Initiatievenfonds Interviews met initiatiefnemers

Bewoners die zich inzetten voor en met elkaar en zo bijdragen aan de leefbaarheid van hun buurt of wijk. Dat waarderen wij als gemeente! Dit soort initiatieven ondersteunen wij dan ook met een bijdrage uit het Initiatievenfonds. In interviews lichten wij een aantal initiatieven uit.

Hebt u zelf een goed idee? Kijk voor het indienen van een aanvraag en de voorwaarden op utrecht.nl/initiatievenfonds.

Bewonersbod Pandhof Sinte Marie

Een opmerkelijk Bewonersbod: de Werkgroep Pandhof Sinte Marie maakt zelf een ontwerp voor de herinrichting van dit unieke plekje in de Utrechtse binnenstad. Vrijwilligers Emma van den Dool, Marieke Renou en Claudia Hoejenbos: "We gaan iets moois laten zien."

De Werkgroep Pandhof Sinte Marie werkt al 30 jaar elke dinsdagmiddag in en om de kruidentuin achter het Conservatorium. Wieden, schoffelen, zaaien, planten, vegen. De samenwerking tussen de 8 vrijwilligers en de gemeente Utrecht, eigenaar van de grond, is altijd goed geweest. Emma van den Dool: "Via het Initiatievenfonds kunnen we aan zaai- en plantgoed en gereedschap komen. Grond wordt gebracht, tuinafval weggehaald en de heggen gesnoeid. Bij problemen kunnen we het wijkbureau en Toezicht en Handhaving altijd aanspreken."

Het idee van een Bewonersbod voor de herinrichting van de Pandhof komt voort uit het gevoel dat de gemeente de plek toch niet helemaal recht doet. Met name het plein tussen de kruidentuin en het hek (met entree) heeft veel meer mogelijkheden. Emma van den Dool: "Voor de Tour de France is de Mariaplaats prachtig opgeknapt. Maar dit plein is blijven liggen. Er was zelfs geen geld voor een nieuwe bestrating."

Startbedrag

Het Bewonersbod houdt in dat de Werkgroep zelf voor een inrichtingsplan zorgt, waarna de gemeente het plan uitvoert (Marieke Renou: "Wel met 20.000 randvoorwaarden natuurlijk!") Via het Initiatievenfonds kwam er een startbedrag waarmee (na juridisch advies) een stichting werd opgericht, een overeenkomst met de gemeente voorbereid en een professionele ontwerper aan het werk gezet.

Omdat ze de lat hoog leggen, is de gemeentelijke reservering van € 55.000 niet voldoende. De Pandhoveniers zetten ook in op een waterwerk, bankjes, regenwateropvang, meer groen bij het hek en een verlichtingsplan. Gewenst zijn daarnaast meer bordjes met historische informatie. Claudia Hoejenbos, lachend: "Het gaat heel duur worden!" Daarom gaat de Werkgroep zelf op zoek naar financiering. Ook dat maakt een niet gering deel uit van de overeenkomst.

Marieke Renou: "In de buurt hebben we rondgevraagd naar de wensen. Dat blijken rust, groen en water te zijn. Daarmee en met onze ideeën is de ontwerper nu aan het werk. Eind dit jaar is het eerste uur u. Dan is het ontwerp klaar." Met het ontwerp en het verhaal van de Pandhof van Sinte Marie probeert de inmiddels opgerichte Stichting bedrijven en instellingen uit de buurt (zoals de SHV en de Oud-Katholieke Kerk) te interesseren. Ook andere Utrechtse bedrijven en fondsen komen aan de beurt en daarna volgt misschien crowdfunding. Waar de Stichting wel een beetje tegenop ziet.

Wennen

De Pandhoveniers beseffen dat iedereen moet wennen aan deze manier van herinrichten van de openbare ruimte. Ook de gemeente, de fondsen en de bedrijven. Marieke Renou: "Die willen graag weten welk sociaal doel een project heeft. Wij hebben alleen een plek die mooi ligt in Utrecht en waar veel van hun personeelsleden rondlopen." De Stichting ziet kansen het gebied waar ooit de Maria Majorkerk stond zo te verbeteren dat het een geliefde en rustige verblijfplaats wordt voor mensen die werken in de naburige kantoren. Marieke Renou: "Buiten overleggen hoort bij het nieuwe werken!"

Emma van den Dool denkt dat de bestrating het moeilijkste wordt om te financieren. "Dat spreekt lang niet aan zoals bijvoorbeeld een fontein dat doet." Ze zijn van plan eerst de grootste geldschieters te benaderen en daarna de kleinere te interesseren voor deelprojecten. Claudia Hoejenbos beseft dat sommige dingen moeilijker zijn dan gedacht. Zo waren alle omwonenden enthousiast over regenwateropvang. "Iedereen stelde zijn dak ter beschikking. Toch blijkt dat technisch nog behoorlijk ingewikkeld te zijn in een monumentengebied."

Soms zijn de leden van de werkgroep nog steeds bang dat de gemeente te gauw 'nee' zegt op hun voorstellen. Toch zijn ze ook optimistisch. Marieke Renou: "We gaan iets moois laten zien. Zodat iedereen ziet dat het een apart gebiedje is, met goed materiaal zorgvuldig ingericht. En we hopen dat de gemeente echt alleen maar 'nee' zegt als iets echt niet kan. Wanneer we klaar zijn met de voorbereiding? We noemen het plan MariaMajorXX = MMXX = 2020. Niet dat het werk volgend jaar al kan beginnen. Maar begin 2020 weten we waarschijnlijk wel hoe we verder kunnen. Dan is het weer tijd voor een wethoudersmomentje."

December 2019 | Door Frank van der Lecq


Gangmakers Laura Nolte en Wim van Toorn over De Huiskamer voor Senioren in Oog in Al

Een plek waar ouderen elkaar wekelijks kunnen ontmoeten was er in Oog in Al tot voor kort nog niet. Terwijl sociaal contact voor ouderen zo belangrijk is, vindt Laura Nolte. In 2017 ging ze in samenwerking met de lokale sociaal makelaars van start met De Huiskamer voor Senioren. Elke woensdagochtend zijn oudere buurtbewoners welkom in Pandje 1 aan het Herderplein 21.

"Sociaal makelaar Mustafa Alay vroeg of ik iets voor ouderen wilde gaan organiseren", vertelt de 71-jarige Laura Nolte. Haar eerste reactie was dat ze daar niet geschikt voor was, omdat ze altijd met jongeren heeft gewerkt. "Maar ik vond het wel belangrijk dat er iets zou komen voor senioren die sociaal geïsoleerd leven. Daarom heb ik toch 'ja' gezegd." Want hoewel er wel periodieke ouderenactiviteiten in de buurt worden georganiseerd en activiteiten voor de bewoners van de service appartementengebouwen, bestond er nog niet zoiets als een wekelijkse ontmoetingsplek.

Met subsidie vanuit het Initiatievenfonds heeft Laura in samenwerking met sociaal makelaars Mustafa en Farida de ruimte achterin het pandje geschilderd en ingericht tot sfeervolle huiskamer. Op 13 april werd De Huiskamer voor Senioren officieel geopend. Nu is het volgens Laura en Wim nog een fikse uitdaging om senioren te bereiken. "Mustafa en ik zijn in de buurt gaan aanbellen bij woningen van ouderen, om ze persoonlijk uit te nodigen. Dat hielp niet", vertelt Laura. "Uiteindelijk kwam ik ook ouderen tegen bij de culturele ochtend in Het Wilde Westen waar ik regelmatig heenga. Daar heb ik ook een paar ouderen enthousiast kunnen maken voor dit initiatief. En het werkt!"

