Toespraak burgemeester Sharon Dijksma
Nacht van de Verlichting 2026
2 november 2026, Gemeenschapsgebouw Apostolisch Genootschap Utrecht
Dankjewel, Fidan!
Lieve mensen,
Wat een eer om de Nacht van de Verlichting te mogen openen.
Na drie keer Amsterdam is het nu de beurt aan Utrecht. In al mijn onbescheidenheid zeg ik: terecht.
Niet alleen omdat Utrecht al eeuwen een stad van vrede en ontmoeting wil zijn, maar ook omdat hier ooit René Descartes leefde en werkte.
Zijn verblijf was relatief kort, maar vermoedelijk zette hij in deze stad zijn beroemde woorden op papier: Cogito, ergo sum. Ik denk, dus ik ben.
Gevleugelde woorden, waarmee Descartes de deur naar een nieuw tijdperk openduwde. Niet langer stonden geloof en gezag centraal, maar denken, onderzoeken en begrijpen. Een tijd waarin mensen werden aangemoedigd zelfstandig na te denken en met een kritische blik naar de wereld te kijken.
Brengt me bij een andere beroemde uitspraak van Descartes – die ik ook briljant vind: “Het is niet genoeg om een goed stel hersenen te hebben; het belangrijkste is om ze goed te gebruiken.”
Einde citaat. Misschien is dat wel een mooie gedachte voor vanavond. Want vanavond staat niet alleen het denken centraal, maar vooral de vraag wat wij met dat denken doen.
Wat betekent het om verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen?
Wat betekent het om solidair te zijn met mensen die steun nodig hebben?
Solidariteit is een onderwerp dat mij aan het hart gaat. In een wereld waarin welvaart, kansen en geluk nog altijd ongelijk zijn verdeeld, is solidariteit van onschatbare waarde. Het is de kracht die mensen aanspoort verder te kijken dan hun eigen belang. Het is de brandstof van een barmhartige samenleving.
Maar het is ook peperdure brandstof. Ik geef een voorbeeld. Zes eeuwen geleden woedden de Hoekse en Kabeljauwse twisten. En u weet: dat was vaak moord en doodslag. Mijn illustere voorganger Beernt Proys kon daarover meepraten.
Toen hij burgemeester van Utrecht was, rolden de families Lichtenberg en Lokhorst vechtend over straat. Bijvoorbeeld over wie de nieuwe bisschop mocht leveren. Toen Proys zich solidair toonde met de kandidaat van de ene familie, werd hij uiteindelijk in zijn bed doodgestoken door een gewapende bende van de andere.
Dit is een extreem voorbeeld. Maar het laat zien dat solidariteit niet altijd applaus oplevert. Solidariteit betekent vaak dat je uiting geeft aan wat je belangrijk vindt. Dat je opkomt voor mensen of groepen die jouw steun verdienen. In een verdeelde samenleving wordt dat nog wel eens verward met partijdigheid.
Ook vandaag zien we dat terug. Op 15 mei was ik samen met wethouder Linda Voortman aanwezig bij de Nakba-herdenking op het Domplein.
Het uitspreken van solidariteit met de Palestijnse bevolking werd door sommigen uitgelegd als onverschilligheid tegenover antisemitisme en de verschrikkelijke terreuraanval van Hamas.
Het stevige debat dat daarop volgde, bevestigde voor mij opnieuw hoe ingewikkeld solidariteit soms kan zijn. Omdat je het in een gepolariseerde wereld nooit helemaal goed kan doen. Zodra je laat zien wat je raakt, zullen anderen zich afvragen: “Waarom juist daar en niet ergens anders!?” Solidariteit roept reacties op. Misschien zelfs altijd al.
Dat brengt mij bij misschien wel het bekendste verhaal over solidariteit dat onze stad kent.
Volgende week woensdag is het Sint-Maarten. Iedereen kent het verhaal van Martinus, de soldaat die zijn mantel in tweeën snijdt en de helft weggeeft aan een bedelaar bij de stadspoort.
Wat de legende ons niet vertelt, is wie er die dag nog meer stonden. Misschien waren er wel tien bedelaars. Misschien vonden sommigen dat Martinus zijn mantel met de verkeerde persoon had gedeeld. Misschien verweten anderen hem partijdigheid.
We weten het niet. Maar die vraag laat wel iets zien. Wij zien solidariteit vaak als een warm en eenvoudig gebaar. En dat is het ook. Maar we weten ook: de werkelijkheid loopt vaak anders af dan een mooi verhaal. Want solidariteit is meer dan alleen een nobele daad of een arm om de schouder. Solidair zijn betekent ook wikken en wegen, keuzes maken en bereid zijn daar verantwoordelijkheid voor te nemen.
