Op deze pagina vindt u de erfpachtvoorwaarden van de gemeente Utrecht. De tekst in de pdf’s en de teksten die erboven staan zijn hetzelfde. Is er per ongeluk toch verschil? Dan geldt de tekst in de pdf.
Erfpachtvoorwaarden 1974 en 1983
De voorwaarden 1974 of 1983 veranderen. Naar verwachting neemt de gemeente hierover in juni 2026 een besluit.
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 1974
(Raadsbesluit van 15 augustus 1974)
INHOUD
Inleidende bepalingen
Titel 1. Algemeen
1.1 Begripsomschrijving.
1.2 Algemeen artikel.
1.3 Hoofdelijke aansprakelijkheid.
1.4 Vormvoorschriften.
1.5 Keuze woonplaats.
1.6 Toestand en aanduiding object.
1.7 Deskundigen.
Titel 2. Financiële verplichtingen van de erfpachter
2.1. Vaststelling van de canon bij uitgifte.
2.2. Betaling canon/boeten.
2.3. Vooruitbetaling en terugbetaling canon.
2.4 Lasten.
Titel 3. Overige verplichtingen van de erfpachter
3.1. Verplichtingen van de erfpachter, welke niet zijn vermeld in Titel 2.
3.2. Verzuim.
Titel 4. Overgang van het recht van erfpacht
4.1. Wijziging in erfpacht(er).
Titel 5. Einde van het recht van erfpacht
5.1. Verbod van opzegging door erfpachter.
5.2. Beëindiging van het recht van erfpacht door de gemeente om redenen van algemeen belang en bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoeding.
5.3. Vervallenverklaring door de rechter.
5.4. Ontruiming.
Titel 6. Hypotheekhouders
6.1. Positie hypotheekhouders.
6.2. Bescherming hypotheekhouders.
Titel 7. Wijziging van de canon en van de bepalingen en voorwaarden, waartegen respectievelijk waaronder een perceel is uitgegeven.
7.1. Wijziging van de canon.
7.2. Wijziging van de bepalingen en voorwaarden.
Titel 8. Slotbepalingen
8.1. Samenloop van rechtsmiddelen en vorderingen van de gemeente.
8.2. Termijnen voor inlevering van stukken.
8.3. Aanhaling van de algemene bepalingen.
Bijlage I. Formulier A behorende bij artikel 1.5-2 en 4.1.1-2.
Bijlage II. Formulier B behorende bij artikel 6.
Inleidende bepalingen
DE RAAD DER GEMEENTE UTRECHT
gelezen de voordracht van de Burgemeester en Wethouders van 8 augustus 1974 (gedr.Verz.1974, nr. 253);
gelet op artikel 167 der gemeentewet, zomede op zijn besluit van 31 augustus 1973, strekkende tot invoering van het in de Nota Grondbeleid, behorende bij Gedr.Verz. 1973, nr. 161, geschetste nieuwe erfpachtstelsel;
BESLUIT:
I. te bepalen, dat met betrekking tot de uitgifte in voortdurende erfpacht de volgende bepaling in acht zal worden genomen;
Bij de schriftelijke aanbieding door of namens Burgemeester en Wethouders van een in erfpacht uit te geven perceel zal storting van een reserveringsvergoeding op jaarbasis worden gevorderd tot ten hoogste het bedrag van de vermoedelijke canon onder door of namens Burgemeester en Wethouders nader te bepalen voorwaarden.
II. vast te stellen de volgende algemene bepalingen voor de uitgifte in voortdurende erfpacht van gronden der gemeente Utrecht, bestemd voor andere doeleinden dan woningwetbouw
TITEL 1
Algemeen
AFDELING 1
Begripsomschrijving
1.1-1.
Deze bepalingen verstaan onder:
- a. opstallen:
de op of in de grond aanwezige onroerende zaken, ook die, welke door bestemming onder onroerende zaken worden begrepen. - b. erfpachttijdvak:
elke achtereenvolgende periode van vijftig jaren, waarvan de eerste aan- vangt op de datum met ingang waarvan het recht van erfpacht wordt verleend, zulks onverminderd het bepaalde in het eerste lid van artikel 7.2.2. - c. werkelijke grondwaarde:
de prijs, die de eigenaar met tact, geduld en goed koopmanschap voor zijn goed zou kunnen bedingen. - d. wijziging van deze bepalingen of van (bijzondere) voorwaarden:
een wijziging, toevoeging of schrapping van een bepaling of voorwaarde alsmede het stellen van een nieuwe bepaling of voorwaarde.
AFDELING 2
Algemeen artikel
1.2.
De uitgifte in erfpacht geschiedt:
- a. tegen een canon in geld;
- b. onder de volgende Algemene bepalingen en overigens onder voor elke afzonderlijke uitgifte nader vast te stellen bijzondere voorwaarden.
AFDELING 3
Hoofdelijke aansprakelijkheid
1.3-1.
Indien het recht van erfpacht aan twee of meer personen toekomt, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen aan de verplichtingen, welke met betrekking tot dat recht tegenover de gemeente moeten worden nagekomen.
1.3-2.
De verplichtingen van de erfpachter, welke uit het recht van erfpacht of de terzake aangegane overeenkomsten voortvloeien, zijn, zelfs ten aanzien van erfgenamen en rechtverkrijgenden ondeelbaar.
AFDELING 4
Vormvoorschriften
1.4-1.
Het verlijden van de akte van uitgifte in erfpacht en van akten, houdende wijziging van het recht van erfpacht moet binnen twee maanden na dagtekening van het desbetreffende besluit van de Gemeenteraad geschieden ten overstaan van een in het arrondissement Utrecht standplaats hebbende notaris, ter keuze van de erfpachter. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd deze termijn te verlengen.
1.4-2.
Aan de gemeente wordt op kosten van de erfpachter een eerste grosse of een afschrift dan wel een uittreksel uitgereikt van de in dit artikel bedoelde akten.
1.4-3.
Alle kosten verbonden aan het vestigen van het recht van erfpacht, waaronder mede eventueel verschuldigde omzetbelasting wordt begrepen, van de tenuitvoerlegging daarvan, van het constateren van de vooruitbetaling van de canon, als bedoeld in het tweede lid van artikel 2.3, van het splitsen of van enige andere wijziging van het recht van erfpacht, alsmede de kosten van eventuele kadastrale opmeting, komen voor rekening van de erfpachter.
Voor zover deze kosten door de gemeente mochten zijn voorgeschoten, moeten deze bij het passeren van de in dit artikel bedoelde akten aan haar worden terugbetaald.
1.4-4.
Het bepaalde in het tweede- en derde lid van dit artikel lijdt uitzondering, indien het eerste of tweede lid van artikel 7.2.1. toepassing vindt of indien de canon wordt verhoogd op grond van het bepaalde in het eerste lid c.q. lid 1A van artikel 7.1.1.
AFDELING 5
Keuze woonplaats
1.5-1.
De erfpachter moet voor zich en zijn rechtverkrijgenden met betrekking tot het recht van erfpacht woonplaats kiezen binnen de gemeente Utrecht.
1.5-2.
De keuze van woonplaats moet gedaan worden bij de akte van uitgifte in erfpacht of in geval van overgang van het recht van erfpacht bij de verklaring, opgemaakt volgens het bij deze bepalingen behorende formulier A.
1.5-3.
Zolang de keuze van een andere woonplaats binnen de gemeente Utrecht niet ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht bij deurwaardersexploit of door opneming van de nieuw gekozen woonplaats in een verklaring, als bedoeld in het tweede lid, blijft de oude gekozen woonplaats gelden en wordt de erfpachter geacht aldaar woonplaats te hebben gekozen.
AFDELING 6
Toestand en aanduiding object
1.6-1.
Het onroerend goed wordt in erfpacht uitgegeven in de staat, waarin dit zich bevindt bij het verlijden van de erfpachtakte, vrij van hypothecaire inschrijvingen en van beslagen, doch overigens met alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden en verdere rechten en lasten, daarvan verbonden, zonder dat de gemeente tot enige vrijwaring gehouden is.
1.6-2.
De erfpachter wordt geacht het hem in erfpacht uitgegeven goed volkomen te kennen en heeft nimmer aanspraak op vermindering van de canon wegens verkeerde of onvolledige opgave van grootte, vorm, aard, bestemming of belendingen.
1.6-3.
Hij kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de canon vorderen wegens schade
of onheilen, van welke aard ook, noch wegens het gemis van het genot van het in erfpacht
uitgegeven goed. hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk.
AFDELING 7
Deskundigen
1.7-1.
Zo dikwijls in de bepalingen, waaronder een goed in erfpacht is uitgegeven, sprake is van deskundigen, wordt daaronder verstaan een aantal van drie.
1.7-2.
De in het vorige lid bedoelde deskundigen zullen, op verzoek van de meest gerede partij, worden aangewezen door de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht. Dit verzoek wordt tegelijkertijd ter kennis gebracht van de wederpartij.
1.7-3.
De partij, die het in het tweede lid van dit artikel bedoelde verzoek heeft gedaan, doet binnen één week, nadat zij daarvan mededeling heeft ontvangen, de wederpartij opgaaf van degenen die zijn aangewezen als deskundigen.
1.7-4.
De deskundigen hebben tot taak een bindend advies uit te brengen omtrent het punt van geschil tussen partijen, dat aan hen is voorgelegd.
1.7-5.
Indien de deskundigen niet tot een eenstemmig advies kunnen komen, geldt als bindend advies, het advies dat is uitgebracht bij meerderheid van stemmen.
1.7-6.
Binnen drie maanden na de aanwijzing overeenkomstig het tweede lid van dit artikel moet het advies ter kennis van partijen worden uitgebracht.
1.7-7.
Zo dikwijls aan het bepaalde in het voorgaande lid dreigt niet te worden voldaan of niet is voldaan, kunnen partijen de aldaar gestelde termijn in onderling overleg verlengen. Indien partijen hieromtrent niet tot overeenstemming kunnen komen of de deskundigen ook na het verstrijken van deze verlengde termijn nog geen advies hebben uitgebracht, kan één van hen de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht verzoeken nieuwe deskundigen aan te wijzen.
1.7-8.
Bij toepassing van de laatste volzin van het vorige lid, zijn de leden twee, laatste volzin, drie, vier, vijf, zes en zeven, eerste volzin, van overeenkomstige toepassing.
1.7-9.
De deskundigen stellen bij hun bindend advies tevens de verhouding vast, waarin partijen de kosten van de door hen in te dienen declaratie moeten dragen.
TITEL 2
Financiële verplichtingen van de erfpachter
AFDELING 1
Vaststelling van de canon bij uitgifte
2.1-1.
De canon wordt berekend naar een percentage van de werkelijke grondwaarde.
2.1-2.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde grondwaarde is die, welke geldt op de dag, waarop Burgemeester en Wethouders de aanvrager berichten, dat zij bereid zijn aan de Gemeenteraad een voorstel te doen tot uitgifte in erfpacht.
AFDELING 2
Betaling van de canon/boeten
2.2-1.
De canon moet bij vooruitbetaling in halfjaarlijkse termijnen worden voldaan door storting of overschrijving op postgirorekening nr. 6156 ten name van de Comptabele der gemeente, uiterlijk op de achtste werkdag van de eerste en laatste termijn, voor zover geen vol kalenderjaar, zal geschieden tegelijk met de betaling over het eerste en het laatste volle kalenderjaar.
2.2-2.
Indien de canon niet tijdig wordt betaald, wordt hij voor elke maand, dat de betaling te laat geschiedt, gerekend van het tijdstip af, waarop ingevolge het eerste lid, uiterlijk had moeten worden betaald, verhoogd met één ten honderd van het achterstallige bedrag. Een gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend. Zonder gelijktijdige voldoening van het bedrag, waarmede de canon is verhoogd, behoeft de betaling niet te worden aangenomen. Een en ander laat onverlet het recht van de gemeente om vergoeding van kosten, schaden en interessen te vorderen, indien daartoe termen aanwezig zijn, alsmede om nakoming te eisen.
2.2-3.
Wegens het niet-voldoen aan enige andere aan de erfpachter terzake van de hem verleende erfpacht opgelegde verplichting dan het betalen van de canon, kunnen Burgemeester en Wethouders hem een boete opleggen van ten hoogste vijf maal het bedrag van de canon, dat alsdan per jaar verschuldigd is, te betalen binnen de daarbij door hen gestelde termijn. De laatste zin van het tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
2.2-4.
Indien de erfpachter gedurende één maand in gebreke is gebleven om de canon te betalen en het recht van erfpacht is bezwaard met hypotheek, geven Burgemeester en Wethouders binnen veertien dagen na het eindigen van de termijn van één maand aan de hypotheekhouders kennis van het ingebreke zijn van de erfpachter.
2.2-5.
De canon en al het geen met betrekking tot het recht van erfpacht overigens aan de gemeente is verschuldigd, moeten worden betaald zonder enige korting of schuldvergelijking, uit welken hoofde ook.
AFDELING 3
Vooruitbetaling en terugbetaling van de canon
2.3-1.
Burgemeester en Wethouders kunnen in het tiende, twintigste, dertigste en/of veertigste jaar van een lopend erfpachttijdvak met de erfpachter overeenkomen, dat de over een volle tien-jarige periode, als bedoeld in het eerste lid van artikel 7.1.1..verschuldigde canons -behoudens een bedrag van f15,- per jaar - door betaling van een bedrag ineens worden voldaan. Het in dat geval door de erfpachter te betalen bedrag is gelijk aan de, op basis van het in het eerste lid van artikel 2.1. bedoelde rentepercentage te berekenen, contante waarde van de tijdens de afkoopperiode verschuldigde canonbedragen.
2.3-2.
De Vooruitbetaling wordt geconstateerd bij onderhandse akte, welke de gemeente doet overschrijven in de daartoe bestemde openbare registers.
2.3-3.
Ingeval van beëindiging van het recht van erfpacht, als bedoeld in de tweede afdeling van de vijfde titel, heeft de erfpachter recht op terugbetaling van een evenredig gedeelte van het vooruitbetaalde bedrag dat zal worden berekend met gebruikmaking van dezelfde factoren als die, welke voor het bepalen van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, hebben gegolden.
AFDELING 4
Lasten
2.4-1.
Alle lasten, welke op of wegens de eigendom van de grond of wegens de bebouwing van de grond geheven worden, onder welke lasten mede eventueel verschuldigde omzetbelasting wordt begrepen, komen van de datum van ingang van het recht van erfpacht af ten laste van de erfpachter.
2.4-2.
Wanneer de gemeente lasten, als bedoeld in het eerste lid heeft betaald, geven Burgemeester en Wethouders daarvan schriftelijk kennis aan de erfpachter. Deze is verplicht binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving het opgegeven bedrag aan de gemeente terug te betalen.
TITEL 3
Overige verplichtingen van de erfpachter en verzuim
AFDELING 1
Verplichtingen van de erfpachter, welke niet zijn vermeld in TITEL 2
3.1.1-1
De erfpachter is verplicht:
- a. de erfpachtgrond en de daarop aanwezige en nog door hem op te richten opstallen in behoorlijke staat, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te onderhouden en deze opstallen bij geheel of gedeeltelijk tenietgaan (waaronder mede wordt verstaan gehele of gedeeltelijke sloop van opstallen), zo spoedig mogelijk te doen herbouwen of herstellen;
- b. de gemeente te vrijwaren tegen elke aanspraak op vergoeding van kosten, schaden en interessen, welke derden wegens gehele of gedeeltelijke instorting van de opstallen tegen de gemeente zouden kunnen doen gelden;
- c. te gedogen, dat op, in, aan of boven de grond en de opstallen zoveel en zodanige palen, kabels, draden, isolatoren, rozetten, aanduidingsbordjes, schakelkasten, pijpleidingen en andere voorwerpen, voor openbare doeleinden bestemd, worden aangebracht en instandgehouden, zolang als Burgemeester en Wethouders nodig achten dan wel worden hersteld of vernieuwd, wanneer dit door Burgemeester en Wethouders zal worden gelast en voorts ervoor zorg te dragen om al hetgeen krachtens het hier bepaalde is aangebracht te laten bestaan; omtrent de plaats, waar en de wijze waarop die voorwerpen worden aangebracht heeft tevoren overleg met de erfpachter plaats.
3.1.1-2.
Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, herstellen of vernieuwen van de in het vorige lid sub.c. bedoelde voorwerpen (met toebehoren) zal door de gemeente, naar haar keuze, op haar kosten worden hersteld of aan de rechthebbende worden vergoed.
3.1.2-1.
Het is de erfpachter niet geoorloofd:
- a. in het gebruik van de grond en van de daarop aanwezige c.q. te stichten opstallen verandering te brengen;
- b. de grond met daarop aanwezige opstallen gedurende langer dan een jaar ongebruikt te laten;
- c. op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden te verrichten of een bedrijf uit te oefenen, waarvan, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gevaar, schade of hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand of aantasting van het milieu te duchten is;
- d. de grond met de daarop aanwezige opstallen (mede) te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van voorwerpen, waarvan, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gevaar, schade, hinder dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten is;
3.1.2-2.
Het bepaalde in het vorige lid sub a en c is niet van toepassing bij de uitgifte van industrieterrein, tenzij bij een dergelijke uitgifte anders is bepaald.
3.1.2-3.
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd van de in het eerste lid van dit artikel omschreven verbodsbepalingen schriftelijk ontheffing te verlenen en aan die ontheffing voor bepaalde tijd of tot wederopzegging voorwaarden te verbinden.
AFDELING 2
Verzuim
3.2.1-1.
Indien de erfpachter enige verplichting niet nakomt binnen de daartoe gestelde termijn, is hij door het enkel verloop van de termijn in gebreke, zonder dat daartoe een ingebrekestelling vereist wordt.
3.2.1-2.
Onverminderd het in het derde lid van artikel 2.2. bepaalde, zal, indien aan de eis van de gemeente tot herstel, verandering of verwijdering van hetgeen in strijd met de in de erfpachtakte vervatte bepalingen en voor waarden is verricht of nagelaten, binnen de door Burgemeester en Wethouders in een daartoe strekkende aanschrijving gestelde termijn niet wordt voldaan, de geëiste herstelling, verandering of verwijdering door of vanwege de gemeente kunnen geschieden op kosten van de nalatige.
TITEL 4
Overgang van het recht van erfpacht
AFDELING 1
Wijziging in erfpacht(er)
4.1.1-1.
Indien de erfpachter voornemens is het recht van erfpacht te splitsen of geheel of gedeeltelijk te vervreemden is hij verplicht van dit voornemen schriftelijk mededeling te doen aan Burgemeester en Wethouders. In geval van overdracht, als hiervoor bedoeld, behoeft de regeling van de recht en en verplichtingen, zowel van de oude als van de nieuwe erfpachter, de goedkeuring van Burgemeester en Wethouders.
4.1.1-2.