Op dit moment heeft de Seniorenhuiskamer zo’n 8 tot 10 bezoekers die regelmatig komen. Er zijn volgens Laura nu vriendschappen ontstaan en mensen gaan bij elkaar op bezoek. Een van de bezoekers is de 71-jarige Wim van Toorn. "Laura sprak mij ook aan tijdens de culturele ochtend. Een paar maanden geleden ben ik een keer gaan kijken. Een week later ging ik weer", vertelt hij. Wim is zo enthousiast over het initiatief, dat hij en Laura nu samen de organisatie op zich nemen, waarbij Wim ook de financiën van De Huiskamer verzorgt wat aansluit bij zijn voormalig beroep als actuaris. Wim: "Na het overlijden van mijn echtgenote ben ik een lange periode erg eenzaam geweest. Het contact met anderen heeft mij er in een paar maanden bovenop geholpen. De Huiskamer is echt een uitkomst voor ouderen die eenzaam thuis zitten. Daarom help ik nu mee. Het heeft mij goed gedaan en ik hoop dat anderen er ook iets aan hebben."

Tijdens de ochtend wordt door de senioren over werkelijk van alles gepraat. Aan het begin van de ochtend worden 5 tot 10 minuten besteed aan het vertellen van de persoonlijke ervaringen van die week voor wie dat kwijt wil of er behoefte aan heeft. Daarna lopen de gesprekken uiteen van vakantie, hobby’s of politiek. Laura: "Soms vertelt iemand zijn levensverhaal of laat iemand foto’s zien met een verhaal over zijn of haar reis. Later op de ochtend spelen we vaak nog spellen, zoals dammen, schaken, sjoelen of bingo."

Onlangs zijn wat bezoekers van De Huiskamer aansluitend op de ochtend gezamenlijk naar het Utrechts Archief geweest. Laura: "We willen vaker dit soort uitstapjes gaan maken, zoals bijvoorbeeld een kasteelbezoek of een bezoek aan een geboorteplaats van 1 van ons. Maar de ontmoeting op de woensdagochtend blijft bestaan ongeacht of men meegaat."

Het netwerk van Wim groeit door De Huiskamer, merkt hij. Wim: "Nu ga ik samen met enkele andere bezoekers van de huiskamer op donderdagochtend ook wel eens jeu-de-boulen met iemand van De Huiskamer die vlak bij de jeu-de-boulesbaan woont. Daar ontmoet ik nu ook weer andere ouderen."

De Huiskamer voor Senioren is volgens Laura heel belangrijk voor de verbinding van ouderen van alle culturen in de buurt. Ze nodigt oudere buren van alle culturen dan ook uit om langs te komen op de woensdagochtend tussen 10.00 en 12.30 uur in Pandje 1 aan Herderplein 21. De organisatie vraagt een bijdrage van € 1 voor de koffie, thee en koekjes. Iedereen is welkom!

Oktober 2018


Catelijne de Koning over het opgeknapte hofje in het Museumkwartier

Op de muren zat lelijke graffiti, op de grond lagen betonklinkers, het stuc op de muren was afgebrokkeld en de planten waren verpieterd. Kortom, het hofje tussen de Magdalenastraat en de Keukenstraat was toe aan een opknapbeurt en bewoners kwamen in actie. Na 2 jaar is het zover, zaterdag 22 september opende Jan van Zanen het Anna Maria van Schurmanhofje. "Het is een opgefrist stukje Utrecht én een eerbetoon aan een grande dame", sprak de burgemeester vol lof.

 "Ik wil die lelijke graffiti weg", zei Catelijne de Koning in 2016 tegen achterbuurvrouw Josephine van Maarschalkerweerd. Weghalen zou niet moeilijk zijn, dachten ze, maar hoe zorg je ervoor dat het mooi blijft? Catelijne: "We bedachten dat je wel eens van die muurschilderingen ziet. We zijn een rondje door de stad gaan fietsen om inspiratie op te doen."

Ze vroegen bewoner en landschapsarchitect Angrid Tilanus erbij. Zij maakte het ontwerp om het hof te vernieuwen. In overleg met de buurt werd dat verder aangescherpt. Ook kwam Tilanus met het idee om met het hof Anna Maria van Schurman te eren. Van Schurman was de eerste vrouw in Nederland, en mogelijk heel Europa, die aan een universiteit studeerde. Vanaf 1636 volgde ze vanachter een gordijn hoorcolleges aan de pas geopende Utrechtse universiteit.

In het vernieuwde hof hangt daarom nu een tegeltableau gewijd aan Van Schurman, inclusief een zelfportret. Schilder Jos Peeters maakte een muurschildering met een gedicht van haar hand. "O Utreght, lieve Stadt hoe soud ick U vergeeten…", luidt de eerste regel. Verder zijn de betonklinkers in het hof vervangen voor stenen klinkers, de muren werden opnieuw gestuukt en geschilderd, de verlichting is verbeterd en er zijn plantenbakken gemetseld waarin nieuw groen is geplaatst.

Bij het project waren volgens Catelijne veel partijen betrokken. "We moesten constant overleggen en coördineren tussen bewoners en huiseigenaren, Mitros, gemeente en uitvoerders. Het was een project van de lange adem." De initiatiefnemers kregen voor de metamorfose van het hof een bijdrage uit het Initiatievenfonds. Ook werden ze bijgestaan door de werkgroep Directe Voorzieningen van de gemeente Utrecht, die zich inzet voor het aanbrengen en behoud van historische en karakteristieke elementen in het Utrechtse straatbeeld.

Op de zaterdagmiddag van de opening is het hof afgeladen met belangstellenden. Burgemeester Jan van Zanen trekt samen met 2 meisjes het gordijn opzij dat de naam van het hof verbergt. Van Zanen is vol lof over het Anna Maria van Schurmanhofje. "Het is niet alleen een opgefrist stukje Utrecht, maar hier wordt ook een bijzonder persoon, een pionier, geëerd", zegt Van Zanen tijdens de opening. Hij spreekt zijn dank uit aan iedereen die betrokken is geweest bij het renoveren van het hof. "In plaats van het te laten verslonzen hebben bewoners de handen ineengeslagen. Het is niet alleen het hof van Anna Maria van Schurman, het is ook uw hofje. Hier wil iedereen wel wonen. Dank daarvoor.

Oktober 2018


Kees Bos en Ineke Brunt over de Kersstraat als leefstraat

Voor het tweede jaar op rij is de Kersstraat in Oudwijk een leefstraat. De straat is tijdelijk autovrij, waardoor er ruimte ontstaat waar kinderen spelen en bewoners elkaar ontmoeten. Waren er in 2017 nog maar 2 leefstraten in Utrecht, in 2018 waren het er maar liefst 6.

Aan de stamtafel gemaakt van houten pallets is het gezellig druk. 2 pannen draaien op volle toeren om alle bewoners die aan de tafel zitten van poffertjes te voorzien. Op de grote strook kunstgras speelt een jongen met een baby die elders in de straat wonen. Bewoners komen aanlopen met een fles wijn en glazen en schuiven aan bij de rest van het gezelschap.

