De landgoederen ontstonden in de middeleeuwen uit de 3 ridderhofsteden langs de Kromme Rijn.
De landhuizen van de landgoederen Oud Amelisweerd, Nieuw Amelisweerd en Rhijnauwen zijn vaak van eigenaar gewisseld. De beroemdste eigenaar was Lodewijk Napoleon. Hij verkreeg landgoed Amelisweerd in 1808.
In de 20e eeuw kocht de gemeente Utrecht de landgoederen: Rhijnauwen in 1919, Oud Amelisweerd in 1951 en Nieuw Amelisweerd in 1964. Sinds 1964 vormen de landgoederen 1 groot recreatiegebied.
Op dit moment gebruiken 2 boeren binnen de landgoederen ongeveer 100 hectare landbouwgrond. Het zijn boerenbedrijven die vooral aan melkveehouderij doen. Op Nieuw en Oud Amelisweerd zitten ook 2 historische tuinderijen die biologisch werken. Er wonen zo’n 150 mensen op het landgoed.
De 3 landgoederen
Door de eeuwen heen zijn natuur en cultuur in elkaar overgegaan. Toch heeft elk landgoed zijn eigen karakter bewaard.

Landgoed en landhuis Nieuw Amelisweerd
Landgoed Nieuw Amelisweerd heeft veel 18e- en 19e-eeuwse elementen. Het bos is relatief rustig. Daardoor leven hier reeën en een reigerkolonie.
Omschrijving van het complex:
- In structuur en deels in detail gaaf bewaarde HISTORISCHE BUITENPLAATS NIEUW-AMELISWEERD met HOOFDGEBOUW
- HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG
- KOETSHUIS/TUINMANSWONING
- ENSEMBLE VAN BERGSCHUURTJE en TUINMUUR
- BRUG MET PIJLERS EN HEKKEN
- TUINVAZEN OP PIËDESTAL
- ZUIL OP PIËDESTAL
1. HISTORISCHE BUITENPLAATS NIEUW AMELISWEERD
De historische buitenplaats Nieuw-Amelisweerd ligt ten zuidoosten van Utrecht in een bocht van de Kromme Rijn. Het goed wordt aan de oostzijde begrensd door de buitenplaats Oud-Amelisweerd. Met Oud-Amelisweerd en de daar achter gelegen buitenplaats Rhijnauwen vormt Nieuw-Amelisweerd een aaneengesloten groen gebied met belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
Voor zover bekend gaat de geschiedenis van Amelisweerd terug tot kort voor 1227. In die tijd zou een zekere ridder Amelis ter plaatse een waard in leen hebben gekregen van het kapittel van Oud-Munster in Utrecht. In 1380 werd het gebied van Nieuw Amelisweerd in leen gegeven aan Ernst van Groenewoude. Vanaf dat moment was het oorspronkelijke terrein verdeeld. De geschiedenis van de beide Amelisweerden is echter nauw verbonden gebleven. Met name omdat ze in de loop der tijd gedurende verschillende perioden weer in één hand zijn geweest. In 1538 werd Nieuw-Amelisweerd erkend als ridderhofstad. Het omgrachte middeleeuwse huis, dat bekend is van een afbeelding uit circa 1660, had bescheiden afmetingen. Achter het huis lagen een bouwhuis en kleine schuur, rond de gracht waren bomen geplant. Kort na 1684 werd in opdracht van de toenmalige eigenaar Hendrik baron van Utenhove een nieuw huis gebouwd op de plaats van het oude bouwhuis. De gracht met de ruïne van het oude huis werd tot in de 19de eeuw gehandhaafd als een vijver met klein eiland. Eveneens in opdracht van Van Utenhove werden voor en achter het huis bossen aangelegd. doorsneden door rechte lanen. De zichtlaan door het voorbos werd in het laatste kwart van de 18de eeuw aangelegd in opdracht van de tweede echtgenoot van de weduwe van Hendrik 11 van Utenhove, Henri Maximilien de St. Simon. Waarschijnlijk was de St. Simon ook verantwoordelijk voor enige aanpassingen in vroeg-landschappelijke stijl, zoals kleine slingerpaadjes door het voorbos, een open veld terzijde van de zichtlaan en een (thans verdwenen) Zwitserse brug in het achterbos.
Van 1808 tot 1810 waren Oud- en Nieuw-Amelisweerd korte tijd in bezit van Lodewijk Napoleon. De verkoopadvertentie uit 1810 geeft een gedetailleerd beeld van de buitenplaats op dat moment. Naast een uitgebreide beschrijving van de indeling van het hoofdgebouw met behangen kamers en schoorstenen, wordt er onder anderen gesproken over een koetshuis met koet sierskamer, stal en hooizolders en een tuinmanswoning met oranjerie. Verder zijn er "Groote en wel aangelegde moestuinen, voorzien van vele en exquise vruchtbomen, twee kribben tot broeijerije, Een Wijngaard Bak en Menagerie geextendeerde Plantagien met zware opgaande bomen en hakhout. Twee Karssen en Appelboomgaarden. Twee Goudviskommen Vischrijke Gragten en Vijvers en fraaie Engelsche partijen groot tesamen 13 morgen 219 roeden." Tot de buitenplaats behoorden ook de boerderijen De Boeye en De Kuil. Beide Amelisweerden werden in 1810 gekocht door de staatsraad J.P. Wickevoort Crommelin, die beide goederen een jaar later door verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. Onder diens zoon Jhr. Henricus Paulus Cornelis kreeg Nieuw-Amelisweerd omstreeks 1860 haar huidige gedaante. Het huis werd verbouwd en verfraaid en de tuin- en parkaanleg werd volgens de laatste mode omgevormd in de late landschapsstijl, waarbij vele doorzichten op evenzoveel schilderachtige plekjes werden gecreëerd. Voor de weilandengroep achter het huis werd in 1889 een nieuw ontwerp gemaakt door Leonard Springer. Na aankoop van de buitenplaats door de gemeente Utrecht in 1964 werd het park opengesteld voor het publiek. Het hoofdgebouw is sinds 1984 verdeeld in verschillende wooneenheden en wordt verhuurd. Op de bij de omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van het D complex alsmede de aanduiding van de onderdelen aangegeven. De buitenplaats wordt aan de oostzijde begrensd door de buitenplaats Oud-Amelisweerd, aan de zuidzijde door de Koningsweg en aan de westzijde door de A27. Ten noorden wordt Nieuw-Amelisweerd begrensd door de perceelscheiding ten noorden van de agrarische percelen 252, 235, 276 en 275.
Deze agrarische percelen zijn aangelegd of nader vormgegeven (van een groene zoom en/of stoffering voorzien) ter afronding en verfraaiing van de tuin- en parkaanleg. Vanuit huis en park en vanaf de Koningslaan/Koningsweg zijn er gezichten op deze bouw- en weilanden.
Waardering
De HISTORISCHE BUITENPLAATS NIEUW-AMELISWEERD is van algemeen cultuur-, architectuur- en tuinhistorisch belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis
- vanwege het hoofdgebouw uit circa 1684, dat omstreeks 1860 ingrijpend werd verbouwd en dat thans een representatief voorbeeld vormt van een landhuis uit het midden van de 19de eeuw
- vanwege de vrij gaaf bewaard gebleven plattegrond, indeling en afwerking van het interieur van het hoofdgebouw, in hoofdzaak daterend van omstreeks 1860
- vanwege het gaaf bewaarde park in late landschapsstijl dat omstreeks 1860 zijn huidige vorm kreeg, met behoud van oudere formele en landschappelijke elementen
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang van de complexonderdelen
- als onderdeel van een groene zone met bijzondere cultuurhistorische waarde aan de rand van Utrecht
- vanwege de recreatieve waarde.