Ingeval van overgang van het recht van erf pacht, geheel of gedeeltelijk, moet de nieuwe erfpachter daarvan binnen één maand na de dag van overgang aan Burgemeester en Wethouders kennis geven bij een verklaring, opgemaakt volgens het bij deze Algemene bepalingen behorende en op zijn verzoek beschikbaar te stellen formulier A en aan hen tevens inzage geven van een of meer bescheiden, waaruit de overgang blijkt. Bovendien moet hij binnen genoemde termijn aan de gemeente betalen al hetgeen de vorige erfpachter haar met betrekking tot het recht van erfpacht nog schuldig is.
4.1.1-3.
Indien het recht van erfpacht verkocht wordt wegens gerechtelijke ten uitvoer legging of krachtens het beding, vermeld in artikel 1223 van het Burgerlijk Wetboek wordt ten aanzien van de nieuwe erfpachter de in het vorige lid omschreven verplichting tot betaling beperkt tot de achterstallige bedragen van de canon en is de vorige erfpachter gehouden aan de gemeente te bet alen al hetgeen hij haar met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog schuldig is.
TITEL 5
Einde van het recht van erfpacht
AFDELING 1
Verbod van opzegging door de erfpachter
5.1.1.
Het is de erfpachter niet toegestaan van he t recht van erfpacht afstand te doen of dit recht op te zeggen.
AFDELING 2
Beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang en bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoeding
5.2.1-1.
Het is de gemeente niet toegestaan het recht van erfpacht op andere wijze te beëindigen dan bij dit artikel en artikel 5.3.1. is bepaald.
5.2.1-2.
Bij besluit van de Gemeenteraad kan het recht van erfpacht te allen tijde worden beëindigd, wanneer de gemeente naar het oordeel van de Gemeenteraad de beschikking over de in erfpacht uitgegeven grond dient te verkrijgen om bij dit besluit aan te geven redenen van algemeen belang.
5.2.1-3.
Indien aan de Gemeenteraad een voorstel wordt gedaan om te besluiten het recht van erfpacht te doen eindigen volgens het bepaald e bij dit artikel, geven Burgemeester en Wethouders daarvan aan de erfpachter en aan de hypotheekhouder(s) kennis bij deurwaardersexploit. Omtrent een zodanig voorstel neemt de Gemeenteraad geen beslissing, zolang niet tenminste één maand sedert de kennisgeving is verstreken.
5.2.1-4.
Wanneer de Gemeenteraad een besluit neemt, als bedoeld in het tweede lid, stelt hij tevens de dag vast, waarop het recht van erfpacht eindigt en de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn gesteld. Tussen de dag van het raadsbesluit en de dag, waarop het recht van erfpacht eindigt, moet een tijdsruimte van tenminste zes maanden liggen.
5.2.1-5.
Van een besluit, als bedoeld in het tweede lid, wordt eveneens kennis gegeven aan de erfpachter en de hypotheekhouder(s).
5.2.1-6.
Indien het recht van erfpacht eindigt volgens het bepaalde bij dit artikel is de gemeente bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het raadsbesluit en naar de krachtens dit artikel aan de erfpachter gedane kennisgevingen.
5.2.2-1.
Indien het recht van erfpacht wordt beëindigd krachtens het bepaalde in het tweede lid van artikel 5.2.1.
zal de gemeente vergoeden de schade, welke het gevolg is van het eindigen van dit recht, met dien verstand e, dat niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling o f voorwaarde vervat in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht is gesticht, noch zal worden vergoed de bedrijfsschade, geleden ter zake van een bedrijf, dat in strijd met enige bepaling of voor waarde, vervat in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht op de grond of in de daarop gestichte opstallen wordt uitgeoefend.
5.2.2-2.
Indien ten aanzien van de vergoeding, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel tussen partijen geen overeenstemming kan worden verkregen, dan wordt het bedrag van de schadevergoeding vastgesteld door deskundigen.
5.2.2-3.
Bij de bepaling van het bedrag van de schadevergoeding, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt geen rekening gehouden met nieuwbouw, verbouw of herbouw, waarmede is aangevangen, nadat overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van artikel 5.2.1. het voornemen te ken nis van de erfpachter is gebracht, dat aan de Gemeenteraad zal worden voorgesteld om een besluit te nemen, als bedoeld in het tweede lid van artikel 5.2.1.
5.2.2-4.
De gemeente keert de toegekende c.q. de door deskundigen bepaalde schadevergoeding aan de erfpachter uit na aftrek van hetgeen hij aan haar met betrekking tot het recht van erfpacht en eventueel uit ander en hoofde nog is verschuldigd.
5.2.2-5.
Indien echter het recht van erfpacht met hypotheek was bezwaard, wordt met afwijking van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel het bedrag van de schadevergoeding, na aftrek van de achterstallige bedragen van de canon en van hetgeen aan de gemeente met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog is verschuldigd, aan hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht. Het overige bedrag der schadevergoeding wordt, nadat op dit bedrag eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd, aan de erfpachter uitgekeerd.
5.2.2-6.
Generlei uitkering aan de erfpachter heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld.
AFDELING 3
Vervallenverklaring door de rechter
5.3.1-1.
Indien de erfpachter in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van enige andere verplichting, hem terzake van het aan hem verleen de recht van erfpacht opgelegd, kan de gemeente, onverminderd het in het tweede e n derde lid van artikel 2.2. bepaalde en onverminderd het recht van de gemeente op de reeds verschuldigde canon, de rechter verzoeken de erfpachter van zij n recht vervallen te verklaren.
5.3.1-2.
Alvorens de gemeente overgaat tot het doen uitbrengen van de dagvaarding worden de erfpachter en de hypotheekhouder(s) in de gelegenheid gesteld om binnen een door Burgemeester en Wethouders te bepalen termijn van tenminste twee en ten hoogste zes maanden alsnog de oorzaak voor de vervallenverklaring weg te nemen, met vergoeding van de toegebrachte schade, de kosten en interessen, wanneer daartoe termen aanwezig zijn.
5.3.1-3.
Indien de oorzaak voor de vervallenverklaring niet is weggenomen overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid, zal de dagvaarding binnen acht dagen na het verstrijken van de overeenkomstig het vorige lid van dit artikel bepaalde termijn aan de hypotheekhouder(s) worden betekend.
5.3.1-4.
Mits hij zekerheid stelt voor zijn toekomstige verplichtingen, kan de erfpachter tijdens het geding de vervallenverklaring voorkom en door alsnog zijn verplichtingen na te komen met vergoeding van de toegebrachte schade, de kosten en de interessen.
5.3.1-5.
Indien de erfpachter gebruik maakt van de hem ingevolge het vorige lid geboden mogelijkheid om alsnog de oorzaak voor de vervallenverklaring weg te nemen dan zal binnen acht dagen, nadat de erfpachter de op grond van het voorgaande lid vereiste zekerheid heeft gesteld hiervan door de gemeente bij deurwaardersexploit mededeling worden gedaan aan de hypotheekhouder(s).
5.3.2-1.
Indien het recht van erfpacht vervallen is verklaard op de in het vorige artikel bedoelde wijze, mag de erfpachter geen opstallen wegnemen en kan hij van de gemeente geen vergoeding van de waarde daarvan vorderen.
5.3.2-2.
De gemeente is verplicht binnen zes maande n na de dag, waarop de grond met de opstallen ingevolge het rechterlijk vonnis tot vervallenverklaring ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn geste ld, een openbare verkoping volgens plaatselijke gewoonte en onder de gebruikelijke veilingvoorwaarden te doen houden van het recht van erfpacht op de gron d met de opstallen, welk recht van erfpacht wordt verleend onder de bepalingen e n voorwaarden, welke voor het geveilde recht gelden.
5.3.2-2A.
De in het vorige lid van dit artikel genoemde verplichting geldt niet, indien op het tijdstip van gemeld rechterlijk vonnis aan de Gemeenteraad een voorstel is gedaan om het recht van erfpacht te beëindigen om redenen van algemeen belang, als bedoeld in het derde lid van artikel 5.2.1.
5.3.2-3
De prijs, welke voor het recht van erfpacht wordt betaald, wordt aan de erfpachter wiens recht vervallen is verklaard, uitgekeerd na aftrek van hetgeen hij de gemeente met betrekking tot dat recht nog verschuldigd is, van de te haren laste komende kosten der verkoping en voorts, nadat op het dan overblijvende gedeelte van de opbrengst eerst nog in mindering is gebracht, hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd.
5.3.2-4.
Indien echter het recht van erfpacht met hypotheek was bezwaard, wordt de opbrengst van de verkoping, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, na aftrek van de achterstallige bedragen van de canon, van hetgeen de erfpachter met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog aan de gemeente verschuldigd is van de ten laste van de gemeente komende koste n van de openbare verkoping, aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van het bedrag, dat wordt verkregen bij een gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht.
Het daarna overblijvende gedeelte van de opbrengst wordt aan de erfpachter, wiens recht vervallen is verklaard, uitgekeerd na dat eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd.
5.3.2-5.
Generlei uitkering aan de erfpachter heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld.
5.3.2-6.
Indien bij openbare verkoping geen bod wordt gedaan, of indien wel een bod is gedaan, maar de bieder niet in staat is het gebod en bedrag te betalen, is de gemeente niet tot enige uitkering verplicht.
5.3.3-1.
Indien het zesde lid van artikel 5.3.2 toe passing vindt, gaat de erfpacht eerst teniet door inschrijving in de openbare registers van het in kracht van gewijsde gegane vonnis.
5.3.3-2.
Binnen 14 dagen na de dag, waarop ingevolge het vorig lid van dit artikel het recht van erfpacht teniet is gegaan, geven Burgemeester en Wethouders hiervan bij deurwaardersexploit kennis aan de erfpachter en aan de hypotheekhouder(s).
AFDELING 4
ONTRUIMING
5.4.1.
Indien na het eindigen van het erfpachtrecht de grond en het daarop gestichte niet vrijwillig worden ontruimd, zal de gemeente de ontruiming op kosten van de voormalige erfpachter doen bewerkstelligen door middel van de grosse van één der akten als bedoeld in het eerste lid van artikel 1.4.
TITEL 6
HYPOTHEEKHOUDERS
AFDELING 1
Positie hypotheekhouder(s)
6.1.1-1.
Wanneer het recht van erfpacht met hypotheek is bezwaard, zullen het vierde lid van artikel 2.2., het derde lid van artikel 4.1.1., artikel 6.2.1. en de TITELS 5 en 7 voorzoveel deze op de hypotheekhouder(s) betrekking hebben, slechts van toepassing zijn, indien de hypotheekhouder - onder inlevering van een gewaarmerkt afschrift van het borderel - een verklaring bij Burgemeester en Wethouders heeft ingediend, opgemaakt volgens het bij deze algemene bepalingen behorende formulier B, waarbij de hypotheekhouder te kennen geeft van de in deze bepalingen ten behoeve van de hypotheekhouders opgenomen voorschriften gebruik te maken en er in toe te stemmen dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats, ter keuze van de gemeente.
6.1.1-2.
Het inleveren van de bedoelde verklaring kan alleen blijken uit een door Burgemeester en Wethouders afgegeven bewijsstuk.
6.1.1-3.
De hypotheekhouder, die aan het in het eerste lid van dit artikel bepaalde gevolg geeft, is verplicht aan Burgemeester en Wethouders kennis te geven van het teniet gaan of van de doorhaling der hypothecaire inschrijving.
AFDELING 2
Bescherming hypotheekhouder(s)
6.2.1.
De gemeente zal zonder toestemming van de hypotheekhouder(s) niet meewerken tot uitdrukkelijke opheffing van het recht van erfpacht met wederzijds goedvinden, noch, de grond aan de erfpachter over dragen noch het recht van erfpacht verkrijgen anders dan bij onteigening ten algemenen nutte.
TITEL 7
Wijziging van de canon en van de bepalingen, waartegen respectievelijk, waaronder een perceel is uitgegeven
AFDELING 1
Wijziging van de canon
7.1.1-1.
Burgemeester en Wethouders zullen in het tiende, twintigste, dertigste en/of veertigste jaar van het lopende erfpachttijdvak de canon, welke zal gelden voor de volgende tienjarige periode, bepalen op het dan gebruikelijke percentage als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.1., verminderd met de helft van het percentage, waarmee over het laatste kalenderjaar de kosten van gezinsconsumptie zijn gestegen, echter minimaal 5% van de dan geldende werkelijke grondwaarde dan wel, als dit hoger uitkomt, op het dan gebruikelijke percentage als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.1. van de werkelijke grondwaarde bij uitgifte, met dien verstande, dat de canon nimmer op een lager bedrag zal worden gesteld dan op het bedrag, waarop de canon bij uitgifte is vastgesteld en dat de canon telkenmale niet hoger zal worden vastgesteld dan op tweemaal het bedrag van de laatstelijk geldende canon.
7.1.1-1A.
Onverminderd het bepaalde in het voorgaan de lid van dit artikel geldt, zolang er een wettelijke beheersing van de huurprijzen voor de woningen van kracht is, voor de berekening van de herziening van de canon voor in erfpacht uitgegeven gronden, welke uitsluitend bestemd zijn voor de oprichting en/of instandhouding van woningen, dat, wanneer de grondwaarde met een hoger percentage is gestegen dan het totale percentage van de wettelijk toegestane huurverhogingen voor het op de grond gebouwde in de aan het in he t vorige lid van dit artikel bedoelde jaar voorafgaande tienjarige periode, de canonverhoging wordt beperkt tot laatstbedoeld percentage; bij stijging van de grondwaarde en gelijkblijven of dalen van de huurprijs in genoemde tienjarige periode blijft de canon gehandhaafd op het bedrag, dat geldt voor de voorafgaande tie n-jarige periode.
7.1.1-2.
Tenminste zes maanden vóór de aanvang van elke tienjarige periode moet van het voornemen tot herziening, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bij aangetekende brief kennis worden gegeven aan de erfpachter.
7.1.1-2A.
Is een kennisgeving, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel, niet tijdig gedaan, dan blijft de tot dusver geldende canon ook voor de nieuwe tienjarige periode van een erfpachttijdvak van kracht tot de eerstvolgende maand januari of juli, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.2., is verschenen, nadat, te rekenen vanaf het tijdstip, waarop de kennisgeving alsnog is uitgebracht, één jaar is verstreken. Het feit, dat de hier bedoelde kennisgeving niet tijdig is gedaan, brengt in de aanvangsdatum van de nieuwe tienjarige periode g een wijziging.
7.1.1-3.
Indien de erfpachter zich niet kan verenig en met de nieuwe grondwaarde, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dan geeft hij binnen twee maanden na ontvangst van de desbetreffende beslissing van Burgemeester en Wethouders hiervan kennis aan dit College bij aangetekende brief.
7.1.1-4.
Na ontvangst van de kennisgeving van de erfpachter, bedoeld in het voorgaande lid zal de nieuwe grondwaarde, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid casu quo lid 1A van dit artikel worden vastgesteld door deskundigen.
7.1.1-5.
Het bedrag van de herziene canon wordt naar boven afgerond op hele guldens en zo spoedig mogelijk bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de erfpachter en de hypotheekhouder(s).
7.1.1-6.
De nieuwe canon is voor de eerste maal verschuldigd bij de aanvang van een tien jarige periode, tenzij de herziening heeft plaats gevonden op grond van de omstandigheden als omschreven in artikel 7.1.2., eerste lid, in welke gevallen de gewijzigde canon zal gelden vanaf het tijdstip, waarop de gewijzigde erfpachtbepalingen en - voorwaarden in werking zijn getreden.
7.1.2-1.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en in lid 1A van het vorige artikel kan herziening van de canon, op basis van de werkelijke waarde van de grond, ook plaatsvinden in de volgende gevallen.:
- a. indien tegen het einde van een volledig erfpachttijdvak herziening van de canon plaatsvindt, welke gewijzigde canon zal gelden voor de eerste tien jaren van een nieuw erfpachttijdvak;
- b. wanneer de erfpachter heeft verzocht om een wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2.3.;
- c. indien een met toestemming van Burgemeester en Wethouders veranderd gebruik van de grond en of de opstallen naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, daartoe aanleiding geeft, zulks m et ingang van de datum van de verandering in het gebruik.
7.1.2-2.
Wanneer de canon op grond van één van de in het vorige lid vermelde omstandigheden wordt herzien, gelden de in het eerste lid en in lid 1A van het vorige artikel aangegeven begrenzingen van de herziening van de canon niet.
7.1.2-3.
Onverminderd het bepaalde in het vorige lid van dit artikel zijn de leden 3 en 4 van artikel 7.1.1. op de herziening als bedoeld sub a in het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing; lid 5 van artikel 7.1 .1. is van gelijke toepassing op al de herzieningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
AFDELING 2
Wijziging Algemene bepalingen en/of bijzondere voor waarden
7.2.1-1.
Indien en voor zover de Gemeenteraad besluit tot wijziging van deze algemene bepalingen treden deze gewijzigde algemene bepalingen, onverminderd hetgeen in artikel 7.1.2. is gesteld, telkenmale in werking op de dag, waarop een nieuw erfpachttijdvak na zulk een Raadsbesluit aanvangt.
7.2.1-2.
Aan een uitgifte in erfpacht zonder bijzondere voorwaarden kunnen dergelijke voorwaarden alsnog worden verbonden en voor het geval dat wel bijzondere voorwaarden gelden kunnen deze worden gewijzigd. Deze alsnog gestelde of gewijzigde bijzondere voorwaarden treden in werking op de dag, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel.
7.2.1-3.
Tenminste twee jaren vóór afloop van een volledig erfpachttijdvak, wordt de erfpachter en de hypotheekhouder(s) op het recht van erfpacht bij aangetekende brief kennis gegeven van de wijzigingen, als in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoeld, welke gedurende het volgende erf pachttijdvak van kracht zullen zijn.
7.2.1-4.
Is een kennisgeving, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel, niet tijdig gedaan of is een raadsbesluit genomen in de laatste twee jaren van het lopende erfpachttijdvak dan blijven de tot dusverre geldende bepalingen en voorwaarden voor het nieuwe erfpachttijdvak van kracht tot twee jaren zijn verstreken, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de kennisgeving alsnog is uit gebracht. Het feit, dat de hier bedoelde kennisgeving niet tijdig is gedaan, brengt in de aanvangsdatum van de nieuwe tienjarige periode geen wijziging.
7.2.1-5.
Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de voorgestelde wijziging van de algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel zijn de leden drie en vier van artikel 7.1.1. van overeenkomstige toepassing.
7.2.2-1.
In afwijking van het bepaalde in het vorig e artikel kunnen overeenkomstig het eerste lid van dat artikel gewijzigde bepalingen op een eerder tijdstip dan in dat lid voorzien van toepassing worden verklaard, indien:
- a. de erfpachter heeft verzocht om een wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2.3.;
- b. indien een - met toestemming van Burgemeester en Wethouders - veranderd gebruik van de grond en de opstallen, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, daartoe aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum waarop het gebruik is veranderd.
7.2.2-2.
