Herstel werven Reis door de tijd met ‘vuilnis’

Foto van scherf gemaakt door Griffioen

We zeggen het wel vaker: met het herstel van de werven 'graven we in de middeleeuwen'. In 2017 gebeurde dat wel heel letterlijk.

Jan Bos, bewoner van de Kromme Nieuwegracht, vond tijdens het vervangen van zijn werfkeldervloer scherven in de bodem. Romeinse scherven, zo bleek later uit onderzoek. Eind februari 2017 stuitte het project wal- en kluismuren tijdens werkzaamheden op een verborgen ruimte die aan Bos’ werfkelder grenst. Daar vond een archeoloog nog meer overblijfselen uit voorbije tijden, waaronder de middeleeuwen.

Bijzondere plek met bijzondere bewoners

Wie weleens een rondje binnenstad loopt of fietst, weet: deze plek ademt historie. Jan Bos woont op een plek aan de Kromme Nieuwegracht waarover al in het jaar 1228 werd geschreven. De eigenaren van zijn huis zijn vanaf 1370 bekend. Bos is zeer geïnteresseerd in de geschiedenis van zijn woonomgeving. Speurwerk in de archieven leverde op dat de familie Schoonhoven en Diemerbroeck in de periode tussen 1642 en 1728 in zijn huis woonden. Eerst woonden de broers Cornelis en Melchior Schoonhoven samen met hun moeder. Later woonden hun nichten, de gezusters Aleijdis en Sibylle van Diemerbroeck bij hen in.

Bos: “Cornelis woonde in het toenmalige achterhuis in de tuin. Hij was priester maar lag overhoop met de leiding van de kerk. In de tijd na de reformatie mocht het katholieke geloof niet openlijk worden beleden. Misschien moest hij daarom wel in het achterhuis wonen. De gezusters werden ‘kloppen’ genoemd, waarschijnlijk gingen zij langs de deuren van katholieke inwoners om de katholieke diensten in de schuilkerken aan te kondigen.”

Testament

Bos vond in het Utrechts Archief een testament uit 1683, opgesteld door de zussen. Het testament laat zien dat de familie aardig wat kostbare inventaris in huis had. Destijds werden de simpele bezittingen ook niet in een testament opgenomen. “Wat ik ontzettend leuk vind, is dat dit testament en de verborgen ruimte die het project wal- en kluismuren in februari ontdekte, aan elkaar gelinkt kunnen worden. Scherven van de luxe aardewerken borden die in het puin zijn gevonden, vertonen namelijk sterke overeenkomsten met de inventaris uit het testament dat ik al in bezit had. Misschien zijn er dus borden in het huis gesneuveld en niet over gegaan naar de erfgenamen.”

Verborgen ruimte

“Toen we de Paushuisbrug gingen restaureren, stuitten we bij boringen op een ruimte die niet op tekeningen stond. Meneer Bos had al wel een muur in zijn werfkelder gezien, maar wist ook niet dat zich daarachter een ruimte bevond,” vertelt Gerrit Heenck enthousiast. Gerrit is toezichthouder van het project wal- en kluismuren. Hij schakelde de afdeling Monumenten in, want de aangrenzende Paushuisbrug is van 1633. Jan Bos: “Het was spannend om te weten te komen wat zich achter de muur bevond. Ik had er een dag voor vrij genomen. Je hoopt stiekem op een verborgen schat.” Gerrit: “De afdeling Archeologie heeft de verborgen ruimte vervolgens met beleid ontgraven. Een schatkist werd niet gevonden. Maar wél scherven, ongeveer twee zakken vol, die ons een kijkje in de geschiedenis van de Kromme Nieuwegracht geven.”

Niveauverschillen door de eeuwen heen

Ophogingslagen in steden zitten vaak vol met aardwerk, glas en ander stadsafval. De vloeren van de Utrechtse werfkelders liggen op Romeins niveau. De Kromme Nieuwegracht ligt net buiten het gebied waar in de Romeinse tijd een castellum (militair kamp) lag. Vanwege wateroverlast is het Romeins niveau door de eeuwen heen steeds weer opgehoogd, tot het huidige straatniveau. Voor het ophogen werd vroeger allerlei materiaal gebruikt, waaronder huisafval. Op basis van het gevonden aardewerk kan het storten van de puinlaag in het dichtgezette deel van de kelder in de periode 1650 – 1675 geplaatst worden. En dat is dus de periode dat de broers Schoonhoven en hun nichten Van Diemerbroeck in het huis woonden.

Waardevol huisvuil?

Welnu, zijn de vondsten kunst of kitsch? De zakken vol scherven liggen in het gemeentelijk depot en zullen geen plek in een vitrine krijgen. Bos: “Dat deed bij mij wel even pijn. Ik had de scherven graag zelf gehouden. De scherven hóren op deze plek. Maar desondanks, de vondst gaf mij veel genoegen. Dit oude huisvuil maakt het verleden heel mooi tastbaar.” Kortom, dit betekent dus niet dat de vondst geen ‘waarde’ heeft. Want zoals wel vaker het geval: verhalen zijn niet in geld uit te drukken, maar voor geen goud te missen.

Wat vond de archeoloog?

Jan Bos schakelde zelf archeoloog Arthur Griffioen in. Die wist de oorsprong van de Romeinse scherf te identificeren die Bos al eerder in zijn kelder vond. Het ging om een scherf van een kommetje. Precies op dát stukje scherf stond een stempel van pottenbakker ‘Amabilis’, die in de periode van 125 – 155 na Christus in noordoost Frankrijk werkte. Aannemelijk is dat het kommetje uit het castellum afkomstig is.

In de werfkelder werd ook een scherf van een tuitpot uit de volle middeleeuwen (900 – 1200) gevonden. In het dichtgezette, verborgen deel werd het nieuwste materiaal gevonden. Hier lagen scherven van rood- en witbakkend aardewerk en steengoed, majolica en faience (geglazuurde borden). Ook lagen er delen van borden die in het testament waren opgenomen en nog scherven van een kan (1575 – 1650), een fles (1650 – 1700) en plooischotels (1625 – 1725) waarmee eten werd opgediend.

Links: een randscherf van een aardenwerken tuitpot. Rechts: Een voorbeeld van een complete tuitpot (van pingsdorfaardewerk)

scherf van kruik
Foto Griffioen
kruik
Bron: Rijksmuseum van Oudheden

Hulp en contact Herstel werven

Telefoon

14 030 

E-mail

werven@utrecht.nl

Bezoekadres

Kom langs in de werfkelder bij de omgevingsmanager: Oudegracht 387