HOOFDGEBOUW (1)
Van de vroegste bebouwing op Nieuw-Amelisweerd is vrijwel niets bekend. In 1538 werden huis en goed als ridderhofstad erkend, wat betekent dat er op dat moment een omgracht versterkt huis moet hebben gestaan. De basis van het tegenwoordige Nieuw-Amelisweerd kwam in het laatste kwart van de 17de eeuw tot stand in opdracht van Hendrik baron van Utenhove. Het huis werd niet op de plaats van de (voormalige) omgrachte ridderhofstad opgetrokken, maar buiten de gracht, vermoedelijk op de plaats van een aldaar gelegen bouwhuis. Het huis heeft in de loop der tijd nogal wat veranderingen ondergaan. Tekeningen uit de eerste helft van de 18de eeuw tonen een huis met een 11 traveeën brede voorgevel. De drie traveeën brede middenpartij wordt bekroond door een fronton. In deze middenpartij centraal een toegangsdeur geflankeerd door kruisven sters. De gevelvlakken ter linker en rechter zijde zijn elkaars spiegelbeeld. Beide gevelvlakken, zijn voorzien van kruisvensters en een toegangsdeur. Op de oudste tekening (Rademaker, vóór 1735) bestaat het huis uit twee bouwlagen onder een schilddak, terwijl het huis op een latere tekening (De Beijer, circa 1745) bestaat uit één bouwlaag onder een zadeldak. Omstreeks 1800 waren zowel de hoge, risalerende middenpartij als de kruisvensters verdwenen. Volgens een aquarel uit die tijd telde het huis twee bouwlagen, werd het gedekt door een schilddak en was de voorgevel acht vensterassen breed. Op beide verdiepingen waren empirevensters aangebracht en er was in ieder geval één excentrisch geplaatste toegangsdeur aanwezig. In grote lijnen is in deze periode het huidige beeld ontstaan. Tussen 1800 en 1864 werden er persiennes en een veranda aangebracht. Gedurende de jaren 1864 en 1865 werd het huis in opdracht van de toenmalige eigenaar Jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakenstein verbouwd naar een ontwerp van S.A. van Lunteren. De bakstenen gevels werden wit gepleisterd en in de voorgevel werden schijnvoegen aangebracht. De voorgevel werd bovendien bekroond met een balustrade, waarin de (verplaatste) dakkapellen waren opgenomen. De balustrade is thans niet meer aanwezig, verder is er sinds de verbouwing door Van Lunteren weinig meer aan het huis veranderd. Het wit gepleisterde pand met U-vormige plattegrond bestaat uit twee bouwlagen en een kapverdieping onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt omlopend schilddak met vier schoor stenen op de nokeinden. De symmetrische voorgevel is acht traveeën breed en voorzien van een licht risalerende middenpartij met twee brede schuifvensters, waarvoor een houten veranda is geplaatst. De 19de-eeuwse veranda heeft een zwart/rode tegelvloer, het platte dak wordt gedragen door gekoppelde ranke zuiltjes op een basement met L-vormige plattegrond. Tussen de ionische kapitelen van de zuiltjes en het hoofdgestel met tandlijst bevindt zich een omlopend raamwerk met kleine ruitjes. De veranda reikt tot de verdieping. Ter weerszijden van de veranda een dubbele toegangsdeur met bovenlicht, geflankeerd door schuifvensters met ruiten zonder roedenverdeling. Op de verdieping acht empirevensters. Alle vensters en deuren zijn voorzien van persiennes. Op het dak twee eenvoudige kapellen met wangen, waarin een empirevenster is opgenomen. Aan de achterzijde twee uitspringende vleugels van verschillende breedte en diepte. Links één centrale vensteras met een dubbele deur op de begane grond, een gedeeld venster op de verdieping en een dakkapel als aan de voorzijde, voorzien van een hijsbalk. Rechts twee vensterassen met empirevensters op de begane grond, gedeelde vensters op de verdieping en een dakkapel als aan de voorzijde. De gevels rond de U-vormige cour kennen een onregelmatige verdeling van vensters en een toegangsdeur. Centraal in de achtergevel op de verdieping een venster in serliana-omlijsting. Voorts in één van de hoeken een brandtrap. De dakschilden zijn voorzien van tuimelramen. In de linker en rechter zijgevel verschillende onregelmatig geplaatste vensters (vnl. gedeeld en empire-) en daarbij in de rechter zijgevel nog een deur. De plattegrond en indeling zijn nagenoeg gaaf bewaard gebleven. Aan de voorzijde een enfilade van vertrekken over de gehele breedte van het huis, bestaande uit een vestibule, salon en zaal. Links van de vestibule een klein vertrek dat dienst heeft gedaan als kantoor (18de eeuw) en opkamer (19de eeuw). Achter de enfilade een vrij smalle gang. Aan de achterzijde van het huis bevindt zich in de rechter vleugel een voormalige eetzaal; in de linker vleugel waren oorspronkelijk de personeelsvertrekken en een keuken gesitueerd. De vertrekken op de verdieping zijn voormalige slaap- en kleedkamers. In 1983-84 heeft er een consoliderende restauratie plaats gevonden onder leiding van architect Hoogenberk. In verband met de bestemming van het huis, verschillende wooneenheden voor verschillende huishoudens, zijn destijds enkele doorgangen dicht gemaakt en werden er nieuw sanitair en nieuwe keukens geplaatst. In veel vertrekken zijn nog historische interieurdelen aanwezig (o.m. binnenluiken). Waardering
Waardering
Het HOOFDGEBOUW (Nieuw-Amelisweerd) is van algemeen belang vanwege:
- de ouderdom
- de ontwikkelingsgeschiedenis van ridderhofstad tot laat 19de-eeuws buitenverblijf
- als gaaf bewaard voorbeeld van een laat 17de-eeuws huis dat in de loop der tijd verschillende keren werd gemoderniseerd en sinds de verbouwing in 1864-65 door S.A. van Lunteren tot het huidige landhuis met karakteristiek 19de-eeuws uiterlijk in- en uitwendig vrij gaaf bewaard is gebleven
- de kenmerkende ligging binnen de parkaanleg
- het landschapsarchitectonisch totaalconcept dat in de tweede helft van de 19de-eeuw werd toegepast op huis en park, waarbij onder meer door middel van zichtlijnen een eenheid tot stand kwam
- de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats
- als beeldbepalend architectonisch element met bijzondere cultuurhistorische waarde aan de rand van de stad Utrecht.
2. HISTORISCHE TUIN EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd
Het park van Nieuw-Amelisweerd kent een lange geschiedenis. De middeleeuwse, omgrachte ridderhofstad werd in de jaren '80 van de 17de-eeuw vervangen door een nieuw huis, dat buiten de gracht verrees op de plaats van het oude bouwhuis. De gracht met daarin de ruïne van het oude huis werd tot in de 19de-eeuw gehandhaafd als een vijver met een klein eiland erin. De ruïne was blijkens oude afbeeldingen ingericht als tuin, met talrijke potten op de resten van het muurwerk. Met de bouw van een nieuw huis werd ook de omgeving rond het huis (opnieuw) ingericht. Voor en achter het huis werden bossen aangelegd, doorsneden door rechte lanen. Het lanenstelsel in het voorbos aan de overzijde van de Kromme Rijn (thans Markiezenbos geheten) had een zogenaamde ganzenvoetstructuur. Eén van deze lanen was gericht op de Domtoren. De oorspronkelijke toegangslaan maakte ook deel uit van deze structuur, deze is (deels) omgevormd tot een landschappelijke laan en nog steeds als toegangslaan in gebruik. De beide andere lanen zijn nagenoeg verdwenen, alleen van de zuidwestelijke laan resteren nog enkele laanbomen.
In opdracht van Henri Maximilien de St. Simon, markies de Sandricourt werden gedurende de tweede helft van de 18de-eeuw "de Hoven en Plantaadjen nog zeer aanmerkelyk verbeterd en verfraaid". De aanleg van de zogenaamde sneeuwklokjeslaan, een zichtlaan door het voorbos in de as van het huis en parallel aan de oude toegangslaan (nog aanwezig, maar door overwoekering bedreigd), wordt aan de St. Simon toegeschreven, evenals enkele vroeg-landschappelijke elementen zoals de kleine slingerpaadjes door het voorbos, een open veld terzijde van de zichtlaan en de niet meer bestaande Zwitserse brug in het achterbos. Vermoedelijk werden ook de wilde hyacinten en sneeuwklokjes door De St. Simon geïntroduceerd en hij is mogelijk verantwoordelijk geweest voor de aanleg en transformatie van verschillende waterpartijen en voor de realisatie van het eilandje in de Kromme Rijn ten zuidwesten van het huis.
Een verkoopadvertentie uit 1810 geeft een gedetailleerd beeld van de buitenplaats op dat moment. Naast een tuinmanswoning met oranjerie wordt er gesproken over "Groote en wel aangelegde moestuinen, voorzien van vele en exquise vruchtbomen twee kribben tot broeijerije. Een Wijngaard Bak en Menagerie geextendeerde Plantagien met zware opgaande bomen en hakhout. Twee Karssen en Appelboomgaarden. Twee Goudviskommen Vischrijke Gragten en Vijvers en fraaie Engelsche partijen groot tesamen 13 morgen 219 roeden." De moestuinen zijn nog steeds in gebruik, ze liggen op enige afstand ten zuiden van het huis en worden door een muur van het park gescheiden.
Omstreeks 1860 kreeg de buitenplaats in opdracht van Jhr. Henricus Paulus Cornelis Bosch van Drakestein haar huidige gedaante. Het huis werd verbouwd en verfraaid en de tuin- en parkaanleg werd volgens de laatste mode omgevormd in de late landschapsstijl, waarbij veel gezichten op schilderachtige plaatsen in de aanleg werden gerealiseerd. De oprijlaan werd iets naar het noorden verlegd. De oude brug die de oprijlaan over de Kromme Rijn voerde werd vervangen door de huidige en voorzien van decoratieve gietijzeren balustrades. Er werd in zuidwestelijke richting een belangrijke zichtas op de Kromme Rijn en het daar gelegen eilandje gerealiseerd. Op dit eilandje, dat bereikbaar was via een brug, werd een landschappelijke tuin aangelegd. Vanuit het huis waren voorts diverse zichtlijnen geprojecteerd over de Rijn (voorzijde) en richting de omringende bouw- en weilanden (achter en opzij). Voor de weilandengroep achter het huis werd in 1889 een nieuw ontwerp gemaakt door Leonard Springer, dit ontwerp is ten dele uitgevoerd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft het park veel schade opgelopen, de structuur werd echter niet aangetast. Het laat landschappelijke park, zoals dat in de tweede helft van de 19de-eeuw tot stand kwam met de daarin opgenomen formele en vroeg-landschappelijke elementen is vrij gaaf bewaard gebleven. Sinds de aankoop van de buitenplaats door de gemeente Utrecht in 1964 is het beleid gericht geweest op een zogenaamde "natuurlijke" ontwikkeling van grote delen van het park. De oorspronkelijke structuur van slingerende wandelpaden door de bossen rond het huis heeft men met het oog op deze natuurlijke ontwikkeling bewust laten verdwijnen. De overgebleven paden zijn vrij toegankelijk. Sinds de jaren '70 ligt pal ten westen van Nieuw Amelisweerd de A27, als gevolg van de aanleg van deze weg is een deel van het landgoed verloren gegaan. De aanwezigheid van de weg heeft veel geluidsoverlast tot gevolg.