Waar leefstraten komen, maken auto’s voor de duur van de vakantie plaats voor activiteiten van bewoners. Voor sommige autobezitters is dit lastig, maar voor Kees Bos is het een verademing. "Heerlijk dat de straat autovrij is. Het voelt als teruggaan in de tijd, zo zonder blik voor de deur”, vindt Kees Bos, die al 40 jaar met zijn vrouw Ineke Brunt in de Kersstraat woont. Vorig jaar namen bewoners Hanneke Matthijssen en Petra Veeneman initiatief voor de leefstraat, dit jaar namen Marjolein Kurver, Breunis Ruitenbeek, Kees Bos en Ineke Brunt gezamenlijk het stokje over. Kees: "Iedereen kent elkaar hier wel min of meer, maar met de leefstraat wakkeren we het vuurtje aan. Dit is een mooi moment, want er zijn de afgelopen jaren veel nieuwe jonge mensen bijgekomen in de straat. Dat geeft een andere energie." Normaal groet je elkaar wel, maar spreek je elkaar volgens Ineke weinig. "Met de leefstraat kom je tot andere gesprekken. En de kinderen die hier de afgelopen jaren geboren zijn, spelen nu op straat. Het is een beetje een dorpje, dat is leuk om te zien."

Vorig jaar was er in de leefstraat alleen een centrale plek met een stamtafel waar de bewoners aan konden schuiven. "Dat had tot gevolg dat sommigen zich verplicht voelden om erbij te komen zitten, dat vonden ze niet relaxed", legt Kees uit. Daarom is de leefstraat dit jaar meer over de Kersstraat verspreid; wie zin heeft kan het voor eigen deur gezellig maken. Kees: "Je ziet nu dat mensen voor hun huis eten, maar er is ook weer een soort stamtafel ontstaan waar bewoners elkaar ontmoeten. Alleen is het nu vrijblijvender en kan iedereen zelf bepalen waar hij of zij voor kiest."

Tijdens de leefstraat in 2017 hielden de bewoners van de Kersstraat een Italiaanse avond, deden ze gezamenlijk aan yoga, klaverjassen en bakten ze taarten voor het goede doel. Dit jaar werd er behalve de poffertjesavond ook al een Franse avond en een gezamenlijke maaltijd georganiseerd, maar verder ontstaan de activiteiten volgens Ineke spontaan. "Wie iets wil doen, kan het op de straatapp zetten of op het krijtbord schrijven dat we in de straat hebben neergezet", legt ze uit.

Met een bijdrage vanuit het Initiatievenfonds investeren de buurtbewoners in hun straat. Vorig jaar kochten ze een partytent vanwege de regen en kunstgras via Marktplaats ter aankleding van de leefstraat. Dit jaar kochten de bewoners met steun vanuit het fonds kleurige plantjes om de straat blijvend groener te maken. Ook na de leefstraat kan hier van genoten worden. Kees: "De gift van de gemeente is welkom om het aanzien in de straat te verfraaien. Bovendien geeft ze ons met het bedrag steun in de rug en laat ze weten dat ze waardeert wat we hier doen."

Augustus 2018


Astrid Sikken over de rommelmarkt in de Schepenbuurt

Het is hét evenement waar de hele Schepenbuurt samenkomt en elkaar ontmoet: de rommelmarkt. 2 jaar geleden leek het er even op dat de markt zou verdwijnen. Dat vond bewoner Astrid Sikken zonde en daarom nam zij het stokje over. ‘Kleine moeite, groot plezier.’

Toen de vorige organisator besloot om te stoppen, merkte Astrid dat bewoners het jammer vonden dat de rommelmarkt zou verdwijnen. “Het is een evenement dat door de hele buurt gedragen wordt. Jong, oud, oude en nieuwe bewoners; bijna iedereen is positief over de rommelmarkt. Het zorgt voor een buurtgevoel, iedereen komt buiten en kletst met elkaar”, vertelt Astrid. Ze hoefde dan ook niet lang na te denken om de organisatie op zich te nemen.

Astrid: “Ik dacht: zoveel werk is het nu ook weer niet. Ik ben een paar avonden kwijt voor de aanvraag bij het Initiatievenfonds, het regelen van een kleine evenementenvergunning en het laten drukken van flyers en het spandoek. Kleine moeite, groot plezier.” Verder krijgt Astrid ook wat hulp uit de buurt. Zo heeft ze iemand die haar helpt met de pr richting de lokale pers, een bewoners die de flyers ontwerpt en iemand die het springkussen regelt.

Tijdens de rommelmarkt staat het springkussen bij Buurthuis de Boeg. De wegen blijven toegankelijk voor auto’s, maar het centrale Aakplein is wel beschikbaar om spulletjes te verkopen. In alle straten stallen mensen hun koopwaar uit op kleedjes en tafels. Astrid: “Mensen vinden het leuk en praktisch om het vanuit hun eigen woning te doen, dus die verkopen hun spullen voor hun huis op de stoep of in de voortuin.” De verkochte waar loopt uiteen van potten, fotolijstjes, boeken, speelgoed en spellen tot huisraad als stoelen en kleine kastjes. Ook zijn er bewoners ijsjes of koekjes verkopen of poffertjes bakken.

De eerste keer dat Astrid de organisatie van de rommelmarkt overnam, moest ze het door de krappe organisatietijd over de vakantie heen tillen en vond het plaats in september. Afgelopen jaar vond het evenement plaats in mei, die maand wil Astrid gaan aanhouden. Dankzij de steun van het Initiatievenfonds blijft de rommelmarkt volgens Astrid laagdrempelig. Van de bijdrage die ze ontvangt, betaalt ze het springkussen en laat ze de flyers en het spandoek maken. Astrid: “Dankzij de bijdrage hoeven we geen stageld te vragen en is het voor mij geen risico om het te organiseren. Het is geweldig dat het fonds er is. Het geeft de garantie dat we iets leuks kunnen organiseren zonder geld te moeten bijleggen.”

Augustus 2018


Buurtmoestuin De Erven in Vleuten

In de nieuwe moestuin aan de Cantharellaan in Vleuten kweken bewoners groenten en kruiden, maar het is ook een ontmoetingsplek. Initiatiefnemer Rogier Baert ziet het als een investering in de toekomst. "Zo blijven mensen niet achter hun schutting zitten."

Op een stuk grond langs het spoor, vlakbij station Vleuten, kunnen bewoners samen tuinieren, oogsten en elkaar ontmoeten aan de picknicktafel. Toen Rogier Baert 2 jaar geleden met zijn gezin van Lombok naar Vleuten verhuisde, zag hij gelijk kansen voor het toen nog braakliggende terrein achter het huis. “Na informeren bij de gemeente kwam ik erachter dat ze van plan waren om daar struiken te gaan planten”, vertelt Rogier. “Dat vond ik een weinig creatief idee. Het leek me beter om iets te doen om de buurt op te leuken, om iets te creëren waar we samenkomen.”
Buren enthousiast maken

Rogier verzamelde handtekeningen in de buurt om met steun van het Initiatievenfonds een moestuin te starten op het overwoekerde lapje grond. Met een klein groepje bewoners begon hij vorig jaar met onkruid wieden om ruimte te maken voor de tuin. Het eerste jaar bleef de vegetatie in de tuin beperkt tot kruiden- en courgetteplanten, maar inmiddels staat er al heel wat meer in. “We hadden zoveel courgettes dat ik die in zakjes bij buren aan de deur heb gehangen om ze enthousiast te maken voor de tuin”, vertelt Rogier. Het is volgens hem de bedoeling dat bewoners straks vrij kunnen pakken van de opbrengst, die in een zeepkist in de tuin wordt uitgestald.  “Iedereen mag plukken en meenemen, zolang het maar een beetje binnen proportie blijft.”

