Parken en groen Maaien gazons, grasvelden, hooilanden en bermen

We maaien gazons, grasvelden, hooilanden en bermen. Sinds 2015 maaien we minder in Utrecht, hierdoor komen meer bloemen tot bloei. En zo komen ook meer bijen, vlinders, andere insecten en vogels. Hoe meer planten- en dierensoorten, hoe meer natuur in de stad.

Video: waarom maaien we minder in Utrecht?

Reporter Matthijs Wind is in het Willem de Zwijgerplantsoen in Utrecht en vraagt aan stadsecoloog Gitty Korsuize waarom we minder maaien in Utrecht.

Hoe en waarom maaien we in Utrecht?

Gazons en grasvelden

Gazons en grasvelden zijn er in de eerste plaats voor mensen, om te voetballen, spelen of picknicken. Sinds 2015 maaien we gazons minder vaak (10 tot 13 keer per jaar). We laten het gras hoger groeien (tot 15 cm).

Zo krijgen madeliefjes, paardenbloemen en speenkruid kans om te bloeien. De nectar uit deze bloemen is voedsel voor wilde bijen en vlinders. Het maaisel van het gras laten we liggen, dat wordt opgenomen door de bodem. Een rijkere bodem zorgt voor een dichtere grasmat.

Inwoners vragen regelmatig waarom we bloemen op grasvelden afmaaien. Dit is nodig om op deze grasvelden te kunnen spelen, zitten en liggen. Anders wordt het gras te hoog en groeien er uiteindelijk struiken. De afgelopen 5 jaar zagen we dat minder maaien het spelen en zitten op het gras niet beperkt, en dat het toch een positief resultaat oplevert voor de natuur. Sinds 2015 zien we meer bloemen in de grasvelden en dus meer nectar voor insecten.

Video: waarom maaien we bloemen af op een grasveld?

Reporter Matthijs Wind is in het Amaliapark in Utrecht en vraagt aan stadsecoloog Gitty Korsuize waarom we bloemen wegmaaien op een grasveld.

Hooilanden

Hooilanden zijn er voor natuur in de stad en voor minder intensieve vormen van recreatie. Insecten, vogels, amfibieën, reptielen en kleine zoogdieren vinden er voedsel en een schuilplek. Hooilanden maaien we 1 of 2 keer per jaar, eind juni/juli en in september/oktober. We laten het maaisel een aantal dagen liggen, zodat zaden kunnen vallen en dieren een nieuwe schuilplek kunnen zoeken. We voeren het maaisel daarna af, zodat de bodem armer wordt en grassen minder hard groeien. Zo is het mogelijk voor bloemrijke kruiden om boven het gras te groeien, of voor zaden om een open plekje op de bodem te vinden om te kiemen. Overigens krijgt het afgevoerde maaisel een tweede leven: dit verwerken we bijvoorbeeld tot biogas of als compost.

Video: hoe krijg je een bloemrijk hooiland?

Reporter Matthijs Wind is in het Máximapark in Utrecht en vraagt aan stadsecoloog Gitty Korsuize hoe je een bloemrijk hooiland krijgt.

Bermen

Groenstroken langs wegen (bermen) maaien we 1 of 2 keer per jaar. Bij kruispunten vaker om zo het verkeer zichtbaar te houden. Bij bermen langs drukke wegen voeren we het maaisel gelijk af met een maai-zuigcombinatie om de overlast zo kort mogelijk te laten duren. Soms maaien we een keer extra, bijvoorbeeld om de verkeerssituatie overzichtelijk en veilig te houden. Dit is meestal een strook van een meter breed, zodat de berm deels begroeid blijft. De planten bieden beschutting en leveren voedsel voor insecten en andere dieren.

Inzaaien en geduld

Nieuwe hooilanden en bermen zaaien we bij aanleg soms in met een bloemrijk kruidenmengsel. We gebruiken daarvoor een mengsel van planten die van nature in onze regio thuishoren. De natuur maakt vervolgens een selectie van kruiden die goed groeien op deze plek. Bestaande bermen en hooilanden zaaien we niet in, bloemen komen daar op natuurlijke wijze. Voor een bloemrijke berm is het belangrijk om ieder jaar hetzelfde beheer toe te passen. Zo kan de natuur zich aan de situatie aanpassen en krijgen we de bloemrijkste bermen.

Maaien en droogte

In droge perioden maaien we minder, omdat gras dan minder groeit. De laatste jaren waren er langdurige perioden van droogte. Dit zien we terug in de toename van bloemrijke kruiden, ten koste van gras.

Ongemaaide stukken gras

Vanaf 2020 slaan we sommige plekken een jaartje over met maaien. Hierdoor blijft er in de winter een stukje hoog gras met kruiden staan. Zo krijgen tweejarige planten de kans om te bloeien en zaden te maken. Insecten vinden in deze ruigtes een plek om te overwinteren en vogels vinden er voedsel in de vorm van zaden en insecten.

Oevers en watergangen

De meeste oevers en watergangen maaien we in het najaar. Zo verstoren we geen broedende rietvogels en zorgen we ervoor dat jonge vissen en amfibieën beschutting hebben in het water. We maaien bij voorkeur niet in de zomer om zuurstoftekort in het water voor vissen te voorkomen. Het maaisel blijft een aantal dagen liggen en wordt op hopen gezet. Dan kunnen diertjes er nog uit kruipen. Een beperkt aantal watergangen maaien we in het voorjaar. Dit doen we terughoudend. We maken waar nodig alleen het vaargedeelte vrij.

Wilt u dat een grasveld meer of minder gemaaid wordt?

Hebt u een wens voor ander groenbeheer of maaibeleid van een bepaald stuk groen, neem dan contact met ons op via onderstaande contactgegevens. Wij beoordelen de aanvragen jaarlijks in september. Als de verandering van het beheer op die locatie mogelijk is, passen we dit aan in de maaikaart van het volgende jaar.

Hulp en contact Parken en groen

Telefoon

14 030