Waardering
De HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd is van algemeen belang:
- als representatief en fraai voorbeeld van een park in late landschapsstijl
- als fraai voorbeeld van een landschapsarchitectonisch totaalconcept voor huis en park, in de tweede helft van de 19de-eeuw onder meer door middel van zichtlijnen gerealiseerd
- vanwege de vele zichtassen en gezichten vanaf het huis in het park en vice versa
- vanwege de integratie van formele en vroeg-landschappelijke elementen in de aanleg
- vanwege de ouderdom van de houtopstand, die deels teruggaat tot eind 17de eeuw
- vanwege de aanwezigheid van een 18de-eeuwse tuinmuur; als onderdeel van een groter groen gebied met belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden in de sterk verstedelijkte regio Utrecht.
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang met de andere onderdelen van de buitenplaats
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang met de parken van Oud-Amelisweerd en Rhijnauwen.
3. KOETSHUIS/TUINMANSWONING (3) behorende tot de buitenplaats Nieuw Amelisweerd
Ten zuidoosten van het hoofdgebouw een rood bakstenen koetshuis op rechthoekige grondslag bestaande uit één bouwlaag onder een afgeplat schilddak, gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. In het noordelijke deel het oorspronkelijke koetsgedeelte met naast de stalling voor de koetsen, een koetsierskamer, stal en hooizolder. In het zuidelijk deel van het pand de oorspronkelijke tuinmanswoning. Tegen de lange westelijke zijgevel bevond zich tot 1929 een oranjerie.
De symmetrische noordelijke eindgevel is op het hoofdgebouw gericht, wit gepleisterd en voorzien van twee dubbele koetsdeuren in een getoogd spaarveld: tussen beide getoogde spaarvelden een rechthoekig spaarveld met daarboven een paardenhoofd in reliëf. De gootlijst wordt in het midden onderbroken door een tot halverwege het dakschild opgetrokken dakkapel met centraal hooiluik, gedekt door een steekkap met overstek. De eveneens symmetrische zuidelijke eindgevel (voorgevel tuinmanswoning) is op de moestuin geprojecteerd. Centraal in deze gevel een toegangsdeur met groot bovenlicht voorzien van kleine ruitjes; ter weerszijden een meerruits schuifvenster; op het dak een eenvoudige kapel met dubbel meerruits venster. In de lange westgevel onder andere meerruits schuifvensters, vermoedelijk aangebracht na sloop van de oranjerie in 1929. De lange oostgevel wordt in het midden onderbroken door een wit gepleisterde, hoog oprijzende, risalerende middenpartij, gedekt door een steekkap met overstek (voorgevel koetsierswoning). In deze middenpartij rechts een hoger gelegen portiek met toegangsdeur, bereikbaar via een trapje, links twee gekoppelde meerruits vensters; op de verdieping links een smal venster, rechts een dubbele deur met bovenlicht; links van de trap naar de deur een keldervenster. Links en rechts van de koetsierswoning verschillende soorten vensters, rechts bovendien een dubbele koetsdeur met dubbel bovenlicht. Het koetshuis werd gebouwd kort na 1740 in opdracht van Reynier van Utenhove.
Waardering
Het KOETSHUIS/TUINMANSWONING behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de voor de functies (koetshuis en tuinmanswoning) kenmerkende ligging van het gebouwen vanwege de bewaard gebleven kenmerkende details van beide functies in het exterieur
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
4. ENSEMBLE van BERGSCHUURTJE en TUINMUUR behorende tot de buitenplaats Nieuw/Amelisweerd
Ten zuiden van koetshuis/tuinmanswoning een ommuurde moestuin met een bergschuurtje aan de rand. Het schuurtje op rechthoekige grondslag is opgetrokken uit gele baksteen met horizontale banden van rode baksteen. Het heeft een zadeldak met overstek en windveren, gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. Op het dak een schoorsteen. In de westelijke eindgevel centraal een groot venster, samengesteld uit twee rijen van drie gekoppelde meerruits vensters boven elkaar; daarboven een getoogd houten luik. Het schuurtje dateert uit het begin van de 20ste eeuw, de tuinmuur is vermoedelijk ouder.
Waardering
Het ENSEMBLE van BERGSCHUURTJE en TUINMUUR behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de gaaf bewaarde eenvoudige, harmonieuze en doelmatige vormgeving
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
5. BRUG met PIJLERS en HEKKEN behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd
Ten noordwesten van het hoofdgebouw wordt de oprijlaan over de Kromme Rijn geleid via een houten brug met wit geschilder de decoratieve gietijzeren brugleuningen. De vormgeving van de brug gaat terug tot circa 1860. In de Tweede Wereldoorlog werd de brug door de Duitsers opgeblazen. Na de oorlog werd hij hersteld. Aan de kant van het huis wordt het bruggenhoofd gemarkeerd door een stel hardstenen pijlers op rechthoekige grondslag, waarvan de hoeken afgeschuind zijn. De pijlers zijn horizontaal in drieën geleed en worden bekroond door een bol. De bovenste twee segmenten hebben verdiepte velden voorzien van een geschulpt patroon. Links en rechts van respectievelijk de linker en de rechter pijler is een waaiervormig hekwerk aangebracht. De pijlers dateren vermoedelijk uit het midden van de 19de-eeuw, de hekken zijn mogelijk van latere datum. Waardering
Waardering
De BRUG met PIJLERS en HEKKEN behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de eenvoudige, harmonieuze vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de ensemblewaarde.
6. TUINVAZEN op PIEDESTAL behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd
Het begin van de zogenaamde sneeuwklokjeslaan, een zichtlaan in de as van het huis, wordt gemarkeerd door een stel tuin vazen op piëdestal. De vazen zijn vormgegeven naar klassiek (Grieks/Romeins) model en wit geschilderd. Ze zijn gegoten van ijzer of beton. De piëdestals op rechthoekige grondslag hebben rechthoekig ingezwenkte hoeken en verdiepte velden, ze zijn van beton en eveneens wit geschilderd. De piëdestals zijn oorspronkelijk mogelijk hoger geweest en horen van oorsprong vermoedelijk niet bij de vazen. Vazen en piëdestals dateren uit de 19de-eeuw.
Waardering
De TUINVAZEN op PIEDESTAL behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd zijn van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de ensemblewaarde.
7. ZUIL op PIEDESTAL behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd
Links van een noordoostelijke zichtas vanaf het wandelpad langs de Rijn richting het huis staat op een eenvoudig hardstenen voetstuk een hardstenen zuil zonder kapiteel. De zuil is vermoedelijk in de tweede helft van de 19de-eeuw als tuinornament geplaatst, maar is vermoedelijk van oudere datum.
Waardering
De ZUIL op PIEDESTAL behorende tot de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- als voorbeeld van de toepassing van (neo-)Grieks en Romeins (bouw)materiaal als tuinornament gedurende de 19de-eeuw
- vanwege de ensemblewaarde

Landgoed en landhuis Oud Amelisweerd
Landgoed Oud Amelisweerd is een bijzondere combinatie van de 18e-eeuwse formele parkstijl met lanen en de 19e-eeuwse parkaanleg met waterpartijen en slingerende paden.
Omschrijving van het complex:
- In structuur en deels in detail gaaf bewaarde HISTORISCHE BUITENPLAATS OUD-AMELISWEERD met HOOFDGEBOUW
- HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG
- KOETSHUIS
- IJSKELDER
- BRUG
- BOERDERIJ "DE ZONNEWIJZER" (6A) met ZOMERHUIS (6B), RIETGEDEKTE KAPBERG (6C) en SCHUUR (60).
- BOERDERIJ "DE KNAPSCHINKEL" (7A) met VEESTAL (7B)
- HEK-/ SCHAMPPALEN
1. De HISTORISCHE BUITENPLAATS OUD AMELISWEERD
De historische buitenplaats Oud-Amelisweerd ligt ten zuidoosten van Utrecht in een bocht van de Kromme Rijn. Het goed wordt aan de oost- en westzijde begrensd door respectievelijk de buitenplaatsen Rhijnauwen en Nieuw-Amelisweerd. De aaneen geschakelde, rijk beboste buitenplaatsen liggen te midden van landerijen en boomgaarden. Ze vertegenwoordigen aan de rand van een groot stedelijk gebied (Utrecht) belangrijke landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarden. Voor zover bekend gaat de geschiedenis van Amelisweerd terug tot kort voor 1227. In die tijd zou een zekere ridder Amelis ter plaatse een waard in leen hebben gekregen van het kapittel van Oud-Munster in Utrecht. In de 14de eeuw werd Amelisweerd gesplitst in wat later Oud- en Nieuw-Amelisweerd genoemd zou worden. Oud-Amelisweerd werd in 1537 erkend als ridderhof stad, uit deze periode zijn geen afbeeldingen van het huis overgeleverd. Een tekening uit de eerste helft van de 18de-eeuw toont een zeer bescheiden huis aan het water waar enkele eenvoudige bijgebouwen omheen gegroepeerd zijn. In die tijd wordt het huis aangeduid als boerenhofstede. Omstreeks 1770 heeft de buitenplaats onder de toenmalige eigenaar Gerard Godard baron Taets van Amerongen zijn huidige aanzien gekregen. Achtereenvolgens werden het trapeziumvormige bos met de noordelijke toegangs- annex zichtlaan aangelegd, werd het huis ingrijpend verbouwd en vergroot en werd ten zuiden van het huis de Kromme Rijn overbrugd waarna ook daar een formele toegangslaan werd aangelegd. Het Engelse Werk ten westen van het huis dateert ook uit de tijd van Taets van Affierongen, maar is vermoedelijk van wat latere datum. Van 1808 tot 1810 was Oud Amelisweerd evenals het aangrenzende Nieuw-Amelisweerd in bezit van Lodewijk Napoleon. De verkoopaankondiging uit 1810 geeft een gedetailleerd beeld van de buitenplaats op dat moment. Naast een uitgebreide beschrijving van het interieur met behangen kamers, marmeren mantels en vaste spiegels, wordt gesproken over een tuinmanswoning, washuis en mangelkamer, koetshuis en koetsierskamer, stal voor 14 paarden en hooi- en turfzolders. Er was een grote moestuin met perziken en druivenkassen, ananas en bloembakken, twee "kribben tot de broeijerije" en schuttingen met vele exquise vruchtbomen. Achter de tuin was een grote bergplaats, een timmerloods, een brandspuithuisje, een ijskelder, een menagerie en een volière. Verder waren er "schone plantagien, Engelsche partijen, Vischrijke waters en kommen en twee Appelboomgaarden". Tot de buiten plaats behoorden ook de boerderijen de Zonnewijzer en de Knapschinkel. Beide Amelisweerden werden in 1810 gekocht door de staatsraad J.P. Wickevoort Crommelin, die beide goederen een jaar later door verkocht aan Paulus Willem Bosch van Drakestein. P.W. Bosch van Drakestein had voor elk van zijn drie zoons een riddermatig landgoed bestemd. Na zijn dood in 1834 ging Oud Amelisweerd over op zijn jongste zoon, Hendrik Willem. Het is tot halverwege de 20ste eeuw in de familie gebleven. Behalve een verandering van het terrein binnen de gracht in landschappelijke stijl, heeft de familie weinig verande ringen doorgevoerd. In 1951 werd Oud-Amelisweerd met de hofsteden De Wittenberg en De Zonnewijzer verkocht aan de gemeente Utrecht, deze heeft het park opengesteld voor het publiek. Op de bij de omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de onderdelen aangegeven. Ten noorden wordt de buitenplaats begrensd door de Vossegatsedijk, ten oosten door de buitenplaats Rhijnauwen, ten zuiden door de Koningslaan en ten westen door de buitenplaats Nieuw-Amelisweerd.
