Ondernemen Voorschriften opbreekvergunning

Algemene voorschriften

  1. Onder vergunning wordt hierna mede verstaan instemmingsbesluit zoals bedoeld in de Telecomwet.
  2. Deze algemene voorschriften gelden op voorhand voor meldingen (tracés van minder dan 25 m lengte) en voor calamiteiten die onmiddellijke afhandeling behoeven.
  3. Calamiteiten dienen binnen één werkdag na opbreken van de grond gemeld te worden bij de projectcoördinator nutsbedrijven (zie hierna onder algemeen: contactpersoon gemeente)

Algemeen

Eigendom

De door vergunninghouder gelegde kabels en leidingen incl. toebehoren zijn en blijven eigendom van vergunninghouder.

Aansprakelijkheid

Vergunninghouder is volledig aansprakelijk voor schade die ontstaat vanwege de vergunde werkzaamheden. De gemeente aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid.

Kosten

Vergunninghouder betaalt alle kosten die voortvloeien uit de vergunde werkzaamheden en bijbehorende voorschriften, inclusief de opruimkosten vanwege beëindiging van de vergunning. Kosten die de gemeente in eerste instantie heeft gemaakt of haar in rekening zijn gebracht, worden op eerste aanzegging vergoed door de vergunninghouder.

Geldigheid vergunning

Indien vergunninghouder zich niet houdt aan deze algemene, en eventueel aanvullend gestelde voorschriften, kan de gemeente de vergunning intrekken en de oorspronkelijke situatie herstellen voor rekening van vergunninghouder. Indien de opbreking niet op de vooraf overeengekomen uitvoeringsdata wordt gestart en uitgevoerd, vervalt de vergunning in ieder geval, tenzij sprake is van aantoonbare overmacht, ter beoordeling van de gemeente.

Vorst

Bij vorst wordt niet opgebroken, maar wordt het werk verschoven naar direct na de vorst. De aanwijzingen van de projectcoördinator nutsbedrijven dienen hierbij te worden opgevolgd. Einde vergunning Bij eventuele beëindiging van deze vergunning ruimt de vergunninghouder de krachtens deze vergunning gemaakte werken op. Hiervoor geldt dezelfde procedure als voor het aanleggen van de werken: vergunningaanvraag, et cetera.

Contactpersoon gemeente

De in de voorschriften genoemde projectcoördinator nutsbedrijven is bereikbaar via: telefoon 030 - 286 84 00 / 06 - 51 18 78 89, fax 030 - 294 51 55 of stuur een e-mail.

Voor de start van het werk

Melding start werk

Tenzij al in de vergunningaanvraag de exacte datum van het werk staat aangegeven, meldt de vergunninghouder uiterlijk 2 weken voor de voorgenomen startdatum deze datum aan de projectcoördinator nutsbedrijven; deze stemt de datum af met BBU ter goedkeuring. Pas na goedkeuring door de projectcoördinator ligt de startdatum vast, en kan vervolgens hiervan niet meer worden afgeweken tenzij sprake is van overmacht.

Omwonenden en Wijkbureau

De vergunninghouder informeert de aan het tracé en materiaalopslag grenzende bewoners en bedrijven en de wijkopzichter voldoende tijdig over de aard en de duur van de werkzaamheden, zodat zij nog schadebeperkende maatregelen kunnen treffen.

Kolk- en huisaansluitingen

Voor de juiste ligging van straatkolk- en huisaansluitingen neemt de vergunninghouder contact op met Centraal Technisch Onderhoud van de afdeling Stedelijk Beheer (telefoon 030-2864751).

Asfalt

Alvorens in asfalt te gaan, dient de vergunninghouder eerst met de projectcoördinator nutsbedrijven contact op te nemen.

Tijdens het werk

Kabels en leidingen van anderen

Kabels en leidingen van de gemeente Utrecht en derden moeten bereikbaar blijven zonder hinder van kabels / leidingen of bijbehorende onderdelen van de vergunninghouder te ondervinden, tenzij anders overeengekomen met de betreffende eigenaren.

Contacten bij onvoorziene situaties

In de volgende gevallen neemt de vergunninghouder onmiddellijk contact op met de gemeente, en legt het werk in afwachting van antwoord stil:

  • Afstand van kabel / leiding tot: kant boom < vergunde afstand: Stadswerken, afd. Stedelijk Beheer, beheerder groen: tel. 030 - 286 48 50 
  • kant waterleiding < 0,5 meter: Vitens, technisch beh. & ond.: tel. 030 - 248 72 11 
  • kant elektr.leiding < 0,5 meter: Stedin, tel. 030 - 297 63 13 
  • hart riolering <1,5 meter Stadswerken, afd. Stedelijk Beheer, tel. 030 - 286 47 51 
  • archeologische overblijfselen DSO sectie cultuurhistorie, tel. 030 - 286 39 90
  • bodemverontreiniging projectcoördinator nutsbedrijven (zie algemeen).

