Ondernemen Stappenplan kabel en leidingvergunning

U gaat in de openbare ondergrond aan het werk met kabels of leidingen: aanleggen, verleggen, vervangen of verwijderen. Dan heeft u een vergunning of instemmingsbesluit nodig. De ruimte in de ondergrond wordt steeds krapper. De gemeente controleert of het ondergrondse netwerk van kabels en leidingen overzichtelijk blijft, of nieuwe aanleg niet voor problemen zorgt en bepaalt de regels voor het werken in de ondergrond.

Herziene verordening 2022

Per 16 maart 2022 geldt een herziene verordening voor kabels en leidingen: de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels. Daarnaast geldt ook het Handboek: Nadere regel kabels en leidingen. Als u aan het werk gaat in de ondergrond bent u verplicht zich aan de regels uit dit handboek te houden.

Wat is er anders in de herziene verordening?

  • In de binnenstad vraagt u altijd een ‘grote’ vergunning aan.
  • Bij een tracélengte tot 25 meter in de binnenstad betaalt u het lage tarief onder de volgende voorwaarde: u (ver)plaatst geen handhole, bovengrondse kast, verdeelcentrale of transformator. De gemeente probeert  binnen 10 werkdagen een besluit te nemen.
  • De ‘opbreekvergunning’ geldt alleen nog voor graafwerkzaamheden die onder de APV vallen. Voor werkzaamheden die onder de Verordening ondergrond vallen, vraagt u een kabel- en leidingvergunning aan.
  • De termen ‘KLOP’ en ‘GROP’ vervallen. We spreken over een kleine vergunning in plaats van een KLOP (kleine opbreekvergunning). (zie Verordening art 1.h)
  • De kosten voor het aanvragen van een vergunning (leges) zijn verhoogd.
  • Voor tracés langer dan 2.000 meter geldt een vaste toeslag van € 0,49 per meter boven de 2.000 meter. Hiervoor werd een begroting opgemaakt. U weet dus altijd van tevoren hoeveel u moet betalen.
  • Regels voor werken rond bomen en in gebieden met archeologische verwachting of waarde.
  • U bent verplicht extra informatie op uw vergunningstekening te zetten: groene (vastgestelde) nutstracé, kwetsbare boomzone, diepte en intredepunt van persingen, uitsnede van de archeologische waardenkaart (indien van toepassing).
  • U bent verplicht een aantal bijlagen mee te sturen: BLVC plan (binnenstad, hoofdverkeersroutes, winkelgebied), verkeersplan (bij wegafsluiting), specificaties en inpassing kasten e.d., details (gestuurde) boring.

Let op! De werkzaamheden kunnen stilgelegd worden door de gemeente (toezichthouder) als de regels niet worden gevolgd.

Welke vergunning hebt u nodig?

U vraagt een ‘kleine’ vergunning aan als het tracé waar u gaat werken niet langer is dan 25 meter én u binnen 3 werkdagen klaar bent. U gebruikt ook geen boring of persing, u (ver)plaatst geen handhole, bovengrondse kast, verdeelcentrale of transformator. U werkt niet in de binnenstad (gebied binnen de singels en het stationsgebied, zie kaart: Verordening bijlage 1). In alle andere gevallen vraagt u een ‘grote’ vergunning aan.

U vraagt een vergunning aan als u werk doet voor nutsvoorzieningen zoals: elektra, (aard)gas, warmte, water, riolering, openbare verlichting (ov) of verkeersregel installaties (vri). U vraagt om een instemmingsbesluit als u werk doet voor telecomkabels (koper, cai, coax, glasvezel). Voor beide vakgebieden gelden dezelfde regels. Voor de leesbaarheid spreken we op deze pagina ook over een ‘vergunning’ als we ‘instemming’ of ‘instemmingsbesluit’ bedoelen volgens de Telecommunicatiewet.

Voorbereiden voor aanvraag

Voordat u een ontwerp maakt, stemt u af met de belanghebbenden in de omgeving. Bij een nieuwbouw, sloop, herinrichting, reconstructie of herontwikkeling overlegt u met de andere netbeheerders, de eigenaar die de grond exploiteert en de gemeente over gezamenlijke aanleg of verlegging. Vaak is een nutstracé vastgesteld waarin elke discipline een plek heeft in het dwarsprofiel.