Waardering
De HISTORISCHE BUITENPLAATS OUD-AMELISWEERD is van algemeen cultuur-, architectuur- en tuinhistorisch belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis
- vanwege het gaaf bewaarde hoofdgebouw uit circa 1770, dat een representatief voorbeeld vormt van een adellijk buitenverblijf uit de tweede helft van de 18de-eeuw
- vanwege de gaaf bewaard gebleven plattegrond, -indeling en afwerking -van het interieur van het hoofdgebouw, daterend uit de bouwtijd (circa 1770)
- vanwege het gaaf bewaarde park in vroege landschapsstijl dat kort voor de bouw van het hoofdgebouw (circa 1770) werd aangelegd en sindsdien vrijwel ongewijzigd is gebleven
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang van de complexonderdelen
- vanwege de markante ligging aan de Kromme Rijn
- vanwege de recreatieve waarde
HOOFDGEBOUW (1) Oud-Amelisweerd
Op Oud-Amelisweerd moet in ieder geval sinds 1537 een omgracht versterkt huis hebben gestaan. In dat jaar werden huis en goed als ridderhofstad erkend. De voor een ridderhofstad vereiste gracht bestaat in iets gewijzigde vorm nog steeds. Het tegenwoordige Oud-Amelisweerd werd omstreeks 1770 gebouwd binnen de bestaande gracht op de fundamenten van een ander, eenvoudiger huis, waarvan een deel van het muurwerk werd opgenomen in het huidige pand. Het rood bakstenen gebouw op U-vormige grondslag bestaat uit twee bouwlagen en een kapverdieping onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt omlopend afgeplat schilddak met vier schoorstenen op de nokeinden. Zowel de gevel aan de rivierzijde als de naar het park gewende gevel hebben een representatief, doch sober, aanzien. Beide gevels tellen zeven traveeën en zijn voorzien van een centrale ingangspartij. Aan de parkzijde leidt een ronde oprit naar de voordeur, die zich bevindt in een drie traveeën brede, terugliggende middenpartij. De ingang is bereikbaar via een hardstenen stoep van twee treden met een gebogen gietijzeren leuning aan weerszijden en bestaat uit een enkele toegangsdeur met empireruiten en een halfrond bovenlicht, gevat in een gebosseerde pilasterstelling. Ter weerszijden van de deur en in de uitspringende zijpartijen bevinden zich op de begane grond en de verdieping empirevensters. Op het dak drie kapellen met meerruits vensters en wangen. De gevel aan de rivierzijde heeft dezelfde vensters, voorzien van persiennes. De ingangspartij aan deze zijde bestaat uit een centrale toegangsdeur met empireruiten en een eenvoudig bovenlicht, de deur is bereikbaar via een hardstenen stoep van drie treden. Ter weerszijden van de deur eveneens persiennes. Op het dak drie kapellen met meerruits vensters en wangen. De plattegrond en indeling zijn sinds de bouwtijd (circa 1770) nauwelijks meer gewijzigd. Aan de rivierzijde (zuid) van het huis een viertal vertrekken in enfilade. De vertrekken op de begane grond hebben alle nog een gaaf bewaarde historische afwerking met lambriseringen, paneeldeuren, binnenluiken, gestucte of beschilderde plafonds, wandbespanningen en schoorsteen mantels en -boezems. De wandbespanningen zijn van verschillende oorsprong en thematiek, ze dateren vermoedelijk uit de tweede helft van de 18de-eeuw. Er zijn twee vertrekken met Chinese papieren behangsels. Het ene vertrek is voorzien van behang met florale motieven (takken met bladeren en bloesems) en vogels. Op het behang van het andere vertrek worden tegen de achtergrond van een bergachtig landschap met enkele dorpen verschillende voorstellingen afgebeeld die met name de Chinese jacht tot onderwerp hebben. Voorts een vertrek met een bespanning waarop landschappelijke voorstellingen zijn weergegeven. Dit vertrek heeft allegorische grisailles met putti boven de deuren en een beschilderd plafond uit de 19de-eeuw. Tot slot een kleine kamer waar op de behangsels landschappelijke stillevens zijn afgebeeld van bomen, bloemen en vogels (kip, kalkoen, pauw, etc.), in deze kamer eveneens een allegorische grisaille met putti boven de deur. De behangsels van beide laatstgenoemde vertrekken zijn in de jaren '90 van de 20ste-eeuw gerestaureerd. De Chinese behangsels hebben een consoli derende behandeling gekregen. In de gebruiks- en verkeersruimtes naast de marmeren vloer en plinten en de binnenluiken (voor zover van toepassing) nog diverse historische details uit de 18de en de 19de-eeuw. In de keuken onder meer een stook plaats met oven, aanrecht met kastjes, betegeling van witjes (deels authenthiek). In de bijkeuken een 18de-eeuwse pomp. In het besterfkamertje een 18de-eeuwse inrichting met werkblad, kastjes en planken. Het trappenhuis is in het westelijk deel van het huis gesitueerd, hier een trap met gesneden balusters en leuning in Lodewijk XVI-stijl (beginbalusters Lodewijk XV). Op de verdieping onder meer eenzelfde enfilade van vertrekken als beneden, waarin diverse schoorsteenmantels uit de bouwtijd. In de kelder kruisgewelven en gemetselde 'troggen' voor de opslag van onder meer zout. In de buitenmuur van de bijkeuken een oven.
Waardering
Het HOOFDGEBOUW Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis van ridderhofstad tot laat 18de-eeuws buiten
- als representatief en gaaf bewaard voorbeeld van een adellijk landhuis uit circa 1770, waarvan zowel interieur als exterieur, alsmede de plattegrond en indeling sinds de bouwtijd nauwelijks gewijzigd zijn
- vanwege de kenmerkende ligging binnen de parkaanleg
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats
- als beeldbepalend architectonisch element met bijzondere cultuurhistorische waarde aan de oever van de Kromme Rijn.
2. HISTORISCHE TUINEN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
De tuin- en parkaanleg in zijn huidige aanzien is in grote lijnen omstreeks 1770 tot stand gekomen in opdracht van de toen malige eigenaar Gerard Godard baron Taets van Amerongen. Het is een evenwichtig park dat zowel formele als vroeg-land schappelijke elementen vertoont. Ten noorden van het huis omsluit een formele lanenstructuur een trapeziumvormig bos met vroeg-landschappelijke slingerpaadjes. Het bos wordt in tweeën gedeeld door een lange formele toegangs- annex zichtlaan in de as van het huis. In het verlengde van de noordelijke toegangslaan is ten zuiden van de Kromme Rijn een tweede met bomen beplante toegangslaan op het huis geprojecteerd. Deze zuidelijke laan komt niet voor het huis uit (ruimtegebrek), maar loopt met een bocht via een brug over de rivier naar het voorplein aan de parkzijde. Deze asymmetrische oplossing wordt gecamou fleerd door een halve maanvormige vijver in de as van het huis tussen de Kromme Rijn en het rechte tracé van de laan. Het vroeg-landschappelijke Engelse Werk ten westen van het huis wordt genoemd in de verkoopaankondiging van de buitenplaats uit 1810 en moet zodoende tussen 1770 en 1810 tot stand zijn gekomen, eveneens in opdracht van Taets van Amerongen. De aankondiging geeft een gedetailleerd beeld van de buitenplaats op dat moment. Er was een grote moestuin met perziken en druivenkassen, ananas en bloembakken, twee "kribben tot de broeijerije" (koude bakken?) en schuttingen met vele exquise vruchtbomen. Achter de tuin was een grote bergplaats, een timmerloods, een brandspuithuisje, een ijskelder, een menagerie en een volière. Verder waren er "schone plantagien, Engelsche partijen, Vischrijke waters en kommen en twee Appelboomgaarden". De ommuurde moestuin lag ten westen van het huis aan de rivier. Op kaarten van omstreeks 1900 zijn aan de rand van de moestuin twee kleine gebouwen afgebeeld, mogelijk de menagerie en volière. De beide kleine gebouwen zijn in de loop van de 20ste-eeuw verdwenen, de moestuin is in gebruik bij een biologisch tuinbouwbedrijf. De appelboomgaarden waren gesitueerd tussen het Engelse werk en de Kromme Rijn en in een lange strook langs de oostgrens van de buitenplaats. In de noord oostelijke hoek van het terrein is nog een boomgaard aanwezig, ten westen van de moestuin is een nieuwe boomgaard aangeplant, de overige boomgaarden hebben in de loop van de 20ste-eeuw plaats gemaakt voor bouw- en weiland. Het erf binnen de gracht werd in de loop van de 19de-eeuw in opdracht van één van de nazaten van Paulus Willem Bosch van Drakestein omgevormd in landschappelijke stijl. Het trapeziumvormige bos, het Engelse werk en het formele en vroeg landschappelijke lanenstelsel zijn sinds de aanleg in de late 18de-eeuw nagenoeg gaaf bewaard gebleven.