Indien het vorige lid van dit artikel toepassing vindt, kunnen tegelijkertijd ook in het aldaar genoemde geval sub b. de bijzondere voorwaarden worden gewijzigd.
7.2.3-1.
De erfpachter kan, nadat drie jaren van enig erfpachttijdvak zijn verstreken doch uiterlijk twee jaren vóór het verstrijken daarvan om een tussentijdse wijziging verzoeken van de canon en/of van in de erfpachtakte gestelde bepalingen en voorwaarden. Hij richt daartoe een met redenen om kleed verzoekschrift tot Burgemeester en Wethouders, onder overlegging van een schriftelijk bewijs van instemming van de hypotheekhouder(s).
7.2.3-2.
Binnen zes maanden nadat een verzoekschrift, als bedoeld in het voorgaande lid, is ingekomen berichten Burgemeester en Wethouders de erfpachter en hypotheekhouder(s), welk voorstel zij voornemens zijn terzake bij de Gemeenteraad aanhangig te maken. Indien dat voorstel strekt tot gehele of gedeeltelijke inwilliging van het verzoek tot wijziging, doen Burgemeester en Wethouders daarbij mededeling van het tijdstip, waarop het nieuwe erfpachttijdvak een aanvang neemt, van het bedrag, dat zij met toepassing van het eerste lid van artikel 7.1.2. per jaar als canon zullen voorstellen voor de eerste tien jaren van gemelde erfpachttijdvak en van de voorgestelde wijziging van bepalingen en/of bijzondere voorwaarden.
7.2.3-3.
Indien de erfpachter niet binnen zes maand en na ontvangst van het in het voorgaande lid bedoelde bericht in een aan Burgemeester en Wethouders gericht schrijven verklaart, zich met het door Burgemeester en Wethouders bij de Gemeenteraad in te dienen voorstel te kunnen verenigen, wordt zijn verzoek geacht te zijn vervallen.
7.2.3-4.
Een Raadsbesluit tot wijziging van enige in de erfpachtakte gestelde bepaling of voorwaarde, tot stand gekomen ingevolge het in de ze afdeling bepaalde, wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter en hypotheekhouder(s). Evenzo wordt, op zo kort mogelijke termijn, ter kennis van de hier bedoelde beperkt zakelijk gerechtigden gebracht het feit, dat het verzoek van de erfpachter ingevolge het derde lid van artikel 7.2.3. geacht wordt te zijn vervallen.
TITEL 8
Slotbepalingen
AFDELING 1
Samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de gemeente
8.1.
Voor zover in deze algemene bepalingen aan de gemeente enige bijzondere bevoegdheid is toegekend, laat deze bevoegdheid onaangetast het recht van de gemeente alle andere rechtsmiddelen of vorderingen, welke haar ten dienste staan of toekomen aan te wenden of in te stellen, voor zover deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk beperkt of uitgesloten is.
AFDELING 2
Termijnen voor inlevering van stukken
8.2.
Burgemeester en Wethouders kunnen verlenging van de in deze algemene bepalingen gestelde termijnen voor het inleveren van stukken en afwijking van de bij deze bepalingen behorende formulieren toestaan.
AFDELING 3
Aanhaling van deze Algemene bepalingen
8.3.
Deze bepalingen kunnen aangehaald onder de titel van "Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1974".
II. de in de Algemene bepalingen bedoelde formulieren A en B vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit behorende modellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad, gehouden op 15 augustus 1974.
De Secretaris, De Burgemeester,
Burger. T. Harteveld (I.B.).
BIJLAGE I
Formulier A, behorende bij de Algemene bepalingen v oor de uitgifte in voortdurende erfpacht 1974.
De ondergetekende(n),
(beroep),
(woonplaats),
verklaart dat het recht van erfpacht
verklaren een onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht, verleend op het
onroerend goed, kadastraal bekend gemeente
sectie , nummer(s) (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie , onder nummer ),
aan
door de gemeente Utrecht bij akte, verleden op
ten overstaan van notaris te
overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op
in deel , nummer , uit kracht van
overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op
in deel , nummer
is overgegaan op hem/haar (hen), ondergetekende(n), onder bepalingen, als daarop ten tijden van de overgang in gevolge de bepalingen van de akte van uitgifte in erfpacht van toepassing waren, zodat alle rechten en verplichtingen, welke uit de gemelde akte van uitgifte voor de erfpachter/ster voortvloeien, sedert de
ten bate en ten laste komen van hem/haar (hen), ondergetekende(n), en verklaart (verklaren) terzake van gemeld recht van erfpacht (een onderverdeeld aandeel in het recht van erfpacht) woonplaats te kiezen in de gemeente Utrecht,
Utrecht, de
BIJLAGE II
Formulier B, behorende bij de Algemene bepalingen voor de uitgifte in voortdurende erfpacht 1974.
De ondergetekende(n),
(beroep),
(woonplaats),
uit kracht van de akte van hypotheekverlening, verleden op
voor notaris te ,
ingeschreven ten hypotheekkantore te op
in deel , nummer ,
houder/ster van een hypotheek op het (onverdeeld aandeel in het) recht van erfpacht, dat de
gemeente Utrecht bij notariële akte van de
verleend heeft aan
op de aan de
te Utrecht gelegen grond, kadastraal bekend gemeente ,
sectie , nummer (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie
nummer ), overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht,
op in deel nummer ten aanzien
van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt op ,
ten overstaan van notaris ,
overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op ,
in deel , nummer ,
verklaart (verklaren) gebruik te maken van de voorschriften, ten behoeve van de hypotheekhouder/ster(s)opgenomen in de Algemene bepalingen, onder welke gemeld recht van erfpacht is verleend, en er in toe te stemmen, dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem/haar (hen) te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats ter keuze van de gemeente.
Hij/zij verklaart (verklaren) tevens aan Burgemeester en Wethouders kennis te zullen geven van het tenietgaan van de hypothecaire schuld en van alle gevallen, waarin hij/zij toestemming geeft (geven) de hierboven bedoelde inschrijving geheel of gedeeltelijk door te halen.
Utrecht, de
GEMEENTEBLAD VAN UTRECHT 1984
(Raadsbesluit van 122 maart 1984)
INHOUD
Inleidende bepalingen
Titel 1. Algemeen
1.1 Begripsomschrijving
1.2 Algemeen artikel
1.3 Hoofdelijke aansprakelijkheid
1.4 Vormvoorschriften
1.5 Keuze woonplaats
1.6 Toestand en aanduiding object
1.7 Deskundigen
Titel 2. Financiële verplichtingen van de erfpachter/ster
2.1. Vaststelling van de canon bij uitgifte
2.2. Betaling canon/boeten
2.3. Vooruitbetaling en terugbetaling van de canon
2.4 Lasten
Titel 3. Overige verplichtingen van de erfpachter/ster en verzuim
3.1. Verplichtingen van de erfpachter/ster, welke niet zijn vermeld in Titel 2
3.2. Verzuim
Titel 4. Overgang van het recht van erfpacht
4.1. Wijziging in erfpacht(er/ster)
4.2. Anti-speculatiebeding
Titel 5. Einde van het recht van erfpacht
5.1. Verbod van opzegging door de erfpachter/ster
5.2. Beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang, bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoeding
5.3. Vervallenverklaring door de rechter
5.4. Ontruiming
Titel 6. Hypotheekhouder/ster(s)
6.1. Positie hypotheekhouder/ster(s)
6.2. Bescherming hypotheekhouder/ster(s)
Titel 7. Wijziging van de canon en van de bepalingen, waartegen respectievelijk waaronder een perceel is uitgegeven
7.1. Wijziging van de canon
7.2. Wijziging Algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden
Titel 8. Slotbepalingen
8.1. Samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de gemeente
8.2. Termijnen voor inlevering van stukken
8.3. Aanhaling van deze algemene bepalingen
Bijlage I. Formulier A behorende bij artikel 1.5.2. en 4.1.1.2.
Bijlage II. Formulier B behorende bij artikel 6.
Inleidende bepalingen
DE RAAD DER GEMEENTE UTRECHT
gelezen de voordracht van Burgemeester en Wethouders van 7 december
1983, nr. 3261 O.W./S.O. (Gedr. Verz. 1983, nr. 443);
gelet op artikel 167 der gemeentewet, alsmede op zijn besluit van 31 augustus 1973, strekkende tot invoering van het in de Nota Grondbeleid, behorende bij Gedr. Verz. 1973, nr. 161, geschetste erfpachtsstelsel, alsmede op zijn besluit van 15 augustus 1974 (Gedr. Verz. 1974, nr. 253), strekkende tot vaststelling van de Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1974:
BESLUIT:
vast te stellen de volgende
ALGEMENE BEPALINGEN voor de uitgifte in voortdurende erfpacht van gronden der gemeente Utrecht.
TITEL 1
Algemeen
AFDELING 1
Begripsomschrijving
1.1.1.
Deze bepalingen verstaan onder:
opstallen:
- a. de op of in de grond aanwezige onroerende zaken, ook die, welke door bestemming onder onroerende zaken worden begrepen.
- b. erfpachtstijdvak:
elke achtereenvolgende periode van vijftig jaren, waarvan de eerste aanvangt op de datum van ingang van het recht van erfpacht zulks onverminderd het bepaalde in het eerste lid van artikel 7.2.2. - c. werkelijke grondwaarde:
de prijs die de eigena(a)r/es met tact, geduld en goed koopmanschap voor zijn/haar goed zou kunnen bedingen, als ware deze grond vrij van enig zakelijk en/of persoonlijk recht en als ware het goed vrij van opstallen. - d. wijziging van deze bepalingen of van (bijzondere) voorwaarden: een wijziging, toevoeging of schrapping van een bepaling of voorwaarde alsmede het stellen van een nieuwe bepaling of voorwaarde.
AFDELING 2
Algemeen artikel
1.1.2.
- a. de erfpacht geschiedt onder de verplichting voor de erfpachter/ster tot betaling van een geldsom - de canon - die in beginsel in twee halfjaarlijkse termijnen bij vooruitbetaling moet warden voldaan en als regel om de tien jaar kan worden herzien;
- b. de erfpacht geldt voor onbepaalde tijd (voortdurend);
- c. de erfpacht geschiedt voorts met inachtneming van:
- deze Algemene bepalingen die in beginsel om de vijftig jaar kunnen worden herzien;
- een of meer door de gemeente te stellen bijzondere voorwaarden die in elk geval het toegestane gebruik van de grond en - voorzover van toepassing - van de opstal(len) nauwkeurig vastleggen.
AFDELING 3
Hoofdelijke aansprakelijkheid
1.3.1.
Indien het recht van erfpacht aan twee of meer personen toekomt,
zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor het voldoen aan de verplichtingen, welke met betrekking tot dat recht tegenover de gemeente moeten worden nagekomen.
1.3.2.
De verplichtingen van de erfpachter/ster, welke uit het recht van erfpacht of de terzake aangegane overeenkomsten voortvloeien, zijn, zelfs ten aanzien van erfgenamen en rechtverkrijgenden onder bijzondere titel ondeelbaar.
1.3.3.
In afwijking van het bepaalde in de leden 1. en 2. Van dit artikel is de
verplichting tot voldoening van de canon bij splitsing van het recht van erfpacht in appartementsrechten - na verkregen toestemming, als bedoeld onder 1.c. van artikel 4.1.1. - een voor rekening van de gezamenlijke appartementseigenaren komende deelbare schuld, waarvoor zij jegens de gemeente gezamenlijk aansprakelijk zijn.
AFDELING 4
Vormvoorschriften
1.4.1.
Het verlijden van de akte van uitgifte in erfpacht en van akten, houdende wijziging, waaronder begrepen splitsing en vervreemding, als bedoeld in artikel 4.1.1. van het recht van erfpacht moet binnen zestig dagen na dagtekening van het desbetreffende besluit van de Gemeenteraad of van het College van Burgemeester en Wethouders geschieden ten overstaan van een in het arrondissement Utrecht standplaats hebbende notaris, ter keuze van de erfpachter/ster. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd deze termijn te verlengen.
1.4.2.
Aan de gemeente wordt op kosten van de erfpachter/ster een eerste grosse of een afschrift dan wel een uittreksel uitgereikt van de in dit artikel bedoelde akten, binnen dertig dagen na verlijden.
1.4.3.
Alle kosten verbonden aan het vestigen van het recht van erfpacht, waaronder mede eventueel verschuldigde omzetbelasting wordt begrepen, van de tenuitvoerlegging daarvan, van het constateren van de vooruitbetaling van de canon, als bedoeld in het tweede lid van artikel 2.3., van het splitsen of van enige andere wijziging van het recht van erfpacht, alsmede de kosten van eventuele kadastrale opmeting, komen voor rekening van de erfpachter/ster.
Voorzover deze kosten door de gemeente mochten zijn voorgeschoten, moeten deze bij het passeren van de in dit artikel bedoelde akten aan haar worden terugbetaald.
1.4.4.
Het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel lijdt uitzondering, indien het eerste of tweede lid van artikel 7.2.1. toepassing vindt of indien de canon wordt verhoogd op grond van het bepaalde in het eerste lid c.q. lid 1A van artikel 7.1.1.
AFDELING 5
Keuze woonplaats
1.5.1.
De erfpachter/ster moet voor zich en zijn/haar rechtverkrijgenden met betrekking tot het recht van erfpacht woonplaats kiezen binnen de gemeente Utrecht.
1.5.2.
De keuze van woonplaats moet gedaan worden bij de akte van uitgifte in erfpacht, of in gevat van overgang van het recht van erfpacht bij de verklaring, opgemaakt volgens het bij deze bepalingen behorende formulier A.
1.5.3.
Zolang de keuze van een andere woonplaats binnen de gemeente Utrecht niet ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht bij deurwaardersexploit of door opneming van de nieuw gekozen woonplaats in een verklaring, als bedoeld in het tweede lid, blijft de oude gekozen woonplaats gelden en wordt de erfpachter/ster geacht aldaar woonplaats te hebben gekozen.
AFDELING 6
Toestand van aanduiding object
1.6.1.
Het onroerend goed wordt geacht in erfpacht te zijn gegeven in de staat, waarin dit zich bevindt bij het vestigen van het recht van erfpacht, vrij van hypothecaire inschrijvingen en van beslagen, doch overigens met alle heersende en lijdende erfdienstbaarheden en verdere rechten en lasten, daaraan verbonden, zonder dat de gemeente tot enige vrijwaring gehouden is.
1.6.2.
De erfpachter/ster wordt geacht het hem/haar in erfpacht uitgegeven goed volkomen te kennen en heeft nimmer aanspraak op vermindering van de canon wegens verkeerde of onvolledige opgave van grootte, vorm. aard, bestemming of belendingen.
1.6.3.
Hij/zij kan geen vermindering, kwijtschelding of teruggave van de canon vorderen wegens schade of onheilen, van welke aard ook, noch wegens het gemis van het genot van het in erfpacht uitgegeven goed, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk.
AFDELING 7
Deskundigen
1.7.1.
Zo dikwijls in de bepalingen, waaronder een goed in erfpacht is uitgegeven sprake is van deskundigen, wordt daaronder verstaan een aantal van drie.
1.7.2.
De in het vorige lid bedoelde deskundigen zullen, op verzoek van de meest gerede partij, worden aangewezen door de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht. Dit verzoek wordt tegelijkertijd ter kennis gebracht van de wederpartij.
1.7.3.
De partij, die het in het tweede lid van dit artikel bedoelde verzoek heeft gedaan, doet binnen één week, nadat zij daarvan mededeling heeft ontvangen, de wederpartij opgaaf van degenen die zijn aangewezen als deskundigen.
1.7.4.
De deskundigen hebben tot taak een bindend advies uit te brengen omtrent het punt van geschil tussen partijen, dat aan hen is voorgelegd.
1.7.5.
Indien de deskundigen niet tot een eenstemmig advies kunnen komen, geldt als bindend advies, het advies dat is uitgebracht met meerderheid van stemmen.
1.7.6.
Binnen drie maanden na de aanwijzing overeenkomstig het tweede lid van dit artikel moet het advies ter kennis van partijen worden gebracht.
1.7.7.
Zo dikwijls aan het bepaalde in het voorgaande lid dreigt niet te worden voldaan of niet is voldaan, kunnen partijen de aldaar gestelde termijn in onderling overleg verlengen. Indien partijen hieromtrent niet tot overeenstemming kunnen komen of de deskundigen ook na het verstrijken van deze verlengde termijn nog geen advies hebben uitgebracht, kan één van hen de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht verzoeken nieuwe deskundigen aan te wijzen.
1.7.8.
Bij toepassing van de laatste volzin van het vorige lid, zijn de leden twee, laatste volzin, drie, vier, vijf, zes en zeven, eerste volzin, van overeenkomstige toepassing.
1.7.9.
De deskundigen stellen bij hun bindend advies tevens de verhouding vast, waarin partijen de kosten van de door hen in te dienen declaratie moeten dragen.
TITEL 2
Financiële verplichtingen van de erfpachter/ster
AFDELING 1
Vaststelling van de canon bij uitgifte
2.1.1.
De canon wordt berekend naar een door Burgemeester en Wethouders aan de hand van de ontwikkeling van de trend van de marktrente voor langlopende geldleningen vast te stellen percentage van de werkelijke grondwaarde.
2.1.2.
De in het eerste lid van dit artikel bedoelde marktrente en grondwaarde zijn die welke zijn vastgesteld in de overeenkomst tot uitgifte in erfpacht.
2.1.3.
In afwijking van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel is de grondwaarde voor grond bestemd voor de bouw van woningwetwoningen, gelijk aan die, welke door of namens de Minister belast met de portefeuilles Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zal worden vastgesteld.
AFDELING 2
Betaling van de canon/boeten
2.2.1.
De canon moet bij vooruitbetaling in halfjaarlijkse termijnen worden voldaan door storting of overschrijving op postgirorekening nr. 450382 ten name van de Comptabele der gemeente, uiterlijk op de achtste werkdag, van elk der maanden januari en juli, mét dien verstande, dat de betaling van de eerste en laatste termijn voorzover geen vol kalenderhalfjaar, zal geschieden tegelijk met de betaling over het eerste en het laatste volle kalenderhalfjaar.
2.2.2
Indien de canon niet tijdig wordt betaald, wordt hij voor elke maand, dat de betaling te laat geschiedt, gerekend van het tijdstip af, waarop ingevolge het eerste lid, uiterlijk had moeten worden betaald, verhoogd met één ten honderd van het achterstallige bedrag. Een gedeelte van een maand wordt voor een volle maand gerekend. Zonder gelijktijdige voldoening van het bedrag, waarmede de canon is verhoogd, behoeft de betaling niet te worden aangenomen. Een en ander laat onverlet het recht van de gemeente om vergoeding van kosten, schaden en interessen te vorderen, indien daartoe termen aanwezig zijn, alsmede om nakoming te eisen. De kosten van alle gerechtelijke- en buitengerechtelijke maatregelen waaronder in ieder geval begrepen zijn incassokosten en kosten voor rechtskundige bijstand zijn voor rekening van de erfpachter/ster.