Het meeste werk doet Rogier nu nog zelf en ook zijn vrouw en kinderen helpen graag een handje mee. Daarnaast zijn er inmiddels een paar buren die af en toe schoffelen, onkruid wieden en water geven. Wat Rogier betreft wordt die groep nog groter, zodat het onderhoud van de tuin straks echt door een groep bewoners gedragen wordt. “Maar ik denk dat we eerst moeten laten zien wat er is, om zo nog meer bewoners enthousiast te krijgen om mee te doen.”

De buurtmoestuin heeft volgens Rogier een aanzuigende werking en is een investering in de toekomst. “In een nieuwbouwwijk zit iedereen vaak afgezonderd in zijn eigen huis. Dankzij de tuin blijft niet iedereen achter zijn eigen schutting zitten, maar leren we elkaar kennen.” Ook is de tuin volgens hem een mooie kans om kinderen bij te brengen waar eten vandaan komt. “Dat worteltjes uit de grond komen en niet uit een zakje in de supermarkt”, legt hij uit. “Op dit moment zijn er redelijk wat buren die weinig tijd hebben omdat ze thuis een baby hebben. Maar die komen over een paar jaar vast meehelpen samen met de kinderen.”

Juni 2018


De verbindingskracht van een picknicktafel

De Johanniterhof in Leidsche Rijn is een hechte buurt, met name dankzij de inspanningen van buurtbewoners zelf, zoals Jessica Barentsen. Toen zij onverwacht overleed, kwam de buurt in actie. Om haar te gedenken, maar ook om voort te laten leven wat zij de buurt had gebracht. Mariska Weiman en Ingrid Kleyn van Willigen vertellen het bijzondere verhaal achter 2 picknickbankjes.

De Johanniterhof ligt als een beschutte oase in Leidsche Rijn. Irrigatieslootjes en oorspronkelijke plattelandswoningen houden de landelijke voorgeschiedenis levend. Maar ook nu het een nieuwbouwwijk is, overheersen groen en rust. Er is een kleine speeltuin waar naast speeltoestellen ook 2 picknicktafels staan, omgeven door zitbankjes. Op een van de tafels is een messing gedenkplaatje geschroefd:

‘Lieve Jessica
Voor altijd in ons hart’
Een bijzondere buurt

Jessica Barentsen was zo iemand die een buurt sociaal kan verbinden. Mariska: "Jessica organiseerde samen met ons en andere buurtbewoners allerlei activiteiten in de buurt: straatfeesten, barbecues, een buurttuin in zelfbeheer, kamperen in de speeltuin. En je kon altijd bij haar terecht voor gewoon een kletspraatje." "Ze was ook heel actief voor de kinderen in de buurt", zegt Ingrid. Ingrid woonde hier al voordat de nieuwbouwwoningen verrezen: "Sindsdien hebben wij er veel nieuwe buren bij gekregen die ook allemaal nieuw voor elkaar waren. Dankzij mensen als Jessica is dit een bijzondere en hechte buurt geworden." Toen Jessica in oktober 2016 totaal onverwacht overleed, was dat een enorme schok. Mariska: "In de eerste plaats voor haar familie, maar ook voor mensen in de buurt. Wij waren een dierbare vriendin kwijtgeraakt."
Jessica’s bankje

Al snel groeide bij buurtbewoners de wens om iets te doen. Om hun verdriet een symbolische plek te geven, om te laten zien dat Jessica nooit vergeten zal worden, om ervoor te zorgen dat de sociale energie die Jessica aan de Johanniterbuurt gaf, niet verloren zou gaan. Mariska: "We zochten naar iets tastbaars, iets zichtbaars. En we dachten al snel aan wat voor ons ‘Jessica’s bankje’ was, in de speeltuin. Ze zat daar vaak om van het laatste avondzonnetje te genieten. Zo was eigenlijk ook het contact in de buurt begonnen: wij kwamen daar dan ook even lekker kletsen en koffie drinken, terwijl onze kinderen in de speeltuin speelden. Wij wilden iets met die plaats die zo aan haar verbonden was." De bankjes zelf nodigden daar niet echt toe uit: Mariska: "Ze zaten niet heel lekker en je kon je koffiekopje nergens kwijt. Zo kwamen we op het idee om ze te vervangen voor picknicktafels. Daardoor zou het nog wat makkelijker worden om elkaar te ontmoeten, en dat past helemaal bij Jessica." Ingrid: "Het plan hadden we snel klaar. De mensen in de buurt reageerden ook heel enthousiast – iedereen wilde meedoen." Mariska benaderde de gemeente: "Toen was nog het idee dat we die tafels en een gedenkplaatje voor Jessica als buurt gezamenlijk zouden betalen. Mariska: De gemeente vond het zo’n goed idee dat het Initiatievenfonds de bekostiging en plaatsing op zich heeft genomen, waarbij wij zelf voor het beheer zorgen. Ik vond het heel fijn om te merken dat dat de gemeente het echt waardeert en echt bijspringt als mensen op een positieve manier met hun buurt bezig zijn."
Zonder jou

Voor de officiële plaatsing van de picknicktafels, afgelopen november, werden alle buurtbewoners uitgenodigd, inclusief de man en 2 kinderen van Jessica. Op de dag zelf zat het weer niet mee: witte wijn en fris werden vervangen voor glühwein en chocolademelk. "Toch hebben we doorgezet", vertelt Mariska. "We hebben er met zijn allen iets gezelligs en moois van gemaakt, echt in de geest van Jessica." Er was ook een moment om Jessica te herdenken en gezamenlijk bij haar stil te staan: "Toen kwam sterk naar boven wat voor mooie band wij binnen deze buurt hebben met elkaar. Je kunt ook makkelijk doorleven. Dan kan het voor haar kinderen lijken alsof alles gewoon doorgaat, alleen dan zonder hun moeder. Maar haar overlijden had op talloze mensen impact, ze was heel belangrijk voor ons en de buurt en we missen haar gewoon enorm." Bij de picknicktafel en de onthulling van het gedenkplaatje luisterden de buurtbewoners gezamenlijk naar het nummer ‘Zonder jou’ van Miss Montreal. Mariska: "Ik had dat eerder op de radio gehoord. Het gaat over het missen van iemand die heel belangrijk voor je was – precies wat ons was overkomen."
Mooi weer

Nu de zon weer volop schijnt, komen de tafels goed van pas. Ingrid: "Op de zonnige dagen zitten we daar regelmatig. En als er eenmaal iemand zit, is het hier vaak zwaan kleef aan. Dan gaat het vanzelf lopen."

Mei 2018


Grenzeloos genieten op een duofiets

Het was Hollands weer toen Ingrid Wendel op Hoeve Wielrevelt probeerde een tweepersoonsfiets te versieren met slingers en lint: "Door de wind duurde dat wel even." Het waren de laatste handelingen in voorbereiding op de onthulling van de duofiets. Dankzij Ingrids initiatief is deze nu beschikbaar voor inwoners van Vleuten-De Meern.

De onthulling in april was voor Ingrid een emotioneel moment, omdat de duofiets is verbonden aan haar vorig jaar overleden vader. "Hij had Parkinson en ging naar de dagbesteding, waar een duofiets stond. Omdat mijn vader altijd van bewegen heeft gehouden, vroeg ik of we die mochten lenen. Dat mocht. Vanaf dat moment gingen we regelmatig op pad. Het was ideaal: lekker bewegen in de buitenlucht, zonder dat het te zwaar werd, omdat hij niet per se mee hoefde te fietsen. Na afloop had hij altijd een blos op de wangen." In februari 2017 overleed haar vader. Toen Ingrid de duofiets ook voor haar moeder wilde lenen, werd dat onverwacht lastig. "Dan doe ik het zelf wel, dacht ik."

