steeds moeilijk om zich in te leven in de mensen die er door de overheid op worden uitgestuurd en die in verre landen of dichtbij aan extreme situaties worden blootgesteld.

Dames en heren,

Een begrip als 'posttraumatisch stresssyndroom' was bij de Romeinen voor zover wij weten onbekend. Noch hadden de Romeinen al moderne communicatiemedia zoals telefoon, televisie of internet. Toch bestond er ook in hun samenleving al een natuurlijk soort respect dat ook de veteranen van onze tijd verdienen. Wat dat betreft kunnen wij dus aan hen een voorbeeld nemen.

Aan u als Utrechtse veteranen wil de gemeente dit respect tonen door ieder jaar een speciale dag aan u aan te bieden. Voor dit jaar leek ons deze plek, met zijn Romeinse achtergrond, het meest geschikt. Wij hopen dat u het museum interessant heeft gevonden. Generaal Leo Beulen neemt zo dadelijk mijn plaats om u toe te spreken. Geweldig dat u bent gekomen. U verdiende respect en verdient het nog steeds.