2.2.3.
Wegens het niet-voldoen aan enige andere aan de erfpachter/ster terzake van de hem/haar verleende erfpacht opgelegde verplichting dan het betalen van de canon, kunnen Burgemeester en Wethouders hem/haar een boete opleggen van ten hoogste vijf maal het bedrag van de canon, dat alsdan per jaar verschuldigd is, te betalen binnen de daarbij door hen gestelde termijn. De laatste zin van het tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing.
2.2.4.
Indien de erfpachter/ster gedurende één maand in gebreke is gebleven om de canon te betalen en het recht van erfpacht is bezwaard met hypothe(e)k(en), geven Burgemeester en Wethouders binnen veertien dagen na het eindigen van de termijn van één maand aan de hypotheekhouder/ster(s) kennis van het ingebreke zijn van de erfpachter/ster.
2.2.5.
De canon en al hetgeen met betrekking tot het recht van erfpacht overigens aan de gemeente is verschuldigd, moeten worden betaald zonder enige korting of schuldvergelijking, uit welke hoofde ook.
AFDELING 3
Vooruitbetaling en terugbetaling van de canon
2.3.1.
Bij het vestigen van het recht van erfpacht of het ingaan van een nieuw erfpachtstijdvak, heeft de erfpachter/ster het recht de erfpachtstermijnen over het erfpachtstijdvak, behoudens een niet herzienbare canon van f 25,— per jaar, door betaling van een bedrag ineens te voldoen (afkoop).
Dit bedrag is gelijk aan de vastgestelde grondwaarde bij de aanvang van het desbetreffende erfpachtstijdvak.
2.3.2.
De erfpachter/ster kan bij het ingaan van het tiende, twintigste, dertigste en/of veertigste jaar, Burgemeester en Wethouders verzoeken om per die datum een nieuw erfpachtstijdvak als bedoeld in artikel 1.1.1. te laten ingaan, teneinde van de afkoopmogelijkheid als bedoeld in artikel 2.3.1. gebruik te kunnen maken, met dien verstande dat de afkoopsom gelijk is aan de dan geldende grondwaarde. Dit verzoek dient te geschieden op grond en met toepassing van het in artikel 7.2.3.1. e.v. gestelde.
2.3.3.
De erfpachter/ster van grond bestemd voor de bouw van huurwoningen in de sociale sector is verplicht de erfpachtstermijnen over een erfpachtstijdvak, behoudens een niet herzienbare canon van f 25,-- per jaar, door betaling van een bedrag ineens te voldoen (verplichte afkoop). Dit bedrag is gelijk aan de grondwaarde als bedoeld in artikel 2.3.1.
2.3.4.
In geval van beëindiging van het recht van erfpacht als bedoeld in de tweede afdeling van de vijfde titel, heeft de erfpachter/ster recht op terugbetaling, van een bedrag, gelijk aan de contante waarde van de voor het resterende erfpachtstijdvak nog te betalen, canonbedragen (als waren deze niet afgekocht), berekend op basis van het rentepercentage als bedoeld in artikel 2.1. en van de verschuldigde canonbedragen vastgesteld op basis van artikel 2.1.
2.3.5.
De vooruitbetaling wordt geconstateerd in de akte van uitgifte in erfpacht of bij onderhandse akte, welke de gemeente doet overschrijven in de daartoe bestemde registers.
AFDELING 4
Lasten
2.4.1.
Alle lasten, welke op of wegens de eigendom van grond of wegens de bebouwing van de grond geheven worden, onder welke lasten mede eventueel verschuldigde omzetbelasting wordt begrepen, komen van de datum van ingang van het recht van erfpacht af ten laste van de erfpachter/ster.
2.4.2.
Wanneer de gemeente lasten, als bedoeld in het eerste lid heeft betaald, geven Burgemeester en Wethouders daarvan schriftelijk kennis aan de erfpachter/ster. Deze is verplicht binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving het opgegeven bedrag aan de gemeente terug te betalen.
TITEL 3
Overige verplichtingen van de erfpachter/ ster en verzuim
AFDELING 1
Verplichtingen van de erf pachter/ster, welke niet zijn vermeld In TITEL 2
3.1.1.
De erfpachter/ ster is verplicht:
- a. de erfpachtsgrond en de daarop aanwezige en nog door hem/haar op te richten opstallen in behoorlijke staat, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te onderhouden en deze opstallen bij geheel of gedeeltelijk tenietgaan (waaronder mede wordt verstaan gehele of gedeeltelijke sloop van opstallen), zo spoedig mogelijk te doen herbouwen of herstellen;
- b. de gemeente te vrijwaren tegen elke aanspraak op vergoeding van kosten, schaden en interessen, welke derden wegens gehele of gedeeltelijke instorting van de opstallen tegen de gemeente zouden kunnen doen gelden;
- c. te gedogen, dat op, in, aan of boven de grond en de opstallen zoveel en zodanige palen, kabels, draden, isolatoren, rozetten, aanduidingsbordjes, schakelkasten, pijpleidingen en andere voorwerpen, voor openbare doeleinden bestemd, worden aan gebracht en instandgehouden, zolang als Burgemeester en Wet houders nodig achten dan wel worden hersteld of vernieuwd, wanneer dit door Burgemeester en Wethouders zal worden gelast en voorts ervoor zorg te dragen om al hetgeen krachtens het hier bepaalde is aangebracht te laten bestaan;
omtrent de plaats, waar en de wijze waarop die voorwerpen worden aangebracht heeft tevoren overleg met de erfpachter/ster plaats; - d. terstond na het verlijden van de erfpachtsakte met de bebouwing van het perceel een aanvang te maken, behoudens door Burgemeester en Wethouders te verlenen uitstel; de bouw moet regelmatig worden voortgezet en moet, behoudens door Burgemeester en Wethouders te verlenen uitstel, uiterlijk een jaar na de dag waarop de erfpachtsakte is verleden, zover zijn voltooid dat daarvoor een verklaring kan worden afgegeven dat het gebouwde voldoet aan de bepalingen van de bouwverordening en is opgericht overeenkomstig de verleende bouwvergunning;
- e. de versnijdingen van de op het perceel op te richten bouwwerken, voorzover deze langs de scheidingen van het perceel worden geplaatst, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders te leggen; voorzover langs de openbare straat wordt gebouwd, mogen de versnijdingen in gemeentegrond worden gelegd;
- f. ervoor zorg te dragen dat de op openbare terrein aanwezige zandaanvullingen niet worden aangetast; indien zulks in verband met afgravingen t.b.v. de bouw niet te vermijden is, moeten deze ontgravingen door en voor rekening van de erfpachter/ster na de bouw met schoon zand worden aangevuld;
- g. indien het perceel verder moet worden opgehoogd en/ of afgegraven, dit voor eigen rekening te doen uitvoeren; ophoging van het perceel mag alleen geschieden met zuiver zand, danwel met goede tuingrond. voorzover het perceel bestemd" is voor tuin, tenzij Burgemeester en Wethouders afwijking toestaan;
- h. het perceel, voorzover dit niet wordt (is) bebouwd en niet wordt gebruikt als parkeerterrein, ten genoegen van Burgemeester en Wethouders binnen een jaar na het gereedkomen van de bouw, als tuin en _erf aan te leggen en als zodanig in goede staat te onderhouden en - waar nodig - van bestrating te voorzien;
- i. indien herstel en/of aanpassing van de verharding van de openbare weg ten behoeve van het perceel dient plaats te vinden, de werkzaamheden door dٕe gemeente te laten uitvoeren; de hieraan verbonden kosten komen voor rekening van de erfpachter/ster;
- j. het perceel ten genoegen van Burgemeester en Wethouders af te scheiden en te allen tijde afgescheiden te houden van da aangrenzende percelen en de openbare weg.
De afscheiding moet geheel op het in erfpacht uitgegeven perceel worden geplaatst. Indien de erfpachter/ster binnen een maand na daartoe door Burgemeester en Wethouders bij aangetekende brief te zijn aangemaand niet aan deze verplichting voldoet, zal de gemeente zonder rechtelijke tussenkomst gerechtigd zijn op kosten van de erfpachter/ster de voor deze afscheiding noodzakelijke voorziening zelf te treffen - k. de vergunningen voor het verkrijgen van aansluitingen op gas- water- en elektrische leidingen zelf aan tevenٗ dragen kosten verbonden aan het maken van de aansluitingen zijn voor rekening van de erfpachter/ster.
- l. de namens de gemeente optredende ambtena(a)r(en), na voorafgaande schriftelijke mededeling, tot opneming van het perceel en de daartoe te stichten c.q. gestichte opstal(len) toe te laten, teneinde deze(n) te laten controleren of de erfpachter/ster de verplichtingen waartoe hij/zij zich heeft verbonden op de juiste wijze nakomt c.q. is nagekomen.
3.1.1.2
Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van het aanbrengen, herstellen of vernieuwen van de in het vorige lid sub c. bedoelde voorwerpen (met toebehoren) zal door de gemeente, naar haar keuze, op haar kosten worden hersteld of aan de rechthebbende worden vergoed.
3.1.2.1.
Het is de erfpachter/ster niet geoorloofd:
- a. in het gebruik van de grond en van de daarop aanwezige c.q. te stichten opstallen verandering te brengen;
- b. de grond met de daarop aanwezige opstallen gedurende langer dan een jaar ongebruikt te laten;
- c. op de grond en in hetgeen daarop is of zal worden gebouwd werkzaamheden of handelingen te verrichten of voldoende maatregelen achterwege te laten, als gevolg waarvan naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders schade, of hinder, dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand bodem- of andere vormen van milieuverontreiniging kunnen ontstaan;
- d. de grond met de daarop aanwezige opstallen (mede) te gebruiken voor het plaatsen of aanbrengen van voorwerpen, waarvan, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, gevaar, schade, hinder, dan wel bezwaar uit een oogpunt van welstand te duchten' is.
3.1.2.2.
- a. Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd een onderzoek in te stellen naar de aanwezigheid van verschijnselen van verontreiniging in het erfpachtsterrein.
- b. Zij zijn voorts bevoegd om bij geconstateerde verontreiniging de gevolgen daarvan voor rekening van de erfpachter/ster op te heffen op de wijze en in de omvang zoals alsdan nodig zal blijken, ook indien die gevolgen zich buiten het erfpachtsterrein mochten uitstrekken.
- c. De gemeente is in de gevallen genoemd onder a. en b. niet aansprakelijk voor de kosten of schade, welke de erfpachter/ster wegens stagnatie of anderzins mocht ondervinden.
3.1.2.3.
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd van de in het eerste lid van dit artikel omschreven verbodsbepalingen schriftelijke ontheffing te verlenen en aan die ontheffing voor bepaalde tijd of tot wederopzegging voorwaarden te verbinden.
AFDELING 2
Verzuim
3.2.1.1.
Indien de erfpachter/ster enige verplichting niet nakomt binnen de daartoe gestelde termijn, is hij/zij door het enkel verloop van de termijn in gebreke, zonder dat daartoe een ingebrekestelling vereist wordt.
3.2.1.2.
Onverminderd het in het derde lid van artikel 2.2. bepaalde, zal, indien aan de eis van de gemeente tot herstel, verandering of verwijdering van hetgeen in strijd met de in de erfpachtsakte vervatte bepalingen en voorwaarden is verricht of nagelaten, binnen de door Burgemeester en Wethouders in een daartoe strekkende aanschrijving gestelde termijn niet wordt voldaan, de geëiste herstelling, verandering of verwijdering door of vanwege de gemeente kunnen geschieden op kosten van de nalatige.
TITEL 4
Overgang van het recht van erfpacht
AFDELING 1
Wijziging in erfpachter/ster)
4.1.1.1.
- a. De erfpachter/ster is tot verticale splitsing van het recht van erfpacht, tot splitsing in appartementsrechten of tot samenvoeging van rechten van erfpacht slechts bevoegd na voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders.
- b. Indien Burgemeester en Wethouders toestemming verlenen tot verticale splitsing van het recht van erfpacht, stellen zij daarbij vast welke canon zal gelden voor elk van de nieuw te vormen rechten van erfpacht.
- c. Indien Burgemeester en Wethouders toestemming verlenen tot splitsing in appartementsrechten, stellen zij vast in welke verhouding de canon over elk der appartementsrechten wordt verdeeld.
- d. Indien Burgemeester en Wethouders voornemens zijn de in sub a. van dit artikel bedoelde toestemming te verlenen, doen zij daarvan schriftelijk mededeling aan de hypotheekhouder/ster(s).
- e. Indien de erfpachter/ster voornemens is het recht van erfpacht in zijn geheel of gedeeltelijk te vervreemden dan wel over te gaan tot het verrichten van een van de sub a. bedoelde rechtshandelingen, is hij/zij verplicht van dit voornemen schriftelijk mededeling te doen aan Burgemeester en Wethouders. Onder vervreemding van het erfpachtsrecht wordt mede verstaan de scheiding en deling van het erfpachtsrecht tussen gezamenlijke rechthebbenden.
- f. Ingeval van overdracht, als in dit artikel bedoeld, behoeft de regeling van de rechten en verplichtingen, zowel van de oude als de nieuwe erfpachter/ster de goedkeuring van Burgemeester en Wethouders.
- g. Binnen 60 dagen na ontvangst van de schriftelijke mededeling, als bedoeld onder e. van dit artikel, berichten Burgemeester en Wethouders of, en zo ja, onder welke voorwaarden, zij bereid zijn de toestemming als vereist ingevolge het bepaalde onder anderen de goedkeuring als bedoeld onder f. van dit artikel, te verlenen.
4.1.1.2
In geval van overgang van het recht van erfpacht, geheel of gedeeltelijk, alsmede bij verkoop van het recht van erfpacht, wegens gerechtelijke tenuitvoerlegging of krachtens het beding, vermeld in artikel 1223 tweede lid van het Burgerlijk Wetboek, moet de nieuwe erfpachter/ster daarvan binnen één maand na de dag van overgang aan Burgemeester en Wethouders kennis geven bij een verklaring, opgemaakt volgens het bij deze Algemene bepalingen behorende en op zijn/haar verzoek beschikbaar te stellen formulier A en aan hen tevens inzage te geven van een of meer bescheiden, waaruit de overgang blijkt. Bovendien moet hij/zij binnen genoemde termijn aan de gemeente betalen al hetgeen de vorige erfpachter/ster haar met betrekking tot het recht van erfpacht nog schuldig is.
AFDELING 2
Anti-speculatie beding
4.2.1.1
Onverminderd het bepaalde in AFDELING 1 van deze TITEL is - behoudens het bepaalde onder 2. van dit artikel - de erfpachter/ster van grond met als bestemming wonen verplicht met zijn/haar gezin gedurende een periode van minimaal zes jaren, te rekenen vanaf het tijdstip van aanvang van het recht van erfpacht, de zich op het in erfpacht uitgegeven perceel bevindende opstal zelf te bewonen.
4.2.1.2
Indien de erfpachter/ster vóór het verstrijken van de sub 1. van dit artikel genoemde termijn zijn/haar recht van erfpacht geheel of gedeeltelijk wil splitsen, vervreemden; met een zakelijk genotsrecht of persoonlijk recht bezwaren, dan wel de grond met de zich daarop bevindende opstal wil verhuren of op andere wijze aan derden in gebruik wil geven, is hij/zij verplicht dat recht aan een door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen gegadigde (waaronder begrepen verenigingen, vennootschappen en stichtingen, die in het belang van de volkshuisvesting werkzaam zijn) te verkopen tegen de oorspronkelijke contraprestatie voor de opstal, inclusief omzetbelasting, welke som vermenigvuldigd dient te worden met een breuk, waarvan de noemer wordt gevormd door het globale kwartaalindexcijfer van de bouwkosten van woningen, dat werd gepubliceerd voor het kwartaal, waarin de verplichtingen tot het betalen van de oorspronkelijke contraprestatie zijn aangegaan en de teller door zodanige indexcijfer voor het kwartaal, waarin de erfpachter/ster de gemeente schriftelijk in kennis stelt van zijn/haar voornemen tot splitsing, vervreemding, bezwaring, verhuring of enige andere ingebruikgeving als hierboven bedoeld, of - bij ontbreken van laatstgenoemd cijfer - door het indexcijfer voor het daaraan ten laatst voorafgaande kwartaal; onder het indexcijfer van de bouwkosten wordt ten deze verstaan het door het Centraal Bureau voor de Statistiek te 's-Gravenhage (hierna aan te duiden als "C.B.S.") te publiceren globale indexcijfer van de bouwkosten, van woningen, op basis 1975 = 100, zoals dit eerst in het Statistisch bulletin van het C.B.S. wordt gepubliceerd en vervolgens in de Maandstatistiek bouwnijverheid wordt opgenomen.
Mocht het C.B.S. te eniger tijd overgaan tot publicatie van de bovenbedoelde indexcijfers op een meer recente tijdsbasis, dan zullen de cijfers van de nieuwe reeks in aanmerking worden genomen, waarbij de koppeling van de cijfers van de nieuwe reeks aan die van de voorafgaande reeksen door het C.B.S. zal geschieden.
Indien te eniger tijd het C.B.S. mocht worden opgeheven of de bovenvermelde statistische gegevens niet meer zou publiceren, zullen partijen in onderling overleg - en bij gebreke van overeenstemming door middel van een rechtelijke uitspraak daaromtrent - andere statistische gegevens aanvaarden, die in redelijkheid eenzelfde inzicht verschaffen als partijen bij het aangaan van deze overeenkomst voor ogen stond.
4.2.1.3.
De contraprestatie, als bedoeld onder 2. van dit artikel wordt verhoogd met de kosten van eventuele veranderingen, als bedoeld in artikel 39 van de onteigeningswet, die in, aan of bij de desbetreffende woning zijn aangebracht na het tijdstip van vestiging van het recht van erfpacht en welke niet zijn begrepen in de aanneemsom en/of koopsom.
4.2.1.4.
Indien de gemeente niet binnen 3 maanden, te rekenen vanaf het tijdstip, waarop de erfpachter/ster zijn/haar voornemen, als bedoeld onder 2. van dit artikel, schriftelijk aan de gemeente kenbaar heeft gemaakt, een gegadigde aan hem/haar heeft voorgesteld, welke bereid is het recht van erfpacht over te nemen, dan wel indien de door de gemeente aangewezen gegadigde niet binnen zes weken, te rekenen vanaf het tijdstip van ontvangst van de desbetreffende mededeling van aanwijzing, zijn/haar handtekening heeft geplaatst onder de vereiste notariële akte van overdracht van het recht van erfpacht, zal (zullen) de erfpachter/ster(s) per de datum van het verstrijken van genoemde periode van drie maanden, casu quo van drie maanden en zes weken, gedurende één jaar vrijelijk zijn/haar (hun) recht in eigendom over mogen dragen of de grond met opstal ter feitelijke beschikking mogen stellen aan een gegadigde tegen een nader met deze overeen te komen koopsom c.q. gebruiksvergoeding.