Bij een Goede Doelen Loop haalde Ingrid geld op voor de aanschaf van een duofiets, bedoeld voor alle oudere mensen in Vleuten-De Meern die nog zelfstandig wonen en af en toe op pad willen met bijvoorbeeld een zoon of dochter. "Na die loop moest ik wel doorzetten", zegt Ingrid lachend. "Ik heb fondsen benaderd en het idee besproken met de gemeente en Harten voor Sport. Ik kreeg een mooie bijdrage van het Initiatievenfonds en van overal kwamen enthousiaste reacties. Gelukkig wel, want dit project is geslaagd dankzij de hulp van allerlei mensen."

Het grootste voordeel van de duofiets is dat je naast elkaar zit. Zo kun je tijdens het fietsen goed contact houden. "Je zit ook op comfortabele kuipstoeltjes", vertelt Ingrid. "Voor mensen die wat wankel zijn is dat prettig." Als je de fiets voor het eerst gebruikt, helpt het om deze even te ontdekken. "De duofiets is vrij breed, dus dat vergt een wat andere inschatting als er een paaltje op het fietspad staat." Ondanks de trapondersteuning komt de fiets het best tot zijn recht als je het rustig aan doet: "Het idee is dat je samen kunt genieten van de omgeving, van het buiten zijn en lekker met elkaar kunt praten. Er zit een mandje op de fiets, dus je kunt altijd een snack meenemen."

De doelgroep van de fiets is in principe duidelijk afgebakend: een thuiswonende ouder(e) als bijrijder en een (mantelzorgende) zoon of dochter als bestuurder. Mede dankzij de vergrijzing en veranderingen in de zorg wordt die doelgroep telkens groter, weet Ingrid. "Wat ik vooral wil met de duofiets, is mogelijkheden bieden. Ik gun anderen dezelfde beleving die mijn vader had. En om zoveel mogelijk mensen de kans te geven om de fiets te gebruiken, houden we het zeker in het begin bij 1 reservering per keer."
Hartje Utrecht

Ingrid heeft de duofiets met een goed gevoel overgedragen aan de mensen van Hoeve Wielrevelt, aan de Thematerweg. "Je fietst vanaf daar zo naar Haarzuilens en dankzij de trapondersteuning zit je ook zo in hartje Utrecht." Wie de duofiets wil lenen, kan deze reserveren via de website www.duofietsvleutendemeern.nl. "We vragen een klein bedrag en een borg van 150 euro. Het gaat toch om een dure fiets." Ook Ingrid zelf zal de fiets weleens lenen. "Mijn 89-jarige moeder vindt het ook geweldig. Als ik haar de Dom kan laten zien, is ze sowieso gelukkig."

Mei 2018


De Voorkamer in Lombok: brug tussen asielzoekers en omwonenden

Wie asiel zoekt, heeft ook wat te brengen. Dat is kortweg het uitgangspunt van project De Voorkamer, dat anderhalf jaar geleden startte in Lombok. Doel van De Voorkamer is dat vooral de deelnemers zelf zorgen voor vorm en inhoud. Gezamenlijk, maar vanuit hun eigen talent en creativiteit. Initiatiefnemer Pim van der Mijl ziet dat dat nu aardig lukt: "Hier is 4, 5 keer per week wat te doen".

Om te begrijpen waar De Voorkamer voor staat, hoef je eigenlijk maar een bezoekje te brengen aan Kanaalstraat 225. De inrichting van De Voorkamer is grotendeels gemaakt door azc-bewoners; van krukken en lampen tot koffiekopjes en backgammonspellen. Ook de activiteiten gaan uit van (wat Pim noemt) de community van De Voorkamer – vooral vluchtelingen die al een verblijfsvergunning hebben en wijkbewoners. "We hebben nu 4 à 5 evenementen per week", vertelt Pim. "Wekelijks begeleiden de leden van onze community evenementen, zoals het Nederlands Taalcafé en Straffe Koffie, waar goede muziek, goede gesprekken en leuke spellen centraal staan."

De Voorkamer pakt ook het creatieve proces dat voorafgaat aan nieuwe activiteiten gezamenlijk op. "Daar is onder meer On the Spot uit voortgekomen, een open podium voor iedereen die met anderen muziek wil maken of luisteren. Zulke activiteiten worden ook begeleid door mensen uit de community zelf, in dit geval zijn dat Anan, Kirsten en Pim (Pellikaan – red.). Iedereen hier heeft weer andere talenten. Dus we vinden altijd wel geschikte mensen."

Sinds kort organiseert De Voorkamer elke maandag een Arabisch taalcafé. "Die 2 taalcafés zijn een mooi voorbeeld van de wederkerigheid die hier kan ontstaan. Alles wat we doen, draait om de uitwisseling van 2 kanten." Het Arabisch taalcafé werd bedacht door Louay Biram en Adel Nabelsi, 2 mensen uit de community. "Op het Nederlandse taalcafé komen mensen uit alle windstreken af, van Portugal tot Engeland. En tijdens het Arabische taalcafé maken voornamelijk Syrische statushouders Nederlandse omwonenden wegwijs in de Arabische taal. Het is leuk om te zien hoeveel verschillende mensen daarop afkomen. Elke maandag zitten hier toch 20, 25 mensen. Sommigen hebben kennissen die Arabisch spreken, zoals ikzelf, en weer anderen komen hier vanwege hun werk of achtergrond."

"Onze community heeft echt wat te bieden aan Utrecht. Daar draait het uiteindelijk om", zegt Pim. "Je kunt hier iets brengen én halen, en iedereen is welkom. We organiseren buurtdinertjes, maar ook een cultureel programma met theater, muziek of poëzie. En nu, tijdens de ramadan verzorgen we ook een aantal iftars (vastenmaaltijden – red.)." Ook de samenwerking met de gemeente Utrecht en andere organisaties loopt goed: "Sinds dit jaar worden we ondersteund door het Initiatievenfonds, wat heel fijn is. We hebben ook goed contact met het wijkbureau, de moskee en met organisaties zoals Welkom in Utrecht en Vluchtelingenwerk Nederland."
Vorig jaar bezorgde het project Pim nog ‘dubbele werkweken’. Nu is dat een gewone werkweek geworden. "Wat dat betreft ben ik naar een gezonder ritme gegaan. En dat komt juist doordat er veel meer georganiseerd en opgepakt wordt vanuit de community zelf. Zo wordt De Voorkamer steeds minder afhankelijk van de inzet van bepaalde mensen. En hopelijk is het uiteindelijk de community zelf die De Voorkamer draaiende houdt."

Nieuwsgierig geworden? De Voorkamer is maandag tot en met woensdag open van 13.00 tot 18.00 voor iedereen die kennis wil maken, koffie wil drinken, of gewoon wat wil lezen of studeren. Voor alle andere activiteiten en achtergrond van het project: https://www.facebook.com/DeVoorkamerProject/

Mei 2018


Oudere interviews

Goed nieuws voor wie vindt dat Noordoost wel wat meer kunstzinnige ‘onrust’ kan gebruiken: Marith Hameter en Roos Polman richtten afgelopen jaar de Spoken Art Community (SAC) op. De SAC start in 2018 met een scholenproject dat kunst en filosofie combineert. Hoofdthema: vertrouwen. “In de hele samenleving mogen we elkaar wel meer vertrouwen. Gelukkig kun je dat leren.”