Waardering
De HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de gracht rond het hoofdgebouw
- vanwege de formele lanenstructuur, waaronder de beide met bomen beplante toegangs- annex zichtlanen ten noorden en ten zuiden van het huis
- vanwege de ouderdom van de houtopstand, die deels teruggaat tot de tijd van de eerste landschappelijke aanleg (circa 1770)
- vanwege de beeldbepalende, landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarde van het landgoed, in het bijzonder voor de stad Utrecht. als representatief en gaaf bewaard voorbeeld van een formeel park met vroeg-landschappelijke elementen uit het laatste kwart van de l8de-eeuw
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang met de andere onderdelen van de buitenplaats
- vanwege de visueel-ruimtelijke samenhang met de buitenplaatsen Nieuw-Amelisweerd en Rhijnauwen
3. KOETSHUIS behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
Het bouwhuis ten oosten van het hoofdgebouw dateert in zijn huidige vorm van omstreeks 1770. In de achtergevel werden fragmenten van het muurwerk van een 16de-eeuwse voorganger opgenomen. Het relatief grote, rechthoekige bouwhuis werd opgetrokken uit rode baksteen en bestaat uit één bouwlaag en een kapverdieping onder een omlopend schilddak met zakgoot, dat gedekt wordt door gesmoorde Hollandse pannen. Het voormalig koetsgedeelte bevindt zich in het midden, het is aan de buitenkant herkenbaar aan een dubbele inrijdeur (voorzijde/west) en een tweetal gekoppelde dubbele inrijdeuren met meer ruits bovenlicht (achterzijde/oost). Ten noorden van het koetsgedeelte de oorspronkelijke koetsierswoning. Deze is aan de voorpleinzijde toegankelijk via een eenvoudige toegangsdeur met bovenlicht. Rondom is de woning voorzien van grote schuifvensters, deels voorzien van empire- en deels van kleinere ruiten, met gepaneelde luiken aan weerszijden. Ten zuiden van het koetsgedeelte van oorsprong een aantal kleinere dienstwoningen. Aan de voorpleinzijde een toegangsdeur met meerruits bovenlicht en rechts een meerruits, schuifvenster met gepaneelde luiken. In de zuidelijke eindgevel om en om tweemaal een toegangsdeur met meerruits bovenlicht en een hooggeplaatst vierkant meerruits venster. Aan de achterzijde (oost) een eenvoudige dubbele inrijdeur met smal meerruits bovenlicht.
Waardering
Het KOETSHUIS behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de kenmerkende ligging aan het voorplein
- vanwege het gaaf bewaarde exterieur
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
4. IJSKELDER behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
Ten westen van het hoofdgebouw, ingebed in een opgeworpen heuvel, een gemetselde ronde ijskelder met de opening aan de bovenzijde. De ijskelder is bereikbaar via een zij-uitgang in de westgevel van het huis. De ijskelder wordt genoemd in de ver koopaankondiging uit 1810 en dateert zodoende vermoedelijk uit de bouwtijd van het huis, circa 1770.
Waardering
De IJSKELDER behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de zeldzaamheid
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
5. BRUG behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
De noordelijke toegangslaan in de as van het huis wordt over de voormalige slotgracht naar het voorplein geleid middels een eenvoudige brug met gemetselde bakstenen hoofden, houten brugdek en gietijzeren balustrade. De brug is vermoedelijk een 19de-eeuwse vervanger van een 18de-eeuws exemplaar.
Waardering
De BRUG behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de kenmerkende ligging in de as van het huis, over de voormalige slotgracht
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van buitenplaats.
6. BOERDERIJ "DE ZONNEWIJZER" (6A) behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
Ten oosten van het hoofdgebouw van Oud-Amelisweerd ligt aan de Kromme Rijn het markante boerderij ensemble 'De Zonnewijzer', bestaande uit een boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur. De DWARSHUISBOERDERIJ onder een rieten kap met afgewolfde uiteinden dateert uit het laatste kwart van de 18de-eeuw. Het voorhuis is in de 20ste-eeuw een aantal malen verbouwd, waarbij de gevelindeling drastisch gewijzigd werd. Thans bevinden zich in de voorgevel centraal twee grote empirevensters met luiken; links van deze vensters de opkamer met een hoger geplaatst, kleiner empirevenster en een keldervenster, beide met luiken; uiterst rechts een dubbele openslaande deur. In de rechter zijgevel centraal een dubbele openslaande deur met rechts een venster; ter hoogte van de kap eenzelfde deur met bovenlicht. Tegen de linker zijgevel werd in 1967 een erker gebouwd; ter hoogte van de kap een meerruits venster met halve luiken. Het bedrijfsgedeelte achter het voorhuis heeft sinds de bouwtijd geen ingrijpende veranderingen ondergaan. Links en rechts stalvensters en een enkele toegangsdeur. In de achtergevel centraal een dubbele inrijdeur geflankeerd door hoge stalramen en uiterst links en rechts een enkele toegangsdeur. In de top een dubbel hijsluik geflankeerd door ronde stal vensters. Uiterst rechts halverwege de gevel nog een stalvenster. Vensters en deuren zijn alle getoogd aan de bovenzijde.
Waardering
De DWARSHUISBOERDERIJ, deel uitmakend van een ensemble van boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de traditioneel-ambachtelijke vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de markante ligging op de noordelijke oever van de Kromme Rijn
- vanwege de historische functioneel-ruimtelijke relatie met de buitenplaats.
ZOMERHUIS (6B)
Ten oosten van het hoofdgebouw van Oud-Amelisweerd ligt aan de Kromme Rijn het markante boerderij-ensemble 'De Zonnewijzer', bestaande uit een boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur. Links van de boerderij een ZOMERHUIS van iets latere datum dan de boerderij, doch van voor 1830 (top. kaart). Het rood bakstenen pand op rechthoekige grondslag wordt gedekt door een zadeldak met afgewolfde uiteinden. Ter hoogte van het woongedeelte aan de voorzijde is het dak voorzien van rode Hollandse pannen, daarachter gesmoorde pannen. De gevel indeling van het woongedeelte is na een ingrijpende verbouwing in 1966 gewijzigd. Oorspronkelijk was de ingang links met rechts twee meerruits schuifvensters, thans bevindt de ingang zich rechts met links drie meerruits schuifvensters en rechts één. Ter hoogte van de kap werden twee dubbele draaivensters geplaatst. Aan de linkerzijde is de gevel iets hoger opgetrokken en voorzien van twee meerruits vensters en een toegangsdeur, het dak maakt op deze plaats een flauwe knik. Aan de rechterzijde is de gevel ter hoogte van het woongedeelte dichtgemetseld. Het bedrijfsgedeelte is nagenoeg oorspronkelijk met links en rechts stalramen en deuren en aan de achterzijde een centrale dubbele inrijdeur geflankeerd door hooggeplaatste stalvensters, uiterst links en rechts een eenvoudige toegangsdeur en in de top een dubbel hooiluik. Vensters en deuren zijn alle getoogd aan de bovenzijde.
Waardering
Het ZOMERHUIS, deeluitmakend van een ensemble van boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de traditioneel-ambachtelijke vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de markante ligging op de noordelijke oever van de Kromme Rijn
- vanwege de historische functioneel-ruimtelijke relatie met de buitenplaats.
RIETGEDEKTE KAPBERG (6C)
Ten oosten van het hoofdgebouw van Oud-Amelisweerd ligt aan de Kromme Rijn het markante boerderij ensemble 'De Zonnewijzer', bestaande uit een boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur. Achter de boerderij een zeshoekige KAPBERG, opgetrokken uit geteerde houten planken en gedekt door een rieten tentdak. De kapberg dateert uit de 19de-eeuw.
Waardering
De KAPBERG, deeluitmakend van een ensemble van boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de traditioneel-ambachtelijke vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de markante ligging op de noordelijke oever van de Kromme Rijn
- vanwege de historische functioneel-ruimtelijke relatie met de buitenplaats.
SCHUUR (60)
Ten oosten van het hoofdgebouw van Oud-Amelisweerd ligt aan de Kromme Rijn het markante boerderij-ensemble 'De Zonnewijzer', bestaande uit een boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur. Rechts van de boerderij een SCHUUR, samengesteld uit een rechthoekige uit rode baksteen opgetrokken bouwvolume onder een zadeldak gedekt met gesmoorde Hollandse pannen en twee lagere bouwvolumes ter weerszijden, opgetrokken uit zwart geteerde houten planken, thans gedekt door golfplaat (de rechtervleugel is mogelijk 20ste-eeuws). Het bakstenen middendeel is aan de rivierzijde voorzien van twee halfronde stalvensters; aan de andere zijde een dubbele inrijdeur.