In dit overleg wisselen de netbeheerders en de gemeente ervaringen en informatie uit. Het doel is om waar mogelijk werkzaamheden gezamenlijk uit te voeren en zo overlast in de stad te minimaliseren.

Bij grote projecten vraagt de gemeente u om uw plan te presenteren voordat u de vergunning aanvraagt. Dit is een gesprek met een Plantoetser en een Toezichthouder van de gemeente Utrecht over de werkzaamheden, beperkingen bij bomen, bereikbaarheid hulpdiensten, bewoners, winkels en bedrijven. Vóór het overleg stuurt u de tekeningen van uw werkzaamheden aan de gemeente. Het vergunning overleg is verplicht als uw plangebied:

  • in de binnenstad ligt en de werkzaamheden langer duren dan 2 werkdagen (binnenstad = gebied binnen de Singels en het stationsgebied)
  • weinig ruimte heeft onder de grond, bijvoorbeeld in vooroorlogse wijken of wijken met smalle stoepen
  • monumentale bomen heeft of bomen met een stamdoorsnee van 40 centimeter of meer
  • langer is dan 1 kilometer
  • Oriëntatie KLIC (Kadaster) en coördinatie (Handboek artikel 7)
  • Weet u nog niet wanneer u gaat graven maar wilt u wel alvast weten waar kabels en leidingen liggen? Doe dan een Oriëntatieverzoek bij het Kadaster. Met een Oriëntatieverzoek krijgt u informatie over de ligging van ondergrondse kabels en leidingen. Ook krijgt u de contactgegevens van de verantwoordelijke netbeheerders. U mag nog niet graven, wanneer u de informatie uit het oriëntatieverzoek heeft ontvangen.. Is de startdatum van de graafwerkzaamheden bekend? Dan moet u alsnog een KLIC-melding doen. Het gebied in 1 oriëntatieverzoek mag maximaal 2500 x 2500 meter groot zijn.
    U onderzoekt in de ontwerpfase welke andere netbeheerders belangen hebben in het geplande tracé. Deze netbeheerders informeert u op tijd over de gewenste werkzaamheden, om welke soort kabels en leidingen het gaat en waar ze liggen. U moet de aanleg afstemmen met andere netbeheerders.

U werkt volgens de CROW- richtlijn ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’ en de CROW-richtlijn ‘Kabels en leidingen in verontreinigde bodem’. Om uit te zoeken of uw geplande graafwerkzaamheden in een vervuilde bodem plaatsvinden, voert u ten minste historisch vooronderzoek uit en in sommige gevallen ook een bodemonderzoek. De eerste fase van het historisch vooronderzoek loopt via het digitale bodemloket. Als bij de werkzaamheden in de bodem (tijdelijk) vervuilde grond of grondwater wordt verplaatst, dan is hiervoor goedkeuring van de Omgevingsdienst regio Utrecht (RUD) nodig. Komt u vervuilde grond of grondwater tegen die niet bekend was bij de gemeente, dan meldt u dit bij de Toezichthouder en stopt u het werk. Het teveel aan grond voert u af naar een erkende verwerker of hergebruikslocatie.  Overgebleven grond verwerken in de directe omgeving van het werk mag alleen binnen de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Als u (aanvul)grond aanvoert van buiten de locatie, meldt u dit vooraf bij het Meldpunt Bodemkwaliteit, volgens het ‘Besluit bodemkwaliteit’.

Aanvraag

U geeft in de vergunningstekening aan waar u binnen de kwetsbare boomzone gaat werken, volgens het handboek Bomen (ontwikkeld door Norminstituut Bomen). U geeft ook aan hoe u binnen kwetsbare boomzone werkt. De gemeente stelt een databestand (.dwg of .shp) beschikbaar met daarop alle kwetsbare boomzones met gemeentelijke bomen.

  • Werkplan volgens Bomenposter (op termijn).
  • In de komende periode werkt de gemeente samen met netbeheerders om tot een werkplan te komen dat u bij de vergunningaanvraag voegt. Totdat dit werkplan klaar is, meldt u vooraf bij de Toezichthouder als u in de buurt van bomen werkt . U houdt zich aan de uitvoeringseisen boombescherming.

