Toespraak burgemeester Sharon Dijksma
Domplein, 4 mei 2026
Beste mensen,
Morgen vieren wij dat we in vrijheid leven.
Vandaag herdenken wij allen die in onvrijheid omkwamen.
Zo meteen leg ik een krans bij het Verzetsmonument.
Dit doe ik samen met Wim van Scharenburg.
Zijn vader nam in februari 1941 deel aan de Februaristaking in Zuilen en Utrecht, uit protest tegen de Jodenvervolging door de Duitse bezetter.
Het Domplein is 1 van de plekken in Utrecht waar wij op 4 mei samenkomen om te herdenken.
Ruim 80 jaar geleden presenteerde beeldhouwster Corinne Franzén-Heslenfeld de eerste schetsen voor dit gedenkteken.
Uit een blok Frans kalksteen ontstond dit eerbetoon aan de Utrechtse verzetsstrijders.
Met daarop de volgende tekst van de Utrechtse dichter Jan Engelman:
“Gedenk uw dooden die den goeden strijd
gestreden hebben in gerechtigheid.
Draagt voort hun vlam, zij zijn gebleven,
maar in dien gloed wordt ons nieuw leven.”
De fakkel wordt vastgehouden door een vrouw.
Vrouwen hadden een groot aandeel in het Utrechts verzet.
Met de wetenschap van nu, is het mooi en passend dat toen voor een vrouw is gekozen.
We weten ook wie de fakkeldraagster is.
Joke de Boer.
De beeldhouwster, die bevriend was met Joke’s ouders, vroeg Joke of zij model wilde staan.
Joke was een tiener, woonde in Den Haag en ook zij had de verschrikkingen van de oorlog meegemaakt.
Ze zag, hoe Joodse klasgenootjes werden weggevoerd.
Ze maakte de verschrikkelijke hongerwinter mee.
Ze overleefde zelfs het bombardement op haar woonwijk.
En…Joke’s vader en moeder zaten allebei in het verzet.
Toen Prins Bernhard op 4 mei 1949 het Verzetsmonument onthulde, was Joke niet op het Domplein.
Joke’s dochter Marja – zij is hier vanavond – vertelde dat haar moeder geregeld naar Utrecht ging.
Altijd liep Joke dan naar het Domplein om het Verzetsmonument te zien. Haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen deden dat ook, als zij een dagje Domstad deden.
De hele familie wist dat Joke – dochter van Haagse verzetsmensen – het statige, stenen symbool van het Utrechtse verzet was.
Joke vertelde weleens dat zij het niet zo bijzonder vond om te poseren, omdat ze dat wel vaker deed.
Maar met de jaren groeide bij haar het besef, dat dit monument stond voor iets groters dan haarzelf.
Namelijk, een eerbetoon aan alle Utrechtse verzetsmensen.
En…dat zij de fakkel niet alleen droeg voor moedige mannen, maar ook voor dappere vrouwen.
Want Utrecht heeft veel verzetsvrouwen voortgebracht.
Bekende verzetsvrouwen, zoals Truus van Lier en haar nicht Trui van Lier.
Maar ook minder bekende Utrechtse verzetsvrouwen.
Een van hen wil ik noemen, omdat zij zo dapper was.
Deze dappere dame was DirkjeKamperman-De Vries.
Samen met haar man Gerrit en dochter Suze hield zij in hun huis in de Rivierenwijk Joodse kinderen verborgen.
Toen de 4-jarige Flip en Appie – een baby van 10 maanden – op een dag door Jodenjagers werden gevonden en weggevoerd naar Amsterdam, was Dirkje zo boos dat zij de jongens achterna reisde.
Appie was in de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg.
De eerste keer lukte het Dirkje niet de crèche binnen te komen.
Een paar dagen later probeerde ze het opnieuw – vastbesloten de baby te redden.
Nu lukte het wel.
Dirkje vond Appie, stopte hem onder haar kleding en glipte via de tuin en de school ernaast weg.
Ook Flip ontsnapte aan de vernietigingskampen, dankzij een list van zusters die op hem pasten.
Met schuurpapier wreven zij over zijn wangen en maakten de Duitsers wijs dat hij roodvonk had opgelopen.
Die stuurden Flip meteen naar het ziekenhuis – waar hij ’s nachts door verzetsmensen werd meegenomen.
Indrukwekkende verhalen, die bewijzen dat ook onze vrouwelijke verzetshelden belangrijk waren.
Veel belangrijker dan menigeen ooit dacht.
Deze vrouwen verdienen het om uit de schaduw te worden gehaald.
Zachte krachten, die een ijzeren vuist maakten tegen onvrijheid, onderdrukking en onmenselijkheid.
Letterlijk levens redden – met gevaar voor eigen leven. Zoals Truus van Lier het allergrootste offer bracht – en met haar veel dappere mannen en vrouwen.
Voor deze helden en heldinnen houdt Joke de fakkel fier omhoog.
Opdat zij nooit worden vergeten.
Net zoals wij Joke niet zullen vergeten.
Zij overleed zeven maanden geleden.
Ze werd 96 jaar.
Volgens Marja was haar moeder trots op het beeld.
Maar… haar moeder maakte zich ook zorgen over het beeld.
Met de jaren zag Joke, hoe de tijd vat begon te krijgen op de kalksteen.
Zichtbare sporen van ouderdom begon te vertonen.
Niet meer zo mooi was als bij de onthulling.
Het leek, of de fakkel langzaam aan het doven was.
“Niemand mag deze dappere verzetsmannen en verzetsvrouwen vergeten. Zij verdienen het allermooiste monument”, vond ze.
Uiteraard blijven wij goed voor dit monument zorgen.
Want deze plek, het Verzetsmonument, de gedenktekens in de wijken, zijn belangrijke plekken.
Hier herdenken wij vandaag allen die omkwamen.
Joden. Roma en Sinti.
Communisten, vrijmetselaars, Jehova’s getuigen, homoseksuelen.
Militairen, verzetsmensen en onschuldige burgers.
Mensen die werden vervolgd om wie ze waren, wat ze geloofden of waar ze voor stonden.
En deze plekken blijven belangrijk.
Omdat ze niet alleen verbonden zijn met het verleden.
Ze raken ook aan het hier en het heden.
Omdat oorlog ook nu levens verwoest – zoals in Oekraïne, Palestina en Soedan.
Omdat ook nu mensen worden vervolgd – zoals mensen in Iran en Rusland, als zij hun kritische stem laten horen.
Omdat ook in deze tijd mensen in toenemende mate onvrijheid ervaren in hun leven – door homohaat, door discriminatie, door antisemitisme.
Juist omdat ook nu vrijheid kwetsbaar blijkt, zijn dit de plekken waar we samenkomen.
Om onze stem te laten horen.
Om solidariteit te tonen.
Om elkaar een steunende schouder te bieden.
Omdat we ook nu misschien wel meer dan ooit elkaar een luisterend oor moeten bieden en elkaar echt moeten willen begrijpen. Juist als afkomst of overtuiging verschillen.
Dit is de plek waar wij samen de fakkel omhoog houden.
Joke maakte zich zorgen dat de steen ooit zou slijten.
Maar herdenken zit niet alleen in steen.
Het leeft, zolang wij blijven vertellen wie deze mensen waren.
Zolang wij de moed van deze dappere mannen en vrouwen niet vergeten.
Zolang wij vrijheid nooit als iets vanzelfsprekends beschouwen.
Dan zal de vlam altijd blijven branden.
Dooft de fakkel nooit.
Dank u wel.