4.2.1.5.
Het beding, als omschreven onder 1. tot en met 4. van dit artikel, is niet van toepassing ingeval van executoriale verkoop van het recht van erfpacht.
4.2.1.6.
De erfpachter/ster die de schriftelijke kennisgeving, als bedoeld onder 2. van dit artikel, heeft gedaan, verbindt zich alle medewerking te verlenen aan de vrije overdracht van het recht van erfpacht aan de door de gemeente aan te wijzen gegadigde, tenzij Burgemeester en Wethouders hem/haar schriftelijk van deze verplichting hebben ontslagen.
4.2.1.7.
Onder erfpachter/ster wordt in dit artikel mede verstaan iedereen die op enig moment recht heeft op de levering van, dan wel anderszins rechthebbende is op het recht van erfpacht.
4.2.1.8.
Onder oorspronkelijke contraprestatie wordt in dit artikel verstaan de koop en/of aanneemsom (inclusief omzetbelasting) tot betaling waartoe de eerste erfpachter/ster zich heeft verbonden.
TITEL 5
Einde van het recht van erfpacht
AFDELING 1
Verbod van opzegging door de erfpachter/ster
5.1.1. Het is de erfpachter/ster niet toegestaan van het recht van erfpacht
afstand te doen of dit recht op te zeggen.
AFDELING 2
Beëindiging door de gemeente om redenen van algemeen belang, bepaling van de alsdan toe te kennen schadevergoeding
5.2.1.1.
Het is de gemeente niet toegestaan het recht van erfpacht op andere wijze te beëindigen dan bij dit artikel en artikel 5.3.1. is bepaald.
5.2.1.2.
Bij besluit van de Gemeenteraad kan het recht van erfpacht te allen tijde worden beëindigd, wanneer de gemeente naar het oordeel van de Gemeenteraad de beschikking over de in erfpacht uitgegeven grond dient te verkrijgen om bij dit besluit aan te geven redenen van algemeen belang.
5.2.1.3.
Indien aan de Gemeenteraad een voorstel wordt gedaan om te besluiten het recht van erfpacht te doen eindigen volgens het bepaalde bij dit artikel, geven Burgemeester en Wethouders daarvan aan de erfpachter/ster en áan de hypotheekhouder/ster(s) kennis bij deurwaardersexploit.
Omtrent een zodanig voorstel neemt de Gemeenteraad geen beslissing, zolang niet tenminste één maand sedert de kennisgeving is verstreken.
5.2.1.4.
Wanneer de Gemeenteraad een besluit neemt, als bedoeld in het tweede lid, stelt hij tevens de dag vast, waarop het recht van erfpacht eindigt en de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente moet zijn gesteld. Tussen de dag van het raadsbesluit en de dag, waarop het recht van erfpacht eindigt, moet een tijdsruimte van tenminste zes maanden liggen.
5.2.1.5.
Van een besluit, als bedoeld in het tweede lid, wordt eveneens kennis gegeven aan de erfpachter/ster en de hypotheekhouder/ster(s).
5.2.1.6.
indien het recht van erfpacht eindigt volgens het bepaalde bij dit artikel is de gemeente bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het raadsbesluit en naar de krachtens dit artikel aan de erfpachter/ster gedane kennisgeving.
5.2.2.1.
- a. Indien het recht van erfpacht wordt beëindigd krachtens het bepaalde in het tweede lid van artikel 5.2.1. zal de gemeente vergoeden de schade, welke het gevolg is van het eindigen van dit recht, met dien verstande, dat niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde vervat in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht, is geschikt, noch zal worden vergoed de bedrijfsschade, geleden ter zake van een bedrijf, dat in strijd met enige bepaling of voorwaarde vervat in de akte van uitgifte in erfpacht of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht op de grond of in de daarop gestichte opstallen wordt uitgeoefend.
- b. In het geval. waarin de canon voor een periode van 50 jaren is afgekocht, zal bij het bepalen van de schadeloosstelling ervan worden uitgegaan, alsof die afkoop niet had plaatsgevonden en alsof de canon een bedrag zou belopen, dat in overeenstemming met de artikelen 2.1.1. en 7.1.1.1. en volgende is bepaald en/of gewijzigd.
- c. Voor woningwetwoningen en premie-corporatiewoningen zal de schadevergoeding bedragen het nog niet afgeschreven deel van de volledige investeringen, welke door de erfpachter/ster met goedkeuring door de gemeente voor het onderhavige woningbouwproject zijn verricht.
5.2.2.2.
Indien ten aanzien van de vergoeding, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, tussen partijen geen overeenstemming kan worden verkregen, dan wordt het bedrag van de schadevergoeding vastgesteld door deskundigen.
5.2.2.3.
Bij de bepaling van het bedrag van de schadevergoeding, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt geen rekening gehouden met nieuwbouw, verbouw of herbouw, waarmede is aangevangen, nadat overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van artikel 5.2.1. het voornemen ter kennis van de erfpachter/ster is gebracht, dat aan de Gemeenteraad zal worden voorgesteld om een besluit te nemen, als bedoeld in het tweede lid van artikel 5.2.1.
5.2.2.4.
De gemeente keert de toegekende c.q. de door deskundigen bepaalde schadevergoeding aan de erfpachter/ster uit na aftrek van hetgeen hij/zij aan haar met betrekking tot het recht van erfpacht en eventueel uit andere hoofde nog is verschuldigd.
5.2.2.5.
Indien echter het recht van erfpacht met hypotheek was bezwaard, wordt in afwijking van het bepaalde in het vierde lid van dit artikel het bedrag van de schadevergoeding, na aftrek van de achterstallige bedragen van de canon en van hetgeen aan de gemeente met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog is verschuldigd, aan hypotheekhouder/ster(s) uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag, dat de hypotheekhouder/ster(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht. Het overige bedrag der schadevergoeding wordt, nadat op dit bedrag eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter/ster eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd, aan de erfpachter/ster uitgekeerd.
5.2.2.6.
Generlei uitkering aan de erfpachter/ster heeft plaats, zolang niet de grond met de opstallen ontruimd ter vrije beschikking aan de gemeente is gesteld.
AFDELING 3
Vervallenverklaring door de rechter
5.3.1.1.
Indien de erfpachter/ster in verzuim is de canon over twee achtereenvolgende jaren te betalen of in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van enige andere verplichtingen, hem/haar terzake van het aan hem/haar verleende recht van erfpacht opgelegd, kunnen Burgemeester en Wethouders, na een daartoe strekkend genomen Raadsbesluit, onverminderd het in het tweede en derde lid van artikel 2.2. bepaalde en onverminderd het recht van de gemeente op de reeds verschuldigde canon, de rechter verzoeken de erfpachter/ster van zijn/haar recht vervallen te verklaren.
5.3.1.2.
Alvorens de gemeente overgaat tot het doen uitbrengen van de dagvaarding worden de erfpachter/ster en de hypotheekhouder/ster(s) in de gelegenheid gesteld om binnen een door Burgemeester en Wethouders te bepalen termijn van tenminste twee en ten hoogste zes maanden alsnog de oorzaak voor de vervallenverklaring weg te nemen, met vergoeding van de toegebrachte schade, de kosten en interessen, wanneer daartoe termen aanwezig zijn.
5.3.1.3.
Indien de oorzaak voor de vervallenverklaring niet is weggenomen overeenkomstig het bepaalde in het voorgaande lid, zal de dagvaarding binnen acht dagen na het verstrijken van de overeenkomstig het vorige lid van dit artikel bepaalde termijn aan de hypotheekhouder/ ster(s) worden betekend.
5.3.1.4.
Mits hij/zij zekerheid stelt voor zijn/haar toekomstige verplichtingen, kan de erfpachter/ster tijdens het geding de vervallenverklaring voorkomen door alsnog zijn/haar verplichtingen na te komen met vergoeding van de toegebrachte schade, de kosten en de interessen.
5.3.1.5.
Indien de erfpachter/ster gebruik maakt van de hem/haar ingevolge het vorige lid geboden mogelijkheid om alsnog de oorzaak voor de vervallenverklaring weg te nemen dan zal binnen acht dagen, nadat de erfpachter/ster de op grond van het voorgaande lid vereiste zekerheid heeft gesteld, hiervan door de gemeente bij deurwaardersexploit mededeling worden gedaan aan de hypotheekhouder/ster(s).
5.3.1.6.
Indien het recht van erfpacht vervallen is verklaard, zal de gemeente het in kracht van gewijsde gegane vonnis doen inschrijven in de Openbare Registers. Voorts dragen Burgemeester en Wethouders zorg voor betekening van het vonnis tot vervallenverklaring aan de hypotheekhouder/ster(s) binnen 14 dagen na de dag waarop het recht van erfpacht teniet is gegaan.
5.3.2.1.
- a. indien het recht van erfpacht vervallen is verklaard op de in het vorig artikel bedoelde wijze, mag de erfpachter/ster geen opstallen wegnemen en kan hij/zij van de gemeente geen vergoeding van de waarde daarvan vorderen;
- b. zodra de erfpachter/ster ingevolge het vorige artikel bepaalde van zijn/haar recht vervallen is verklaard, is de gemeente verplicht binnen zes maanden een openbare verkoop te (doen) houden volgens plaatselijke gewoonte en onder de gebruikelijke veilingvoorwaarden, waarbij wordt verkocht een erfpachtsrecht, dat zal worden verleend op de grond met de opstallen onder dezelfde bepalingen en voorwaarden, die voor het vervallen erfpachtsrecht gegolden hebben;
- c. de hiervoor genoemde verplichting geldt niet, indien op het tijdstip van het rechterlijk vonnis tot vervallenverklaring aan de Gemeenteraad een voorstel is gedaan om het recht van erfpacht te beëindigen om redenen van algemeen belang, als bedoeld in het derde lid van artikel 5.2.1.
5.3.2.2.
De prijs, welke voor het recht van erfpacht wordt betaald, wordt aan de erfpachter/ster, wiens/wier recht vervallen is verklaard, uitgekeerd na aftrek van hetgeen hij/zij aan de gemeente met betrekking tot dat recht nog verschuldigd is, van de te haren laste komende kosten der verkoping en voorts, nadat op het dan overblijvende gedeelte van de opbrengst eerst nog in mindering is gebracht, hetgeen de erfpachter/ster eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd.
5.3.2.3.
Indien echter het recht van erfpacht met hypotheek was bezwaard wordt de opbrengst van de verkoping, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, na aftrek van de achterstallige bedragen van de canon, van hetgeen de erfpachter/ster met betrekking tot het recht van erfpacht overigens nog aan de gemeente verschuldigd, is en van de ten laste van de gemeente komende kosten van de openbare verkoping, aan de hypotheekhouder/ster uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, hetwelk gelijk is aan het bedrag dat de hypotheekhouder/ster(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van het bedrag, dat wordt verkregen bij een gerechtelijke verkoop van het recht van erfpacht. Het daarna overblijvende gedeelte van de opbrengst wordt aan de erfpachter/ster, wiens/wier recht vervallen is verklaard, uitgekeerd nadat eerst nog in mindering is gebracht hetgeen de erfpachter/ster eventueel uit anderen hoofde nog aan de gemeente is verschuldigd.
5.3.2.4.
De gewezen erfpachter/ster, noch de ingeschreven hypotheekhouder/ster(s) hebben het recht op enige schadevergoeding in verband met de vervallenverklaring van het erfpachtsrecht, behoudens de in dit artikel omschreven betalingen.
5.3.2.5.
Generlei uitkering aan de erfpachter/ster heeft plaats, zolang niet de grond met opstallen ontruimd ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld.
5.3.2.6.
Indien bij openbare verkoping geen bod wordt gedaan, of indien wel een bod is gedaan, maar de bieder/ster niet in staat is het geboden bedrag te betalen, is de gemeente niet gehouden enige vergoeding aan de gewezen erfpachter/ster en/of de ingeschreven hypotheekhouder/ster(s) te betalen.
AFDELING 4
Ontruiming
5.4.1.
Indien na het eindigen van het erfpachtsrecht de grond en het daarop gestichte niet vrijwillig worden ontruimd, zal de gemeente de ontruiming op kosten van de voormalige erfpachter/ster doen bewerkstelligen door middel van de grosse van één der akten als bedoeld in het eerste lid van artikel 1.4.
TITEL 6
Hypotheekhouder/ster(s)
AFDELING 1
Positie hypotheekhouder/ster(s)
6.1.1.1.
Wanneer het recht van erfpacht met hypotheek is bezwaard, zullen het vierde lid van artikel 2.2., het derde lid van artikel 4.1.1., artikel 6.2.1. en de TITELS 5 en 7 voor zoveel deze op de hypotheekhouder/ ster is) betrekking hebben, slechts van toepassing zijn, indien de hypotheekhouder/ster - onder inlevering van een gewaarmerkt afschrift van het borderel - een verklaring bij Burgemeester en Wethouders heeft ingediend, opgemaakt volgens het bij deze algemene bepalingen behorende formulier B, waarbij de hypotheekhouder/ster te kennen geeft van de in deze bepalingen ten behoeve van de hypotheekhouder/ster(s) opgenomen voorschriften gebruik te maken en er in toe te stemmen dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem/haar te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats, ter keuze van de gemeente.
6.1.1.2.
Het inleveren van de bedoelde verklaring kan alleen blijken uit een door Burgemeester en Wethouders afgegeven bewijsstuk.
6.1.1.3.
De hypotheekhouder/ster, die aan het in het eerste lid van dit artikel bepaalde gevolg geeft, is verplicht aan Burgemeester en Wethouders kennis te geven van het tenietgaan of van de doorhaling der hypothecaire inschrijving.
AFDELING 2
Bescherming hypotheekHouder/ster(s)
6.2.1.
De gemeente zal zonder toestemming van de hypotheekhouder/ster(s) niet medewerken tot uitdrukkelijke opheffing van het recht van erfpacht met wederzijds goedvinden, noch, de grond aan de erfpachter/ ster overdragen noch het recht van erfpacht verkrijgen anders dan bij onteigening ten algemenen nutte.
TITEL 7
Wijziging van de canon en van de • bepalingen, waartegen respectievelijk, waaronder een perceel Is uitgegeven
AFDELING 1
Wijziging van de canon
7.1.1.
Burgemeester en Wethouders zullen in het tiende, twintigste, dertigste en/ of veertigste jaar van het lopende erfpachtstijdvak de canon, welke zal gelden voor de volgende tien-jarige periode, bepalen op het dan gebruikelijke percentage als bedoeld in het eerste lid van artikel 2. 1., verminderd met de helft van het percentage, waarmee over het laatste kalenderjaar de kosten van gezinsconsumptie zijn gestegen, echter minimaal 5% van de dan geldende werkelijke grondwaarde dan wel, als dit hoger uitkomt, op het dan gebruikelijke percentage als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.1. van de werkelijke grondwaarde bij uitgifte, met dien verstande, dat de canon nimmer op een lager bedrag zal worden gesteld dan op het bedrag, waarop de canon bij uitgifte is vastgesteld en dat de canon telkenmale niet hoger zal worden vastgesteld dan op tweemaal het bedrag van de laatstelijk geldende canon.
7. 1. 1. 1.
- A. Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid van dit artikel geldt zolang er een wettelijke beheersing van de huurprijzen voor woningen van kracht is, voor de berekening van de herziening van de canon voor in erfpacht uitgegeven gronden, welke uitsluitend bestemd zijn voor de oprichting en/ of instandhouding van woningen, dat, wanneer de grondwaarde met een hoger percentage is gestegen dan het totale gecumuleerde percentage van de wettelijk toegestane huurverhogingen voor het op de grond gebouwde in de aan het in het vorige lid van dit artikel bedoelde jaar voorafgaande tien-jarige periode, de canonverhoging wordt beperkt tot laatstbedoeld percentage;
bij stijging van de grondwaarde en gelijkblijven of dalen van de huurprijs in genoemde tien-jarige periode blijft de canon gehandhaafd op het bedrag, dat geldt voor de voorafgaande tien-jarige periode.
7.1.1.2.
- A. Tenminste zes maanden vóór de aanvang van elke tien-jarige periode moet van het voornemen tot herziening, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel bij aangetekende brief kennis worden gegeven aan de erfpachter/ster.
7.1.1.2.
- B. Is een kennisgeving, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel, niet tijdig gedaan, dan blijft de tot dusver geldende canon ook voor de nieuwe tien-jarige periode van een erfpachtstijdvak van kracht tot de eerstvolgende maand januari of juli, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.2. is verschenen, nadat, te rekenen vanaf het tijdstip, waarop de kennisgeving alsnog is uitgebracht, één jaar is verstreken. Het feit, dat de hierbedoelde kennisgeving niet tijdig is gedaan, brengt in de aanvangsdatum van de nieuwe tien-jarige periode geen wijziging.
7.1.1.3.
Indien de erfpachter/ster zich niet kan verenigen met de nieuwe grondwaarde, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, dan geeft hij/zij binnen twee maanden na ontvangst van de desbetreffende beslissing van Burgemeester en Wethouders hiervan kennis aan dit College bij aangetekende brief.
7.1.1.4.
Na ontvangst van de kennisgeving van de erfpachter/ ster, bedoeld in het voorgaande lid zal de nieuwe grondwaarde, met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid casu quo lid 1A van dit artikel worden vastgesteld door deskundigen.
7.1.1.5.
Het bedrag van de herziene canon wordt naar boven afgerond op hele guldens en zo spoedig mogelijk bij aangetekende brief ter kennis gebracht van de erfpachter/ster en de hypotheekhouder/ster(s).
7.1.1.6.
De nieuwe canon is voor de eerste maal verschuldigd bij de aanvang van een tien-jarige periode, tenzij de herziening heeft plaatsgevonden op grond van de omstandigheden als omschreven in artikel. 7.1.2. eerste lid, in welke gevallen de gewijzigde canon zal gelden vanaf het tijdstip, waarop de gewijzigde erfpachtsbepalingen en -voorwaarden in werking zijn getreden.
7.1.2.1.
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en in lid 1A van het vorige artikel kan herziening van de canon, op basis van de werkelijke waarde van de grond, ook plaatsvinden in de volgende gevallen:
- a. indien tegen het einde van een volledig erfpachtstijdvak herziening van de canon plaatsvindt, welke gewijzigde canon zal gelden voor de eerste tien jaren van eert nieuw erfpachtstijdvak;
- b. wanneer de gemeente gunstig heeft beschikt op een verzoek tot wijziging, gedaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2.3.;
- c. indien een met toestemming van Burgemeester en Wethouders veranderd gebruik van de grond en of de opstallen naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, daartoe aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum van de verandering in het gebruik.
7.1.2.2.
Wanneer de canon op grond van één van de in het vorige lid vermelde omstandigheden wordt herzien, gelden de in het eerste lid en in lid 1A van het vorige artikel aangegeven begrenzingen van de herziening van de canon niet en kan tevens het percentage van de canon worden aangepast.