Tekeningen en spitprofielen

Tijdens de uitvoering dienen op het werk spitprofielen en tekeningen aanwezig te zijn met daarop aangegeven de kabels en/of leidingen van derden nabij het tracé. Op verzoek van de toezichthouder van Stadswerken dient de vergunninghouder deze gegevens te overhandigen en de kabels en/of leidingen van derden te traceren. Indien de vergunninghouder niet direct aan dit verzoek gehoor kan geven, zullen diens werkzaamheden worden stopgezet.

Navolging aanwijzingen gemeente en politie

Alle door of vanwege de gemeente en / of politie te geven aanwijzingen tijdens de uitvoering van het werk dienen stipt en onverwijld te worden opgevolgd.

Herstel sleuf op dezelfde dag

Is met de uitvoering van het werk eenmaal begonnen, dan moet dit ononderbroken worden voortgezet en in de kortst mogelijke tijd worden beëindigd. In de binnenstad moet, vóór het weekend en vóór koopavonden aan het eind van de werkdag de sleuf weer worden aangevuld met zand en de opgebroken verharding worden hersteld. In andere gevallen beslist de projectcoördinator nutsbedrijven wanneer de sleuf uiterlijk dichtgemaakt moet zijn.

Minimale hinder

De werkzaamheden moeten zo worden uitgevoerd dat het verkeer (incl. voetgangers etc.) daardoor zo min mogelijk wordt belemmerd en niet in gevaar wordt gebracht.

Waarschuwingsborden en afzetverlichting

Bij wegopbrekingen dienen waarschuwingsborden en afzetverlichting te worden aangebracht en onderhouden overeenkomstig CROW-publicatie 96-b: "Maatregelen bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom", 2e herziene druk, alsmede de daarna verschenen aanvullende eisen (CROW-infobladen Werk in Uitvoering)

Breuk

Het opbreken van bestratingmaterialen dient zorgvuldig te worden uitgevoerd, met zo min mogelijk breuk.

Opvulmateriaal sleuf

De uit de sleuf vrijkomende specie mag slechts voor aanvulling worden gebruikt indien het schoon zand betreft. Overblijvende specie c.q. puin wordt eigendom van de vergunninghouder en moet op zijn kosten worden afgevoerd. De aanvulling van de leidingsleuven in de verhardingen moet met zand geschieden, waarbij het zandbed onder de rijwegverharding ten minste 80 cm en onder de overige verhardingen tenminste 40 cm moet bedragen.

Verdichtingslagen

Ontgravingen meer dan 40 cm diep behoren in lagen van 30 cm verdicht te worden.

Opvulling sleuf in groenvoorzieningen

De aanvulling van de leidingsleuven in groenvoorzieningen moet zodanig geschieden dat de bovenste 50 cm ontgraven grond op dezelfde plaats wordt teruggebracht. Alle voor de aanvulling te gebruiken grond- en zandsoorten alsmede de te bezigen verdichtingmethode voor zandaanvullingen behoeven de goedkeuring van Stadswerken.

Werfkelders

Voor werkzaamheden aan het weglichaam boven de werfkelders gelden de volgende aanvullende voorwaarden en eisen: grondverdichting boven de gewelven mag niet anders plaatsvinden dan door inwateren voor het egaliseren van de bestrating mag slechts een lichte triller gebruikt worden met een maximum gewicht van 60 kg en een doorslaggewicht van maximaal 50 mm.

Rommel opruimen

Dagelijks aan het eind van de werkdag, en na beëindiging van de werkzaamheden voert de vergunninghouder alle restmaterialen af.

Materiaalopslag

De materialen moeten afgesloten worden opgeslagen indien er enige kans bestaat dat derden deze materialen verspreiden en/of meenemen.

Tijdelijk herstraten

De vergunninghouder verricht na het dichten van de sleuf in de volgende gevallen de tijdelijke herstrating: - sleuven in asfalt worden dichtgeblokt met klinkers; - klinkers in de rijweg worden in verband teruggelegd; - tracé´s van < 25 m lengte worden tijdelijk herstraat.

Werk gereedmelden

Vergunninghouder dient aan BBU het werk gereed te melden, als het werk eerder klaar is dan vooraf afgesproken.

Uitlopen van het werk

Zodra duidelijk is dat het werk langer gaat duren dan vooraf gegund, meldt vergunninghouder dit aan de projectcoördinator nutsbedrijven. Deze bespreekt de uitloop met BBU, waarna vergunninghouder meegedeeld wordt of het werk alsnog aansluitend afgemaakt mag worden dan wel op een later datum moet worden afgemaakt.