Waardering
SCHUUR, deel uitmakend van een ensemble van boerderij, zomerhuis, rietgedekte kapberg en schuur behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de traditioneel-ambachtelijke vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de markante ligging op de noordelijke oever van de Kromme Rijn
- vanwege de historische functioneel-ruimtelijke relatie met de buitenplaats.
8. HEK-/SCHAMPPALEN behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd
Het begin van de oprijlaan wordt aan de Koningslaan gemarkeerd door een stel hardstenen hek- of schamppalen op acht hoekige plattegrond met halfronde afgeplatte top. In een terugliggende band is de naam van de buitenplaats uitgespaard. In zwart geschilderde letters is links OUD AME= en rechts LISWEERD te lezen. De palen dateren vermoedelijk uit de 19de-eeuw.
Waardering
De HEK-/SCHAMPPALEN behorende tot de buitenplaats Oud-Amelisweerd zijn van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de kenmerkende ligging ter weerszijden van de oprijlaan
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van buitenplaats.
Tekst uit 2008

Landgoed en landhuis Rhijnauwen
Landgoed Rhijnauwen is een levendig landgoed. Er zijn veel voorzieningen voor recreatie, die druk bezocht worden. De stijl van dit landgoed is formeel met rechte lanen.
Omschrijving van het complex:
- In structuur en deels in detail gaaf bewaarde HISTORISCHE BUITENPLAATS RHIJNAUWEN met HOOFDGEBOUW
- HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG
- POORTGEBOUW
- DUIVENTOREN
- BRUG
- ENSEMBLE van BOERDERIJ (6) "GOED TEN RIJN" met VEESCHUUR (6A) en SCHUUR (6B).
- THEEHUIS
- ENSEMBLE van BOERDERIJ "HOFSTEDE RHIJNAUWEN" (8) met ZOMERHUIS (8A).
1. HISTORISCHE BUITENPLAATS RHIJNAUWEN
De historische buitenplaats Rhijnauwen ligt ten zuidoosten van Utrecht in de gemeente Bunnik. De gronden van Rhijnauwen grenzen in het noorden aan het fort Rhijnauwen, in het zuiden en oosten aan agrarische gronden van derden en aan de bebouwde kom van Bunnik en in het westen aan landgoed Oud-Amelisweerd. Rhijnauwen vormt met de aangrenzende buitenplaatsen Oud- en Nieuw-Amelisweerd een aaneengesloten groen gebied met belangrijke landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Genoemde buitenplaatsen zijn alle eigendom van de gemeente Utrecht, die de parken heeft opengesteld voor het publiek. Met name Rhijnauwen is in trek bij de recreant vanwege het centraal gelegen theehuis. Het: huidige Rhijnauwen gaat terug op bebouwing die vermoedelijk al voor 1212 tot stand kwam. De oudst bekende bewoner was Jacob van Lichtenberg. Via zijn dochter kwam Rhijnauwen in 1248 in handen van de familie Renesse. In 1449 werd het huis in opdracht van bisschop Rudolf van Diepholt verwoest, waarna een gedeeltelijke herbouw volgde. In 1536 werd het goed als riddermatige hofstede erkend. Het omgrachte gebouw bestond uit verschillende vleugels en torens rond een binnenplaats, was toegankelijk via een brug over de gracht en een poorttoren (pentekening R. Roghman en anonieme tekening). Op de omgrachte voorhof zouden een boerderij en een stal hebben gestaan. De huisplaats was bereikbaar via een oprijlaan uit noordelijke richting (de huidige Rhijnauwenselaan/Vossegatsedijk), welke niet loodrecht op het huis geprojecteerd was. Haaks op deze laan werden in de 16de en 17de eeuw drie dwarslanen aangelegd. De omringende gronden hadden tot ver in de 18de eeuw een utilitair karakter.
In opdracht van Melchior ten Hove, die vanaf 1718 op het landgoed woonde, werd het complexe middeleeuwse gebouw verbouwd tot het huidige blokvormige huis. Daarbij werd een deel (zuidoost) van het middeleeuwse gebouw in de nieuwbouw opgenomen, dit oudere muurwerk is als zodanig nog duidelijk herkenbaar. De symmetrische voorgevel werd geprojecteerd op de oude voorhof. In de loop van de 18de eeuw moet de boerderij op de voorhof gesloopt zijn en ging de stal op in het tegenwoordige poortgebouw dat ten noordoosten van het huis gebouwd werd. De duiventil, dateert vermoedelijk uit dezelfde tijd. De zoon van Melchior ten Hove verkocht Rhijnauwen in 1773 aan Johan Balthazar Strick van Linschoten. De familie Van Linschoten is verantwoordelijk geweest voor de landschappelijke inrichting van het park. In de 19de eeuw werd de gracht tussen het hoofdgebouw en het voorplein gedempt en werd er ter plaatse van twee 'boomgaarden van vermaak' een landschappelijk parkje aangelegd. Vermoedelijk zijn er omstreeks dezelfde tijd slingerende wandelpaden aangelegd in het Jachtbos. Omstreeks 1900 werd achter het huis een formele tuin aangelegd, op de plaats waar in de 18de eeuw ook een dergelijke tuin had gelegen. Deze is in de loop van de 20ste eeuw weer verdwenen. In 1919 verkochten de nazaten van Johan Balthazar Strick van Linschoten, die sinds 1773 eigenaar en bewoner van Rhijnauwen waren geweest, de buitenplaats met de bijbehorende boerderijen aan de gemeente Utrecht. Deze richtte het hoofdgebouw in tot jeugdherberg (1933) en stelde het park open voor het publiek (1953).
Op de bij de omschrijving behorende kaart is de omgrenzing van het complex alsmede de aanduiding van de onderdelen aangegeven. Voor de bescherming van ondergeschikt belang zijn de barakken en tennisbanen ten westen van het hoofdgebouw, de 'kinderboerderij' ten noordwesten van het hoofdgebouw en de parkeerplaatsen ten zuiden van het hoofdgebouw en ten noorden van het theehuis.
Waardering
De HISTORISCHE BUITENPLAATS RHIJNAUWEN is van algemeen cultuur-, architectuur-, en tuinhistorisch belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis
- vanwege het hoofdgebouw dat een representatief voorbeeld is van een l8de-eeuws patriciërslandhuis
- vanwege de bewaard gebleven interieurafwerking van het hoofdgebouw, daterend uit de l8de en 19de eeuw
- vanwege de landschappelijke tuin- en parkaanleg met formele 1anenstructuurv
- vanwege de recreatieve waarde.
HOOFDGEBOUW (1)
Het huis Rhjjnauwen kwam in zijn huidige gedaante tot stand in de eerste helft van de 18de eeuw in opdracht van de toenmalige eigenaar Melchior ten Hove. De zuidoostelijke vleugel van de oude burcht werd in het nieuwe blokvormige gebouw opgenomen. Dit deel is thans nog herkenbaar aan het afwijkende muurwerk. Het onderkelderde huis van rode baksteen op rechthoekige grondslag bestaat uit twee bouwlagen en een kapverdieping onder een afgeplat omlopend schilddak gedekt met gesmoorde Hollandse pannen en voorzien van schoorstenen op de nokeinden. De symmetrische voorgevel telt vijf vensterassen voorzien van schuifvensters in empirestijl en persiennes. Ter hoogte van het souterrain meerruits keldervensters. Op het dak een dubbele kapel met meerruits vensters en ornamentele wangen. De voordeur bevindt zich in de middenas en is met een ornamenteel bovenlicht gevat in een pilasterstelling. Het venster erboven is eveneens eenvoudig omlijst. Voorafgaand aan de entree een hardstenen bordestrap met ijzeren balustrade aan weerszijden. Aan de achterzijde springt de gevel ter hoogte van de twee meest zuidoostelijke vensterassen iets uit. Deze zuidoostelijke hoek is een restant van het laatmiddeleeuwse huis Rhijnauwen. Dit deel werd bij de herbouw in de eerste helft van de 18de eeuw gespaard en opgenomen in het nieuwe huis. Het oudere muurwerk is herkenbaar aan het afwijkende metselwerk. Achter- en zijgevels zijn voorzien van vensters als aan de voorzijde, maar zonder persiennes. Op het dak eenvoudige kapellen met meerruits vensters. De oorspronkelijke plattegrond en indeling zijn ten dele bewaard gebleven. Om het gebouw geschikt te maken als jeugdherberg hebben er na 1950 in verschillende fasen verbouwingen plaatsgevonden van het interieur. Daarbij zijn de oorspronkelijke plattegrond en indeling gewijzigd ten behoeve van de aanleg van onder meer keukens, sanitair en slaapvertrekken. Enkele vertrekken waren nog tot na de Tweede Wereldoorlog voorzien van hun 18de-eeuwse betimmeringen. In één van de vertrekken was in de betimmering een geschilderd behangsel met landschappelijke voorstellingen opgenomen. Deze oorspronkelijke interieurafwerkingen zijn in de loop der tijd grotendeels verdwenen. De representatieve trap in Lodewijk XV-stijl is bewaard gebleven, evenals de 18de-eeuwse deuren en 19de-eeuwse ramen. In het oudere, zuidoostelijke deel van het huis resteert nog een plafond met rankenschildering uit circa 1600, dat recent weer in het zicht is gebracht.