En daarmee komen Martinus en Descartes misschien dichter bij elkaar dan we op het eerste gezicht zouden denken. Solidariteit wortelt immers in drie ideeën die Europa mede aan de Verlichting te danken heeft, namelijk: Vrijheid. Gelijkheid. En broederschap.
Vrijheid betekent dat ieder mens telt. Maar vrijheid zonder solidariteit wordt al snel onverschilligheid.
Gelijkheid betekent dat ieder mens dezelfde waardigheid bezit. Maar zonder solidariteit blijft gelijkheid een papieren belofte.
En broederschap betekent dat wij bereid zijn ons iets van elkaar aan te trekken. Het slaat een brug tussen vrijheid en gelijkheid.
Brengt mij terug bij René Descartes. Hij schreef: Cogito, ergo sum.
Ik denk, dus ik ben. Maar een samenleving bestaat niet uit mensen die alleen denken. Zij bestaat uit mensen die elkaar ontmoeten. En elkaar helpen. De samenleving bestaat uit mensen die elkaar verdragen, zelfs als zij het niet met elkaar eens zijn.
Misschien vraagt deze tijd daarom niet zozeer om een correctie op Descartes, maar eerder een verbreding van zijn gedachte. Want denken helpt ons niet alleen om onszelf te begrijpen. Het helpt ons ook om de ander te begrijpen.
Misschien ligt juist daarin de kern van solidariteit. Niet alleen nadenken over wie wij zijn. Maar ook over wat wij elkaar verschuldigd zijn. Want een samenleving is een mix van verschillende belangen, uiteenlopende overtuigingen, anders beleefde ervaringen en persoonlijke gevoelens.
Dat was altijd al zo. En zal altijd zo blijven.
Maar zelfs als solidariteit dilemma’s, discussies en soms zelfs ongemak oplevert, mogen we haar nooit loslaten. Juist in een tijd van polarisatie. Juist in een wereld van ongelijk verdeelde kansen, welvaart en geluk.
En juist op die momenten waarop grondrechten onder druk staan en mensen steeds vaker tegenover elkaar lijken te staan, is solidariteit geen luxeartikel, maar een noodzaak.
Zoals Martinus het ons liet zien. Met zijn nobele daad loste hij niet de problemen van zijn tijd op, maar hij keek ook niet weg. En misschien ook zoals René Descartes ons heeft geleerd. Niet alleen door te denken, maar door ons vermogen om te denken goed te gebruiken.
En daarom, lieve mensen, hoop ik dat wij vanavond niet alleen spreken over solidariteit. Maar het ook met elkaar kunnen hebben over hoe we solidariteit kunnen oefenen:
Oefenen in luisteren.
Oefenen in nieuwsgierig blijven naar mensen die anders denken. Oefenen in ruimte maken voor ervaringen die niet de onze zijn.
Bijvoorbeeld de ervaring van solidariteit uit durven dragen. Te durven staan voor een ander. In deze tijd van grote tegenstellingen – een tijd waarin de relatief kleine groep van grootste schreeuwers de stille meerderheid overstemt en vaak zelfs monddood maakt – vraagt solidariteit om moed.
Want veel mensen dénken solidariteit, maar dúrven in onze gepolariseerde samenleving hun steun vaak niet uit te spreken. En voor het debat is dat dodelijk. Het zou mij daarom een lief ding waard zijn als de stille meerderheid wat minder stil zou zijn. Ook hun stem wordt gehoord. Hun steun wordt gezien. En hun solidariteit wordt gevoeld.
Dat vraagt iets van ons allen. En zou ik u voor vanavond de opdracht willen geven om niet alleen met elkaar over de stille meerderheid te praten… Maar de stille meerderheid, die ondergesneeuwd wordt door de grootste schreeuwers, in woord en daad te steunen. En dat te blijven doen. We moeten de vertaalslag maken naar concrete acties, zodat we iedereen in staat stellen solidair te denken, solidair te doen en solidair te zijn. En we broederschap iedere dag een beetje dichterbij brengen. Ook als we het niet met elkaar eens zijn. Want misschien begint solidariteit juist wanneer we van mening verschillen en toch blijven zoeken naar wat ons verbindt.
Laten we vanavond de volgende stap zetten. Hier, in de stad van de vrede. De stad van de Verlichting. In de stad waar Descartes ons uitnodigde om zelfstandig te denken. Descartes schreef: Cogito, ergo sum. Ik denk, dus ik ben. Laten we hier vanavond nog één gedachte aan toevoegen:
Wij zijn niet alleen omdat wij denken. Wij zijn ook omdat wij de stap durven te zetten van denken naar doen.
Dank u wel.
Hulp en contactBurgemeester Sharon Dijksma
Postadres
Burgemeester Sharon Dijksma
Postbus 16200
3500 CE Utrecht