Toespraak burgemeester Sharon Dijksma
Griftpark, 30 juni 2026
Dag allen,
Wat fijn en bijzonder dat we vandaag hier bij elkaar zijn om stil te staan bij dit bijzondere en belangrijke moment.
Het einde aan de donkerste eeuwen in de geschiedenis.
De Nederlandse geschiedenis én de wereldgeschiedenis.
Vandaag herdenken we de slachtoffers van de Nederlandse slavenhandel.
De voorouders van honderdduizenden Nederlanders.
We zagen net een prachtig eerbetoon aan de voorouders.
Vandaag is er ook ruimte voor verhalen over herinnering en doorwerking en ik vind het bijzonder te mogen bijdragen.
We staan hier in het Griftpark, bij dit prachtige monument van Vlucht en Verzet.
Alweer voor de vierde keer.
Vanaf deze heuvel kijken we ook naar een stip op de horizon.
Een stip die langzaam maar merkbaar dichterbij komt.
Maar misschien niet snel genoeg.
Heling en herstel vragen om meer.
Wat aanvankelijk een samenkomst was van nazaten, is inmiddels een breed gedragen herdenking en viering.
Door steeds meer Nederlanders wordt het gevoeld als belangrijk.
Als een moment van ons allemaal.
Inmiddels heeft Anton de Kom een plaats in de Nederlandse canon.
Er kwamen excuses van de premier, namens de Nederlandse staat, en van Zijne Majesteit de Koning.
Er kwam eerherstel voor Tula.
En als Curaçao punten pakt op het WK, juichen heel veel Nederlanders.
We komen dichter bij elkaar.
En tegelijkertijd zijn we er nog niet.
Ik sta hier met het besef dat we samen nog veel bladzijden moeten omslaan.
Nog steeds is er een wereld te winnen.
In de bestrijding van discriminatie.
In de ruimte die deze geschiedenis krijgt in het onderwijs.
Een geschiedenis niet alleen van geweld en pijn, maar ook van grote moed en hevig verzet.
Moed en verzet waar we van kunnen leren en die ons allemaal blijvend kan inspireren.
Ik denk aan Tula, die duizenden overtuigde om te strijden voor vrijheid.
Ik denk aan het verhaal van de Marrons.
Van Boni, die de plantages ontvluchte en diep in het bos een gemeenschap stichtte.
Ik denk aan de tot slaaf gemaakten die anderen in het geheim leerden lezen en schrijven.
Aan moeders die rijstkorrels in hun haar vlochten in complexe patronen, als proviand tijdens vluchtpogingen.
Zij namen het op tegen een systeem van ongekende wreedheid en bijna onbegrensde welvaart.
Een systeem waar politieke, economische en religieuze steun voor was.
En een systeem, en dat is belangrijk te benoemen vandaag, waar ook Utrecht zich niet aan onttrok.
Utrecht had misschien geen zeehaven, maar deze stad wast zijn handen niet in onschuld.
Utrechters verdienden aan belangen in de VOC en WIC.
Ze verdienden aan aandelen in plantages.
Eén van hen was de Utrechtse schilder Joachim Wittewael.
Van de opbrengsten van zijn VOC-investeringen kocht hij schilderijen en sierraden.
Duizenden zijn er te zien zijn in het Centraal Museum, inmiddels met uitleg over die geschiedenis.
Veel geld werd ook verdiend via het suikerhuis, op het Lucasbolwerk, waar suiker uit de koloniën werd verwerkt.
Gedreven onderzoekers blijven deze verbanden blootleggen.
Zo bereiken de stemmen van de tot slaaf gemaakten, van uw voorouders, ons steeds beter.
En niet alleen de geschiedenis van de slavernij, ook die van hun nazaten verdient meer ruimte.
Ook daar wachten krachtige verhalen op een podium.
Ook in Utrecht stonden mensen op voor vrijheid.
Dit voorjaar ontmoette ik Eleonore Josefsson-d’Arnault.
Bij Fort de Bilt sprak zij over een familielid, verzetsheld Hein Bijleveld.
Aan een leven van nog maar dertig jaar kwam een einde bij Fort de Bilt, toen hij daar door de Duitsers werd geëxecuteerd.
Niet veel later kreeg zijn moeder zijn jas terug.
Met in de rug een kogelgat.
En zo zijn er talloze verhalen van heldenmoed.
Verhalen van mensen die streden voor de vrijheid en gelijkheid van anderen.
Nazaten die vochten en nog steeds vechten voor een vrij Nederland, een rechtvaardig Nederland, voor het Nederland van vandaag.
Dat blijft nodig.
Want nog steeds krijgen kinderen te maken met alledaags racisme, zoals beschreven door Philomena Essed.
Kinderen met talenten en kwaliteiten en een open blik op de wereld.
Moed, en dat zien we ook vandaag, is ook het besluit om je identiteit niet te laten afnemen.
Om je verhalen, symbolen en waarden bij je te houden, door te geven en met trots uit te dragen.
Dan denk ik bijvoorbeeld aan de schilderijen van Utrechter Isan Corinde.
Hij maakt prachtige werken geïnspireerd door zijn jeugd in Suriname.
En dus denk ik ook aan de mensen die vandaag de dag nog tegen de stroom inroeien.
Die de herinnering aan de voorouders levend houden.
Of vechten voor gelijkwaardigheid binnen het hele Koninkrijk.
Want deze dag gaat net zo zeer over heden en toekomst.
Over identiteit, herstel en inclusie.
Dat maakt Keti Koti ook een dag van opkomen tegen onrecht.
Een hoopvolle dag.
Een dag die laat zien dat moed en veerkracht uiteindelijk zelfs het meest gruwelijke systeem verslaan.
Laten we daar hoop uit putten.
De hoop dat haat, onderdrukking en racisme verliezen van moed en veerkracht.
Misschien niet meteen, maar vroeg of laat wel.
En morgen kunnen we die vooruitgang dan vieren.
Door te eten en te praten en te swingen en te dansen.
Omdat het kan.
Omdat er voor die vrijheid gestreden en geleden is.
Niet alleen vierhonderd jaar geleden. Ook 80 jaar geleden, en ook nu nog.
Als we moed en veerkracht eren, dan eren we daarmee de voorouders.
Dankuwel.