7.1.2.3.
Onverminderd het bepaalde in het vorige Ad van dit artikel zijn de leden drie en vier van artikel 7.1.1. op de herziening als bedoeld sub a. in het eerste lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing; het vijfde lid van artikel 7.1.1. is van gelijke toepassing op al de herzieningen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.
AFDELING 2
Wijziging Algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden
7.2.1.1.
Indien en voorzover de Gemeenteraad besluit tot wijziging van deze algemene bepalingen treden deze gewijzigde algemene bepalingen, onverminderd hetgeen in artikel 7.1.2. is gesteld, telkenmale voor de desbetreffende erfpachter/ster in werking op de dag, waarop een nieuw erfpachtstijdvak na zulk een Raadsbesluit aanvangt.
7.2.1.2.
Aan een uitgifte zonder bijzondere voorwaarden kunnen dergelijke voorwaarden alsnog worden verbonden en voor het gevit dat wel bijzondere voorwaarden gelden kunnen deze worden gewijzigd. Deze alsnog gestelde of gewijzigde bijzondere voorwaarden treden in werking op de dag, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel.
7.2.1.3.
Tenminste twee jaren vóór afloop van een volledig erfpachtstijdvak, wordt de erfpachter/ster en de hypotheekhouder/ster(s) op het recht van erfpacht bij aangetekende brief kennis gegeven van de wijzigingen, als in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoeld, welke gedurende het volgende erfpachtstijdvak van kracht zullen zijn.
7.2.1.4.
Is een kennisgeving, als bedoeld in het vorige lid van dit artikel, niet tijdig gedaan of is een raadsbesluit genomen in de laatste twee jaren van het lopende erfpachtstijdvak dan blijven de tot dusverre geldende bepalingen en voorwaarden voor het nieuwe erfpachtstijdvak van kracht tot twee jaren zijn verstreken, te rekenen vanaf het tijdstip waarop de kennisgeving alsnog is uitgebracht. Het feit, dat de hier bedoelde kennisgeving niet tijdig is gedaan, brengt in de aanvangsdatum van de nieuwe tien-jarige periode geen wijziging.
7.2.1.5.
Indien de erfpachter/ster zich niet kan verenigen met de voorgestelde wijziging van de algemene bepalingen en/of bijzondere voorwaarden, als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel zijn de leden drie en vier van artikel 7.1.1. van overeenkomstige toepassing.
7.2.2.1.
In afwijking van het bepaalde in het vorige artikel kunnen overeenkomstig het eerste lid van dat artikel gewijzigde bepalingen op een eerder tijdstip dan in dat lid is voorzien van toepassing worden verklaard indien:
- a. de erfpachter/ster heeft verzocht om een wijziging overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.2.3.;
- b. indien een - met toestemming van Burgemeester en Wethouders - veranderd gebruik van de grond en de opstallen, naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders, daartoe aanleiding geeft, zulks met ingang van de datum waarop het gebruik is veranderd.
7.2.2.2.
Indien het vorige lid van dit artikel toepassing vindt, kunnen tegelijkertijd ook in het aldaar genoemde geval sub b. de bijzondere voorwaarden worden gewijzigd.
7.2.3.1.
De erfpachter/ster kan, nadat drie jaren van enig erfpachtstijdvak zijn verstreken, doch uiterlijk twee jaren vóór het verstrijken daarvan om een tussentijdse wijziging verzoeken van de canon en/of van in de erfpachtsakte gestelde bepalingen en voorwaarden.
Hij/zij richt daartoe een met redenen omkleed verzoekschrift tot Burgemeester en Wethouders, onder overlegging van een schriftelijk bewijs van instemming van de hypotheekhouder/ster(s).
7.2.3.2.
Binnen zes maanden nadat een verzoekschrift, als bedoeld in het voorgaande lid is ingekomen berichten Burgemeester en Wethouders de erfpachter/ster en hypotheekhouder/ster(s), welk voorstel zij voornemens zijn terzake bij de Gemeenteraad aanhangig te maken. Indien dat voorstel strekt tot gehele of gedeeltelijke inwilliging van het verzoek tot wijziging, doen Burgemeester en Wethouders daarbij mededeling van het tijdstip, waarop het nieuwe erfpachtstijdvak een aanvang neemt, van het bedrag, dat zij met toepassing van het eerste lid van artikel 7.1.2. per jaar als canon zullen voorstellen voor de eerste tien jaren van gemeld erfpachtstijdvak en van de voorgestelde wijziging van bepalingen en/of bijzondere voorwaarden.
7.2.3.3.
Indien de erfpachter/ster niet binnen zes maanden na ontvangst van het in het voorgaande lid bedoelde bericht in een aan Burgemeester en Wethouders gericht schrijven verklaart, zich met het door Burgemeester en Wethouders bij de Gemeenteraad in te dienen voorstel te kunnen verenigen, wordt zijn/haar verzoek geacht te zijn vervallen.
7.2.3.4.
Een raadsbesluit tot wijziging van enige in de erfpachtsakte gestelde bepaling of voorwaarde, tot stand gekomen ingevolge het in deze afdeling bepaalde, wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de erfpachter/ster en de hypotheekhouder/ster(s).
Evenzo wordt, op zo kort mogelijke termijn, ter kennis van de hierbedoelde beperkt zakelijk gerechtigden gebracht het feit, dat het verzoek van de erfpachter/ster ingevolge het derde lid van artikel 7.2.3. geacht wordt te zijn vervallen.
TITEL 8
Slot bepalingen
AFDELING 1
Samenloop van rechtsmiddelen of vorderingen van de gemeente
8.1.
Voorzover in deze algemene bepalingen aan de gemeente enige bijzondere bevoegdheid is toegekend, laat deze bevoegdheid onaangetast het recht van de gemeente alle andere rechtsmiddelen of vorderingen, welke haar ten dienst staan of toekomen aan te wenden of in te stellen, voorzover deze bevoegdheid niet uitdrukkelijk beperkt of uitgesloten is.
AFDELING 2
Termijnen voor inlevering van stukken
8.2.
Burgemeester en Wethouders kunnen verlenging van de in deze algemene bepalingen gestelde ·termijn voor het inleveren van stukken en afwijking van de bij deze bepalingen behorende formulieren toegestaan.
AFDELING 3
Aanhaling van deze algemene bepalingen
8.3.
Deze bepalingen kunnen worden aangehaald onder de titel van "Algemene bepalingen voor uitgifte in voortdurende erfpacht 1983”
Aldus besloten in de openbare vergadering van de Raad, gehouden op 22 maart 1983.
De Secretaris, De Burgemeester
C.J.N. Versteden., drs. M. W.M. VosƗvan Gortel.
BIJLAGE 1
Formulier A, behorende bij de Algemene bepalingen voor de uitgifte in voort durende erfpacht 1983.
De ondergetekende(n),
(beroep),
(woonplaats),
verklaart / verklaren dat het recht van erfpacht / een onverdeeld aandeel in het recht van erfpacht,
verleend op het onroerend goed, kadastraal bekend gemeente sectie , nummer(s) (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van de uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie , onder nummer ) aan
door de gemeente Utrecht bij akte, verleden op
ten overstaan van notaris te ,
overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op
in deel , nummer , uit kracht van
overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op
in deel , nummer ,
is overgegaan op hem/haar(hen), ondergetekende(n), onder dezelfde bepalingen, als daarop ten tijden van de overgang in gevolge de bepalingen van de akte van uitgifte in erfpacht van toepassing waren, zodat alle rechten en verplichtingen, welke uit de gemelde akte van uitgifte voor de erfpachter/ster voortvloeien, sedert de
ten bate en ten laste komen van hem/haar(hen), ondergetekende(n), en verklaart (verklaren) terzake van gemeld recht van erfpacht (een onderverdeeld aandeel in het recht van erfpacht) woonplaats te kiezen in de gemeente Utrecht,
Utrecht, de
BIJLAGE 2
Formulier B, behorende bij de Algemene bepalingen voor de uitgifte in voortdurende erfpacht 1983.
De ondergetekende(n),
(beroep),
(woonplaats),
uit kracht van de akte van hypotheekverlening, verleden op
voor notaris te
ingeschreven ten hypotheekkantore te op
in deel , nummer , houder/ster van een hypotheek op het (onverdeeld aandeel in het) recht van erfpacht, dat de gemeente Utrecht bij notariële akte van de verleend heeft aan op de aan de te Utrecht gelegen grond, kadastraal bekend gemeente sectie , nummer (afkomstig van het onroerend goed, dat op het tijdstip van uitgifte in erfpacht bij het kadaster van die gemeente bekend was als sectie , nummer ), overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op
in deel , nummer , ten aanzien van welk recht laatstelijk een akte van wijziging is opgemaakt op
ten overstaan van notaris , overgeschreven ten hypotheekkantore te Utrecht, op , in
deel , nummer , verklaart (verklaren) gebruik te maken van de voorschriften, ten behoeve van de hypotheekhouder/ ster(s) opgenomen in de Algemene bepalingen, onder welke gemeld recht van erfpacht is verleend, en er in toe te stemmen, dat kennisgevingen, ingevolge die voorschriften aan hem/haar(hen) te doen, geschieden aan de werkelijke woonplaats of aan de bij de inschrijving der hypotheek gekozen woonplaats ter keuze van de gemeente.
Hij/ zij verklaart(verklaren) tevens aan Burgemeester en Wethouders kennis te zullen geven van het tenietgaan van de hypothecaire schuld en van alle gevallen, waarin hij/zij toestemming geeft (geven) de hierboven bedoelde inschrijving geheel of gedeeltelijk door te halen.
Utrecht, de
Erfpachtvoorwaarden 1989
ALGEMENE VOORWAARDEN
voor de uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989
(AV 1989)
Inhoud
- Artikel 1 Begripsomschrijvingen
- Artikel 2 De uitgifte in erfpacht
- Artikel 3 Algemene en bijzondere voorwaarden
- Artikel 4 Beëindiging van de erfpacht
- Artikel 5 Aanduiding en toestand object
- Artikel 6 Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid
- Artikel 7 Verschuldigdheid van de meerwaarde
- Artikel 8 Lasten en belastingen
- Artikel 9 Vrijwaring door de erfpachter
- Artikel 10 De inrichting en ingebruikneming van de grond
- Artikel 11 Niet-nakoming van de bouwverplichting
- Artikel 12 Vervreemding tijdens de inrichting van het perceel grond
- Artikel 13 Het gebruik overeenkomstig de bestemming
- Artikel 14 Instandhouding van de opstallen
- Artikel 15 Gedoogplichten
- Artikel 16 Overdracht van het erfpachtrecht
- Artikel 17 Splitsing en samenvoeging van het erfpachtrecht; appartementsrechten
- Artikel 18 Hypotheekhouder
- Artikel 19 Beëindiging om redenen van algemeen belang
- Artikel 20 Schadeloosstelling bij beëindiging in het algemeen belang
- Artikel 21 Niet-nakoming van verplichtingen door de erfpachter
- Artikel 22 Boeten
- Artikel 23 Herstel door de gemeente
- Artikel 24 Vervallenverklaring
- Artikel 25 Gevolgen van de vervallenverklaring
- Artikel 26 Beroep op de gemeenteraad
- Artikel 27 Commissie van deskundigen, bindend advies
- Artikel 28 Domiciliekeuze
- Artikel 29 Slotbepaling
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Deze Algemene Voorwaarden verstaan onder:
- uitgifte in erfpacht, mede de heruitgifte van grond in erfpacht, en tevens de omzetting van aflopende of voortdurende erfpachtrechten in erfpachtrechten voor onbepaalde tijd onder deze algemene voorwaarden;
- erfpachter, tevens de erfpachtster;
- algemene voorwaarden, de algemene voorwaarden voor de uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht, 1989 (AV 1989);
erfpachtrecht, mede het onverdeeld aandeel daarin; - bijzondere voorwaarden, de naast, in aanvulling op of in afwijking van de algemene voorwaarden geldende voorwaarden vermeld in de akte van vestiging;
- perceel grond, het stuk grond dat krachtens besluit van de gemeente in erfpacht wordt of is uitgegeven, waarin begrepen de daarmee verenigde beplantingen, werken en gebouwen en de beperkte rechten die met de grond verbonden zijn;
- opstallen, de te eniger tijd boven, op en in de grond aanwezige onroerende zaken;
- grondprijs, het bedrag, dat voor het uit te geven erfpachtsrecht overeenkomstig de waarde in het economisch verkeer, gelet op het toegestane gebruik, tussen partijen is overeengekomen;
- bodem, tevens het in de bodem aanwezige grondwater.
Artikel 2: De uitgifte in erfpacht
2.1 De uitgifte van grond geschiedt in erfpacht voor onbepaalde tijd tegen een tussen partijen overeengekomen grondprijs.
2.1.A Tot de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek dient artikel 2.1 als volgt te worden gelezen: De uitgifte van grond geschiedt in erfpacht voor onbepaalde tijd tegen een in geld vast te stellen jaarlijkse canon, welke voor de gehele duur van het recht wordt vooruitbetaald door betaling van de grondprijs.
2.2 De uitgifte in erfpacht geschiedt bij akte van vestiging, ten overstaan van een door de gemeente in overleg met de erfpachter aan te wijzen notaris.
2.3 In de akte van vestiging worden in ieder geval opgenomen:
- a de ingangsdatum van het erfpachtrecht;
- b de kadastrale aanduiding en de oppervlakte van het perceel grond, alsmede -indien mogelijk- de plaatselijke aanduiding;
- c het gebruik dat van het perceel grond en van de daarop te stichten of reeds gestichte opstallen mag worden gemaakt;
- d de overeengekomen grondprijs;
- e de algemene voorwaarden die op het erfpachtrecht van toepassing zijn, alsmede de bijzondere voorwaarden die ten aanzien daarvan worden gesteld.
2.4 Indien het perceel nog niet kadastraal is gemeten, wordt een door partijen voor echt erkende en ten blijke daarvan door hen gewaarmerkte tekening van het in erfpacht uitgegeven perceel grond, waaruit de grenzen en de ligging van het perceel blijken, aan de akte van vestiging gehecht. De meting van het perceel door de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers zal op basis van deze tekening geschieden. Zodra meting door deze Dienst heeft plaatsgevonden treden de uitkomsten van die meting in de plaats van de hiervoor vermelde tekening.
2.5 De kosten, lasten en rechten terzake van de uitgifte van het perceel grond in erfpacht, alsmede de kosten en rechten wegens de uitgifte van grossen en authentieke afschriften, komen ten laste van de erfpachter.
Artikel 3: Algemene en bijzondere voorwaarden
3.1 De gemeente geeft grond uit in erfpacht met inachtneming en van toepassing verklaring van deze algemene voorwaarden en voorts onder zodanige bijzondere voorwaarden als de gemeente voor elke uitgifte in erfpacht met de erfpachter is overeengekomen en die onder meer betrekking zullen hebben op de bestemming en het gebruik van de grond.
3.2 Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van een of meer van de algemene of bijzondere voorwaarden waaronder het perceel grond is uitgegeven, tenzij de gemeenteraad zich de beslissing daaromtrent heeft voorbehouden. Burgemeester en Wethouders of de gemeenteraad kunnen aan een vrijstelling voorwaarden of een tijdsbepaling verbinden, die zij na afweging van de belangen of in verband met de naleving van de met de erfpachter overeengekomen verplichtingen noodzakelijk achten.
3.3 Op een verzoek tot vrijstelling als bedoeld in lid 2 wordt binnen twee maanden, nadat dit is ingediend, beslist. Deze termijn kan éénmaal met eenzelfde periode worden verlengd.
Artikel 4: Beëindiging van de erfpacht
4.1 Het is de erfpachter niet toegestaan het erfpachtrecht op te zeggen of daarvan eenzijdig afstand te doen.
4.2 Beëindiging van het erfpachtrecht door de gemeente kan uitsluitend plaatsvinden indien er sprake is van beëindiging in het algemeen belang krachtens artikel 19, beëindiging in verband met de niet-nakoming van de bouwverplichting krachtens artikel 11, danwel van vervallenverklaring van het recht krachtens artikel 24.
Artikel 5: Aanduiding en toestand object
5.1 De gemeente is verplicht het erfpachtrecht te leveren dat:
- a onvoorwaardelijk is en niet aan inkorting, ontbinding of welke vernietiging dan ook onderhevig is, onverminderd het in de algemene en/of de bijzondere voorwaarden omtrent het erfpachtrecht bepaalde;
- b niet is bezwaard met beslagen, hypotheken, of inschrijvingen daarvan of andere dan de opgegeven zakelijke rechten, behoudens eventuele de gemeente onbekende erfdienstbaarheden;
- c vrij is van huur, pacht en andere gebruiksrechten;
- d vrij is van juridische belemmeringen die anderszins de in de bijzondere voorwaarden overeengekomen bouw, verdere inrichting en ingebruikneming van het perceel grond verhinderen of beperken.
5.2 Het perceel grond wordt door de gemeente, voor zover redelijkerwijze mogelijk is, geleverd vrij van stoffen die naar op het moment van uitgifte gangbare opvattingen, mede gelet op het gebruik dat van de grond zal worden gemaakt, ernstig gevaar opleveren voor de volksgezondheid en/of het milieu.
5.3 Tenzij anders is overeengekomen wordt door en voor rekening van de gemeente vóór de uitgifte een onderzoek uitgevoerd naar de gesteldheid van de bodem, met het oog op de aanwezigheid van voor de volksgezondheid en/of het milieu schadelijke stoffen. Indien uit dit onderzoek, gelet op de stand van de wetenschap, blijkt dat de bodem voldoet aan algemeen gangbare kwaliteitseisen, die mede gelet op de aan het perceel grond gegeven bestemming daaraan gesteld mogen worden, geven partijen door ondertekening ervan blijk kennis te hebben genomen van de uitkomsten van het onderzoek. Een door partijen gewaarmerkt exemplaar van het onderzoeksrapport of een uittreksel daarvan wordt gehecht aan de akte van vestiging.
5.4 Verrekening van de grondprijs wegens over- of ondermaat, wegens verkeerde of onvolledige opgave van grootte, vorm, aard, bestemming of belendingen, wordt over en weer uitgesloten, tenzij de oppervlakte door de gemeente is gegarandeerd, of de opgave van de grootte door haar niet te goeder trouw is gedaan.
5.5 Onverlet het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 wordt het perceel grond uitgegeven in de staat waarin dit zich op de ingangsdatum van het erfpachtrecht bevindt en wordt de erfpachter geacht het aan de erfpachter in erfpacht uitgegeven perceel grond volkomen te kennen. De gemeente verleent geen vrijwaring voor haar onbekende gebreken.
Artikel 6: Hoofdelijke aansprakelijkheid en ondeelbaarheid
6.1 Indien het recht van erfpacht aan twee of meer personen toekomt, is ieder van hen hoofdelijk tegenover de gemeente aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen, die uit het erfpachtrecht voortvloeien.