De Spoken Art Community komt niet uit het niets, vertelt Hameter: “Het is een opvolger van de Staatslieden Art Community. We hebben deze nieuwe naam gekozen, omdat we meer dan een buurt willen bedienen en omdat het ons ook gaat om het verhaal achter een kunstwerk. Als je dat kent, maakt dat een werk sterker.” Hameter en Polman - jeugdvriendinnen – runnen samen de SAC en ontwikkelen samen de projecten, waarin ze vooral willen samenwerken met lokale kunstenaars. Vast uitgangspunt is dat kunst mensen kan verbinden. “We hechten aan een sterke band tussen onze kunstprojecten en wat wijkbewoners willen. En we zagen dat in de wijken, en eigenlijk de hele samenleving, altijd wel kan worden gewerkt aan onderling vertrouwen. Dat is ons hoofdthema geworden.” De vraag was wel nog welke bijdrage de SAC aan dat vertrouwen zou kunnen leveren. Polman: “Vertrouwen ontstaat eerder als je iemands verhaal kent. En daarvoor heb je eigenlijk alleen maar een gesprek nodig.”

Waar kun je beter beginnen aan de ontwikkeling van vertrouwen dan bij de jeugd? Vanuit dat besef focussen Hameter en Polman zich met hun eerste project op basisscholen in Noordoost. Filosofen werken daarin samen met kunstenaars uit verschillende disciplines om het gesprek tussen kinderen (en anderen) op gang te brengen en onderlinge grenzen te verkleinen. Hameter: “Via ons lespakket maken zij kennis met vragen als: wie ben jij, wie ben ik, hoe gaan we met elkaar om? Kinderen moeten met open vizier over zulke vragen in gesprek kunnen. Elk antwoord is goed, alles mag.” De pilot van het project, op de Paulusschool in Tuindorp, was een groot succes. Hameter en Polman presenteerden hun project ook al aan meer scholen. Die reageerden enthousiast op de combinatie van filosofie en kunst. Zweverig? Helemaal niet, zegt Polman: “Met filosofie kun je kinderen ook gewoon leren hoe je een open gesprek voert. Zo’n vaardigheid kan je in het leven heel ver brengen.”

Het project is in eerste instantie gericht op kinderen uit groepen 6, 7, en 8. Polman: “In de eerste lessen gaat een filosoof met die kinderen de diepte in: wat is een gesprek, hoe raak je met elkaar in gesprek, hoe leer je een vreemde kennen? En wat is dat eigenlijk, een ‘vreemde’? Daarna gaan de kinderen zelf aan de slag: lekker filosoferen in de klas en oefenen met gesprekken voeren.” Buiten de school zullen de kinderen ook echt ‘een vreemde’ interviewen. “Daar komen ongetwijfeld bijzondere verhalen uit, die de kinderen vervolgens, onder begeleiding van een professionele kunstenaar, vertalen naar een kunstwerk, zoals een theaterstuk of gedicht.

De pilot op de Paulusschool is afgesloten met een drukbezochte eindexpositie, waar de leerlingen hun werk hebben gepresenteerd. Uiteindelijk doel is dat zulke kunstwerken in de publieke ruimte worden tentoongesteld. Dan hebben namelijk alle wijkbewoners er iets aan. Maar voor nu zouden Hameter en Polman het al fantastisch vinden als de deelnemende kinderen straks inderdaad het gesprek met een vreemde aan durven gaan. “Dat is voor een 10-jarige een hele stap”, zegt Polman, “En een duurzame ervaring: je neemt zoiets voor altijd mee. Daarom vinden we dit project zo belangrijk. Gelukkig zien het Initiatievenfonds en andere fondsen er ook veel in. Dankzij hen kunnen we het waarmaken.”

Mei 2018

Tot voor kort konden inwoners van Vleuten nergens terecht als ze zin hadden om gezellig samen te eten. Daarom startte Magda Spermon vorig jaar met ‘Eethuis ’t Dorpsplein’ in buurtcentrum De Schakel. Hier kunnen Vleutenaren elke laatste vrijdag van de maand gezamenlijk genieten van een heerlijk driegangenmenu, geserveerd op mooi gedekte tafels.

“Als ik aan ouderen vroeg wat ze gingen eten die avond, kreeg ik heel vaak te horen: patat, een gebakken ei en dan met een bord op schoot voor de televisie”, vertelt Magda Spermon. “Het is voor alleenstaande ouderen ongezellig om alleen te eten en ze konden tot voor kort nergens terecht. Het openbaar vervoer is niet dichtbij en in Vleuten heb je verder alleen echte restaurants. Daar ga je niet zomaar alleen heen en het is bovendien te prijzig om regelmatig uit eten te gaan.”

Dat moest anders, vond de ondernemende Spermon. Ze benaderde een sociaal makelaar van Welzaam en de beheerder van het buurthuis De Schakel om samen te bekijken of het mogelijk was te starten met een Sociale Eettafel. Zij reageerden enthousiast en adviseerden een zaal te boeken voor eind september 2017 en subsidie aan te vragen. Daarna was het werven van vrijwilligers het volgende punt. Gelukkig meldden zich spontaan voldoende vrijwilligers om de eettafel te organiseren. Zo is er zelfs een vrijwilliger die de tafelkleden wast en strijkt.

Om ‘Eethuis `t Dorpsplein’ bekend te maken werd in de huis-aan-huisblad de VAR een artikel geplaatst over het eethuis en in enkele straten een briefje in de brievenbus gedaan, waarna er meteen al mensen reserveerden. Mond op mond reclame deed de rest. “We hebben plek voor 40 mensen en sinds november zitten we al helemaal vol. Het ‘Eethuis ’t Dorpsplein’ voldoet beslist in een behoefte. Het is zelfs zo populair dat we gestopt zijn met vooruit boeken. Je kunt je nu opgeven vanaf de 1e dag van de maand, zodat iedereen een eerlijke kans heeft om zich aan te melden”, legt Spermon uit.

Voor het driegangenmenu betalen bezoekers € 12 en € 11 met de U-pas, inclusief aperitief en koffie na. Het eten wordt vers gekookt en warm aangeleverd door een cateraar. Zo bestond het menu in januari uit een groentesoep vooraf, als hoofdgerecht wienerschnitzel met jachtsaus, witlof met ham en kaas en aardappelwedges. Als toetje kregen de bezoekers apfelstrudel met vanillesaus en slagroom.

De kosten van de organisatie van de eettafel betaalt Spermon met steun vanuit het Initiatievenfonds. Zo werd een inventaris aangeschaft, waar ook anderen in De Schakel gebruik van kunnen maken. De tafels worden elke maand met oog voor detail gedekt. “De bezoekers waarderen dat: tafels met echte tafelkleden. Ook zetten we bloemen neer en zorgen we voor echte koffiemelk”, vertelt Spermon. “Rond 20.00 uur gaat iedereen blij weer naar huis. Dan lopen ze met elkaar op, dus ze hoeven gelukkig niet alleen langs de straat.”

