Water Grondwater

Grondwater in landgoed Rhijnauwen

De gemeente zet zich in om grondwateroverlast in de buitenruimte te voorkomen. Als u grondwateroverlast ervaart neemt u contact op met de gemeente. Op uw eigen perceel bent u hier zelf verantwoordelijk voor. Grondwater stopt niet bij de perceelgrens. Problemen met grondwater pakken we daarom vaak samen aan.

Wat kunt u zelf doen?

In uw huis moet u zelf maatregelen nemen tegen grondwateroverlast. Er zijn veel eenvoudige oplossingen om iets te doen aan vocht in huis, zie Op www.riool.info/vocht-in-huis.

Wat doet de gemeente?

Een hoge grondwaterstand kan zorgen voor bijvoorbeeld vocht in huis. De gemeente doet onderzoek naar de grondwateroverlast en stelt vast of er sprake is van structurele grondwateroverlast. De gemeente neemt bij structurele overlast in het openbaar gemeentelijk gebied maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk te voorkomen of minder te maken.
Soms moeten het waterschap of de provincie actie ondernemen. Wat de taak is van waterschap en provincie in het waterbeheer, vindt u op www.riool.info/vocht-in-huis.

Als maatregel om de grondwaterstand te verlagen kan drainage in de straat worden aangelegd. Dit wordt zoveel mogelijk gecombineerd met andere werkzaamheden zoals rioolvervanging. Het permanent verlagen van de grondwaterstand kan ook nadelige bijeffecten veroorzaken, zoals zetting van de bodem. Hierdoor kunnen scheuren ontstaan in (vaak oudere) gebouwen zonder paalfundering. Maatregelen worden alleen genomen als ze voldoende effect hebben op de grondwatermeetnet en als de bestaande bebouwing in het gebied het toelaat.
De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsplicht. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied.

Grondwatermeetnet

Het grondwatermeetnet geeft informatie over de stijghoogten en de stromingsrichting van het grondwater. Daarnaast gebruikt de gemeente de gegevens voor onderzoek naar de oorzaken en mogelijke oplossingen voor wateroverlast.

Wat zijn de grondwaterstanden in Utrecht?

Het meetnet geeft informatie over de stijghoogten en de stromingsrichting van het grondwater. Daarnaast worden de gegevens gebruikt voor onderzoeken naar de oorzaken en mogelijke oplossingen voor wateroverlast.
Op basis van metingen zijn 3 kaarten gemaakt:

  1. Kaart met lage grondwaterstanden in Utrecht maart 2013 (pdf, 2,8Mb)
  2. Kaart met gemiddelde grondwaterstanden in Utrecht april 2013 (pdf, 3,9Mb)
  3. Kaart met hoge grondwaterstanden in Utrecht maart 2013 (pdf, 3,4Mb)

De meetreeksen van de grondwaterstanden worden ook opgenomen in de database van de Geologische Dienst Nederland. U kunt meetreeksen opvragen via DINOloket.nl

Hoe leest u de kaarten van de grondwaterstanden?

De grondwaterstanden op de kaarten worden weergegeven door contourlijnen met een gelijke grondwaterstand (isohypsen). Hieruit kunt u globaal de grondwaterstanden op een bepaalde locatie afleiden. De grondwaterstanden worden gegeven in meters ten opzichte van NAP. Als u de hoogte van het maaiveld weet, dan kunt u berekenen hoe hoog het grondwater staat. De hoogte van het maaiveld kunt u opzoeken op de website van Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

Verschillende grondwaterstanden in verschillende bodemlagen

De grondwaterstanden op de kaarten zijn de grondwaterstanden in het eerste watervoerend pakket. Zoals u in onderstaande figuur kunt zien, kan de grondwaterstand in de toplaag (tijdelijk) hoger zijn dan de stand in het eerste watervoerend pakket. Dit komt doordat regenwater blijft liggen op de bovenste waterscheidende laag.
Het is niet mogelijk een isohypsenkaart te maken voor de grondwaterstand in de toplaag, omdat er op lokaal niveau grote verschillen zijn in grondwaterstanden.

Figuur: grondwaterstand in toplaag

Grondwaterstanden in toplaag

Dwarsdoorsnede van de bodem

De stedelijke ophooglaag noemen we het 'bovenste (freatisch) watervoerende pakket'. Watervoerende pakketten zijn relatief goed-waterdoorlatende zand- of grindpakketten waarin het grondwater vooral horizontaal stroomt. De klei- en veenlagen vormen een afdekkende laag, die bovenop de pleistocene zanden ligt. Dit noemen we de deklaag. De klei- en veenlagen zijn waterscheidende lagen: het zijn slecht-waterdoorlatende lagen waarin het grondwater vooral verticaal stroomt.
De onderliggende pleistocene zanden duiden we aan met het 'eerste watervoerende pakket'.

Schematische weergave bodemopbouw en geohydrologie

De onderstaande figuur geeft schematische in een dwarsdoorsnede de stroming van grondwater (geohydrologie) weer.
Deze opbouw geldt niet voor elke locatie. Rivieren hebben namelijk een grote invloed op de bodemopbouw. Daardoor is de bodemsamenstelling overal anders. Het verschilt per wijk en zelfs binnen een wijk of een slecht-waterdoorlatende laag (van klei of veen) aanwezig is. Zo'n klei- of veenlaag is op wijkniveau een belangrijke factor in eventuele grondwateroverlast.

Figuur bodemopbouw en grondwaterstroming

Hulp en contact

Telefoon

14 030

E-mail

Reactieformulier