Voor het kappen of snoeien van bomen in de openbare ruimte heeft u een vergunning nodig. Er geldt ook een herplantplicht.

De plaats van (nieuwe) bovengrondse voorzieningen die horen bij een kabel- of leidingnet van de nutsvoorziening, zoals kabelkasten, verdeelkasten, onderstations en andere kasten, maakt u duidelijk door deze eenvoudig in een foto van de omgeving weer te geven. Daarnaast geeft u de locatie exact aan in de plattegrond (vergunningstekening). U voegt ook specificaties toe (afmetingen en kleur). De gemeente Utrecht wil de kasten zoveel mogelijk uit het zicht plaatsen. In nieuwbouwgebieden plaatst u bovengrondse voorzieningen bij voorkeur inpandig met toegang naar de straat. Richtlijnen voor plaatsing, in afnemende voorkeur:

  • Inpandig
  • Niet te zien vanuit de openbare ruimte: op een binnenterrein tegen de bebouwing aan of op een stukje groen
  • Binnen de rooilijn: tegen bestaande bebouwing aan op een bestaande verharde plek (met dezelfde soort stenen ommetseld) of op een stukje groen. Vrijstaand van bestaande bebouwing op een verharde plek of op een stukje groen
  • Gecombineerde functie (met horeca, duurzame uitstraling)
  • Clustering bij andere infrastructuur (ondergrondse afval containers, laadpalen)
  • Vrijstaand uit de rooilijn op verharde plekken (betreedbaar station, ommetseld met zelfde soort stenen) of op een stukje groen (met bijzondere schil).

Dit geldt voor het gebied Leidsche Rijn en toekomstige nieuwbouw- of herinrichtingsgebieden. Bij het ontwikkelen van nieuw gebied wordt een strook vastgesteld, waar de kabels en leidingen op een vastgestelde plek in het dwarsprofiel moeten gaan liggen. De gemeente stelt een databestand (.dwg of .shp) beschikbaar met daarop dit ‘groene tracé’.

U dient het verkeersplan in via LTC (TVM), waarin een tekening zit, volgens richtlijnen CROW 96B. In de tekening staan afzettingen en bijbehorende tijdelijke bebordingen, verkeersregelaars en eventuele omleidingen duidelijk weergegeven. Bij grote tijdelijke verkeersmaatregelen (TVM) nodigt het kernteam van TVU u uit voor een bespreking.

Voor (gestuurde)boringen en boogzinkers voegt u bij de aanvraag een dwarsprofiel tekening bij met daarin NAP + maaiveld hoogte en afstand tot het intrede punt, met een in- en uittrede punt in RD-coördinaten (RijksDriehoek), ligging ondergrondse infra (in NAP) en opstelplan. De gemeente kan nog extra eisen stellen als het gaat om al aanwezige netwerken in de grond.

U levert ook een sterkteberekening en sondeergegevens aan, indien de boring langer is dan 100 meter en/of onder een watergang, ProRail of rijksweg of provincieweg komt te liggen.

Bij een persing of raket geeft u de diepte maat (z-waarde) en het intredepunt in de tekening aan.

De exacte locaties van handholes of distributiepunten en bovengrondse voorzieningen bepaalt u in overleg met de toezichthouder, en mag u alleen plaatsen in aanwezigheid van de toezichthouder. U stelt vooraf vast of de gekozen locatie vrij is van overige kabels of leidingen.

Een BLVC-plan is een verplichte bijlage als u werkzaamheden uitvoert in de binnenstad, in of nabij een winkelgebied, op een hoofdautoverkeersroute of hoofdfietsverkeerroute.

Gegevens uit de KLIC melding moeten aanwezig zijn op de werklocatie.