April 2018

Sinds 7 maart 2018 is het weggooien van klein afval in de omgeving van basisschool De Notenboom net iets leuker geworden. Met dank aan de leerlingen van groepen 6, 7 en 8 en studenten van Stichting Move zijn prullenbakken in de buurt, vlakbij Sterrenwijk, namelijk versierd met vrolijke stickers. Maar zwerfafval verminderen is niet het enige doel van dit project, vertelt projectcoördinator Julie Toonen.
Toonen is sinds mei 2017 projectcoördinator Utrecht van Stichting Move. “Stichting Move heeft op dit moment hubs in nog 9 andere Nederlandse studentensteden, maar werd in 2007 opgericht door studerende leden van de Utrechtse roeivereniging Orca. Zij wilden iets terug doen voor de buurt en dan met name voor kinderen.” En nu organiseert Move dus in heel Nederland projecten voor de oudere basisschoolkinderen: “Met projecten als ‘Sterren voor Schoon’ willen we kinderen vooral laten ervaren dat ook zij positieve invloed kunnen hebben op hun omgeving. En doordat wij hen koppelen aan studenten, vangen die kinderen meteen een glimp op van het studentenleven. Dat maakt hopelijk ook het idee om zelf te gaan studeren iets tastbaarder.”
In beginsel hebben de kinderen creatieve leiding over een Move-project. “We hebben wel een thema, bij De Notenboom was dat bijvoorbeeld Natuur & Milieu, maar de leerlingen beslissen zelf wat ze daarmee willen doen.” De leerlingen van De Notenboom werden in het project ondersteund door studenten van studievereniging Perikles. In elk Move-project gaan de studenten een aantal keer samen met de kinderen aan de slag. “Dat noemen wij de bedenk-en-doe-sessies.” Het idee om iets te doen aan zwerfafval kwam van de kinderen zelf, vertelt Toonen: “Een meisje, Bahar, nam een flyer mee over zwerfafval: hoeveel afval produceren we, hoe lang duurt het voor afval vergaat? De andere kinderen reageerden heel enthousiast en de studenten zijn erbij aangehaakt.”
Om te bepalen wat ze konden doen aan zwerfafval, gingen de kinderen eerst op buurtverkenning, ter inspiratie: “We hebben in de wijk bekeken wat er aan afval lag en leerlingen spraken mensen aan: gooit u weleens afval op straat?” De aanwezige prullenbakken bleken niet echt op te vallen. “Zo ontstond het idee om die te versieren.” Move diende een subsidieaanvraag in bij het Initiatievenfonds. “Titia Krug van het Initiatievenfonds heeft actief met ons meegedacht en ons in contact gebracht met degene die verantwoordelijk is voor de openbare ruimte. We mochten natuurlijk niet zomaar alles doen, het moesten wel prullenbakken blijven”, zegt Toonen met een lach.
In de tussentijd werden de kinderen uitgenodigd om het studentenleven een dagje mee te maken. “Dat vond ik de leukste dag van het hele project”, vertelt Toonen. In een heuse collegezaal volgden ze onder meer een college van Wieger Bakker, directeur van de bachelor-opleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschap. “Wieger sprak over de fun-theory die stelt dat mensen iets eerder gaan doen als je het leuk maakt: “Hij liet een filmpje zien van een trap bij een metrohalte waarvan een soort piano was gemaakt: de treden gaven geluid als je eroverheen liep. Opeens namen veel meer mensen de trap in plaats van de roltrap. De kinderen van De Notenboom hebben net zoiets geprobeerd, maar dan met het weggooien van afval.” Na afloop gaven de kinderen aan dat zij zich het studentenleven toch anders hadden voorgesteld: “Oude mannen met lange baarden, alleen maar lerende mensen…maar jullie doen ook leuke dingen!”
Na ‘groen licht’ van het Initiatievenfonds en de gemeente kon de uitvoering beginnen. “Op basis van een soort talententest hebben we groepjes gevormd die zich elk met een ander onderdeel van het project bezighielden: team versiering, team speech, enzovoort.” De kinderen van ‘team stickerontwerp’ wilden vooral veel kleur. “Ze maakten zelf de tekeningen: een eenhoorn met een regenboog, een hondje, bloemetjes, snoeppapiertjes. De paarse achtergrond valt goed op tegen de gele prullenbakken.” Het project werd feestelijk afgesloten met de onthulling van de (4) vrolijk versierde prullenbakken, in aanwezigheid van ouders en pers. Ook los van de impact op zwerfafval is Toonen trots op het resultaat: “We hebben met zijn allen gewoon iets tofs neergezet.”

April 2018

Een reizend sterrenstelsel dat je gewoon in een schoolgebouw kunt opblazen. Het mobiel planetarium van Museum & Sterrenwacht Sonnenborgh reist langs basisscholen in Overvecht om kinderen op spectaculaire wijze kennis te laten maken met het heelal.

Voor basisschoolleerlingen is een bezoekje aan het 6 meter brede mobiel planetarium een enorme belevenis. In de donkere ruimte is over de hele binnenkant een indrukwekkende sterrenhemel geprojecteerd, die de koepel helemaal opvult. Liggend op kussentjes tegen de wand kunnen ze goed omhoog kijken om niets te hoeven missen. Onder leiding van een medewerker van Sonnenborgh, die de projector bedient, krijgen de kinderen een half uur lang les in sterrenkunde. De planeten vliegen daarbij letterlijk over hun hoofd.

Het mobiel planetarium, 1 van de 3 in Nederland, was al langere tijd in bezit van Sonnenborgh en ook al te huur voor scholen. Alleen was het volgens oud-medewerker van de sterrenwacht Harm Schoonhoven voor veel basisscholen te duur om het planetarium te huren. Harm: “Dan zeiden ze ‘leuk, maar dat geld hebben wij niet’”. Daarom klopte Harm aan bij het Initiatievenfonds. Die draagt nu de helft van de huurprijs bij, waardoor het voor scholen veel aantrekkelijker wordt om het mobiel planetarium naar school te laten komen. En dat is te merken. Alleen al in januari en februari van dit jaar was het planetarium te gast bij 3 basisscholen in Overvecht, waarbij zo’n 200 schoolkinderen een bezoek brachten aan de koepel.

Het mobiel planetarium is volgens Harm een goede manier om kinderen kennis te laten maken met sterrenkunde. De beleving van de projecties triggert kinderen om vragen te stellen. Harm: “Het verschilt natuurlijk van klas tot klas, maar over het algemeen blijft iedereen goed bij de les en pikken de kinderen echt iets op. 30 minuten per klas zijn eigenlijk te kort.” Harm is zelf als vrijwilliger bij de lessen aanwezig. “Ik ben heel enthousiast over sterrenkunde. Ik hou het vakgebied bij, ieder weekend bekijk ik 80 titels van wetenschappelijke preprints”, legt hij uit. Hij vindt het mooi om nu ook basisschoolleerlingen enthousiast te maken voor het heelal. Harm: ,,Kinderen hebben de toekomst.”
De kinderen in Overvecht hebben een extra setje als een mobiel planetarium volgens hem nodig om de interesse te wekken voor een thema als sterrenkunde. “Ze komen er op deze manier echt mee in aanraking. De les legt een basis hoe het heelal in elkaar zit”, legt hij uit. “De volgende keer dat we een school bezoeken neem ik ook stukjes ijzermeteoriet mee die in Siberië naar beneden zijn gekomen, om rond te laten gaan.”

Maart 2018

Door tekenen, schilderen of boetseren je eigen kracht ontdekken. In het Open Atelier van Hendra Versteegde op Tuinenpark De Pioniers is iedereen die in de wijk Noordoost woont op maandagmiddag welkom om mee te doen. Niet het maken van kunst komt daarbij op de eerste plaats, maar het prikkelen van verbeeldingskracht.

Als kunstzinnig therapeut vond Hendra Versteegde het jammer dat niet iedereen de mogelijkheid heeft om therapie te volgen. “Het is kostbaar en daarom niet voor iedereen weggelegd”, legt ze uit. ,,Ik ben sociaal maatschappelijk ondernemer, met een drive om mensen die in een kwetsbare levenssituatie verkeren te bedienen. Zo kwam ik op het idee om een Open Atelier te starten voor mensen die weinig te besteden hebben.”