Waardering
Het HOOFDGEBOUW (Rhijnauwen) is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de architectonische vormgeving
- vanwege de bouw- en ontwikkelingsgeschiedenis
- vanwege het behoud van een deel van de oorspronkelijke plattegrond en indeling en vanwege de bewaard gebleven oorspronkelijke interieurafwerkingen
- vanwege de kenmerkende ligging binnen de parkaanleg
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
2. HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen
Het landgoed Rhijnauwen, gelegen aan de rand van Utrecht, maakt samen met de buitenplaatsen Oud- en Nieuw- Amelisweerd deel uit van een aaneengesloten groen gebied met belangrijke landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarden. De landschappelijke parkaanleg rond Rhijnauwen heeft een agrarisch karakter. Naast landbouwgronden (bouw- en weiland) en boomgaarden maken een groter en een kleiner wandelbos deel uit van de aanleg. De landbouwgronden en boomgaarden worden doorsneden door rechte lanen en paden, gemarkeerd door laanbeplanting (beuk en eik), beukenhagen, houtwallen en/of sloten. De beide landschappelijke parkbossen kennen een gemengde samenstelling van loofhout en worden doorsneden door slingerende wandelpaden. Het deels omgrachte hoofdgebouw ligt aan de Kromme Rijn, min of meer centraal in de aanleg. Het voorplein is vanaf de Koningslaan (zuid) bereikbaar via een lange, met eiken beplante toegangslaan, die evenwel niet loodrecht op het huis staat. Vlak voor de Kromme Rijn buigt de laan oostwaarts en komt dan recht voor het poortgebouw uit. Vanuit het noordwesten is het voorplein bereikbaar via een lange formele met beuken beplante toegangs-/zichtlaan, die evenmin in de as van het huis ligt. Deze laan komt enkele tientallen meters ten noorden van het hoofdgebouw uit en wordt via twee haakse hoeken onder het poortgebouw tot op het voorplein geleid. De noordwestelijke toegangslaan (Vossegatsdijk/Rhijnauwenselaan) is de oorspronkelijke toegangslaan tot Rhijnauwen. De van oudsher met beuken beplante laan is al aangegeven op een landmeterkaart uit 1603 (Jan Rutgersz. Van den Berch). De reden dat deze toegangslaan niet loodrecht op het huis staat, houdt vermoedelijk verband met het feit dat het lanenstelsel teruggaat op de structuur van oude ontginningskavels. De nog bestaande laan wordt sinds de jaren '20 van de 20ste eeuw visueel beëindigd door een theehuis, dat vanwege de decoratief-landelijk architectonische vormgeving een toegevoegde waarde heeft voor de aanleg.
Loodrecht op de laan waren een drietal dwarslanen geprojecteerd. Een deel van dit lanenpatroon is eveneens (in aanleg) herkenbaar op de genoemde kaart uit 1603, het hele stelsel wordt afgebeeld op een landmeterkaart uit 1779 (J.P. CoTognac). De twee lanen in de nabijheid van het huis zijn bewaard gebleven, de derde laan is verdwenen, mogelijk ten gevolge van de aanleg van het fort ten noorden van Rhijnauwen.
Ten noordwesten van het huis ligt het voormalige Jachtbos, nu Vogelenbos of Hoge Bos genoemd. Dit bos is ingetekend op eerdergenoemde kaart van Rhijnauwen uit 1779. De boerderij 'De hoge boomgaard' bij de zuidoostelijke punt van het bos ligt op de plaats waar zich oorspronkelijk het Jachthuis bevond. Het bos bestond uit hakhout omgeven door een driehoekige lanenstructuur en doorsneden door de noordwestelijke toegangslaan. De oostelijke laan van de driehoek is opgeschoven in noordwestelijke richting (vermoedelijk vanwege de aanleg van het fort), de beide andere lanen zijn in hun oorspronkelijke aanleg bewaard gebleven.
In de 19de eeuw werd de gracht tussen het hoofdgebouwen het voorplein gedempt en werd er een landschappelijk parkje aangelegd ter plaatse van twee 'boomgaarden van vermaak'. Vermoedelijk zijn er omstreeks dezelfde tijd slingerende wandelpaden aangelegd in het Jachtbos. Omstreeks 1900 werd achter het huis een formele tuin aangelegd, op de plaats waar in de 18de eeuw ook een dergelijke tuin had gelegen. Deze is in de loop van de 20ste eeuw weer verdwenen. Ten westen van het hoofdgebouw zijn ter uitbreiding van de accommodatie barakken gebouwd, omringd door tennisbanen en een 'kinderboerderij'. Ten zuiden van het hoofdgebouwen ten noorden van het theehuis zijn parkeerplaatsen ingericht. Deze twintigste-eeuwse ingrepen zijn voor de bescherming van ondergeschikt belang.
Waardering
De HISTORISCHE TUIN- EN PARKAANLEG, behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ontwikkelingsgeschiedenis
- vanwege de integratie van de bestaande agrarische structuur (landbouwgronden, weilanden en boomgaarden doorsneden door houtwallen, beukenhagen en sloten met wilgen) in de landschappelijke aanleg
- vanwege de formele lanenstructuur, waar verschillende toegangslanen met een laanbeplanting van eik of beuk deel van uitmaken
- vanwege het kleine en grote wandelbos van gemengd loofhout met slingerend padenverloop
- vanwege de aanwezigheid van een houtopstand die deels teruggaat tot de 18de en 19de eeuw
- vanwege de functioneel-ruimtelijke samenhang met de andere onderdelen van de buitenplaats
- vanwege de landschappelijke en cultuurhistorische samenhang met de buitenplaatsen Oud- en Nieuw-Amelisweerd
- vanwege de recreatieve waarde.
3. POORTGEBOUW behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen
Ten westen van het hoofdgebouw wordt het voorplein afgesloten door een in aanleg symmetrisch poortgebouw, dat aan de zuidzijde verlengd is met een dienstwoning. Het onderkelderde poortgebouw is gebouwd op rechthoekige grondslag en opgetrokken uit rode baksteen. Het bestaat uit één bouwlaag en een zolder onder een met gesmoorde Hollandse pannen gedekt mansardedak. In de symmetrische voorgevel centraal een poort, die de verbindlng vormt tussen de noordelijke toegangslaan en het voorplein. Rond de poortdoorgang een classicistische omlijsting bekroond door een timpaan met rond venster. Daarboven, op de nok van het dak, een houten klokkentorentje met slanke spits. Ter weerszijden van de poort een schuifvenster met kleine roedenverdeling en een eenvoudige toegangsdeur met meerruits bovenlicht: aan de uiteinden van de gevel twee paar dubbele koetsdeuren met meerruits bovenlicht. Boven de binnenste koetsdeuren forse dakkapellen (halverwege de daklijst aangebracht), waarin een dubbel venster met bovenlicht (kleine roedenverdeling), voorzien van luiken. Diverse dak- en tuimelramen.
De achtergevel is in aanleg eveneens symmetrisch. De omlijsting van de centraal gelegen poort is identiek aan de voorzijde. Ter weerszijden van de poort een rond venster met kruisvormige roedenverdeling. Voorts links en rechts een schuifvenster, waarbij het linker (noord) een kleine en het rechter (zuid) een grotere (empire-) roedenverdeling heeft. In de rechter zijgevel (noord) twee schuifvensters als in de voorgevel en een keldervenster. Op het dak een eenvoudige kapel met dubbel venster met kleine roedenverdeling.
Aan de linker zijde (zuid), aansluitend op het poortgebouw, een iets terugliggende dienstwoning, die in vormgeving het poortgebouw volgt. Aan de voorzijde twee schuifvensters met kleine roedenverdeling als in de voorgevel, voorzien van persiennes. In de linker zijgevel twee schuifvensters als in de voorgevel, waarvan één met persiennes. Op het dak een kapel als aan de rechter (noord)zijde. Aan de achterzijde een empirevenster als eerder genoemd en voorts twee kleinere (ontluchtings)vensters en een keldervenster. Het poortgebouw dateert uit de 18de eeuw.
Waardering
Het POORTGEBOUW, behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de eenvoudige, harmonieuze en doelmatige vormgeving
- vanwege de karakteristieke ligging
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
4. DUIVENTOREN
Voor het poortgebouw (zuidoost) staat op het voorplein een rood bakstenen duiventoren van twee bouwlagen onder een afgetopt schilddak, gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De toren heeft een nagenoeg vierkante plattegrond en is rondom voorzien van verschillende vensters met kleine roedenverdeling, een getoogde toegangsdeur en een voormalige dubbele inrijdeur (thans voorzien van glas, met een kleinere centrale toegangsdeur, de oorspronkelijke deuren zijn behouden als luiken). Op de scheiding van de beide bouwlagen is een houten waterlijst aangebracht. De duiventoren dateert uit de 18de eeuw.
Waardering
De DUIVENTOREN, behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- als kenmerkend en zeldzaam voorbeeld van een l8de-eeuwse duiventoren
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
5. BRUG behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen
Ten noordwesten van het poortgebouw wordt de buitengracht ter hoogte van de poort overbrugd door een eenvoudige rood bakstenen boogbrug. Het met klinkers bestrate brugdek wordt begeleid door een eenvoudige gietijzeren balustrade. De brug dateert in haar huidige vorm vermoedelijk uit de 18dë eeuw, maar gaat vrijwel zeker terug op een ouder exemplaar, want de toegangslaan die over de brug en onder het poortgebouw door tot op het voorplein voert bestond reeds in 1603.