6.2 De verplichtingen die voor de erfpachter uit het erfpachtrecht voortvloeien, zijn steeds ten opzichte van de gemeente ondeelbaar.
6.3 De gezamenlijke rechthebbenden dienen één hunner als vertegenwoordiger aan te wijzen en de gemeente daarvan schriftelijk in kennis te stellen. De gemeente kan alle kennisgevingen, aanzeggingen en vorderingen met betrekking tot het recht van erfpacht rechtsgeldig aan respectievelijk tegen deze vertegenwoordiger doen instellen.
Artikel 7: Verschuldigdheid van de meerwaarde
7.1 Naar aanleiding van een door de erfpachter voorgenomen en door Burgemeester en Wethouders goedgekeurde wijziging van het gebruik van het perceel grond en/of een wijziging van de opstallen, is de gemeente gerechtigd van de erfpachter de betaling te vorderen van de uit die wijziging voortvloeiende economische meerwaarde van het erfpachtrecht.
7.2 Deze meerwaarde wordt berekend door het verschil te nemen van de grondwaarde met het oog op het gewijzigd gebruik en/of de gewijzigde opstallen en die met het oog op het volgens de akte van vestiging toegestane gebruik, respectievelijk de toegestane bebouwing. De in dit lid bedoelde grondwaarden worden vastgesteld met inachtneming van de waarderingsmaatstaven van het moment van waardebepaling. De erfpachter is het aldus berekende bedrag verschuldigd aan de gemeente.
7.3 Indien de berekening van lid 2 resulteert in nihil of een negatief bedrag is de erfpachter niets aan de gemeente verschuldigd doch hij kan evenmin betaling van enig bedrag van de gemeente vorderen.
7.4 Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met het door de gemeente vastgestelde bedrag van de economische meerwaarde doet hij hiervan binnen twee maanden na ontvangst van de aangetekende kennisgeving van de nieuwe grondprijs schriftelijk mededeling aan Burgemeester en Wethouders onder gelijktijdige mededeling dat hij zijn verzoek tot het voorgenomen gewijzigd gebruik en/of de gewijzigde opstallen handhaaft. In dat geval wordt het bedrag van de economische meerwaarde met inachtneming van het bepaalde in lid 2 vastgesteld door deskundigen als bedoeld in artikel 27.
7.5 De wijziging van het gebruik van het perceel grond en/of de wijziging van de opstallen alsmede het bedrag van de betaalde meerwaarde worden geconstateerd bij notariële akte, die Burgemeester en Wethouders voor rekening van de erfpachter doen overschrijven in de openbare registers.
Artikel 8: Lasten en belastingen
8.1 Alle gewone en buitengewone lasten, waaronder begrepen alle belastingen, die ter- zake van het perceel grond en de opstallen geheven worden, komen ten laste van de erfpachter met ingang van de datum van het verlijden van de akte van vestiging en indien ingebruikneming voordien geschiedde, vanaf de datum van ingebruikneming.
8.2 Indien de gemeente enige betaling heeft verricht, die krachtens de algemene of bijzondere voorwaarden ten laste van de erfpachter komt, moet de erfpachter deze aan de gemeente vergoeden binnen een maand na ontvangst van een schriftelijk betalingsverzoek van Burgemeester en Wethouders.
Artikel 9: Vrijwaring door de erfpachter
9.1 De erfpachter vrijwaart de gemeente voor alle verplichtingen tot vergoeding van schade, en kosten, waartoe zij ingevolge het bepaalde bij artikel 1405 van het Burgerlijk Wetboek, wegens gehele of gedeeltelijke instorting van de opstallen, gehouden mocht zijn.
9.2 De erfpachter vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden op vergoeding van schade die na de ingangsdatum van het erfpachtrecht is ontstaan als gevolg van zodanige verontreiniging van de bodem door of vanwege de erfpachter, dat ernstig gevaar bestaat voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Artikel 10: De inrichting en ingebruikneming van de grond
10.1 De erfpachter is verplicht onder de voorwaarden en binnen de termijnen daartoe in de akte van vestiging gesteld:
- a het perceel grond te bebouwen overeenkomstig het door de gemeente goedgekeurde bouwplan;
- b het perceel grond op behoorlijke wijze van de belendende percelen en van de openbare weg af te scheiden en afgescheiden te houden;
- c het onbebouwde gedeelte van het perceel grond op behoorlijke wijze overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in te richten en ingericht te houden;
- d het perceel grond en de opstallen overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming in gebruik te nemen.
10.2 Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van een of meer van de in lid 1 genoemde verplichtingen en/of van de terzake in de akte van vestiging gestelde voorwaarden en termijnen. Burgemeester en Wethouders kunnen aan een vrijstelling voorwaarden of een tijdsbepaling verbinden.
Artikel 11: Niet-nakoming van de bouwverplichting (bijzondere wijze van vervallenverklaring)
11.1 Uitsluitend indien de erfpachter niet of niet tijdig voldoet aan zijn verplichting genoemd in artikel 10 lid 1 sub a, zijn Burgemeester en Wethouders gerechtigd met inachtneming van het bepaalde in dit artikel het erfpachtrecht te beëindigen door vervallenverklaring. Beëindiging vindt plaats door opzegging bij deurwaardersexploit en met inachtneming van een termijn van tenminste twee maanden. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen tevens betekend worden aan de hypotheekhouder en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven.
11.2 Aan de erfpachter zal worden vergoed de waarde van het erfpachtrecht, waaronder begrepen de eventueel gebouwde opstal, op het moment van beëindiging verminderd met hetgeen de gemeente uit hoofde van de erfpacht te vorderen heeft, kosten, schade en rente daaronder begrepen.
11.3 Het op grond van lid 2 aan de erfpachter danwel aan de gemeente toekomende bedrag zal worden vastgesteld door deskundigen als bedoeld in artikel 27, tenzij voor het einde van het recht de gemeente, de erfpachter, de hypotheekhouder en eventuele andere belanghebbenden anders overeenkomen.
11.4 Het bepaalde in artikel 24 lid 5, 6 en 7, alsmede in artikel 25 lid 1, 4 en 5 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12: Vervreemding tijdens de inrichting van het perceel grond
12.1 Het is de erfpachter niet geoorloofd tot de gehele of gedeeltelijke vervreemding van het erfpachtrecht aan derden -verlening van een zakelijk genotsrecht daaronder begrepen- over te gaan, alvorens hij heeft voldaan aan al zijn verplichtingen vermeld in artikel 10 lid 1.
12.2 Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de verkrijger vrijstelling verlenen van het in lid 1 genoemde verbod. Burgemeester en Wethouders kunnen aan een vrijstelling voorwaarden of een tijdsbepaling verbinden.
Artikel 13: Het gebruik overeenkomstig de bestemming
13.1 De erfpachter is verplicht het perceel grond en de opstallen overeenkomstig de in de akte van vestiging aangegeven bestemming te gebruiken. Mitsdien is het de erfpachter niet geoorloofd het perceel grond en opstallen geheel of gedeeltelijk gedurende langer dan één jaar niet of nagenoeg niet te gebruiken.
13.2 Het is de erfpachter niet geoorloofd de grond en de opstallen zodanig te gebruiken dat zulks uit een oogpunt van welstand bezwaar oplevert.
13.3 Het is de erfpachter niet geoorloofd in, op of aan het perceel grond met opstallen werkzaamheden of handelingen te verrichten of na te laten dan wel een bedrijf uit te oefenen, waardoor gevaar, schade of hinder, dan wel aantasting van de volksgezondheid en/of het milieu -waaronder die van de bodem- wordt veroorzaakt. Alle schade die niettemin door handelen of nalaten door of vanwege de erfpachter ontstaat -waaronder de kosten van eventueel noodzakelijke bodemsanering- is voor rekening van de erfpachter.
13.4 Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van de verplichtingen en verboden genoemd in lid 1 tot en met lid 3. Indien vrijstelling wordt verleend kunnen hieraan voorwaarden of een tijdsbepaling worden verbonden, waaronder betaling van de meerwaarde als bedoeld in artikel 7.
13.5 Vrijstelling wordt in ieder geval verleend, indien strikte toepassing van het bepaalde in lid 1 tot en met lid 3 leidt tot een beperking van het meest doelmatig gebruik, die niet door dringende redenen is gerechtvaardigd.
Artikel 14: Instandhouding van de opstallen
14.1 De erfpachter is verplicht het perceel grond met de opstallen in zodanige technische staat te houden dat deze de in de akte van vestiging aangegeven bestemming op behoorlijke wijze kunnen dienen. Daartoe dient de erfpachter het perceel grond met de opstallen in alle opzichten goed te onderhouden en waar nodig tijdig te vernieuwen, voorzover in verband met het onderhoud noodzakelijk.
14.2 Het is de erfpachter niet geoorloofd de opstallen geheel of gedeeltelijk te slopen of het bouwvolume van de opstallen te wijzigen.
14.3 De erfpachter is verplicht tot gehele of gedeeltelijke herbouw van de opstallen over te gaan indien deze door welke oorzaak ook zijn te niet gegaan. De erfpachter is verplicht de opstallen tegen brand en stormschade te verzekeren.
14.4 Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter vrijstelling verlenen van de in lid 1 tot en met 3 genoemde verplichtingen en verboden. Indien vrijstelling wordt verleend kunnen hieraan voorwaarden of een tijdsbepaling worden verbonden, waaronder betaling van de meerwaarde als bedoeld in artikel 7.
Artikel 15: Gedoogplichten
15.1 De erfpachter is verplicht op, in, aan of boven het perceel grond de aanwezigheid van door of vanwege de gemeente aangebrachte leidingen, kabels, palen, rioleringen, drainagebuizen en andere soortgelijke voorzieningen ten behoeve van openbare doeleinden te gedogen en toe te laten dat deze voorzieningen worden onderhouden en vernieuwd, voorzover in verband met het onderhoud noodzakelijk. Na de uitgifte kunnen soortgelijke voorzieningen door de gemeente slechts worden aangebracht na verkregen toestemming van de erfpachter.
15.2 Alle schade, welke een onmiddellijk gevolg is van de uitvoering van de in lid 1 genoemde werkzaamheden en van de aanwezigheid van krachtens het vorige lid na de uitgifte aangebrachte voorzieningen, zal ter keuze van de gemeente door haar en op haar kosten worden hersteld, dan wel aan de erfpachter worden vergoed. Kunnen partijen niet tot overeenstemming komen over de aard en de hoogte van de schadeloosstelling, dan zal deze worden vastgesteld door deskundigen als bedoeld in artikel 27.
15.3 Burgemeester en Wethouders kunnen, op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de erfpachter, vrijstelling verlenen van de verplichtingen genoemd in lid 1. Indien vrijstelling wordt verleend kunnen hieraan voorwaarden of een tijdsbepaling worden verbonden.
Artikel 16: Overdracht van het erfpachtrecht
16.1 De erfpachter is verplicht in geval van gehele of gedeeltelijke overdracht van het erfpachtrecht, of de vestiging van een beperkt recht waardoor het gebruik van het perceel grond door anderen wordt verkregen, in de desbetreffende akte de bepalingen van de algemene en de bijzondere voorwaarden, waaronder het recht is verleend, op te nemen of daarnaar te verwijzen.
16.2 Ingeval van gehele of gedeeltelijke overdracht van een erfpachtrecht, of de vestiging van een beperkt recht waardoor het g ebruik van het perceel grond door anderen wordt verkregen, is de nieuwe erfpachter of zakelijk gerechtigde verplicht om binnen een maand na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, op zijn kosten aan Burgemeester en Wethouders te overleggen een authentiek afschrift van de desbetreffende akte.
Artikel 17: Splitsing en samenvoeging van het erfpachtrecht; appartementsrechten
17.1 De erfpachter is tot splitsing van het erfpachtrecht, tot splitsing in appartementsrechten of tot samenvoeging van erfpachtrechten slechts bevoegd na voorafgaande schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders. Voor de toepassing van dit artikel wordt met de in de eerste zin bedoelde handelingen gelijkgesteld het door de erfpachter verlenen van deelnemings- en lidmaatschapsrechten die betrekking hebben op het gebruik van het perceel grond en/of de opstallen.
17.2 Burgemeester en Wethouders beslissen binnen twee maanden na het schriftelijk verzoek om toestemming voor de rechtshandelingen als bedoeld in lid 1. Deze termijn kan door Burgemeester en Wethouders ten hoogste eenmaal met twee maanden worden verlengd. Indien binnen twee c.q. vier maanden niet op het verzoek is beslist, zonder dat zulks aan de erfpachter is toe te rekenen, wordt de toestemming geacht te zijn verleend. Burgemeester en Wethouders kunnen aan de toestemming voorwaarden verbinden waaronder de betaling van de meerwaarde als bedoeld in artikel 7, alsmede ten aanzien van het onderhoud van de opstallen na de splitsing.
17.3 Indien Burgemeester en Wethouders toestemming verlenen tot splitsing, stellen zij tevens vast op welke wijze de grondprijs gesplitst zal worden.
Artikel 18: Hypotheekhouder
18.1 Ingeval het erfpachtrecht met één of meerdere hypotheekrechten is bezwaard, is de hypotheekhouder of erfpachter verplicht om binnen een maand na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, aan Burgemeester en Wethouders te overleggen een authentiek afschrift van de akte(n) van hypotheekverlening. De kosten hieraan verbonden komen voor rekening van de hypotheekhouder/erfpachter.
18.2 Burgemeester en Wethouders zullen de hypotheekhouder tijdig in kennis stellen van het voornemen tot beëindiging van het erfpachtrecht krachtens artikel 11, artikel 19 of artikel 24.
18.3 Wijziging of splitsing van het erfpachtrecht kan uitsluitend plaatsvinden met voorafgaande schriftelijke toestemming van de hypotheekhouder.
Artikel 19: Beëindiging om redenen van algemeen belang
19.1 De gemeente kan het erfpachtrecht beëindigen om redenen van algemeen belang. De beëindiging geschiedt door opzegging van het recht nadat de gemeenteraad een daartoe strekkend besluit heeft genomen.
19.2 Burgemeester en Wethouders doen een voorstel tot beëindiging van het erfpachtrecht aan de gemeenteraad. In dit voorstel wordt gemotiveerd uiteengezet welke de redenen zijn die beëindiging van het recht in het algemeen belang rechtvaardigen. Burgemeester en Wethouders geven de erfpachter en de hypotheekhouder en eventuele derden-belanghebbenden kennis van het voorstel bij aangetekend schrijven. Tevens maken Burgemeester en Wethouders het voornemen op de gebruikelijke wijze algemeen bekend.
19.3 Omtrent het voorstel tot beëindiging van het erfpachtrecht neemt de gemeenteraad geen besluit zolang niet tenminste twee maanden sedert dagtekening van het in lid 2 bedoelde schrijven zijn verstreken. Gedurende deze termijn kunnen de erfpachter, de hypotheekhouder en andere belanghebbenden bezwaren tegen het voorstel bij de gemeenteraad inbrengen. De gemeenteraad besluit met inachtneming van de eventueel ingebrachte bezwaren. Indien de gemeenteraad niet binnen een jaar na dagtekening van de kennisgeving als bedoeld in lid 2 besluit tot beëindiging van het erfpachtrecht, wordt het in lid 2 bedoelde voorstel geacht niet te zijn gedaan.
19.4 Het gemeenteraadsbesluit bepaalt de dag, waarop het erfpachtrecht uiterlijk moet worden opgezegd. Opzegging vindt vervolgens plaats bij deurwaardersexploit en met inachtneming van een termijn van tenminste één jaar. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen tevens betekend worden aan de hypotheekhouder en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven.
19.5 Indien het erfpachtrecht eindigt volgens het bepaalde in dit artikel zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het gemeenteraadsbesluit en naar de aan de erfpachter gedane opzegging.
19.6 Indien, op de dag dat het erfpachtrecht eindigt, het perceel grond en de opstallen niet zijn ontruimd, kunnen Burgemeester en Wethouders zonder nadere ingebrekestelling ontruiming doen bewerkstelligen met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten.
Artikel 20:Schadeloosstelling bij beëindiging in het algemeen belang
20.1 Indien het erfpachtrecht eindigt op de wijze als bedoeld in artikel 19, vindt schadeloosstelling plaats op basis van de Onteigeningswet.
20.2 Niet zal worden vergoed de waarde van hetgeen in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte van vestiging of in een akte houdende wijziging van het erfpachtrecht is gesticht, noch zal worden vergoed de schade ter zake van het beëindigen van een activiteit die in strijd met enige bepaling of voorwaarde in de akte van vestiging of in een akte houdende wijziging van het recht van erfpacht op de grond en in de opstallen wordt uitgeoefend, tenzij Burgemeester en Wethouders daartoe schriftelijk toestemming hebben verleend.
20.3 Indien de erfpachter zich niet kan verenigen met de door de gemeente aangeboden vergoeding, doet hij hiervan binnen twee maanden na ontvangst van de aangetekende kennisgeving van de vergoeding, schriftelijk mededeling aan Burgemeester en Wethouders. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van de vergoeding, wordt deze vastgesteld door deskundigen als bedoeld in artikel 27.
20.4 Burgemeester en Wethouders keren de aan de erfpachter toekomende schadevergoeding uit, na aftrek van al hetgeen aan de gemeente met betrekking tot het erfpachtrecht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is.
20.5 Indien het erfpachtrecht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek was bezwaard, wordt in afwijking van lid 4 de schadevergoeding, na aftrek van al het geen aan de gemeente met betrekking tot het erfpachtrecht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is, aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag dat aan de hypotheekhouder(s) zou toekomen indien het een verdeling gold van de koopprijs in geval van gerechtelijke verkoop van het erfpachtrecht. Een daarna overblijvend bedrag van de schadevergoeding wordt uitgekeerd aan de erfpachter.
20.6 Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats zolang het perceel grond met de opstallen niet ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. Uitsluitend voor de toepassing van dit artikel worden met rechtmatig verkregen gebruiksrechten gelijkgesteld anderszins door derden verkregen gebruiksrechten, welke naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders geen bezwaren opleveren.
Artikel 21: Niet-nakoming van verplichtingen door de erfpachter
21.1 Onverminderd de aan de gemeente krachtens de wet ter beschikking gestelde rechtsmiddelen, kan de gemeente, indien de erfpachter zijn verplichtingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, ter harer keuze en zo nodig naast of na elkaar gebruikmaken van de in deze algemene of de bijzondere voorwaarden genoemde rechtsmiddelen.
21.2 Alvorens Burgemeester en Wethouders gebruik maken van een der in de wet, de algemene of de bijzondere voorwaarden genoemde rechtsmiddelen stellen zij de erfpachter schriftelijk in gebreke en wordt hem alsnog een termijn gegund om aan zijn verplichtingen te voldoen.
21.3 Indien de erfpachter een in deze algemene of in de bijzondere voorwaarden gestelde termijn binnen welke hij een verplichting moet nakomen ongebruikt laat voorbijgaan is hij door het enkel verloop van de termijn in gebreke, zonder dat daartoe een nadere ingebrekestelling is vereist.