In samenwerking met de Utrechtse welzijnsorganisatie Wijk&co en zorginstelling Careyn stuurde ze een aanvraag naar het Initiatievenfonds. Die keurde het plan goed en zo startte ze anderhalf jaar geleden met Open Atelier ‘Ontdek je eigen kracht’, toen nog aan de Winklerlaan. Nu zit ze sinds begin dit jaar bij De Pioniers. Ook de komende jaren wil ze doorgaan met het Open Atelier in Utrecht Noordoost, maar liefst elk jaar op een andere locatie. Hendra: “Zo hebben verschillende bewoners de kans om naar het atelier te komen, ook als ze minder mobiel zijn.”

Op dit moment ontvangt Hendra elke maandag zo’n 16 deelnemers tijdens de kunstmiddagen. Het niveau dat iemand meebrengt doet er niet toe, want leren schilderen of tekenen is niet het belangrijkste. Het gaat volgens Hendra vooral om het ontwikkelen van de verbeeldingskracht. “Sommige mensen die hier komen maken een moeilijke periode door, bijvoorbeeld doordat ze een burn-out hebben of door een rouwproces gaan. Als je je niet voor kunt stellen dat het ooit beter met je zal gaan, dan is dat heel benauwend. Daarom zijn innerlijke kracht en verbeelding zo belangrijk; het helpt je inzien dat je leven kan veranderen en hoe je daar zelf een rol in kunt spelen.”

Het organiseren van het Open Atelier geeft Hendra veel voldoening. “Dat ik door dit te organiseren iets kan toevoegen in de wijk. Het is grandioos om te zien dat een deelnemer groeit. Dat deelnemers sterker en ondernemender worden en plezier beleven. Zonder het Initiatievenfonds hadden we dit niet in de lucht gekregen, ik ben dankbaar dat mensen dankzij de subsidie nu op een laagdrempelige manier mee kunnen doen.

Februari 2018

De 2e Atjehstraat is misschien wel een van de meest bruisende en sociale straten van de Utrechtse wijk Lombok. Door de vele activiteiten en een levendige groepsapp is de betrokkenheid van de bewoners groot. Bewoonster Annet Baart:" Dit is een hele gezellige en verbindende straat". Annet Baart en haar man kwamen 9 jaar geleden in de 2e Atjehstraat wonen.

"We raakten al snel betrokken bij de organisatie van activiteiten. Het leek ons een leuke manier om mensen te leren kennen". Dat bleek zo te zijn, inmiddels kent Annet zo’n beetje de hele straat.

De straat heeft een straatcommissie die ongeveer elke 2 maanden bij elkaar komt voor overleg. De commissie organiseert jaarlijks terugkerende activiteiten. Zo is er elk jaar een vaste straatschoonmaakdag. Dan worden de bloembakken langs de gevel weer gevuld en worden er nieuwe plantjes in de boomspiegels geplant. Ook hangen bewoners elk jaar rond de feestdagen lichtjes in de bomen.

De 2e Atjehstraat kan met het budget dat ze krijgt vanuit het initiatievenfonds alle activiteiten die ze organiseert bekostigen. Annet: "We kunnen er leuke en gezellige dingen mee doen en het is goed voor de sociale cohesie onder bewoners. Ook draagt het bij aan een veilige en schone straat".

Aan het eind van de zomer vindt het jaarlijkse straatfeest plaats. "We gooien bij alle huizen in de straat een flyer door de bus om iedereen uit te nodigen", vertelt Annet. "Op het straatfeest komen meestal rond de 50 man; zo’n 30 volwassenen en 20 kinderen".

"Het initiatievenfonds vergoedt geen eten en drinken. Wel overige kosten, zoals prijsjes voor de kinderen. Het is altijd heel erg leuk. Bij mooi weer zitten we soms wel tot 12 uur ’s nachts buiten".

Behalve de activiteiten vanuit het initiatievenfonds organiseert de straat nog veel meer, zoals begin dit jaar een nieuwjaarsborrel in Café Lombok. Verder krijgen nieuwe bewoners altijd een welkomstcadeautje en per groepsapp hebben de bewoners regelmatig contact met elkaar. Verder overweegt de straat om dit jaar mee te doen met het Klimaatstraatfeest; een landelijke wedstrijd om duurzaamste straat van Nederland te worden. Annet:"We lenen al spullen van elkaar, delen auto’s en we kopen isolatie voor onze huizen gezamenlijk in".

De activiteiten hebben volgens Annet een positief effect op de straat. "Vooral de gezinnen in de straat kennen elkaar, de studenten houden zich wat meer afzijdig. Wij kennen in elk geval zo’n beetje iedereen hier. Het is een hele gezellige en verbindende straat".

De bewoonster zou het leuk vinden om in de toekomst ook eens iets samen met andere straten te organiseren. "De bewoners van de 1e Atjehstraat en van de 1e en 2e Delistraat kennen we bijvoorbeeld niet zo, dus het zou leuk zijn om een keer iets samen te doen".

Januari 2018

Wat een rijtje geraniums kan betekenen voor een straat middenin het centrum van Utrecht?

Een heleboel, volgens bewoner Victor Kraaier. "Als de bloemen er niet zouden hangen, zou Achter Sint Pieter een mindere straat zijn. De bakken voegen toe dat het hier leeft. Plotseling hingen de bakken er een aantal jaar geleden".

De gemeente had ze volgens hem opgehangen. Van mei tot oktober sierden de bakken rode en roze geraniums, hangend aan de lantaarnpalen, de straten. Na 2 jaar zag Kraaier de bakken ineens verdwijnen. Navraag bij de gemeente leerde hem dat de ‘hanging baskets’ voortaan aangevraagd moesten worden bij het Initiatievenfonds. Kraaier: “In het winkelgebied regelen de winkeliers dat er elk jaar bakken komen te hangen, maar onze straat valt daar net buiten. Dus vraag ik ze sindsdien elk jaar opnieuw aan. Als ik het vergeet, dan gebeurt het ook niet.”

Kraaier gaat elk jaar langs de deuren voor handtekeningen van bewoners die het initiatief steunen. Als tegenprestatie voor de bloembakken, zeggen zij met de handtekening gelijk toe om de straat schoon te houden. “Ik leg ze uit wat de bedoeling is. Dat het belangrijk is om de straat schoon te houden. Het laat zien dat de straat goed bewoond wordt en het maakt dat het hier prettig netjes is”,  vertelt Kraaier. “Dat gaat in goede sfeer, het heeft iets gezelligs. Je ziet elkaar weer eens als je langs de deuren gaat.”

De laatste jaren merkt Kraaier een verandering van mentaliteit in de straat. “In de jaren ’30 werden stoepjes nog met water geschrobd. Dat stopte in de jaren ’70, maar komt nu weer terug.” Iedereen voelt volgens hem de noodzaak om Achter Sint Pieter schoon te houden. “De straat is fragiel, er scheuren taxi’s en koeriers doorheen. Voor hetzelfde geld zou het een drukke straat zijn waar rommel wordt neergegooid, maar de bakken laten zien dat het hier leeft. Dat het goed verzorgd is en netjes. Zonder de bloemen zou dit een mindere straat zijn.”

De veegacties brengen volgens Kraaier bovendien saamhorigheid in de straat. “Als iemand peuken aan het opvegen is of het onkruid tussen de tegels weghaalt, dan help ik mee. Zo helpen we elkaar en blijft de stoep schoon.” In de jaren dat hij de veegacties initieert, heeft Kraaier veel ‘aardige bewoners’ leren kennen. “Het is een hechte buurt geworden, dat was het eerder nooit.” En de bloemen? Die zou hij niet meer willen missen. “Ik vind het leuk dat ik ze zie als ik in de badkamer sta.”

Januari 2018