  • Archeologie (Handboek 10)
  • Voordat u de vergunningsaanvraag indient, kijkt u op de archeologische waardenkaart. Ligt het graafgebied (tracé) in een groen, geel of rood gebied? Dan moet u een archeologievergunning aanvragen en stuurt u onderstaande mee:
      • Bijlage archeologievergunning met daarin:
      • Locatie van alle bodemingrepen op een kadastrale ondergrond (dus expansielussen, lasgaten, in- en uittrede punten bij gestuurde boringen, enzovoorts)
      • Exacte lengte, breedte en diepte van de geplande bodemingrepen (dus ook de breedte van de te ontgraven sleuven)
      • Informatie of het graafgebied bestaand, nieuw of gedeeltelijk nieuw of bestaand is
      • Bij bestaand graafgebied: wordt er dieper en breder gegraven (dus of er onverstoorde bodem wordt ontgraven)
      • Een overzichtstekening van het bestaande en nieuwe graafgebied inclusief een doorsnede van het bestaande en nieuwe profiel
      • Soort uitvoering: open ontgraving, damwanden, sleufbekisting, enzovoorts
      • Uitsnede van de archeologische waardenkaart, van de zone waar de bodemingrepen zijn.

U moet altijd vooraf toestemming vragen voor uw werkzaamheden bij bovenstaande eigenaren van grond en netten. U moet deze toestemming ook mee sturen bij uw vergunningsaanvraag bij de gemeente.

Vergunning aanvragen

Vraag vergunning aan

Na aanvragen vergunning

  • Graafmelding (Kadaster)
  • Gaat u (laten) graven met een machine? Dan bent u wettelijk verplicht vooraf een KLIC-melding te doen. Na de melding ontvangt u kabel- en leidinginformatie van de plek waar u gaat graven. U gebruikt deze informatie om graafschade en gevaarlijke situaties te voorkomen. De informatie moet tijdens het graven digitaal op de graaflocatie aanwezig zijn. Doe de KLIC-melding op tijd. Op zijn vroegst 20 werkdagen en op zijn laatst 3 werkdagen voor de graafwerkzaamheden. Het graafgebied in 1 KLIC-melding mag maximaal 500 x 500 meter groot zijn.

U onderzoekt vooraf de ligging van kabels en leidingen in de openbare grond. Na de aanvraag van de vergunning, graaft u proefsleuven in (en haaks op) het geplande tracé. U kunt hiervoor in de vergunningsaanvraag een voorstel doen, anders doet de Toezichthouder dat. Mocht de Toezichthouder dit nodig vinden, dan graaft u op zijn aanwijzingen (aanvullende) proefsleuven. U nodigt de Toezichthouder hiervoor uit. Hij wijst de plek aan en is altijd aanwezig bij het graven van de proefsleuven. U maakt een verslag van de maten en gevonden kabels en leidingen in de proefsleuven. De toezichthouder kan hierom vragen. Proefsleuven zijn altijd verplicht in de binnenstad, behalve bij tracés korter dan 25 meter.

Voor start werk (2 weken voor uitvoering)

U informeert minimaal 14 dagen voor start van de werkzaamheden de omliggende bewoners, bedrijven en winkels over de werkzaamheden. In de bewonersbrief geeft u in ieder geval de volgende informatie:

    • Het moment van de werkzaamheden (datum en tijdstippen)
    • De soort werkzaamheden (wat wordt er gedaan)
    • Hoelang de werkzaamheden duren
    • De bereikbaarheid van de (woon)omgeving en winkels
    • De plaats van de werkzaamheden (straatnamen)
    • Het te verwachten ongemak
    • De opdrachtgever van de werkzaamheden (netbeheerder)
    • De contactpersoon van het coördinerend bedrijf (aannemer) en de contactgegevens (naam en telefoonnummer van de uitvoerder)

U geeft de precieze data waarop de werkzaamheden plaatsvinden minimaal 2 weken voor start werk per mail door aan de Toezichthouder. U stuurt daarbij ook de bewonersbrief mee.

U meldt de precieze data waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd minimaal 2 weken voor start werk in LTC.

Uitvoering

Alle regels waaraan u zich moet houden vindt u in het Handboek: Nadere regel kabels en leidingen.

Voor u start, meldt u het werk aan in LTC  met een verwijzing naar het vergunningsnummer dat u van de gemeente heeft ontvangen (voorheen GROP- of KLOP-nummer).