Na het werk

Meldingsformulier

Binnen 15 werkdagen na beëindiging van de werkzaamheden meldt de vergunninghouder dit aan de projectcoördinator nutsbedrijven. Dit doet hij schriftelijk met een meldingsformulier. Dit formulier staat op de website van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Ga voor het formulier naar:
www.vng.nl > Thema's > Ruimte en Wonen > Kabels en leidingen > Herstraattarieven > Rekenprogramma (excel).

Op dit formulier staan de specificaties van de opbreking, en daarmee van het te verrichten herstel. Vul bij opdrachtnummer het vergunningnummer in dat op de opbreekvergunning staat.

Verlegging

Indien de ligging, de plaats of de aard van de krachtens deze vergunning aanwezige kabel of leidingen dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de uitvoering of wijzigingen van werken op, onder of in de openbare ruimte welke door de gemeente noodzakelijk wordt geacht, komen de kosten daarvan voor rekening van de vergunninghouder, met inachtneming van eventueel overeengekomen nadeelcompensatieregelingen.

Aanvullend voorschrift voor kasten

De aanvrager dient voordat tot (ver)plaatsing van de kast(en) wordt overgegaan aan de project-coördinator nutsbedrijven een schriftelijke verklaring te overleggen waaruit blijkt dat de onder bovengenoemd punt perceelbewoners/-gebruikers/-eigenaren akkoord gaan met de voorgenomen (ver)plaatsing van de voorgenoemde kast(en).

Aanvullende voorschriften voor handholes

Melding vooraf

De project-coördinator moet minimaal één dag voorafgaand aan de plaatsing bericht worden, zodat hij bij de plaatsing aanwezig kan zijn.

Ontgraving

De exacte plaats van de handhole moet ten allen tijde in overleg met de projectcoördinator nutsbedrijven worden vastgesteld. Nadat het gat ten behoeve van de handhole is ontgraven dient de opzichter van de Gemeente Utrecht in de gelegenheid te worden gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke plaatsing van de handhole.

Vervallen van instemming

Tijdens de uitvoering kan alsnog de instemming voor de aangevraagde locatie worden ingetrokken als blijkt dat plaatsing tot onoverkomelijke problemen voor de gemeente Utrecht of derden leidt. In overleg zal dan een alternatief worden gezocht.

Verplaatsing

Handholes dienen voor rekening van de vergunninghouder op verzoek van de gemeente te worden verplaatst of verwijderd ten behoeve van gemeentelijke werken conform artikel 5.8 van de Telecomwet.

Hinder

Afgaande en inkomende buizen moeten onder de eventueel aanwezige kabels en/of leidingen van derden door worden gelegd. Handholes mogen niet nabij aansluitingen van Riolerings- en Nutsbedrijven en Telecombedrijven geplaatst worden. Minimale afstand is 1.00 m. Wanneer niet aan deze eis kan worden voldaan, dient contact te worden opgenomen met de betreffende eigenaar van de aansluiting. Handholes en/of de ingaande en uitgaande buizen mogen geen hinder veroorzaken voor de bereikbaarheid van kabels en/of leidingen en bijbehorende onderdelen van de infrastructuur van derden en de gemeente Utrecht. De vergunninghouder is hiervoor te allen tijde verantwoordelijk.

Deklaag

Bij handholes onder maaiveld is de minimale deklaag tussen de handhole en de verharding 25 cm.

Uitwendige breedte

De maximaal toegestane uitwendige breedte van de handhole is 70 cm. Indien deze niet toepasbaar is door ruimtegebrek een andere locatie bepalen of meerdere handholes van een kleiner formaat toepassen. Bij handholes van afwijkend formaat deze vooraf ter goedkeuring aan de wegbeheerder voorleggen.

Rijweg

Bij plaatsing in de rijweg of een onderdeel daarvan moet er een garantie worden afgegeven dat alle soorten wegverkeer over de plaats van de handhole kunnen rijden of erop staan zonder dat daardoor verzakkingen ontstaan in de rijweg als gevolg van bezwijken of verzakken van de handhole.

Hoogte

De vergunninghouder draagt zorg voor het beheer van de handhole, waaronder het op eerste aanzegging van de wegbeheerder op de juiste hoogte stellen van de handhole.

Gehanteerde afkortingen

BBU: Bureau Bereikbaarheid Utrecht, CROW: Stichting Civieltechnisch Centrum Uitvoering Research en Regelgeving (te Ede), DSO: Dienst Stadsontwikkeling van de gemeente Utrecht.

Hulp en contact Opbreekvergunning

Telefoon

14 030

WhatsApp voor ondernemers

logo van whatsapp 06 - 22 09 84 78
Maandag t/m vrijdag 9.00 - 17.00 uur

E-mail

kabels.en.leidingen@utrecht.nl

Bezoekadres

(alléén op afspraak)
Stadskantoor:
Stadsplateau 1
3521 AZ  Utrecht