Herdenking aanslag Pride Berlin (Love conquers hate)

Toespraak burgemeester Sharon Dijksma

Domplein, gedenksteen sodomie, 29 juli 2026

Dag allemaal,

Vanavond zijn we bij elkaar op een moeilijk moment, om ons verdriet met elkaar te delen.

Ons verdriet over de gruwelijke aanslag tijdens de Berlijnse Pride.  

We herdenken de vrouw die om het leven kwam bij deze aanslag. We zijn in gedachten bij haar dochter, de familie en vrienden. We leven mee met iedereen die gewond raakte door dit geweld. En we staan naast iedereen van wie het gevoel van veiligheid is aangetast. In Berlijn, in Utrecht, en over de hele wereld. Ik weet dat het ook geldt voor velen die hier vanavond aanwezig zijn. Als burgemeester voel ik hier een grote verantwoordelijkheid. Daarom denk ik vandaag ook aan alle andere slachtoffers van anti-homogeweld, in al zijn verschijningsvormen. Ook in deze stad.  

Berlijn is een heel andere stad dan Utrecht, met een heel andere geschiedenis. En tegelijkertijd zijn er ook veel overeenkomsten. In beide steden is de vrijheid zwaar bevochten. Zeker ook door de Queer-gemeenschap.

De plek waar wij nu staan, bij de gedenksteen voor de sodomievervolging, is een blijvende herinnering aan dat verleden. Een herinnering aan de lange weg die is afgelegd. Maar het is ook een belofte voor de toekomst. Een oproep tot actie. 

En juist daarom moest ik even nadenken over een toespraak van de Duitse Bondskanselier Friedrich Mertz. Hij deed daarin een oproep: laat je niet intimideren. Want dat is juist het doel van een aanslag, stelt hij.

Die gedachte klopt, is begrijpelijk, en ook belangrijk. Ja, we moeten door. Nee, de haat mag niet winnen van de liefde. En tegelijkertijd mist er in die oproep wat mij betreft iets wezenlijks.

Want als je de queer-geschiedenis terug zou brengen tot één woord, dan is het: moed. Enorme, niet-aflatende moed. Want de queer-gemeenschap heeft zich nooit laten intimideren. Niet in de tijd van de Sodomie-vervolgingen. Niet toen de politie de Stonewall Inn in New York probeerde te ontruimen. Niet toen Marsha P. Johnson en Sylvia Rivera transpersonen en dakloze jongeren redden van de straten van New York. En niet toen de Utrechtse Dirkje Kuik de keuze maakte om openlijk als vrouw te leven. Want niet alleen door anderen te helpen, maar ook door zonder angst jezelf te durven zijn creëer je ruimte voor anderen. Voor queer-personen vraagt dat vaker wel dan niet om niets minder dan heldenmoed. Keer op keer wordt die moed getoond. Nog steeds.

En eigenlijk is iedereen die feest viert tijdens de Pride een held. Hoewel dat misschien niet zo voelt. Gelukkig maar. Het is een geweldig feest. Een moment van trots en plezier. Van gemeenschap en van het vieren van je eigen identiteit, tot in de vroege uren van de ochtend. Maar het vieren van Pride is ook altijd een daad van verzet. Verzet tegen het soort weerzinwekkende haat dat we afgelopen zaterdag moesten zien. In het moment kan je dat vergeten. In het moment kan het voelen als alleen maar feest. En dat is mooi, maar op een avond als vanavond staan we ook stil bij die andere kant. 

Lieve mensen, ik hoef jullie niet te vertellen dat jullie je niet moeten laten intimideren. Ik weet dat jullie je niet laten intimideren. Dat laten jullie keer op keer zien.  

Liever doe ik daarom vanavond een andere oproep. Een oproep tot solidariteit. Een oproep om de haat en de onwetendheid die aan de basis ligt van dit soort geweld consequent en luidkeels af te wijzen en te corrigeren. Of het nu fysieke agressie is of een losse opmerking. Of het nu op kantoor is of op de sportvereniging. En vooral: of je er nu zelf door wordt geraakt of niet. Neem het op voor een ander. Sta op tegen onrechtvaardigheid. 

Graag sluit ik af met een woord van hoop. Op een bijeenkomst bij de Brandenburger Tor in Berlijn, de dag na de aanslag, hield iemand een zelfgemaakt bordje omhoog. Een klein stukje karton met een simpele boodschap: we will dance again.

Ja, dacht ik. Dat denk ik ook. En ik dans graag met jullie mee. 

Dank u wel.