21.4 Met het oog op de handhaving van de aan de erfpachter in deze algemene of in de bijzondere voorwaarden opgelegde verplichtingen is de gemeente te allen tijde gerechtigd na overleg met de erfpachter het perceel grond te betreden en de zich daarop bevindende opstallen en werken, zowel in- als uitwendig, te inspecteren.
Artikel 22: Boeten
22.1 Wegens het niet, niet tijdig of niet behoorlijk voldoen aan enige verplichting, bij of krachtens de algemene of de bijzondere voorwaarden met de erfpachter overeengekomen, kunnen Burgemeester en Wethouders besluiten hem een boete ten bate van de gemeentekas op te leggen van ten hoogste twee maal het bedrag van de alsdan geldende grondprijs. De boete moet worden betaald binnen een maand na ontvangst van het schrijven, waarin de boete is opgelegd.
22.2 Voor de toepassing van lid 1 kan de grondprijs worden aangepast aan de waardeverandering van het geld. Daartoe wordt gebruik gemaakt van een gangbaar algemeen prijsindexcijfer, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek, of bij gebreke daarvan door een ander onafhankelijk instituut.
22.3 Een boete, als in lid 1 bedoeld, kan door Burgemeester en Wethouders worden kwijtgescholden of, indien deze reeds is betaald, terug gegeven indien daarvoor naar hun mening reden aanwezig is.
22.4 Het instellen van beroep bij de gemeenteraad krachtens artikel 26 of het inroepen van een beslissing door deskundigen krachtens artikel 27 laat onverlet de verplichting van de erfpachter tot betaling van een krachtens dit artikel opgelegde boete.
22.5 De kosten van de invordering van de boete zijn voor rekening van de erfpachter.
Artikel 23: Herstel door de gemeente
23.1 Indien de erfpachter enige verplichting, voortvloeiende uit deze algemene of de bijzondere voorwaarden niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, kunnen Burgemeester en Wethouders deze verplichting op kosten van de erfpachter doen uitvoeren. Krachtens deze algemene voorwaarden zijn Burgemeester en Wethouders tot zodanige uitvoering jegens de erfpachter uitdrukkelijk gemachtigd. Tevens zijn Burgemeester en Wethouders gemachtigd op kosten van de erfpachter al datgene ongedaan te maken, wat in strijd met enige verplichting door de erfpachter is verricht.
23.2 Burgemeester en Wethouders geven van hun voornemen gebruik te maken van de bevoegdheid als bedoeld in lid 1 bij aangetekend schrijven kennis aan de erfpachter en de hypotheekhouder. Zij doen de kennisgeving vergezeld gaan van een opgave van het vermoedelijke bedrag van de kosten die met de uitvoering gemoeid zullen zijn.
23.3 Onverminderd de verschuldigdheid van andere kosten, schade en rente bij de gemeente ontstaan als gevolg van de nalatigheid van de erfpachter, is de erfpachter verplicht op eerste aanzegging van Burgemeester en Wethouders de kosten die gemoeid zijn geweest met het herstel te voldoen. Burgemeester en Wethouders doen de aanzegging vergezeld gaan van een gespecificeerde opgave van de kosten.
23.4 Kan de erfpachter zich niet met de hoogte van het bedrag verenigen, dan geeft deze daarvan, op straffe van verval van de bevoegdheid hiertegen bezwaar te maken, binnen twee maanden na ontvangst van bedoelde aanzegging schriftelijk kennis aan Burgemeester en Wethouders. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de hoogte van het bedrag, wordt dit vastgesteld door deskundigen als bedoeld in artikel 27.
Artikel 24: Vervallenverklaring
24.1 Indien de erfpachter in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van enige verplichting voortvloeiend uit de algemene of de bijzondere voorwaarden en in de gelegenheid is gesteld te presteren, kan de gemeente het erfpachtrecht beëindigen door vervallenverklaring. Beëindiging geschiedt door opzegging nadat de gemeenteraad een daartoe strekkend besluit heeft genomen. De gemeente is in dat geval tevens gerechtigd van de erfpachter vergoeding te vorderen van kosten, schade en rente uit hoofde van de erfpacht.
24.2 Burgemeester en Wethouders doen een voorstel tot beëindiging van het erfpachtrecht aan de gemeenteraad. In dit voorstel wordt gemotiveerd uiteengezet welke de redenen zijn die de beëindiging van het recht door vervallenverklaring rechtvaardigen. Burgemeester en Wethouders geven bij aangetekend schrijven de erfpachter, de hypotheekhouder en eventuele derden-belanghebbenden kennis van het voorstel. Tevens maken Burgemeester en Wethouders het voornemen op de gebruikelijke wijze algemeen bekend.
24.3 Omtrent het voorstel tot beëindiging van het erfpachtrecht neemt de gemeenteraad geen besluit zolang niet tenminste twee maanden sedert dagtekening van de in lid 2 bedoelde kennisgeving zijn verstreken. Gedurende deze termijn kunnen de erfpachter, de hypotheekhouder en andere belanghebbenden bezwaren tegen het voorstel bij de gemeenteraad inbrengen. De gemeenteraad besluit met inachtneming van de eventueel ingebrachte bezwaren. Indien de gemeenteraad niet binnen een jaar na dagtekening van de kennisgeving, als bedoeld in lid 2, besluit tot beëindiging van het erfpachtrecht, wordt het in lid 2 bedoelde voorstel geacht niet te zijn gedaan.
24.4 Het gemeenteraadsbesluit bepaalt de dag, waarop het erfpachtrecht uiterlijk moet worden opgezegd. Opzegging vindt vervolgens plaats bij deurwaardersexploit en met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden. Deze opzegging moet op straffe van nietigheid binnen acht dagen tevens betekend worden aan de hypotheekhouder en aan anderen die als beperkt gerechtigde of beslaglegger op het erfpachtrecht in de openbare registers staan ingeschreven.
24.5 Indien voor de bij het gemeenteraadsbesluit vastgestelde dag waarop het erfpachtrecht zal eindigen, de oorzaak van de vervallenverklaring weggenomen wordt en voor die dag bovendien aan de gemeente worden vergoed alle kosten, schade en rente als bedoeld in lid 1, zijn aan het gemeenteraadsbesluit en aan de aan de erfpachter gedane opzegging geen verdere rechtsgevolgen meer verbonden.
24.6 Indien het erfpachtrecht eindigt volgens het bepaalde in dit artikel zijn Burgemeester en Wethouders bevoegd daarvan te doen blijken in de openbare registers met verwijzing naar het gemeenteraadsbesluit en naar de aan de erfpachter gedane opzegging.
24.7 Indien, op de dag waarop het erfpachtrecht eindigt, het perceel grond en de opstallen niet zijn ontruimd, kunnen Burgemeester en Wethouders zonder nadere ingebrekestelling ontruiming doen bewerkstelligen met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten.
Artikel 25:Gevolgen van de vervallenverklaring
25.1 Indien het erfpachtrecht eindigt door vervallenverklaring, mag de erfpachter de opstallen geheel noch gedeeltelijk wegnemen; de erfpachter kan van de gemeente uitsluitend vergoeding van de waarde van het recht en de opstallen vorderen, op basis van het in dit artikel bepaalde. Vanaf de datum, waarop het erfpachtrecht ingevolge het bepaalde in artikel 24 is geëindigd is de gemeente gerechtigd tot de opbrengst van eventuele verhuring en ingebruikgeving alsmede tot het gebruik van de grond. Voorts komen alle belastingen en andere lasten, die op of wegens de eigendom en de bebouwing van het perceel grond worden geheven van die datum ten laste van de gemeente.
25.2 Tenzij met de erfpachter en hypotheekhouder anders is overeengekomen, is de gemeente verplicht binnen zes maanden na de dag waarop het erfpachtrecht is geëindigd een openbare verkoping volgens de plaatselijke gebruiken en onder de gebruikelijke veilingvoorwaarden te doen houden van een op het perceel grond met de daarop staande opstallen te vestigen erfpachtrecht. Dit erfpachtrecht zal worden gevestigd, onder de algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden, die voor het erfpachtrecht dat vervallen is verklaard, hebben gegolden, zulks met inachtneming van door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten.
25.3 De opbrengst van de verkoping wordt uitgekeerd aan de van zijn recht vervallen verklaarde erfpachter, na aftrek van al hetgeen deze aan de gemeente met betrekking tot het erfpachtrecht nog is verschuldigd en van de te haren laste komende kosten van de openbare verkoping.
25.4 Indien het erfpachtrecht ten tijde van het eindigen van het recht met hypotheek was bezwaard, wordt in afwijking van lid 3 de opbrengst, na aftrek van al hetgeen deze aan de gemeente met betrekking tot het erfpachtrecht, de grond en de opstallen nog verschuldigd is en van de te haren laste komende kosten van de openbare verkoping aan de hypotheekhouder(s) uitgekeerd tot een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag, gelijk aan het bedrag, dat aan de hypotheekhouder(s) zou toekomen, indien het een verdeling gold van de koopprijs ingeval van gerechtelijke verkoop van het erfpachtrecht. Een daarna overblijvend bedrag van de opbrengst wordt uitgekeerd aan de erfpachter.
25.5 Generlei uitkering ingevolge dit artikel heeft plaats, zolang het perceel grond met de opstallen niet ter vrije beschikking van de gemeente is gesteld, behoudens door derden rechtmatig verkregen gebruiksrechten. Uitsluitend voor de toepassing van dit artikel worden met rechtmatig verkregen gebruiksrechten gelijkgesteld anderszins door derden verkregen gebruiksrechten, welke naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders geen bezwaren opleveren.
25.6 Indien bij de openbare verkoping geen bod wordt gedaan of indien een prijs wordt geboden die niet toereikend is voor hetgeen de gemeente op grond van lid 3 mag afhouden, vervalt de verplichting tot gunning en is de gemeente niet tot enige uitkering verplicht.
Artikel 26: Beroep op de gemeenteraad
26.1 Tegen een door Burgemeester en Wethouders genomen besluit op grond van een bevoegdheid welke hen toekomt ter uitvoering van de algemene en de bijzondere voorwaarden welke op de erfpacht van toepassing zijn, kan de erfpachter binnen twee maanden na dagtekening van het schrijven waarbij deze in kennis is gesteld van het besluit, bij aangetekend schrijven in beroep komen bij de gemeenteraad.
26.2 Van beroep bij de gemeenteraad zijn uitgezonderd besluiten van Burgemeester en Wethouders betreffende financiële geschillen als bedoeld in artikel 27 lid 2. Deze geschillen worden beslecht op de wijze aangegeven in artikel 27.
26.3 Voordat op het beroepschrift wordt beslist, stelt de gemeenteraad de verkrijger in de gelegenheid het beroep in persoon of bij gemachtigde nader toe te lichten.
26.4 De gemeenteraad beslist binnen twee maanden na de dag waarop het beroepschrift is ontvangen. Deze termijn kan eenmaal met eenzelfde periode worden verlengd.
26.5 De gemeenteraad kan nadere regelen stellen met betrekking tot de afdoening van het beroep als bedoeld in dit artikel.
Artikel 27: Commissie van deskundigen, bindend advies
27.1 Er is een commissie van deskundigen.
27.2 De commissie heeft tot taak te beslissen inzake de haar schriftelijk voorgelegde financiële geschillen, welke voortvloeien uit toepassing van de algemene en de bijzondere voorwaarden.
27.3 Van een geschil als bedoeld in het vorige lid is sprake, indien één van de partijen zulks te kennen heeft gegeven en de meest gerede partij (de gemeente in deze vertegenwoordigd door Burgemeester en Wethouders) een schriftelijk verzoek tot geschilbeslechting heeft ingediend bij de commissie. De bevoegdheid van de commissie van deskundigen laat onverlet het recht van de erfpachter om in plaats van het geschil aan deze commissie voor te leggen voor geschilbeslechting door de gewone rechter te kiezen.
27.4 De commissie van deskundigen bestaat uit drie leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, welke voor een periode van vier jaar op de in lid 5 vermelde voordrachten worden benoemd door de President van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht. De leden van de commissie wijzen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.
27.5 De commissie bevat de volgende deskundigen:
- a een lid, alsmede een plaatsvervangend lid, voorgedragen door Burgemeester en Wethouders;
- b een lid, alsmede een plaatsvervangend lid, voorgedragen door het bestuur van de Ring Utrecht van de Koninklijke Notariële Broederschap;
- c een lid, alsmede een plaatsvervangend lid, voorgedragen door de Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen (NVM). Personen die lid zijn van de gemeenteraad of werkzaam bij de gemeente, kunnen geen lid zijn van de commissie.
27.6 Burgemeester en Wethouders stellen een ambtelijk secretaris ter beschikking van de commissie.
27.7 Indien Burgemeester en Wethouders voornemens zijn een geschil aan de commissie van deskundigen ter beslechting voor te leggen, stellen zij de erfpachter van dit voornemen schriftelijk in kennis. De erfpachter heeft de mogelijkheid binnen een maand na dagtekening van de kennisgeving te kiezen voor beslechting van het geschil door de bevoegde rechter. Geeft de betrokken erfpachter hiervan niet of niet tijdig schriftelijk kennis aan Burgemeester en Wethouders dan wordt deze geacht in te stemmen met de beslechting van het geschil door de commissie bij wege van bindend advies.
27.8 De commissie beslist binnen twee maanden, nadat het schriftelijk verzoek als bedoeld in lid 3 is ingediend. Deze termijn kan eenmaal met eenzelfde periode worden verlengd.
27.9 De commissie beslist niet dan nadat beide partijen, al dan niet bij gemachtigde, in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord.
27.10 De commissie beslist met inachtneming van:
- a de algemene en de bijzondere voorwaarden, welke op de erfpacht van toepassing zijn;
- b algemene verbindende voorschriften;
- c het beginsel dat de gemeente van haar bevoegdheid gebruik dient te maken overeenkomstig de doeleinden, waartoe die bevoegdheid is gegeven;
- d het beginsel dat de gemeente, bij afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid tot haar beslissing heeft kunnen komen;
- e enig ander in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginsel van behoorlijk bestuur.
27.11 De beslissing van de commissie wordt gemotiveerd en schriftelijk gegeven en heeft de kracht van een bindend advies. De commissie is gerechtigd de hypotheekhouder van het bindend advies in kennis te stellen indien zij dat met het oog op de belangen van de hypotheekhouder nodig acht.
27.12 De deskundigen stellen bij hun beslissing tevens vast welke kosten ten laste van elk der partijen komen. In beginsel draagt de in het ongelijkgestelde partij de kosten van de procedure.
Artikel 28: Domiciliekeuze
Indien de erfpachter niet binnen de gemeente Utrecht woonachtig is of kantoor houdt, is hij verplicht met betrekking tot het erfpachtrecht bij de akte domicilie te kiezen ten kantore van een in Nederland gevestigde notaris. Zolang de keuze van een ander domicilie niet ter kennis van Burgemeester en Wethouders is gebracht, blijft het oude domicilie gelden en wordt ook de nieuwe erfpachter geacht aldaar domicilie te hebben gekozen.
Artikel 29: Slotbepaling
Deze Algemene voorwaarden kunnen worden aangehaald als de Algemene voorwaarden voor de uitgifte van gronden in erfpacht van de gemeente Utrecht 1989 (AV 1989).
Aldus besloten en vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad, gehouden op 22 juni 1989 (Gedr. Verz. 1989, nr. 1871 S.O.G.).
- De Secretaris: drs. A. Vermeulen
- De Burgemeester: drs. M.W.M. Vos-van Gortel
Aanvullende bepalingen op de Algemene Voorwaarden 1989
De onderstaande bepalingen gelden als aanvulling op en, waar van toepassing, in afwijking van de
Algemene Voorwaarden 1989 (hierna: “AV 1989”). Voor het overige blijven de AV 1989 onverkort van
kracht.
1. Vervallenverklaring / opzegging
Waar in de AV 1989 wordt gesproken over ‘vervallenverklaring’, ‘beëindigen door vervallenverklaring’ of woorden van gelijke strekking, dient dit te worden gelezen als ‘opzegging in de zin van artikel 5:87 lid 2 Burgerlijk Wetboek’ respectievelijk ‘opzeggen in de zin van artikel 5:87 lid 2 Burgerlijk Wetboek’.
2. Niet-toepasselijkheid artikel 9.1 AV 1989
Artikel 9.1 van de AV 1989 is niet van toepassing, aangezien artikel 1405 van het Oud Burgerlijk Wetboek met de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek is komen te vervallen. Artikel 6:174 Burgerlijk Wetboek is onverkort van toepassing.
3. Vervanging artikel 22.4 AV 1989
Artikel 22.4 van de AV 1989 is niet van toepassing. In plaats daarvan geldt de volgende bepaling: ‘Het instellen van beroep bij de gemeenteraad krachtens artikel 26 of het inroepen van een beslissing van de gewone rechter (waar in de AV 1989 wordt gesproken over deskundigen) laat onverlet de verplichting van Erfpachter tot betaling van een krachtens dit artikel opgelegde boete.’
4. Niet-toepasselijkheid artikel 27 AV 1989
Artikel 27 van de AV 1989 is niet van toepassing. Waar in de AV 1989 wordt verwezen naar deskundigen, dient te worden gelezen dat de desbetreffende Partij, dan wel Partijen gezamenlijk, zich tot de gewone rechter kunnen wenden.
5. Vaststelling bedrag ex artikel 11.3 AV 1989
Met betrekking tot de vaststelling van het in artikel 11.3 van de AV 1989 bedoelde bedrag geldt dat Partijen zich eerst tot de gewone rechter kunnen wenden indien Partijen, de hypotheekhouders en eventuele andere belanghebbenden hierover vóór het einde van het erfpachtrecht geen overeenstemming hebben bereikt.
Of download als pdf-bestand:
Algemene voorwaarden voor uitgifte in erfpacht 1989 (AV 1989) en aanvulling (pdf, 778 kB)
Bijzondere erfpachtvoorwaarden
Naast de algemene erfpachtvoorwaarden gelden er vaak bijzondere voorwaarden. Dit zijn afspraken die alleen voor uw erfpachtrecht gelden. In de bijzondere voorwaarden staan bijvoorbeeld afspraken over:
- het toegestane gebruik van de grond of het gebouw (bijvoorbeeld wonen, werken of gemengd gebruik);
- bebouwing en wijzigingen, zoals verbouwen, splitsen of samenvoegen;
- specifieke verplichtingen of rechten die alleen voor uw erfpachtrecht gelden.
De bijzondere voorwaarden staan altijd in uw erfpachtakte. Deze voorwaarden zijn maatwerk en daarom niet algemeen online beschikbaar.
Hulp en contact – Erfpacht
Telefoon
Maandag, dinsdag en donderdag 9.00 - 17.00 uur
Woensdag en vrijdag 9.00 - 13.00 uur