In vakantieperiodes en bij evenementen kan de gemeente een breekverbod afgeven. Bij vorst ontstaat er schade aan de verharding bij opbrekingen. De toezichthouder stuurt u dan een e-mail met een breekverbod. Calamiteiten zijn uitgezonderd.

U beschrijft hoe u werkt binnen de kwetsbare boomzone in een werkplan. Zolang u geen werkplan heeft dat goedgekeurd is door de gemeente, houdt u zich aan onderstaande uitvoeringseisen.
U voert werkzaamheden zo uit dat bomen en beplantingen zoveel mogelijk worden beschermd, hun groeimogelijkheden niet worden ontnomen, en er op geen enkele manier gevaar voor de instandhouding van bomen kan ontstaan. U werkt volgens de eisen van de “Bomenposter werken rond bomen”, zoals omschreven in het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. U hoeft (voorlopig), in afwijking van de Bomenposter, geen door de gemeente goedgekeurd werkplan in te dienen, als u zich houdt aan de volgende regels.

  • a.
    U meldt de toezichthouder bomen minimaal 24 uur vooraf wanneer en waar u in een kwetsbare boomzone gaat werken.
  • b.
    Fysieke bescherming boom: als u met machines (kranen, graven of hijsen) in de buurt van kwetsbare boomzones werkt moet u rondom de boom planken met drain voor demping (vanaf 10 cm tot minimaal 2 meter hoogte) aanbrengen.
  • c.
    Binnen een kwetsbare boomzone mag u nooit met een machine graven.
  • d.
    U mag materialen niet binnen de kwetsbare boomzone opslaan of neerzetten. Grond uit de sleuf mag tijdelijk op de boomspiegel worden gelegd, maar niet langer dan 48 uur blijven liggen.
  • e.
    In de kwetsbare zone zorgt udat  boomwortels niet of zo weinig mogelijk beschadigen en u geen (of zo weinig mogelijk) wortels weghaalt. U mag wortels alleen verplaatsen als dat voor de werkzaamheden noodzakelijk is en dan zo weinig mogelijk. U mag bundels met wortels niet beschadigen en niet weghalen. Als u de werkzaamheden niet kunt uitvoeren zonder schade aan te brengen aan bundels met wortels of afzonderlijke wortels groter dan 2,5 centimeter, vraagt u vooraf toestemming aan de toezichthouder bomen.
  • f.
    In de kwetsbare bomenzone mag u alleen met de hand graven. Stabiliteitswortels (bij bomen ouder dan 30 jaar > 4 centimeter, bij jonge bomen > 2,5 centimeter) mag u nooit beschadigen of doorzagen, omdat de boom dan instabiel endus gevaarlijk wordt. Uitgangspunt is dat u wortels niet verplaatst; In geval van teveel dikke wortels kunt u grond afzuigen.
  • g.
    U werkt bij kleine hoeveelheid fijne wortels (minder dan 20% van totale wortelpakket) niet dikker dan 1 a 1.5 cm, bij de start van de werkzaamheden onder toezicht om vertrouwen in de werkwijze te winnen (zie ook j., k., en l.). Bij een boom die grenst aan gesloten verharding (bijvoorbeeld asfalt) geldt dat het wortelpakket zich beperkt en uitstrekt in het deel van de ondergrond dat water en lucht doorlaat, bijvoorbeeld via de stoep naar de voortuinen.
  • h.
    Bij teveel fijne wortels (meer dan 20% van totale wortelpakket) of zware wortels van bomen, moet u eerst onderzoeken of u met een andere werkwijze (inzet zuigwagen, doorschuiven, of alternatief tracé) beschadiging of het weghalen van wortels kan voorkomen.
  • i.
    Als u vindt dat een andere werkwijze niet mogelijk is, en er is ook geen alternatief tracé beschikbaar, dan meldt u dit bij de toezichthouder. Die geeft dan een aanwijzing over de wijze van uitvoering of het alternatieve tracé.
  • j.
    Wortels die langer dan 1 dag bloot liggen bij droge weersomstandigheden (zon, wind of vorst) moet u bedekken met natte om uitdroging te voorkomen.
  • k.
    Ingedroogde wortels moet u voor verdichting terug snoeien. Dit geldt alleen voor dunne wortels tot ongeveer 1 centimeter doorsnede die beschadigd zijn en nog uitsteken in de sleuf (zie g.).
  • l.
    Als u wortels beschadigt, meldt u dat bij de toezichthouder. Deze wortels moet u recht afzagen of knippen. U mag dit pas doen na overleg met en na goedkeuring van de toezichthouder.
  • m.
    U mag niet van de vergunning en de tekening afwijken, behalve als de opzichter/toezichthouder ondergrond daar vooraf toestemming voor geeft.
  • n.
    U moet de aanwijzingen van de opzichter/toezichthouder ondergrond en toezichthouder bomen opvolgen.

Bij risicovolle werkzaamheden rond waardevolle bomen kan de gemeente u vragen om zelf extra toezicht van een boomtechnisch adviseur in te huren.

Als het tracé door beplanting loopt, verwijdert u de beplanting en voert die af, of u zet die terug in overleg met de toezichthouder. De gemeente zorgt in het juiste seizoen voor nieuwe beplanting.

Volgens de CROW500 heeft u verplichtingen om graafschade te voorkomen. Zo moet u een KLIC melding doen, voldoende budget en tijd reserveren om het project voor te bereiden. Ook maakt u een risico-inventarisatie en een maatregelenplan.

Meer over schade aan netwerken voorkomen

Hebt u een graafschade gemaakt of is er graafschade aan uw netwerk ontstaan? Dan bent u verplicht om deze direct te melden bij de netbeheerder waar het om gaat.

U bent tegenover de gemeente of derden altijd aansprakelijk voor schade door de werkzaamheden. Ook als u de juiste vergunning, instemming of goedkeuring van andere bevoegde instanties heeft. De gemeente zal schade, ook deelschade aan boomwortels, verhalen op de opdrachtgever.

Bij (grote) projecten met een bovengemiddelde impact op de openbare ruimte en de veiligheid van de leefomgeving, kan de toezichthouder op regelmatige tijden een voortgangsoverleg met alle betrokken partijen eisen.

De toezichthouder kan controleren of u het werk veilig uitvoert. De toezichthouder mag bij onveilige situaties maatregelen verplichten of de werkzaamheden stil leggen.

Wanneer de (verkeers-)veiligheid of de volksgezondheid in gevaar komt door een storing in een netwerk of veroorzaakte schade aan een netwerk, is er sprake van een calamiteit.

U doet alles wat mogelijk is om hinder zoals lawaai, stank, stof, modder door voertuigen, machines en apparaten tot een redelijk niveau te beperken.

Voor zonsondergang maakt u alle uitgegraven grond weer dicht en brengt u bij wegkruisingen en inritten het straatwerk (tijdelijk) terug. Hiervan mag u alleen afwijken in bijzondere gevallen en alleen met goedkeuring van de toezichthouder. Wanneer sleuven of lasgaten na zonsondergang niet dicht zijn, zet u hier een hek omheen met  de verplichte bebakening en verlichting.

De gemeente kan extra regels stellen of een vergunning weigeren in het kader van de ondergrondse ruimtelijke ordening. Het doel van die ordening is de ondergrondse ruimte efficiënt te gebruiken, en ruimte beschikbaar te houden, of te reserveren, voor toekomstig gebruik. Het uitgangspunt is zoveel mogelijk ondergrondse ruimte beschikbaar te houden voor nieuwe functies en bestemmingen. Daarom worden vergunningaanvragen steeds getoetst aan het standaardprofiel (Handboek bijlage 1), toekomstige bestemmingen en functies voor zover die bekend zijn of ontwikkelingen in te schatten zijn.

Om ruimte te creëren voor nieuwe kabels en leidingen, verwijdert u alle leidingen die niet meer worden gebruikt. Als een wijk wordt afgekoppeld van het (aard)gas, of telecomkabels niet meer worden gebruikt omdat ze worden vervangen door glasvezelkabels, is het belangrijk dat de loze lozingen leidingen worden verwijderd om ruimte vrij te maken voor nieuwe bestemmingen. Het verwijderen wordt zo mogelijk gecombineerd met werkzaamheden in de weg door de gemeente, een nutsbedrijf of een derde, om kosten te besparen en de hinder voor omwonenden te beperken. Uitgangspunt is wel steeds dat een leiding die niet meer wordt gebruikt, wordt verwijderd zodra dat mogelijk is of als het nodig is voor een nieuwe functie of bestemming van de openbare grond. Voor telecomkabels geldt de regeling van artikel 5.2 lid 9 van de telecommunicatiewet.

Afronding, einde werk

Als u verwacht dat het werk langer gaat duren dan in de vergunning staat, meldt u dit schriftelijk aan de vergunningverlener bij de gemeente. U hoort dan van de gemeente of u het werk mag afmaken of op een latere datum moet afmaken. Ook informeert u de belanghebbenden en omwonenden over de uitloop van het werk. Calamiteiten uitgezonderd.

Nadat u de kabels of leidingen heeft gelegd, vult u de sleuf aan en verdicht u de grond in lagen van 30 centimeter. U herstelt zo goed mogelijk de oorspronkelijke profielopbouw. U brengt geen bevroren grond of zand, sneeuw, (groen)afval, klei en puin terug in de sleuf. U vult aan met zand onder open verharding, fundering onder gesloten verharding en teelaarde onder groen. U verdicht en doet de controle op het aanvullen en verdichten van de sleuven. Als de toezichthouder hierom vraagt levert u de gegevens over die controle. U past uw werkwijze boven werfkelders aan, zodat er geen schade ontstaat.

Als uw werk meerdere dagen duurt en de gemeente is niet in de gelegenheid het straatwerk meteen na uw werkzaamheden te herstellen, legt u de verharding in de binnenstad (tijdelijk) op dezelfde dag terug en in de rest van de gemeente binnen 2 werkdagen.

Als u wilt werken in een gebied waar in de afgelopen 3 jaar groot onderhoud of een herinrichting is geweest, dan kan de gemeente u verplichten om de hele stoep te herstellen met de bijbehorende kosten. 

U voert vrijgekomen asfalt af. U herstelt de fundering van sleuven in asfalt en sierbestrating goed. Sleuven in asfalt maakt u tijdelijk dicht met betonstenen. De gemeente herstelt later op uw kosten.

U mag niet zonder duidelijke toestemming van het college van B en W op zaterdagen, zondagen en nationale feestdagen werkzaamheden uitvoeren in de openbare ruimte. Uitzondering hierop is het verhelpen van storingen. U werkt de sleuf, inclusief verharding, volledig af en u mag geen puin of afval binnen de werkomgeving achterlaten.

Op vrijdag, de dag vóór een nationale feestdag of een vakantieperiode stopt u met het graven van sleuven en het trekken of leggen van kabels of leidingen binnen de gemeente Utrecht. U vult de sleuf aan, verdicht en brengt de verharding weer aan. Uiterlijk om 16:00 uur bent u klaar en heeft u de werkomgeving opgeruimd.

U kunt de gemeente vragen om bij grote projecten te besluiten dat u de openbare grond zelf in de oude staat terug mag brengen. Dit kan bij projecten met een aaneengesloten tracélengte van meer dan 30 km, of met een verwacht schadebedrag aan de openbare ruimte van meer dan €1 miljoen op basis van tarief B1. Dit wijkt af van de hoofregel dat de grond na beëindiging van graafwerkzaamheden door de gemeente in de oude staat wordt teruggebracht. Dit leggen we vast in de vergunning of het instemmingsbesluit. De eisen voor het terugbrengen van de grond in de oude situatie staan in Handboek bijlage 7. U moet zich houden aan deze eisen.

Administratie na einde werk

Als u klaar bent meldt u de straatwerkbon binnen 15 dagen af in LTC. U krijgt van de gemeente een factuur voor het herstel van het aantal vierkante meter dat u heeft opengebroken. U moet ook een bon inleveren als er niets is opgebroken (nul bon).

Hulp en contact Kabels en leidingen

Telefoon

14 030

E-mail

kabels.en.leidingen@utrecht.nl

Bezoekadres

(alleen op afspraak)
Stadskantoor:
Stadsplateau 1
3521 AZ  Utrecht