Waardering
De BRUG, behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
6 ENSEMBLE van BOERDERIJ (6) "GOED TEN RIJN" met VEESCHUUR (6A) en SCHUUR (6B)
Aan de linkerkant van de zuidelijke toegangslaan tot het kasteel ligt een ornamenteel wit gepleisterd boerderijensemble, bestaande uit een boerderij, veeschuren en kapberg. De monumentale boerderij heeft een T-vormige plattegrond en is samengesteld uit een dwars geplaatst voor- annex woonhuis uit 1674 en een achterhuis uit 1912. Het voorhuis bestaat uit één bouwlaag en een kapverdieping onder een rietgedekt schilddak, waarin aan de voorzijde twee en aan beide zijden één dakkapel is opgenomen. In de voorgevel meerruits schuifvensters, waarvan een deel met luiken en een excentrisch geplaatste toegangsdeur met bovenlicht. In de zijgevels van het voorhuis onder meer vensters met meerruits bovenlicht. In de zijgevels van het achterhuis vooral licht getoogde, brede stalvensters met roedenverdeling en bakstenen streklaag, maar ook schuifvensters als in de voorgevel en verschillende (stal)deuren. Het achterhuis is lager en bestaat uit één bouwlaag en een zolder onder een zadeldak, gedekt door gesmoorde Hollandse pannen. In de achtergevel centraal een dubbele inrijdeur met getoogde bovenzijde, onder een getoogde ontlastingsboog met hardstenen sluitsteen waarin het jaartal 1912 gebeiteld staat. De deur wordt geflankeerd door twee hoog in de muur geplaatste, getoogde stalvensters met roedenverdeling en getoogde bakstenen ontlastingsboog. Uiterst links en rechts in de gevel een eenvoudige, licht getoogde staldeur. In de top een getoogd venster als beneden, maar in een wat groter formaat.
Waardering
De BOERDERIJ, deeluitmakend van een ensemble van boerderij en schuren "Goed ten Rijn" behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de monumentale, harmonieuze vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
VEESCHUUR (6A)
Links van de boerderij 'Goed ten Rijn' een grote, wit gepleisterde VEESCHUUR op rechthoekige plattegrond onder een zadeldak gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De schuur bestaat uit één bouwlaag en een (hooi)zolder. In de voorgevel links en rechts licht getoogde, dubbele deuren, daartussen een hoog, getoogd stal venster met roedenverdeling en in de top eenzelfde venster in een veel groter formaat. Aan de achterzijde centraal een dubbele rechte inrijdeur geflankeerd door licht getoogde stalvensters met roedenverdeling en in de top een venster als aan de voorzijde. In de zijgevels diverse stalvensters en toegangsdeuren. De grote veeschuur dateert uit de 19de eeuw.
Waardering
De VEESCHUUR, deeluitmakend van een ensemble van boerderij en schuren "Goed ten Rijn" behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang: – vanwege de ouderdom; – vanwege de monumentale, harmonieuze vormgeving; – vanwege de ornamentele waarde; – vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
SCHUUR (6B)
Links van de grote veeschuur van boerderij 'Goed ten Rijn' een lagere, dubbele schuur bestaande uit twee parallelle bouwlichamen op rechthoekige grondslag onder een dubbel zadeldak, gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. De voor- en achtergevels zijn deels beschoten met houten delen, voorts deuren en vensters, die aansluiten bij de vormgeving van de andere bebouwing. De lage, dubbele schuur dateert uit 1912.
Waardering
De SCHUUR, deeluitmakend van een ensemble van boerderij en schuren "Goed ten Rijn" behorende tot de bultenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de monumentale, harmonieuze vormgeving
- vanwege de ornamentele waarde
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met de andere onderdelen van de buitenplaats.
7. THEEHUIS behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen
Ten noorden van het hoofdgebouw gelegen theehuis naar een ontwerp van de Dienst Gemeentewerken van Utrecht, in opdracht van diezelfde gemeente tot stand gekomen in 1921-24. Het rood geschilderde houten pand bestaat uit twee delen: het oorspronkelijke lage theehuis op geknikte plattegrond, gebouwd in 1921 en aan de rechter zijde hierop aansluitend een hoog oprijzend voormalig woonhuis uit 1924 op nagenoeg vierkante plattegrond. Het oorspronkelijke theehuis bestaat uit één bouwlaag en een zolder onder een overkragend rietgedekt schilddak. Aan de voorzijde een centrale ingangspartij geflankeerd door een strook gekoppelde meerruits vensters direct onder de rand van de overkragende kap, die doorloopt over de linker zij- en achtergevel. Het hogere bouwdeel ter rechterzijde, dat oorspronkelijk als woonhuis functioneerde maar tegenwoordig bij het theehuis is getrokken, bestaat uit twee bouwlagen en een zolder onder een rietgedekt overkragend zadeldak met afgewolfd uiteinde aan de voorzijde en dakschilden die doorlopen tot aan de vensters op de begane grond. Aan de voorzijde op begane grond niveau een vergelijkbare strook meerruits vensters als in de gevel van het theehuis over de volle breedte van de voorgevel en tot halverwege de rechter zijgevel; tussen vensters en dakrand een dubbele sierlijst met aan de voorzijde omgebogen uiteinden.
Hoog in de voorgevel, direct aansluitend op de rand van de afgewolfde kap, vier gekoppelde vensters met roedeverdeling in V-vorm. In het rechter dakschild een dakkapel met drie gekoppelde meerruits vensters, waaronder een strook gemetselde pannen. De rechter zijgevel heeft aan de achterzijde een ondiepe aanbouw waarin drie kleine gekoppelde vensters; het dakschild loopt ter hoogte van dit deel van de gevel verder door naar beneden. De nok van het samengestelde dak is afgewerkt met gemetselde pannen.
Waardering
Het THEEHUIS behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de gaaf bewaarde karakteristieke vormgeving
- vanwege de bijzondere ornamentele waarde
- vanwege de fraaie ligging aan het einde van de belangrijke lange formele toegangslaan naar het kasteel
- vanwege de ontstaansgeschiedenis en de recreatieve waarde.
8. BOERDERIJ "HOFSTEDE RHIJNAUWEN" behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen
Ten noordoosten van het hoofdgebouw gelegen boerderij-ensemble, bestaande uit een boerderij en zomerhuis. Het ensemble is fraai gelegen op de westelijke oever van de Kromme Rijn, de voorzijde - geprojecteerd op de rivier en het aan de overzijde van de rivier - gelegen wandelpad. Op de wandelingen over de oostelijke oever van de rivier en de formele laan achter de boerderij vormt het ensemble een markant decoratief-landelijk element. Oorspronkelijk was de hofstede een pachtboerderij van kasteel Rhijnauwen. In 1919 is de boerderij met het kasteel, de gronden en bijbehorende gebouwen in eigendom overgegaan naar de huidige eigenaar, de gemeente Utrecht. De boerderij heeft nog steeds een agrarische functie. Het boerderij-ensemble dateert uit de 18de eeuw.
De rood bakstenen boerderij op rechthoekige grondslag is van het langhuistype en bestaat uit één bouwlaag en een kapverdieping onder een riet gedekt zadeldak met afgewolfde uiteinden. In de voorgevel (zuidoost) op de begane grond vier empire vensters, daarboven twee empire vensters in een kleiner formaat. In de zijgevels diverse vensters en deuren, de stalramen zijn omstreeks 1960 vervangen. De achtergevel is in 1949 vernieuwd. De oorspronkelijke plattegrond en indeling zijn nagenoeg gaaf bewaard gebleven. Rechtsvoor (onder het woonhuis) en linksachter (tussen woon- en achterhuis) een kelder, de kelder rechtsvoor krijgt daglicht via twee keldervensters in voor- en zijgevel.
Waardering
De BOERDERIJ, deeluitmakend van een ensemble van boerderij en zomerhuis "Hofstede Rhijnauwen" behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang: – vanwege de ouderdom; – vanwege de gaaf bewaarde karakteristieke vormgeving; – vanwege de fraaie ligging aan de Kromme Rijn: als traditioneel-ornamenteel element in het landschap, dat als zodanig deel uitmaakt van verschillende wandelingen: – vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met het hoofdgebouw.
ZOMERHUIS/KAASMAKERIJ (8B)
Het zomerhuis is in 1937 verbouwd tot een apart woonhuis waarbij een gedeelte van de schuur bij het woonhuis is getrokken. Het rood bakstenen huis op rechthoekige grondslag bestaat uit één bouwlaag en een kapverdieplng onder een zadeldak met afgewolfde uiteinden, gedekt met gesmoorde Hollandse pannen. In de eindgevel aan de voorzijde (zuidoost) twee meerruits vensters met kleine roedenverdeling en halve luiken en uiterst rechts een eenvoudige toegangsdeur met meerruits bovenlicht; ter hoogte van de kap een dubbel venster met boven licht en halve luiken. In de zijgevels diverse deuren en vensters.
Waardering
ZOMERHUIS/KAASMAKERIJ, deeluitmakend van een ensemble van boerderij en zomerhuis "Hofstede Rhijnauwen" behorende tot de buitenplaats Rhijnauwen is van algemeen belang:
- vanwege de ouderdom
- vanwege de gaaf bewaarde, karakteristieke vormgeving
- vanwege de fraaie ligging aan de Kromme Rijn
- als traditioneel ornamenteel element in het landschap, dat als zodanig deel uitmaakt van verschillende wandelingen
- vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met het hoofdgebouw.
Tekst uit 2008
Aanleg rijksweg A27 - de slag om Amelisweerd
De nieuwe rijksweg A27 was gepland langs de Kromme Rijn, door het voorste stuk bos van Nieuw Amelisweerd. De aanleg over dit tracé werd in 1971 voorkomen. Het tracé werd verplaatst naar het westen. Helaas werden er voor de aanleg toch nog honderden oude bomen weggehaald.
De aanleg van de A27 begon om financiële redenen later dan gepland. Natuurliefhebbers uit Utrecht verzetten zich tegen de plannen. Bij de ontruiming van het boomhuttendorp in september 1982 ontstonden rellen. Uiteindelijk ging het deel van de A27 bij Utrecht in 1986 open voor het autoverkeer.
Hulp en contact – Landgoederen
Telefoon
Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur